Wat is dat: de ijstijd?
In de 19e eeuw kwamen geologen tot de conclusie
dat er een relatief korte periode in de aardgeschiedenis moet zijn
geweest, waarin ijskappen grote delen van de wereld hebben bedekt. Men
concludeerde dat in eerste instantie naar aanleiding van allerlei
verschijnselen in de Alpen, die met gletschers te maken hebben, zoals
morenepuinen, gesteentekrassen en verschijnselen in vele dalbodems,
die wezen op het aanwezig geweest zijn van enorme gletschers. Daarbij
kwam dat men zich in geologische kringen bewust werd van het feit dat
de Alpengletschers zich toentertijd over het algemeen snel
terugtrokken. Enkele voorbeelden: de Rhônegletscher lag in de eerste
helft van de 19e eeuw nog tot bij Gletsch (waar de Furka- en de
Grimselpas beginnen), nu ligt hij kilometers meer terug en honderden
meters hoger bij de Furkapas. In diezelfde eeuw bedreigden de
gletschers Mer de Glace ten oosten, en Glacier des Bossons ten westen
van Chamonix de toegang tot deze plaats en werden bidstonden
georganiseerd om de dreiging van ijs en water af te wenden. In de paar
jaren dat we vlak bij de Bossons kampeerden, trok deze gletscher zich
rond 60 m per jaar terug. De Zwitserse bioloog/geoloog Louis Agassiz
(1807-1873) veronderstelde dat er een (relatief korte en recente)
periode moest zijn geweest dat grote delen van de wereld door
ijskappen waren bedekt. Sporen van de Rhônegletscher werden gevonden
tot bij Lyon(!) Ten gevolge van het opkomend evolutionisme werd echter
de datering en de duur van Agassiz' ijstijd al snel meegetrokken in de
zich steeds maar uitdijende chronologie, zodat de klassieke opvatting
heden ten dage is, dat die ijstijd enkele miljoenen jaren heeft
geduurd, dat er verschillende ijstijden in die tijdsspanne zijn
geweest, en dat de laatste zo'n 10.000 jaar geleden eindigde.
Rinus
Kiel