Vlaardingen a/d Maas







DirksTop100

® VLAARDINGEN MIJN HARINGSTAD VOL NOSTALGIE, HISTORIE EN OUDE ANSICHTKAARTEN ©

Dirk Tempelaar, Hoek van Holland Back to home Dirk Tempelaar

Jouw Website ook in een WebRing? Join Now!!
Powered by WebRing

  nostalgie & historie
  
  nieuwe haring uit vlâring

Index:




Vlaardingen als toen...

Video: Kees Maarleveld - Stem: Jaap Prins





Hangjeugd in Vlâring (limerick)

De hangjeugd hangt het meest in Vlâring
Op plaatsen geheel naar hun gading
Hogerhand zegt nee
Hangjeugd, weg ermee
Laat ze maar hangen, neem een hâring!





Opmerkingen van 'Jan van Plan' 1935 ( hommage aan Jaap van IJperen † 1972 )

Jaap van IJperen - mijn grootvader en leermeester - uit Vlaardingen was ooit een ruwe zeebonk, maar na het beëindigen van zijn zeemansloopbaan kon hij moeilijk zijn draai aan wal vinden en was hij gedoemd allerlei tijdelijke baantjes aan te nemen om het hoofd boven water te houden. Zo was hij onder meer werkzaam als Bootwerker-Opperman-Landarbeider-Fabrieksarbeider-Journalist-Melkboer-Controleur en Krantenbezorger. Het bracht allemaal niet zoveel op, maar het lukte hem toch zijn gezin draaiende te houden, ondanks het feit dat zijn gezin harder groeide dan het inkomen.
Jaap van IJperen bleef zoeken naar een vaste baan om zijn gezin een wat solidere basis te geven. Toen dat in de crisisjaren niet wilde lukken, sloot hij zich - bijna als vanzelfsprekend - aan bij de Sociaal Democratische Arbeiders Partij ( SDAP ) een moderne arbeidersbeweging, de Arbeidersjeugd Centrale ( AJC ) of een andere culturele organisatie binnen de 'Rooie Familie'.
Als secretaris van de partijafdeling ging Van IJperen op 27 oktober 1935 naar een congres van de SDAP waar het befaamde 'Plan van de Arbeid' werd gelanceerd, en die ervaring werd bepalend voor zijn verdere leven. Hij kwam er zo enthousiast vandaan, dat hij zijn congresverslag in rijmvorm aan zijn partijgenoten presenteerde waarmee hij veel succes oogste.
En daarmee was 'De Vlaardingse arbeidersdichter' geboren. Onder het pseudoniem van 'Jan van Plan' publiceerde hij - gedurende ruim een jaar - zijn politieke verzen en andere gedichten in het 'Vlaardings Volksblad', een bijlage van het socialistische dagblad 'Voorwaarts'. De eerste 'Jan van Plan' op rijm verscheen 3 december 1935 in het 'Vlaardings Volksblad' en luidde als volgt:

OPMERKINGEN VAN JAN VAN PLAN

jan van plan is in zijn nopjes,
jan van plan is in zijn sas.
omdat de opkomst uit zijn woonplaats,
in schiedam geweldig was.
acht en vijftig stoere stoere werkers
waren in het volksgebouw,
't waren heus alleen geen mannen,
naast de man was daar de vrouw.

iedereen was opgetogen
over wat de spreker zei,
onder het naar huis gaan was 't:
'zeg eens makker, wat doe jij?'
'ik? ik maak vandaag nog plannen,
'k ben 'n vrijdag weer present.
'k ga een beetje colporteren,
met dat blaadje van drie cent.'

ja, zo zou het moeten wezen,
kameraden, dan is het goed.
als een ieder naar zijn krachten
voor het plan zijn aandeel doet.
kameraden, met z'n allen,
maken wij de wereld rood,
laat de krijgstrompetten schallen
werk met ' vrijheid arbeid brood '.


AAN DE VROUWEN

jan van plan wil wel verklappen,
dat het erop lijken gaat,
of de vrouwen heel niet snappen,
waar het in het plan om gaat.

