HAEH 


Genesis 4  1-7
  

  «      

    

     
 
1 En Adam bekende Heva, zijn huisvrouw, en zij werd zwanger, en baarde Kaïn, 
   en zeide: Ik heb een man van den HEERE verkregen!
  
Kain was de eerste mannelijke nakomeling, het is niet uitgesloten dat er daarvoor 
   al verschillende dochters geboren waren. 


2 En zij voer voort te baren zijn broeder Habel; en Habel werd een schaapherder, 
   en Kaïn werd een landbouwer.
   
Kain en Abel waren natuurlijk pas na een lange tijd, twintig, veertig jaar?,  een 
    schaapherder en een landbouwer. Zij hadden in die tussentijd mogelijk vele
    zusters en broeders. Landbouwer of schaapherder voor vier mensen klinkt niet erg
    logisch,  een volkstuintje had dan al voldoende geweest. (Bij wijze van spreke)

3 En het geschiedde ten einde van enige dagen, 
   dat Kaïn van de vrucht des lands den HEERE offer bracht.
   Het lijkt de gewoonte te zijn geweest om een deel van hun arbeid aan de Here te 
   offeren. Ook voor hen was duidelijk dat zonder de hulp van de Here weinig goed
  hoefde af te lopen.


4 En Habel bracht ook van de eerstgeborenen zijner schapen, en van hun vet. 
   En de HEERE zag Habel en zijn offer aan;
  
Het doden van dieren was een normaal verschijnsel voor Kain en Abel.

5 Maar Kaïn en zijn offer zag Hij niet aan. Toen ontstak Kaïn zeer, 
   en zijn aangezicht verviel.
   In het geval van Kain zal een deel van de oogst, als offer gegeven zijn.
   Zonder twijfel dacht Kain, wat zonde om een deel van mijn arbeid voor de Here 
   te offeren, zonder te begrijpen dat zonder de Here eigenlijk niets mogelijk is.

6 En de HEERE zeide tot Kaïn: Waarom zijt gij ontstoken, 
   en waarom is uw aangezicht vervallen?
  
Het is niet het offer zelf wat bepalend is maar God kijkt in het hart, het gaat om
   andere zaken dan het materiele. 

7 Is er niet, indien gij weldoet, verhoging? en zo gij niet weldoet, 
   de zonde ligt aan de deur. 
   Zijn begeerte is toch tot u, en gij zult over hem heersen.

   Als je iets verkeerd doet dan ligt de zonde, om je daad goed te spreken, op de loer.
   De zonde probeert ons te verleiden maar onze opdracht is het deze te weerstaan.
   Als wij niet de baas over de zonde worden kan op den duur alles wel goedgepraat
   worden.

   

 
     
  down


 
 

Genesis 4  1-7

 «