Ook is
er het eigenaardige gegeven dat Dubois naar Indonesiė (Sumatra) ging in 1887
en
vastbesloten was om daar de 'missing link' te vinden? Eugene Dubois was geen paleontoloog
(hij ging als legerarts naar Sumatra toe, paleontologie was zijn hobby).
Paleontologie = De wetenschap van het fossiel
|
Hij begon met opgravingen in Sumatra. Hier
hield hij toezicht op het verzamelen van meer dan twaalfduizend
fossielen uit de omgeving van de berg Lawu. De fossielen varieerden
van vissen tot olifanten en nijlpaarden, maar er werden geen
mensapen of vroegere mensen gevonden.
Hij was
van plan zijn werkterrein naar Java te verplaatsten toen hij in 1888 hoorde
van
een vondst daar van een schedel. Deze Wadjak 1, was ontdekt door B.D. van
Rietschoten, een ingenieur die naar marmer zocht.
Dubois ging naar Java en vond daar in 1890 een wat minder mooi exemplaar, Wadjak 2 .
Nog in datzelfde jaar verplaatste Dubois zijn aandacht naar de
oevers van de Solo bij het dorp Trinil, 90 km noordelijker. In een bocht van deze rivier
waren door erosie lagen zandsteen en vulkanische as blootgelegd. Het
leek een geschikte plaats om fossielen aan te treffen.
In september
1891 vonden de arbeiders een mensachtige fossiele tand.en een maand
later de schedelkap. Dubois groef zelf niet mee, maakte weinig aantekeningen van de plaatsen waar
werd gegraven, ook omdat zijn kennis van aardlagen onvoldoende was. In
augustus 1892 werd een femur (dijbeen) gevonden, in de buurt van de
plaats waar de schedelkap was gevonden. Dubois zelf
wist het ook niet precies meer, vijftien meter daar vandaan was zijn beste gok.
Dubois geloofde dat de kiezen, schedelkap en het
dijbeen van hetzelfde wezen waren. Ondanks dat deze vijftien meter van elkaar
gevonden waren in aardlagen waar honderden dierresten werden gevonden. Dat was
nogal een gewaagde veronderstelling. Hij noemde dit wezen Pithecantropus Erectus
Pithecanthropus Erectus
Pithecos is Grieks voor aap, Anthropos betekent mens en Erectus
betekent rechtop.
|
Dit moest dus een 'missing link' zijn maar dan waren er nog de
eerder gevonden Wadjak schedels die duidelijk van een mensachtigen waren. Als
die
aardlagen dezelfde waren als die van de Java mens dan had Dubois een probleem. Immers, als de mens al
leefde in dezelfde periode als de Java mens dan komt een missing link niet erg geloofwaardig
over. Buiten een kort verslag aan de Oost Indische Compagnie die hij
verplicht moest
opzenden vertelde hij daarna verder niets over de Wadjak schedels.
Dezelfde site werd in 1907-08 nog intensief onderzocht door de
zeer professionele Selenka-Trinil expeditie. Deze vond veel fossielen, deze
waren hoofdzakelijk modern. Frau Selenka, de leidster van de expeditie was er
zeker van dat Pithecantropus en moderne mensen in dezelfde tijd leefden.
Pas in 1920,
toen Stuart A.Smith een artikel publiceerde over de Talgai man en dus beweerde
dat hij de eerste voor- australische inwoners had ontdekt kon Dubois dat
niet op zich laten zitten en haalde de Wadjak schedels tevoorschijn. Nu had hij dus
eigenlijk ook de eerste australiėrs ontdekt!
Koenigswald bezocht Dubois in 1936, en vroeg hem of hij de originele "Java
mens" fossielen mocht bekijken. Ook deze was teleurgesteld over de
fossielen en twijfelde of de beenderen wel van hetzelfde wezen waren.
Ook komt het verhaal op het einde van Dubois leven tersprake dat hijzelf dacht
dat de schedelkap van een gibbon was. Vermoedelijk dacht hij aan een
reusachtige gibbon die tussen de apen en de mens in stond.