Charles Darwin’s boek ‘The
origin of species’ [15] gepubliceerd in
1859 was zonder twijfel het meest invloedrijke boek van de 19de eeuw. Het was niet zozeer
schokkend als biologische theorie, maar met name vanwege de
verandering in het wereldbeeld die het teweeg bracht.
Niet langer werd de wereld gezien als één die
noodzakelijkerwijs gecreëerd was door een Schepper, maar volgens
Darwin kon de combinatie van natuurlijke wetmatigheden en toevallige
veranderingen het ontstaan van de natuurlijke wereld verklaren. Omdat
dit idee goed aansloot bij de wetenschappelijk-filosofische en sociaal-politieke
tijdsgeest van de 19de eeuw
vond het grote weerklank [7]. Darwin’s gedachtengoed is inmiddels
gemeengoed geworden 18 en
begrippen als ‘natuurlijke selectie’ en ‘survival of the fittest’
zijn algemeen bekende termen. Bij een kritische beschouwing blijkt er
echter verbazend weinig wetenschappelijke onderbouwing te zijn voor zo’n
belangrijke theorie als Darwin’s mechanisme van evolutie. Een goede
definitie van het begrip evolutie is nodig om dit te verduidelijken.
Evolutie als simpelweg ‘verandering’ of ‘adaptatie’ is overal
in de levende wereld waar te nemen. Er zijn allerlei voorbeelden
hiervan, bijvoorbeeld de verandering van de bekgrootte van de beroemde
vinken die Darwin op de Galapagos eilanden bestudeerde. Evolutie
gedefinieerd als de ‘verklaring voor het ontstaan van het leven en
het ontstaan van de huidige biodiversiteit’ is echter een dogma dat
bij nauwkeurige beschouwing nauwelijks wetenschappelijk onderbouwd is.
Bewijs ervoor is op zijn best sporadisch. Bijvoorbeeld, binnen Darwin’s
mechanisme van geleidelijke veranderingen zouden nieuwe soorten zeer
geleidelijk ontstaan en zou men in fossiele vondsten vele
overgangsvormen moeten aantreffen. Het tegendeel is waar. Soorten zijn
verbazend stabiel en nieuwe soorten blijken plotseling in reeds
tamelijk complete vorm te verschijnen. In 1972, ruim een eeuw na
Darwin’s boek, verscheen een gezaghebbend artikel van Niles Eldredge
en Stephen Jay Gould [17], waarin dit werd onderkend en een ander
idee, punctuated equilibrium, werd geponeerd waar juist plotselinge
veranderingen door catastrofes essentieel zijn. De oorzaak voor de
biodiversiteit werd hierdoor echter nog niet veel duidelijker. Een
interessante moderne tool voor evolutieonderzoek wordt geboden door de
moleculaire biologie en biochemie van de microscopische processen in
de cel. De cel is een wonderbaarlijk complex geheel van vele
onafhankelijke 19 elementen
en processen. Een eenvoudige cel bevat reeds pakweg 10000
verschillende moleculen die op vele wijzen met elkaar verbonden zijn.
Moleculair biologen en biochemici zoals Michael Denton en Michael Behe
[18] kritiseren het evolutiemechanisme naar aanleiding van specifieke
voorbeelden zoals bijvoorbeeld de bacteriële zweepstaartmotor (figuur
4), de bloedstollingcascade, en het intracellulaire transportsysteem.
Deze biologische systemen zijn onherleidbaar complex in de zin dat
alle componenten met elkaar verweven zijn en het systeem niet
functioneert als je één element wegneemt. Een nauwkeurige
beschouwing van de microscopische details toont aan dat zulke systemen
onmogelijk door de combinatie van mutaties en natuurlijke selectie
kunnen zijn geëvolueerd, zelfs niet in het ontzagwekkende tijdsbestek
van vier miljard jaar. Dit soort studies tonen op zijn minst het
ongelijk aan van de grote Figuur
4: Bacteriële zweepstaartmotor [16]. stelligheid
waarmee door dogmatische neo-darwinisten zoals Richard Dawkins [19]
het ‘feit van de evolutie’ van chemische soep naar cel, en van cel
naar complexe organismen als de mens wordt gepresenteerd. Ik voorspel
dat er een paradigmaverandering zal optreden rond Darwin’s
evolutietheorie die mijns inziens ernstig tekort schiet als verklaring
voor de geschiedenis van deze wereld. Ik werd hier voor het eerst op
geattendeerd door de boeken van Arie van den Beukel, emeritus
hoogleraar bij TU Delft [2]. Als hij nú 18 was, zou hij geen fysica
maar juist biologie gaan studeren omdat het dáár volgens hem een
spannende en interessante tijd gaat worden. Ik voel met hem mee,
alhoewel juist een fysicaopleiding nog helemaal niet zo’n slechte
basis is om aan biologische problemen te werken. Ik zal mij niet
professioneel bezig houden met Darwin’s evolutietheorie omdat dit
ver af staat van mijn expertisegebied. Ik betwijfel of ik op dit
gebied een nieuwe bijdrage kan leveren aan de discussie, maar het
fascineert wel, mede vanwege de diepere vragen die hierachter liggen
op gebied van wetenschap en levensbeschouwing.
Uit:
Het kleine is groots