't plan dat wil de hefboom worden
die ons trekt uit het moeras,
't plan betekent nieuwe orde,
waar tot nog toe chaos was.

dinsdag zeven januari,
wordt er in het volksgebouw,
een vergadering gehouden,
in 't bijzonder voor de vrouw.

muzikale medewerking
is op het program gezet,
en een stukje declamatie
is er van mevrouw moret.

adri pomper komt daar spreken,
en natuurlijk over 't plan,
wie zou dat niet willen horen?
vraag permissie aan je man!

laat je man het huis verzorgen,
dinsdagavond elke vrouw,
afgeschud de grauwe zorgen,
en present in 't volksgebouw.


JONGENS IK BEN KLAAR

jan van plan is best te spreken,
't leven wordt voor hem een feest,
ruim zeshonderd mensen zijn er
in de harmonie geweest.

ruim zeshonderd mensen zijn er
voor de plan-idee bewerkt.
en ze zijn naar huis getogen,
geestelijk verfrist, versterkt.

't was een prachtig mooie rede
die de spreker voor ons gaf,
en de andere medewerking
was om 't kort te zeggen: 'af!'

jan van plan, die rekent nu al,
op een grote werkersschaar.
blij wrijft hij zich in de handen
en denkt: 'jongens, ik ben klaar.'

als wij allen aan de slag gaan,
duurt het maar een korte tijd.
dat het plan geen plan meer zijn zal,
maar een blije werk'lijkheid.


IN EN OM DE RAAD

wat spelen onze mensen in
de raad toch op hun poot,
ik zie wel, dat de invloed van
de ' rooien ' steeds vergroot.

de bruijn besprak het plan
met zo'n enthousiasme,
dat zelfs hij die hem kent
moet zeggen: 'je verrast me.'

c. bos had naast waardering
ook nog wel wat critiek,
precies als barendregt,
die aan de politiek.

van de bezuiniging
een hartig woordje wijdde,
door werkverruiming de
werkloosheid wil bestrijden.

zo wordt het werken in de raad
van onze rode fractie,
een reuze ondersteuning van
de plan van arbeid-actie.

'k zou willen dat een ieder
zo zijn plicht vervulde,
de werkers in de raad
mijn welgemeende hulde.

wordt vervolgd



Uit de verzamelbundel 'Heimwee' samengesteld en uitgebracht - in een beperkte oplage - door Jaap de Ruijter ( kleinzoon / neef ), met medewerking van Coos van IJperen ( zoon / oom ) honderd jaar na de geboortedag van de 'Vlaardingse arbeidersdichter' Jaap van IJperen ( vader / opa ) en slechts bestemd voor al zijn nazaten. Als kleinzoon en literaire leerling van deze bijzondere man - mijn opa - breng ook ik een kleine hommage aan hem, door hier - zijn meest onbekende - werk aan u te tonen!


Vlaardings Stadsjuweel 'Hof van Heden'

en zie, aan de boorden van de maas,
ooit een dorp,
vlaardingen genaamd,
mag ik u,
namens onze Tjerk,
vandaag,
als oud-stadsdichter
een hartelijk welkom heten.

zoals u ziet: traag
stuwt de stroom
tussen de lage landen,
zijn visrijk water
dragend naar het diep der zee.
de ranke vis- en schoenerschepen
zijn gaandeweg verdwenen,
zij maakten plaats
voor industrie
met rokende schoorstenen.
de oudjes treuren nog,
maar de vlaardinger van nu,
vindt 't zo oké!

gij rederijkers,
beoefenaars van de retorica,
als gast
in deze havenstad
gekomen met 't veer,
voor een literaire strijd
op het vlaardings stadsjuweel
en naar zeggen,
gebeurd er….
heel wat meer.

vlaardingen
keert
als stadsjuweel
der literaire kunsten
na eeuwen
van afwezigheid
dankzij
het taalgenotschap
eindelijk weer
applaus voor hen
dit keer.

gij retrozijnen,
u mag vandaag
of wellicht morgen,
met de zenuwen
in uw keel,
in de rederijkerskamer,
uw vertel- en dichtkunst tonen.
de strijd vangt aan,
wie wint
het vlaardings stadsjuweel?

en ik mijmer:
aan de boorden van de maas.
de stroom,
tussen de lage landen,
voert dagelijks
vis en nog wat wrakhout mee.
mijn vlaardingen,
de stad waar ik geboren ben
en dikwijls over droom
doet heel modern
leeft van de grote industrie
en niet meer van 't zeebanket,
je kocht ze
aan de kar, vers, zo uit het net,
vuil of schoon.

kom dichters, prozaïsten,
laten wij
ons niet gedragen
als een span haringstad toeristen
en praten over toen
maar,
onze toehoorders verpozen
met 't lozen
van onze woordenstromen,
van goed
geschreven proza
en 't declameren
van wonderschone poëzie
wij gaan nu
voor 't blazoen.

