25 En Methusalach leefde honderd zeven en tachtig jaren, en hij gewon
Lamech.
Lamech » 874
26 En Methusalach leefde, nadat hij Lamech gewonnen had,
zevenhonderd twee
en tachtig jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
27 Zo waren al de dagen van Methusalach negenhonderd negen en zestig jaren;
en hij stierf.
28 En Lamech leefde honderd twee en tachtig jaren, en hij gewon een zoon.
Noach » 1056
29 En hij noemde zijn naam Noach, zeggende: Deze zal ons troosten over ons
werk,
en over de smart onzer handen, vanwege het aardrijk,
dat de HEERE
vervloekt heeft!
30 En Lamech leefde, nadat hij Noach gewonnen had,
vijfhonderd vijf en
negentig jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
31 Zo waren al de dagen van Lamech zevenhonderd zeven en zeventig jaren;
en
hij stierf.
32 En Noach was vijfhonderd jaren oud; en Noach gewon Sem, Cham en Jafeth.
Sem, Cham, Jafeth » 1556