Het was dus Needham geweest die bouillon in een fles had gedaan,
gekookt en afgesloten, en daarna gewacht, die beweerde dat er toch weer
micro-organismen tevoorschijn kwamen.
Spontane generatie leek dus bewezen.
Lazzaro Spallanzani, een italiaanse priester was echter niet overtuigd
door Needhams proeven.
Hij dacht dat de micro-organismen misschien met de lucht naar binnen waren
gekomen net voordat de fles werd afgesloten. Om deze theorie te testen paste hij
Needhams experiment wat aan. Hij deed kippenbouillon in een fles, deed de
fles dicht en zoog de lucht boven de bouillon weg, en pas daarna verwarmde hij
de bouillon. Nu kwamen er geen micro-organismen tevoorschijn. Maar de
voorstanders van spontane generatie beweerde nu dat Spallanzani alleen maar had
bewezen dat micro-organismen lucht nodig hadden om te kunnen ontstaan!
Hierna was het aan de beurt van Pasteur om ook deze proef weer beter te
doen.