Dirk Tempelaar, Hoek van Holland sept. '02>



Als voornaam rederijker van de Hoekse taalkamer 'De Tempelieren' uit Hoek van Holland, heb ik als oud-stadsdichter van mijn geboortestad Vlaardingen, in opdracht van het Vlaardings Taalgenotschap het welkomstgedicht Vlaardings Stadsjuweel 'Hof van Heden' geschreven om de rederijkers der buitenstadse taalkamers, in bijzijn van Tjerk Bruinsma de nieuwe, eerstgekozen burgervader van Nederland en door het volk onvoorwaardelijk geïnstalleerd in Vlaardingen, in gezelschap van de eeuwenoude met zeiksnor gesierde heer Van Ruytenburch, op het Vlaardings Hoofd -toegejuigd door enkele honderden genodigden en vele duizenden belangstellenden- doen verwelkomen.




Weet je nog oudje, die jaren in Vlaardingen.

Ik liep in de dertiger jaren door Vlaardingen heen
En ging via de Hoogstraat, de Afrol naar beneen.
Achter die Afrol lag de Blauwe Poort,
Daar woonde dove Mag en Brammetje van Seel,
Welke Vlaardinger heeft daar nooit van gehoord?
Op het hoekje kwam je de waterstokerij van Heindijk tegen,
Schuin daar tegenover was het Armenhuis gelegen.
Als je dan rechtsaf doorliep kwam je vanzelf bij Zalige Pauw beland en
Betje de Baard woonde aan de overkant.

Maar ging je linksom dan kwam je over de Biersloot heen,
Daar woonde Roelofs de groenteboer, die had de straatwijk alleen.
Daarnaast zag men een rijtje gelijke huisjes staan,
Daar trof je o.a. Teun Koppenol of Niek Harms in aan.
Tegenover had je daar Nardus de straatveger wonen,
Dat was zo'n pittig mannetje met snor en altijd rooie konen.
Weer wat verder rechts heeft de brood- en banketwinkel van Dessens gestaan.
In gedachte zie ik die man nog met z'n dribbelpasjes door Vlaardingen gaan.

Dan kwam je bij de negen Bierslootstegen, alle aan de linkerkant gelegen.
In 't midden van die straat woonde Lensveld de Groenteman,
Daar kon je van alles kopen aardappels, gedroogde pruimen en gekookte kroten, de hele ratteplan.
Wat verder op trof men Mooy de Melkboer aan, die had daar zijn zuivelzaak staan.

En wie wel eens over de Biersloot kwam kende niet vrouw Dumortier en haar zoon Bram?
Dan was er de Liesveldselaan met haar zijstegen, ook al begrensd aan de Bierslootstegen.
Vanuit het achtste Bierslootsteegje kwam altijd het meeste gerucht,
Daar woonde typen als Hondjepies, Jan Simons en Jan Kouwelucht.
Wat verderop lag de Rehobothstraat in pais en vree,
Daar had het Westen de verbinding met de Hoogstraat mee.
Vermaas en Wemmerus met hun zaken aan de rechterkant.
Het winkeltje van de klompenvrouw had je aan de linkerkant.

Dan kwam het Veerplein waar bij Noordegraaf de bakker
De heerlijkste gebakjes en koekjes in de etalage lagen.
En daar tegenover " Het van Leijdenhofje"
Gebouwd in 1757 voor behoeftige Ouden van Dagen.
Het Veerplein was een mooi en rustig plein.
Daar had Gilles de Willigen de waterstokerij tot zijn domein.
Ook waren daar de Willemstraat, Fransenstraat en Stille Steeg.
Daar achter in de Kuiperstraat was de stalhouderij van van Selms gevestigd vele jaren.
Er naast Niemandsverdriet, fabriek van allerhande banketbakkerswaren..
Wanneer je de Kuiperstraat doorliep kwam je in de Koeiensteeg of Paterstraat aan,
Waar je in de winter een lange file mensen voor soep en brood in de rij zag staan.

