De Indianen zijn voor ons begrip betrekkelijk laat in Amerika
gekomen, voorzichtige schattingen doen ons aannemen dat ze ongeveer
20.000 à 30.000 jaar geleden over de Bering-zee en Alaska in
verscheidene golven aangekomen zijn. De Indianen zijn van Aziatische,
maar niet van Mongoolse oorsprong, zoals vroeger werd aangenomen.
Amerika is dus met uitzondering van Australie op één na het laatste
continent waar mensen zich van elders gevestigd hebben. En er zijn
bewijzen dat er vòòr de volksverhuizing van de Indianen geen mensen
in Amerika woonden.
Hun zeden en gewoonten in de tijd na de ontdekking door Columbus
zijn geheel anders dan wij ons meestal voorstellen, vooral omdat de
boeken van Karl May net als de vele films ons Indianen laat zien die
uitsluitend in tenten, de zogezegde 'teepees' woonden en die
allen die prachtige veren hoofdtooi droegen.
Vastgesteld moet worden dat er geen sprake is of was van een 'typische'
Indiaan. De vele stammen hadden elk zeer eigen kenmerken. Onze ideeën
over Indianen zijn namelijk gebaseerd op de 'prairie-Indianen'.
Deze stammen woonden inderdaad in tenten van buffelhuiden met een
rookklep bovenin. Maar de Algonkin in het oosten van de USA woonden in
'wigwams' een soort koepelvormige hut, die ze van hout maakten
en bedekten met boombast. Sommige Irokezen bewoonden een soort
rechthoekige hutten, waarvan de wanden uit bast of geweven matten
bestonden. De Apachen hadden hutten bedekt met een graslaag. In
Florida woonden Siminolen in 'paalwoningen', terwijl de
Pueblo-Indianen zeer fraaie woningen wisten te bouwen. Deze huizen
hadden een terrassenbouw en werden als het ware op elkaar gestapeld.
Een ingang was er niet, men klom met ladders op het dak en bereikten
het interieur via een luik. Bijna geheel onbekend zijn de prachtige
houten huizen van de Indianen in het noordwesten. Hier hadden de
kamers zelfs houten vloeren, terwijl wanden voor de gewenste indeling
zorgden. Bij deze huizen stonden de bekende 'totempalen' met
hun kunstig snijwerk.
Indianen