Tips




Overige





MS-DOS commando's

Inleiding
Hier vindt u een overzicht van de MS-DOS commando's welke u heden ten dage in het Windows tijdperk nog steeds van pas kunnen komen. Want DOS is nog alles behalve passe.
ATTRIB
Hiermee toont u de eigenschappen van een bestand of directory of u stelt ze in.

ATTRIB [+R | -R] [+A | -A] [+S | -S] [+H | -H] [[drive:][path]filename] [/S]

+  Stel een attribuut in.
-  Verwijderd een attribuut.
R  Read-only (alleen-lezen) bestandsatribuut
A  Archief bestandsatribuut
S  Systeem bestandsatribuut
H  Hidden (verborgen) bestandsatribuut
/S Heeft effect op bestanden in alle directories binnen het specifieke pad.
BREAK
Hiermee stelt u in of DOS de CTRL+Break combinatie moet controleren. Voor de huidige status tikt u in BREAK zonder verdere instellingen.

BREAK [ON | OFF]
CALL
Gebruikt dit commando om vanuit het ene batchprogramma een ander batchprogramma aan te roepen.

CALL [drive:][path]filename [batch-parameters]
CD / CHDIR
Met het commando CD veranderd u van directory of krijgt u informatie omtrent de huidige directory.

CD [path]   Ga naar de met 'path' opgegeven directory.
CD..  Ga naar de directory boven de huidige.
CD\  Ga naar de root (hoofddirectory).
CHKDSK
Met CHKDSK (Checkdisk) controleert u een schijf en krijgt u een overzicht van de bestands- en geheugenstatus.

/F  Herstelt fouten op de schijf.
/V  Toont het volledig pad en naam van elk bestand op de schijf.
CLS
CLS staat voor ' Clear Screen' en zorgt ervoor dat de aanwezige tekst van het DOS-scherm wordt verwijderd.
COMMAND
Hiermee opent u een kopie van 'Command Interpreter' (een DOS-scherm). Wanneer u op uw desktop een snelkoppeling wilt hebben die u direkt naar een DOS-scherm brengt dan gebruikt u ook het COMMAND-commando.

COMMAND [d:][path] [device] [/P][/E:(size)] [/MSG][/Y [/C (command)|/K (command)]
COPY
Kopieert 1 of meerdere bestanden naar een andere locatie.

COPY [/A | /B] source [/A | /B] [+ source [/A | /B] [+ ...]] [destination [/A | /B]] [/V] [/Y | /-Y]

/A  Geeft aan een ASCII tekst bestand.
/B  Geeft aan een Binair bestand.
/V  Controleert of nieuwe bestanden correct worden opgeslagen.
DEL
Verwijder een bestand of groep van bestanden.

[d:][path]filename [/P]

/P  Vraagt een bevestiging om te verwijderen.
DELTREE
Verwijdert een directory met alle onderliggende bestanden en subdirectories.

DELTREE [/Y] [d:]path [d:]path[...]

Wees voorzichtig met dit commando, want ongewild kunt u zo teveel informatie verwijderen!
DIR
Geeft een overzicht van de huidige schijf, directories en bestanden.

DIR [d:][path][filename] [/A:(attributes)] [/O:(order)] [/B][/C][/CH][/L][/S][/P][/W]

/P  Pauseert bij elk pagina einde.
DISKCOPY
Maakt een exacte kopie van een diskette.

DISKCOPY [d:] [d:][/1][/V][/M]

/V  Controleert of de informatie correct gekopieerd wordt.
ECHO
Toont berichten of zorgt ervoor dat er juist geen berichten worden getoond. Begint u bijvoorbeeld binnen het opstartbestand AUTOEXEC.BAT met de regel ECHO off, dan volgen er geen berichten.

ECHO on|off
ECHO (message)
EXIT
Hiermee sluit u een DOS-sessie af. Dus wanneer u vanuit windows naar het MS-DOS prompt bent gegaan, keert u terug naar door EXIT in te tikken.
FDISK
Voor een harde schijf gebruikt kan worden zal deze eerst voorbereid moeten worden d.m.v. FDISK.

FDISK [/status]

/status  Geeft de partitie-informatie van de betreffende schijf.
FORMAT
Met dit commando formatteert u de harde schijf.

FORMAT d:[/1][/4][/8][/F:(size)] [/N:(sectors)] [/T:(tracks)][/B|/S][/C][/V:(label)] [/Q][/U][/V]
LABEL
Met dit commando geeft u een naam aan een (harde) schijf.

LABEL [d:][volume label]
MEM
Geeft een overzicht van de hoeveelheid gebruikte en aanwezige geheugen.

MEM [/program|/debug|/classify|/free|/module(name)] [/page]
MD / MKDIR
Hiermee maakt u een directory aan.

MKDIR (MD) [d:]path
MORE
Dit commando zorgt ervoor dat de uitvoer steeds per scherm wordt getoond.

MORE < (filename or command)
(name)|MORE
MOVE
Met MOVE verplaatst u bestanden naar een door u op te geven locatie.

MOVE [/Y|/-Y] [d:][path]filename[,[d:][path]filename[...]] destination
NUMLOCK
Wanneer u dit commando opneemt in de CONFIG.SYS kunt u opgeven op Numlock aan of uit moet staan.

NUMLOCK=on|off

PROMPT
Verandert het DOS prompt.

PROMPT [prompt text] [options]

$Q  = (is gelijk teken)
$$  $ (dollar teken)
$T  Huidige tijd
$D   Huidige datum
$P  Huidige (harde) schijf en pad
$V   Windows versie
$N  Huide (harde) schijf
$G  > (groter dan teken)
$L  < (kleiner dan teken)
$B  | (pipe teken)
$H  Backspace (verwijderd het vorige karakter)
$E  Escape code (ASCII code 27)
REN / RENAME
Hiermee verandert u de naam van een bestand.

RENAME (REN) [d:][path]filename [d:][path]filename
RD / RMDIR
Met RD verwijderd u een directory mits deze leeg.

RMDIR (RD) [d:]path
SYS
Zet de systeembestanden over naar een andere (harde) schijf.

SYS [drive1:][path] drive2:
TREE
Geeft in een boomstructuur een overzicht van de aanwezige directories.

TREE [d:][path] [/A][/F]
TYPE
Geeft de inhoud weer van een tekstbestand.

TYPE [d:][path]filename
XCOPY
Met XCOPY kunt u directries, subdirectories en bestanden kopieeren.

XCOPY [d:][path]filename [d:][path][filename] [/A][/D:(date)] [/E][/M][/P][/S][/V][/W][Y\-Y]

Boven