Op het hoekje was toen een slagerij en daar achter Willem van Dijk z'n slijterij.
Dan kwam je vanzelf in het West-Nieuwland, daar woonde bakker van Tienen beroemd
Om zijn speculaas en koekjes allerhand.
Ook Freek de Wit had er zijn bakkerij en die verkocht ook menig lekkernij.
Als je een eindje doorliep zag je in de hoek de zaak van Enzel staan;
Dat waren Joden en die zijn in de oorlog ten ondergegaan.
Wie kan het zich niet herinneren, dat vrouwtje Enzel op een carrier door Vlaardingen reed.
Dagelijks hoorde men dan haar "Lorre de biene" kreet.
ook heeft daar de Beschuitfabriek van ten Kate gestaan,
Die is later in vlammen opgegaan.

Dat waren zo de punten die niet meer bestaan, waar wij echter niet om treuren gaan.
het was allemaal bouwvallig en uit de tijd.
Als was er vroeger ook hier voor ons gemoedelijke gezelligheid.
Er staat nu een Liesveld, een Korte Hoogstraat en
wat er allemaal misschien nog bij zal komen,
Grote-stadsallures waar wij vroeger niet van konden dromen.






Vlaardingen, mijn stad

Vlaardingen mijn stad, mijn leven
de stad waar ik eens geboren ben
waar ik leerde geven en te nemen
waar ik mijn vijanden en vrienden ken.

Vlaardingen mijn stad, mijn droom
waar zijn jouw haringtonnen op de havenkades
jouw stalen schepen, varend onder stoom
stil zijn jouw straten zonder paard en wagens.

Vlaardingen mijn stad, mijn herinneringen
als ik hier eenzaam langs de stille havens loop
met op 't kabb'lend water al die mooie schitteringen
dan vervaagd zittend op een ouwe bolder, al mijn stille hoop.

Vlaardingen mijn stad, mijn ergernis
veel is niet meer, jouw hart is kil en koud
wat in het verleden langzaam afgebroken is
wordt met de tijd weer nageaapt, nostalgisch opgebouwd.

Vlaardingen mijn stad, mijn verleden
zonder die lucht van haring, taan en teer
ben je als stad, onzichtbaar ver, in stilte afgegleden
Vlaardingen mijn stad, zoals het was keer jij helaas nooit weer.

Vlaardingen mijn stad, mijn leven, straks verleden
mijn droom, mijn herinnering, mijn ergernis, mijn hoop
wat ik bij jou nog vinden kan, is enkel en alleen het heden
voor wat jij bent en uitbraakt, ga jij langzaam-aan, aan dood.

............





( Uit de bundel: "Vlaardingers over Vlaardingen" Stadsdebat 1999 )

Vlaardingen vroeger, vandaag en anno 2020

Het kleine zolderkamertje aan het West-Nieuwland, waar ik tijdens de oorlogsjaren uit de schoot van mijn moeder werd geboren, is niet meer. Het angstaanjagende gegil van Duitse V1's, afgevuurd door de Duitsers vanaf het Sunlight-terrein, is sinds mensenheugenis verstomd. Het kleine Vlaardingse vissersdorpje aan de Maas is sindsdien uitgegroeid tot een echte handel- en industriestad.

Op de grasgroene velden en weilanden, waarin in een ver verleden Vlaardingse boeren hun vee lieten grazen zijn enorme industriegebieden uit de grond gestampt, wat er toe heeft geleid dat de Vlaardingse vissersvloot in de Vlaardingse havens langzaam maar zeker steeds kleiner werd. Vlaardingen kwijnde als vissersdorp beetje bij beetje weg. Geen vissersvloot in de havens betekende voor Vlaardingen en zijn inwoners dat er ook geen Buisjesdag meer werd gevierd. Er geen vlagfestijn meer werd gehouden en er geen mengelmoes van geuren zoals die van teer, cachou en terpentijn meer hing. Wat Vlaardingen restte was slechts een handvol roestige, verweerde schepen aan dikke henneprepen afgemeerd als moegewerkte en afgedankte slaven. De ranke schoenerschepen waren in die tijd allang verdwenen. Zij hadden plaatsgemaakt voor rokende, luchtvervuilende, adembenemende stoomschepen en fabrieksschoorstenen. Het monotone geluid der fabrieksmachines is nu dagelijks, maar bovenal in de nacht, duidelijk te horen. Ik val er vaak door in slaap... en verdroom daarna de uren...

