17 En Kaïn bekende zijn huisvrouw, en zij werd bevrucht en baarde Henoch;
en hij bouwde een stad,
en noemde den naam dier stad naar den naam zijns
zoons, Henoch.
Elke vaste
verblijfplaats wordt een stad genoemd. Nogmaals, de familie van
Kaïn zal in een paar honderd jaar zeker tot
een vrij uitgebreide gemeenschap
gegroeid zijn.
18 En aan Henoch werd Hirad geboren; en Hirad gewon Mechujael;
en Mechujael
gewon Methusael; en Methusael gewon Lamech.
Dit zijn twee
zinnen maar het beslaat enkele honderden jaren!
19 En Lamech nam zich twee vrouwen; de naam van de eerste was Ada,
en de
naam van de andere Zilla.
Het lijkt geen
probleem te zijn om meer dan één vrouw te nemen.
20 En Ada baarde Jabal; deze is geweest een vader dergenen,
die tenten
bewoonden, en vee hadden.
Voor de zondvloed waren
er al stammen die in tenten woonden, niet in een stad,
en afhankelijk van het vee waren.
21 En de naam zijns broeders was Jubal; deze was de vader van allen,
die
harpen en orgelen handelen.
Het was niet een
gevecht om te overleven, voedsel genoeg en tijd om muziek
te maken, zoveel zelfs dat er voor vele
broodwinning in zat.
22 En Zilla baarde ook Tubal-kaïn,
een leermeester van allen werker in
koper en ijzer;
en de zuster van Tubal-kaïn was Naema.
De materialen
waren toen al ijzer en koper en een leermeester moet toch al
veel kennis van de materialen en verwerking
ervan gehad hebben.
23 En Lamech zeide tot zijn vrouwen Ada en Zilla: Hoort mijn stem,
gij
vrouwen van Lamech! neemt ter ore mijn rede!
Voorwaar, ik sloeg wel een
man dood, om mijn wonde, en een jongeling,
om mijn buile!
Lamech sloeg een
jongeling dood, het hoe en waarom is onduidelijk, maar
hij maakt er geen geheim van.
24 Want Kaïn zal zevenvoudig gewroken worden,
maar Lamech zeventigmaal
zevenmaal.
Dat Lamech van
zich zelf zoiets zegt is eigenaardig maar zegt wel iets dat deze
het verhaal van Kaïn kende!, zelfs na vele
honderden jaren!
25 En Adam bekende wederom zijn huisvrouw, en zij baarde een zoon,
en zij
noemde zijn naam Seth; want God heeft mij, sprak zij,
een ander zaad
gezet voor Habel; want Kaïn heeft hem doodgeslagen.
Het is hieruit niet op
te maken dat Seth de derde zoon was, nu Abel dood was en
Kain niet als erfgenaam geschikt was gaf God Seth aan
Eva om stamvader te zijn
26 En denzelven Seth werd ook een zoon geboren, en hij noemde zijn naam
Enos.
Toen begon men den Naam des HEEREN aan te roepen
Het lijkt er op dat God al lange tijd niet met
de mensen wandelde, nu wilde
de mensen zien wie die God was
waarover ze voortdurend verteld was.
 |
|

|