Hugo de Vries dankt zijn roem aan de mutatietheorie
Al op twaalfjarige leeftijd kreeg de in 1848 (150 jaar geleden)
geboren Hugo de Vries een prijs voor een herbarium met honderd
planten. Hij besloot natuurfilosofie te gaan studeren in Leiden en
kwam zo in aanraking met de omstreden ideeėn van Darwin. Ter
provocatie van zijn hoogleraar nam hij bij zijn dissertatie zelfs twee
stellingen op over evolutie. In 1877 kreeg De Vries een aanstelling in
de experimentele plantenfysiologie bij de Universiteit van Amsterdam.
Zijn werkterrein was de Amsterdamse Hortus Botanicus, die door zijn
toedoen aanzienlijk uitgebreid werd. De UvA eert haar voormalig
hoogleraar, directeur van de Hortus en een van de grootste Nederlandse
geleerden dit jaar met een symposium, meerdere tentoonstellingen en
een zestal lezingen.
De Vries' fysiologische werk spitste zich toe op de groei bij
planten. Hij toonde aan dat turgor in plantencellen verantwoordelijk
is voor groei. Zonder zijn inspanningen zouden termen als 'osmotische
druk' en 'plasmolyse' misschien nooit hun weg hebben gevonden naar de
biologieboeken in het middelbaar onderwijs. Ondanks deze verdiensten
was het de evolutionaire genetica waarmee De Vries wereldberoemd werd.
Even geleend van TU
Delft