Vlaardingen, het dorp waar 't voorheen naar vis en haring 'stonk' is niet meer. De Vlaardingse visserij ging langzaam ten onder aan een opkomend naoorlogs fenomeen, de industrie. Haring en zoutpakhuizen werden gesloopt of verbouwd tot disco's en garagebedrijven. De vele duizenden naar haring geurende tonnen op de nu stille en verlaten havenkaden zijn helaas verdwenen. Zelfs de indringende geur ervan kan ik mij niet meer herinneren. Midden op het Grote Visserijplein staat een eenzame in brons gegoten visserman die ons nog doet denken aan het Vlaardingen van vroeger en die vanaf zijn sokkel met gebogen hoofd van onder zijn zuidwester, meewarig voor zich uit staart richting De Hollandse Pelmolen die nu als appartementencomplex dienst doet. Vlaardingen, eens een armoedig vissersdorpje aan de Maas die zijn heldere water traag stuwde tussen de lage landen door naar het diepste van de Noordzee, waarin menig schip met man en muis ten onder ging. Het Vlaardingen van nu doet mij maar al te vaak verlangen naar het Vlaardingen uit vroegere jaren. Naar het Vlaardingen van vroeger waar ik als kind zielsgelukkig opgroeide en ongestoord buitenspelen kon zonder mij ook maar één moment te vervelen. Een leven zonder luxe, dat wel. Een leven met af en toe een enkel hoogtepuntje, zoals het puntje Winzo-ijs van vijf of een echte puntzak met patat met mayonaise uit de kraam van Hartevelt aan de Westhavenkade of Henk Vecht aan de Rotterdamseweg. Een leven van duimdrop en geluktoffees, gekocht bij ome Daan aan de Hoflaan. Een leven vol spelletjes zoals lesje buut, knikkeren, tollen, hoepelen, voetballen en bokspringen over gebukt staande meisjes. Ravotten in autoloze straten als revolverheld of gevederde. Met gevaar voor eigen leven hangen aan de aardappelenbak van Saal Stam's paard en wagen. Met een schepnet Stekelbaarsjes vangen in de Oude Haven. Als kind had je toen een leven zonder zorgen, maar dat gold niet voor onze ouders. Zij moesten iedere cent, meerdere malen omkeren, alvorens deze uit te geven.

Dat is nu wel anders. Vlaardingen vandaag is een volkomen omgekeerde wereld. Vlaardingen vandaag zit vol GFT- en Blokcontainers, Papier- en Glasbakken. Vlaardingen vandaag vecht voor een milieu- dier- en mensvriendelijke status. Vlaardingen vandaag houdt zijn stadsdebat. Vlaardingen vandaag laat zijn Hooglanders grazen op de in vroeger tijden zo ernstig vervuilde grond van de Broekpolder. Laat deze dieren ergens anders graven, maar niet daar. Desnoods in de stad zelf, want waar ik ook in Vlaardingen ga of sta, overal zie ik onkruid om mij heen! Vlaardingen vandaag neemt voorgoed afscheid van zijn zomerse Hofspektakels. Vlaardingen vandaag is rustiek gesitueerd aan de Maas en niet aan de Côte d' Azur zoals de gemeentelijke belastingen je dagelijks doet vermoeden! In Vlaardingen vandaag zou een Vlaardinger zich geen Vlaardinger meer voelen als hij als Vlaardinger niets te kankeren zou hebben over zijn Vlaardingen. Vlaardingen vandaag is uniek en heeft enkele landelijke primeurs zoals het diagonaal oversteken. Vlaardingen vandaag is een wereldstad, maar ondanks dat toch altijd een dorp wist te blijven. Vlaardingen vandaag had bijna zijn omstreden Moerman apotheek gehad als museum, maar wegens antisemitische uitspraken van deze dokter in een ver verleden, stak men er eensgezind een stokje voor. Vlaardingen vandaag heeft vele bezienswaardigheden zoals Chiem van Houweningen de schrijver van "Zeg eens A" en "Oppassen". Het oorlogsmonument op het Verploegh Chasséplein en wat te denken van het onlangs vernieuwde Stadshart of de bestrating op de Hoogstraat. In één woord geweldig toch! Vlaardingen vandaag vecht voor zijn toekomst gelijk de Kosovaren van nu in Kosovo. Vlaardingen vandaag motiveert zijn inwoners met een heus stadsdebat als "Vlaardingers over morgen". Vlaardingen vandaag laat zijn 74.000 burgers tekenen, fotograferen, schilderen, beeldhouwwerken om zodoende een fraaie Vlaardingse ansichtkaart te ontwerpen en de schrijvers mogen verhalen schrijven over Vlaardingen vroeger, vandaag en anno 2020.

