| |
20 Vijftien ellen omhoog namen de wateren de overhand,
en de bergen werden
bedekt.
Al waren de bergen 15 millimeter bedekt met
water, het zou dan voor de rest van de
wereld een zeer natte boel geweest zijn.
21 En alle vlees, dat zich op de aarde roerde, gaf den geest, van het
gevogelte,
en van het vee, en van het wild gedierte, en van al het
kruipend gedierte,
dat op de aarde kroop, en alle mens.
En hier is het antwoord, inderdaad, je kunt nergens
meer naar toe, al zou er boten
overgebleven zijn, ze waren niet voorbereid op
deze ramp.
22 Al wat een adem des geestes des levens in zijn neusgaten had,
van alles
wat op het droge was, is gestorven.
Een watersnood is kinderspel vergeleken bij
deze ramp, je kunt immers nergens
meer naar toe, alles moet het na een tijdje wel
begeven.
23 Alzo werd verdelgd al wat bestond, dat op den aardbodem was,
van den
mens aan tot het vee, tot het kruipend gedierte,
en tot het gevogelte
des hemels, en zij werden verdelgd van de aarde;
doch Noach alleen bleef
over, en wat met hem in de ark was.
Ook de vogels lijken het wat langer te kunnen
volhouden, maar wat doe je als
er geen voedsel meer voor je is, en het water
ondrinkbaar?
24 En de wateren hadden de overhand boven de aarde, honderd en vijftig
dagen.
En het was een paar dagen zo, dan zou je nog
een mirakel hier en daar kunnen
verwachten, nee, honderd en vijftig dagen
alleen maar water...eindeloos water..
|
|