HAEH 


Genesis 6  1-7
  

  «      

    

     
 

1 En het geschiedde, als de mensen op den aardbodem begonnen te 
   vermenigvuldigen, en hun dochters geboren werden,
   Hoeveel mensen er toen woonden op de aarde is niet te raden, maar vele 
   tienduizenden moet toch wel het minste zijn.
   
2 Dat Gods zonen de dochteren der mensen aanzagen, dat zij schoon waren, 
   en zij namen zich vrouwen uit allen, die zij verkozen hadden.
   Dat daaronder zeer veel mooie vrouwen waren is natuurlijk helemaal niet
   verwonderlijk. Echter dat geestelijke wezens zich materialiseerden om met
   de dochters der mensen om te gaan gaat boven onze voorstellingsvermogen.
   
3 Toen zeide de HEERE: Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met den mens,
   dewijl hij ook vlees is; doch zijn dagen zullen zijn honderd en twintig jaren.
   Het is niet naar de zin van God dat zoiets gebeurt, ook de leeftijd van de mens 
   schijnt tot het maximum van honderd en twintig te zijn vastgelegd.
  
4 In die dagen waren er reuzen op de aarde, en ook daarna, 
   als Gods zonen tot de dochteren der mensen ingegaan waren, 
   en zich kinderen gewonnen hadden; deze zijn de geweldigen, 
   die van ouds geweest zijn, mannen van name.
  
Ook die zonen Gods konden zich voortplanten!? De nakomelingen ervan schijnen
   opgevallen te zijn door hun grootte en hun kracht?
   

5 En de HEERE zag, dat de boosheid des mensen menigvuldig was op de aarde, 
   en al het gedichtsel der gedachten zijns harten te allen dage alleenlijk boos was.
  
En in plaats van paradijselijke toestanden gaan onzedelijke gewoonten de regel
   worden. Dat was en is nooit de bedoeling van onze Schepper geweest.
    

6 Toen berouwde het den HEERE, dat Hij den mens op de aarde gemaakt had, 
   en het smartte Hem aan Zijn hart.
  
Ook God kan spijt hebben van in aanleg zo'n wonderlijk wezen als de mens, als 
   deze het verkeerde pad blijft kiezen.
   

7 En de HEERE zeide: Ik zal den mens, dien Ik geschapen heb, 
   verdelgen van den aardbodem, van den mens tot het vee, 
   tot het kruipend gedierte, en tot het gevogelte des hemels toe; 
   want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb.
   De Here heeft beslist dat het zo niet langer kan, de situatie wordt drastisch
   verandert. Er moet een nieuw begin gemaakt worden.
 

 
     
  down


 
 

Genesis 6  1-7

 «