Er zijn nu veel kinderen met onbegrijpelijke problemen en ouders vol desinteresse en de cent is niet meer. De jeugd van nu is verslaafd aan drank en drugs, aan de McDonald's, aan stille tochten, als gevolg van zinloos of zinvol geweld en aan de uiterst populaire GSM-zaktelefoon. De keiharde Hollandse gulden maakt plaats voor een baanbrekende, anonieme euro. Dit is Vlaardingen vandaag. Vlaardingen anno 1999. Vlaardingen op z'n breedst en op z'n smalst. 't Is aan u wat u er van maakt. Vlaardingen werd langzaam aan een ware industriestad. Vlaardingen was zelfs heel even op weg naar het predikaat "wereldstad". Om dit te verwezenlijken werd in de jaren vijftig, zestig en zeventig de slopershamer stevig, maar zonder hersens, drastisch door de toenmalige wethouders gebruikt en vernietigend door de oude stad gehaald. Vele vooroorlogse en monumentale gebouwen legden hierdoor het loodje. Een doodzonde naar later zou blijken. De wat gebogen visserman op zijn loodzware sokkel ziet niet om in wrok. Het verleden ligt eindeloos ver achter hem. Net zoals de eens zo machtige vissersvloot, rukkend aan zware henneprepen, met op de kaden vissersvrouwen in wijde hoepelrokken, ook zij zijn niet meer. Roestige stalen bolders, overwoekerd door onkruid, staan werkloos op de verlaten kaden. Een replica van de Stadskraan herrezen in 1996 op de Museumkade doet ons denken aan tijden van weleer. In de Koningin Wilhelminahaven is, op enkele pakhuizen na, niets meer te bespeuren van deze eens zo roemrijke vissersvloot en handelsgeest in Vlaardingen. Niets verraad de vroegere aanwezigheid van de, in die tijd, zo bloeiende scheepswerf van I.S. Figee. Wel zijn duidelijk de contouren zichtbaar van de twee grootste, helaas dramatisch afgeslankte scheepswerven van Schiedam en Vlaardingen. Het zal de man in 't brons, in weer en wind en gestoken in zijn oliepak, van onder zijn zuidwester vol droefenis uit zijn ogen starend, niet meer deren. Later verhuis ik inclusief mijn hoepel, tol, brandglas en celluloid naar de Emmastraat met zijn aloude en zeer fraaie watertoren. Je kon er meiden pesten die op de Rooms Katholieke Meisjesschool zaten en er was een rusthuis voor oude van dagen en een prachtige kerk. Het parkeerterrein achter de Stadsgehoorzaal werd mijn stadion, mijn voetbalveld. Mijn schooiersjas lag er als doelpaal en het plein was mijn Feyenoordstadion. Stevige 'Fort' schoenen gekocht op De Waal schopte ik in de garantieperiode simpelweg aan gort. Veel afzwaaiers deden even zovele ruiten in de buurt sneuvelen. Ik was de schrik van de straat en van mijn moeder. Ik was in die tijd een 'enfant terrible'. Een kwajongen! In deze heerlijke buurt heb ik mijn jeugdjaren gesleten. Ik heb er gespeeld, gevochten, gelachen en gehuild, maar ik heb mij er nooit verveeld. Geen seconde. Het nabijgelegen Hof was mijn speeltuin, mijn prairie, maar ook vaak mijn nachtmerrie. Blindelings wist ik er alle paden, iedere struik, iedere boom en iedere bank te vinden. Het herbergt de plek waar ik mijn eerste liefde kuste. Het gevoel van haar intens fluweelzachte lippen ben ik nooit vergeten. Haar wel! Het Hof was mijn paradijs op aarde. In 't Oft en het Oranjepark te Vlaardingen heb ik met vriend en vijand mijn jeugdjaren gesleten. Hier hebben wij geleerd ons verdriet en onze angsten te verbergen. Hier hebben wij gelachen en liefgehad. Hier hebben wij Indiaantje gespeeld en gevoetbald met straatgenoten. Blindelings wist ik mij hier een weg te banen door het dichte struikgewas. Er stond eens een muziektent! Helaas, ook hij is niet meer. De Hogelaan zal het in de toekomst net zo vergaan! Een prachtige laan vol robuuste Beuken. Op deze Hogelaan hebben Vlaardingers in de herfst naar beukennootjes gezocht. Hebben verliefde paartjes urenlang gezeten, op harde nostalgische bankjes. Hun Harten met namen en data in het taaie schors gekerfd. Meestal elkaar beminnend, maar af en toe ook met intens verdriet, vol verbijstering en afschuw als hun relatie tanende was. Bruidsparen hebben hier hun bruidsfoto's gemaakt en enkele van hen hebben later hun scheiding hier besproken. 't Oft met zijn Hogelaan vol dierbare herinneringen en geheimen. In mijn jeugd leek hier alles veel mooier, groener en imposanter.... en even droom ik weg: Ik mis mijn vriend Siem. Siem de stotteraar. Ik vroeg mij af waar de man, waar vroeger iedereen respect voor had, was gebleven? Siem mopperde immers nooit, maar hield toch in z'n eentje het hele park vrij van bladeren en onkruid. In de winter als er sneeuw en ijs lag had 't Hof iets romantisch, iets sprookjesachtig. Dan gingen we met de slee van de Hogelaan af.... De enge diepte in.... Een gillende motorzaag reet mijn droom zomaar aan flarden. Hij doorkliefde, gevat in mensenhanden, meedogenloos beuk na beuk. Ik keek ernaar met tranen in mijn ogen, ook al wist ik dat deze beuken ernstig ziek waren en er voor hen geen enkele hoop meer was. Beuk na beuk, boom na boom werd geveld. Krakend en kreunend tot in hun laatste moegestreden jaarring, stortte zij zich, met opgeheven kruin, ter aarde. Voor mij, als rasechte Vlaardinger, ging er op hetzelfde moment weer een klein stukje Vlaardingse nostalgie verloren. De vlijmscherpe ketting van de motorzaag had noodzakelijkerwijs, maar ongewild mijn tere ziel geraakt. Over enkele honderden jaren, lang na mijn dood, zal deze pijnlijke gebeurtenis zich herhalen.

