Het carboon was voor
ons heel belangrijk want uit de bossen van die periode heeft zich op
veel plaatsen op aarde steenkool gevormd. Steenkool ontstaat uit dikke
lagen veen, en die komen tot stand bij overvloedige plantengroei. De
groei van planten moet zo weelderig zijn dat een dikke laag
afgestorven planten ontstaat waar vrijwel geen lucht doorheen komt. De
onderste afgestorven planten krijgen dan geen zuurstof met als gevolg
dat ze niet op de normale manier kunnen vergaan. Deze niet volledig
vergane planten vormen dan veen. Als een dikke veenlaag door sediment
wordt bedekt kan steenkool ontstaan, en dit is met het veen uit het
carboon vaak gebeurd.
Tijdens het carboon
begint ook het dierenleven op het land zich te ontwikkelen. Met name
verschijnen de eerste reptielen en ook veel insecten. Onder meer
vlogen er in die tijd enorme libellen op aarde rond.
Nog weer 50 miljoen
jaar dichter bij de huidige tijd, dus ongeveer 250 miljoen jaar
geleden, heeft op aarde waarschijnlijk een enorme ramp plaatsgevonden.
We zijn dan in het perm, een ander tijdperk binnen het paleozoïcum.
Een groot deel van het zuidelijk halfrond is in deze periode met ijs
bedekt geweest. Ook zijn er aanwijzingen dat hele continenten zich
over grote afstanden hebben verplaatst. Voor het planten- en
dierenleven hebben deze barre omstandigheden ingrijpende gevolgen
gehad. Veel diersoorten stierven uit en andere ondergingen grote
evolutionaire veranderingen waardoor ze zich konden handhaven. Alle
trilobieten zijn in deze periode verdwenen, maar de reptielen hebben
het overleefd en werden juist talrijker.
Even geleend van Filoscoop