HAEH 


Genesis 3  8-13
  

  «      

    

     
 
8 En zij hoorden de stem van den HEERE God, wandelende in den hof, 
   aan den wind des daags. 
   Toen verborg zich Adam en zijn vrouw voor het aangezicht van den HEERE God, 
   in het midden van het geboomte des hofs.
  
Nu het hen duidelijk was dat ze gezondigd hadden komt de angst voor God 
   om de hoek kijken. Waar ze eerst mee wandelde zijn ze nu bevreesd voor.

9 En de HEERE God riep Adam, en zeide tot hem: Waar zijt gij?
   God wist wat er gebeurt was en stelt ze op de proef.

10 En hij zeide: Ik hoorde Uw stem in den hof, en ik vreesde; want ik ben naakt; 
     daarom verborg ik mij.
    
De naaktheid op zich was geen reden om zich te verschuilen, immers daarvoor
     wandelden ze ook naakt met God. De overtreding liet hen 'bloot' voelen.


11 En Hij zeide: Wie heeft u te kennen gegeven, dat gij naakt zijt? 
     Hebt gij van dien boom gegeten, van welken Ik u gebood, 
     dat gij daarvan niet eten zoudt?
    
Hier kan alleen 'Ja' op geantwoord worden.

12 Toen zeide Adam: De vrouw, die Gij bij mij gegeven hebt, 
     die heeft mij van dien boom gegeven, en ik heb gegeten.
     Nee, er wordt naar uitvluchten gezocht. De vinger wijst Eva aan.

13 En de HEERE God zeide tot de vrouw: Wat is dit, dat gij gedaan hebt? 
     En de vrouw zeide: De slang heeft mij bedrogen, en ik heb gegeten.

     Nu is de vrouw ook niet verantwoordelijk, eigenlijk is de Slang de schuldige.
  

 
     
  down


 
 

Genesis 3  8-13

 «