Vlaardingen hunkert naar vroeger… Naar de tijd dat de Hoogstraat nog een echte, drukke en gezellige winkelstraat was met een verscheidenheid aan koopwaar en diensten, maar beslist geen griezelgraf was zoals nu. Vlaardingen, vroeger nog een hecht vissersdorp met in zijn havens zeil- stoom- en motorloggers. Geen ultra modern winkelcentrum, geen Hoog Witte en geen geouwehoer over een verpauperde Hoogstraat of een A4 op maaiveldniveau. Vlaardingen vroeger, vandaag en in 2020. Een wereld van verschil. Vlaardingen toen een arme stad, maar waarschijnlijk minder arm dan nu. Zelfs het Archeologisch Historisch Museum Hoogstad, het Visserij museum en het Streekmuseum van Jan Anderson hunkeren, net als u, al jaren naar voorwerpen uit tijden van weleer.

En ik. Ik vraag mij af hoe het Vlaardingen anno 2020 zal vergaan. Zou in 2020 de Hoog Witte nog fier overeind staan? Zou de Gemeente Vlaardingen tussen vandaag en 2020 een nieuw onderkomen hebben weten te vinden? Zal het tot 2020 een lange lijdensweg worden en zullen wij omzien in wrok. Moeten wij anno 2020 misschien tol betalen voor beslissingen die vandaag ondoordacht door ons werden genomen. De belangrijkste vraag die ik mijzelf vandaag stel is: Ben ik in 2020 nog wel van de partij of lig ik dan nietszeggend drie diep op de Holy begraafplaats en is iedereen mij vergeten. Niemand kan met zekerheid in de toekomst kijken. Ook ik waag mij er niet aan! Het blijft natuurlijk gissen, maar één ding is wel zeker, Vlaardingen zal niet meer de stad zijn die het nu nog is. Ook dan zullen er, net als ik, inwoners zijn die hunkeren naar vroeger, die zullen kankeren om niets, ondanks hun tomeloze liefde voor hun stad Vlaardingen. Toch zal ik, tot de dag dat de dood ons zal scheiden, ondanks alle tekortkomingen van mij en die van mijn stad, zielsveel van Vlaardingen blijven houden.

