| |
In 1924 ontwikkelde Alexander Oparin,
een Russische geleerde, de hypothese hoe organische verbindingen bij het begin van de aarde gevormd
zouden kunnen zijn. Veel van de nodige energie zou geleverd
kunnen worden door vulkanische activiteit, door UV stralen en
bliksemschichten. Waardoor het mogelijk zou zijn dat verschillende moleculen met elkaar reageerden en zo nieuwe organische verbindingen vormden, zoals aminozuren DNA en
RNA (ribonucleïnezuur). Hij beschreef deze ideeën in The Origines
of Life (1936), hoe vervolgens met de volgende stappen het eerste
leven zou hebben kunnen ontstaan :
-
Als eerste moet er een planeet zijn met gassen
in de atmosfeer die kunnen dienen als basis materiaal voor het
leven. Over het algemeen wordt in de astronomische kringen
aangenomen dat ons zonnestelsel met de aarde uit een
stoffige wolk is ontstaan zo'n 5 miljard jaar geleden.
-
Dan kunnen er willekeurige simpele
organische moleculen ontstaan uit de gassen van die atmosfeer (zoals
aminozuren die de basis van de proteïnen vormen). Hij dacht dat
de oeratmosfeer grotendeels zou bestaan uit waterdamp (H2O),
koolzuur (CO2), koolmonoxide (CO), stikstof (N2),
methaan (CH4 ), en ammoniak
(NH3 )
-
Daarna zou er de formatie van grotere,
ingewikkelder moleculen (macromoleculen) zelfs het ontstaan van
simpele proteïnen mogelijk zijn. Omdat het oppervlak van de aarde
afkoelde zouden stortregens van deze mengsels de eerste zeeën
kunnen vormen, als het ware de 'oersoep'.
-
Dan is de vorming van coacervates mogelijk, bijzondere druppels
die de macromoleculen zouden omgeven. Eigenlijk zijn het een
soort druppels, met een zeepbelconstructie.
-
En nu komt het:
De ontwikkeling van een bepaald type chemische organisator die
bepaalde moleculen toelaten in die 'druppels' en in staat zijn
anderen tegen te houden.
En op die manier een zekere controle over de inhoud van de
druppels te verzekeren.
Deze organisatoren zouden waarschijnlijk veel gelijkenis hebben
met nucleïnezuur
(die op hun beurt de basis van chromosomen vormen).
-
De ontwikkeling van gecontroleerde
vermeerdering om te verzekeren dat de daar uit voortvloeiende
'dochter' cellen dezelfde chemische capaciteiten bezitten. Deze
druppels zouden nu beschouwd kunnen worden als de eerste
primitieve cellen.
-
De start van evolutionaire ontwikkelingen op
zo'n manier dat een groep van cellen zich kunnen aanpassen aan de
veranderingen in het milieu over een lange tijdsperiode.
Alhoewel Oparins ideeën tegenwoordig met coacervates
minder steun krijgt dan:
Fox
microspheres
Wächtershäusers
vesicles,
Haldane
viroids,
Hij blijft één van de eerste die de handschoen heeft opgenomen
|
|