Vlinders nemen een
bijzondere plaats in in de dierenwereld. Ze zijn kleurig, fascinerend
en onschuldig en hebben dan ook bijnamen als vliegende juwelen of
vliegende bloemen. Ze vormen geen bedreiging omdat ze niet kunnen
bijten of steken. Bij de oude Grieken dacht men dat wanneer de ziel
van een overledene het lichaam verliet de ziel dan in de vorm van een
vlinder naar de hemel ging. Het woord "psyche" betekent in
het Grieks zowel ziel als vlinder.
Met als kenmerk 6 poten, 1
paar antennes en een geleed lichaam (kop, borststuk en achterlichaam)
en vleugels horen vlinders tot de insecten. Aan de hand van
vleugelkenmerken zijn er een aantal onderverdelingen gemaakt zoals
schildvleugeligen (kevers), vliesvleugeligen (bijen, wespen en
mieren), rechtvleugeligen (sprinkhanen en krekels) en de
schubvleugeligen (de vlinders). De vlindervleugels bestaan uit
schubben die als dakpannen op elkaar gestapeld zijn. De schubben zijn
hol en vormen a.h.w. een soort tasje, gevuld met pigment dat de
vlinder zijn mooie kleuren geeft. Bij sommige soorten (de
weerschijnvlinders) hebben deze schubben nog een reliëf, waardoor er
een bijzonder vorm van breking van licht ontstaat en er een
metaalachtige glans op de vleugels ontstaat. De schubben zijn voorzien
van een dun waslaagje, waardoor de vlinder in zekere mate
waterafstotend is. Mannetjesvlinders hebben ook geurschubben, van
belang voor het samenbrengen van partners. Het poeder dat van de
vleugels afkomt als je ze aanraakt zijn in feite schubben.
Vlinders,
boeiend en verassend