Het kleine zolderkamertje te midden van de vele andere zolderkamertjes waar ik als Vlaardinger uit moeders schoot ter wereld kwam, zijn inclusief hun rijke historie en jeugdsentiment, met de grond gelijk gemaakt. De pijlers van mijn jeugd zijn net als ik ,door de tand des tijd's, aangetast door ouderdom, ziekte of betonrot.

( auteur: Dirk Tempelaar, Vlaardingen. "Vlaardingers over Vlaardingen", Stadsdebat 1999 )




De Markt....

de Markt
vanaf de torenschans gezien
als middelpunt van zeven armen
die naar Noord en Zuid
richting stad gaan
en voor de rest
gaan zij
naar Oost en West
.





Het stenen bankje

een stenen bankje
voor paartjes
daar in 't groen
verscholen neergezet
een plek
in Vlaardingen
waar heel veel liefde is ontloken
en lippen
kussend op elkaar gezet
maar helaas
ook harten zijn gebroken.





Onder de molen

daar
op die stille plek
onder de molen
daar
heerst de stilte
en de rust
bij
grafzerken daar
in het groen verscholen
heb ik
hem en haar
toen
voor de laatste keer
gedag gekust.





Langs de Vaart

slenterend
mij niets aantrekkend
van de regen
loop ik gevangen
tussen hoge rietkragen
langs de
Vlaardingse Vaart
opzoek
naar wilgekatjes.





Hoelang nog...

hoelang nog
zal ik door Vlaardings' straten dwalen
doelloos
en zonder enig perspectief
in een wereld
vol met ziekten, vol met kwalen
zo'n rondgang
duurt een eeuwigheid
Vlaardingen, mijn stad
ik heb je lief.

hoe vaak nog
als ik door Vlaardings' straten dwaal
zal mijn gezicht
door schaamte moeten kleuren
mijn stad spreekt reeds
een andere taal
waarom
mag ik niet treuren.

waarom nog
zal ik door Vlaardings' straten dwalen
onherkenbaar mooi
zonder een greintje romantiek
waar 't voller wordt
vermenigvuldigen zich de kwalen
verdomme
mijn stad is nodeloos
maar hopeloos
verziekt.






Onderstaand gedicht 'Lofzang voor een Stadskraan' heb ik geschreven naar aanleiding van de ingebruikneming ervan op 26-10-1996 en werd ten tijde voorgedragen aan een groot publiek door de zeer bekende Vlaardinger, de heer Van Ruytenburch.

Lofzang voor een 'Stadskraan'

eindelijk, daar sta je dan
Stadskraan van mijn Vlaarding'
schepping van een ambachtsman
die weinig wist, van haring.

vakmanschap
blijft meesterschap
maar indrukwekkend
om 't in Vlaardingen
voor eeuwig weer
te mogen zien
dat hij van dikhout
planken zaagt
één hoera! voor deze vakman
voor hem
deze griffel, tevens een dikke tien.

deze kraan
herrezen
op de Westerhavenkade
doet menig Vlaardings hart
weer sneller slaan
Vlaardingers
sloegen de bouwers
dagelijks gade
wijlen mijn opa
had al die tijd
zeker, vooraan gestaan.

Vlaardingen, Museumkade
middelpunt
van onze "historie"
en voor de toekomst
hopelijk geen façade
de visserij moest wijken
voor een immense, industrie.

Vlaardingen, mijn Stadskraan
jouw top
ten Hemel schreiend
zo fier, maar werk'loos
"zult gij" daar staan
als vissersschepen
onze haven mijdend
naar een "moderne" kraan
van "Wilton" zouden gaan.

Dirk Tempelaar, Vlaardingen 26-10-1996



Best viewed in IE4+ 1280 x 800