In de aardolie-industrie spreekt men over crude of
petroleum in plaats van over aardolie. Het woord petroleum komt uit
het Grieks : petra = steen en oleum = olie, m.a.w. olie uit steen.
Aardolie wordt uit de (vroegere) zee gehaald en bestaat uit een
mengsel van afgestorven plankton, klei, zand, grind en keien. In de
loop der tijden wisselden perioden met veel plankton en perioden met
weinig plankton elkaar af. Na het afsterven van het plankton zakte het
naar de zeebodem waar een planktonrijke laag ontstond.. Deze raakte
vermengd met klei, zand, grind en keien, die door de rivieren werden
aangevoerd. Wanneer een dergelijke planktonrijke periode werd gevolgd
door een planktonarme periode, raakte de planktonrijke laag bedekt
door een laag van zand, klei of stenen. Doordat planktonrijke - en
planktonarme periodes elkaar afwisselden, ontstond er op de zeebodem
een gelaagde structuur. Door grondverschuivingen kwam dit lagenpakket
onder andere aardlagen terecht. Het planktonrijke slib werd daardoor
blootgesteld aan hoge druk en hoge temperatuur. Als gevolg daarvan en
door het feit dat er een gebrek aan zuurstof was, traden er
ontledingsprocessen op, waarbij aardolie en ook dikwijls aardgas
ontstonden. Aardolie en aardgas bevinden zich in een laag die bestaat
uit poreus gesteente. Deze laag is ingesloten door twee ondoorlaatbare
lagen. Naast de aardolie en het aardgas is er meestal een hoeveelheid
zout water aanwezig. De kleur van aardolie hangt af van de lichtinval,
zo kan zij zwart tot zelfs geel-oranje zijn. Naargelang de
omgevingstemperatuur varieert de aardolie van dun en vloeibaar tot
taai en hard. De brandbaarheid gaat van ontvlambaar bij
omgevingstemperatuur tot ontvlambaar bij een hogere temperatuur.
Aardolie is eigenlijk net een kameleon, het voorkomen ervan varieert
naargelang de omstandigheden. De enige echt karakteristieke eigenschap
is de geur! Een eigenaardige eigenschap van crude is dat hij niet in
water oplosbaar is, maar bij voorbeeld wel in benzeen of in
koolstofdisulfide.
Even geleend van Verkenning