PROLOOG
Begin maart 1975 zie ik, op veertienjarige leeftijd, een
aantal malen de fascinerende televisiebeelden van de
chaotische vlucht van de laatste Amerikanen uit Saigon.
De Vietnamoorlog is verloren en de Amerikanen krijgen 24
uur de tijd om hun biezen te pakken.
Op 29 april wordt 'Operation Frequent Wind' gestart met het
uitzenden via Radio Saigon van het Bing Crosby nummer
'I'm Dreaming of a White Christmas'. Het is het codebericht
dat aangeeft dat de Amerikanen zo snel mogelijk naar de
ambassade moeten komen om te worden geevacueerd.
Voor de kust ligt een aantal vliegdekschepen en de Sea Knights
helikopters vliegen af en aan om de laatste Amerikanen
van het ambassadeterrein te halen.
Op 30 april worden de laatste elf mariniers met de ambassadevlag
opgepikt en is de Vietnamoorlog eindelijk voorbij.
Op de televisie zie ik hoe tientallen Zuid Vietnamese helikopters
als dode, mechanische insecten over de reling van de vliegdekschepen
in zee worden geduwd om ruimte te maken voor de Amerikaanse
helikopters.
De rotorbladen breken als verdroogde voelsprieten af op de golven
in de Zuid Chinese zee.
Alle beelden laten een diepe indruk achter en ik voel mij, hier en nu,
werkelijk betrokken bij een wereldgebeurtenis. Ik ervaar voor het
eerst een door de televisie opgewekte eigenaardige, dubbele sensatie.
Ik voel zowel afschuw van een 'betrokkene' bij dit oorlogsdrama, als
een welhaast gebiologeerde fascinatie van 'toeschouwer' bij de actuele
televisiebeelden. Later kom ik meer te weten over de gruwelijkheden
van de Vietnamoorlog die 10.000 dagen heeft geduurd en ik zie 4 jaar
later met een adolescente verbijstering de film Apocalypse Now van
Francis Ford Coppola.
Twee jaar geleden -1991- denk ik tijdens de Golfoorlog regelmatig
terug aan de beelden van de Vietnamoorlog en aan Apocalypse Now.
Zou er van de Golfoorlog ook een goede oorlogsfilm zijn te maken? Ik
denk het niet. Was de Vietnamoorlog een krankzinnige opera dan is de
Golfoorlog niet meer dan een snel gemonteerde videoclip. Hoewel de
gruwelijkheid bij iedere oorlog hetzelfde is lijkt de huidige
oorlogsvoering ingrijpend te zijn veranderd. Met de televisiebeelden
van de Golfoorlog is in ieder geval mijn 'geciviliseerde' bewustzijn
over oorlogsvoering geactualiseerd en gemoderniseerd. Oorlogen,
tenminste wanneer Westerse Geallieerden daarbij betrokken zijn, lijken
nu in een paar dagen te worden gewonnen door precisiebombardementen
met Stealth-bommenwerpers en door effectieve aanvallen op tanks met
gespecialiseerde Apache aanvalshelikopters. Satellieten kunnen iedere
vierkante meter vijandelijk gebied zien en lange afstandsraketten
kunnen op honderden kilometers afstand op vijandelijke doelen worden
afgevuurd. Er vallen aan de geallieerde zijde weinig doden en de
factor soldaat lijkt als wapentuig steeds meer op te lossen in de
technologische oorlogsmachinerie.
Na de openingsavond van de luchtoorlog op 17 januari 1991 leveren de
CNN-beelden een verbijsterend en in de grond natuurlijk ook
afschuwelijk kijk-en luisterspel op. Ik aanschouw met de hele wereld,
'live', de surrealistische beelden van Baghdad dat in een vuurwerk van
bommen en laserachtige sporen van afweergeschut wordt opgelicht in de
nacht. Scud-raketten vliegen als kleine vuurbollen langs de duistere
hemel en Patriot anti-raket raketten schieten als supersonische
vuurpijlen door het luchtruim om de Scuds te vernietigen. De oorlog is
een high-tech-operatie die op geen enkele wijze meer lijkt op de
klassieke oorlogsvoering. Tenminste in zoverre de militaire regisseur
Norman Schwartzkopf dit de wereld via CNN wil laten geloven.
Achteraf bleek de 'moeder aller veldslagen' toch op conventionelere
wijze te zijn gewonnen en ging er aan gealieerde zijde meer mis dan
wij wisten. Bestaat het wel, een 'high-tech' oorlog en is het niet de
zoveelste Amerikaanse mythe? Betekent een mogelijk Amerikaanse
ingrijpen in Joegoslavie niet een nieuw Vietnam, of is het dat al?
Ten tijde van de Vietnamoorlog was 'Charlie' onzichtbaar in het
oerwoud, ongrijpbaar, onverslaanbaar. Tijdens de Golfoorlog waren alle
Iraki's identificeerbaar in de kale woestijn en konden worden gedood,
worden overwonnen. Alleen het vuur en de rook van de in brandgestoken
olievelden verduisterden deze 'schone' oorlog.
Maar de Golfoorlog was een groot Amerikaans succes en uiteindelijk kon
men hiermee misschien de laatste grote militaire mislukking, die helse
oorlog in Vietnam, eindelijk vergeten.
Op het eind van de Golfoorlog moet ik meerdere malen terugdenken aan
de televisiebeelden van de 'Vietnam-war'. Ondanks de grote verschillen
die er tussen beide oorlogen bestaan, is er de overeenkomst dat ze
alle twee als 'televisie-oorlogen' kunnen worden betiteld. Wel met dit
verschil dat de media rond de Golfoorlog veel beter werden
gecontroleerd dan tijdens de Vietnamoorlog. De Vietnamoorlog was de
eerste en tevens laatste echte televisie-oorlog en alle grote
'networks' hadden toen nog permanent toegang tot het slagveld.
Het Amerikaanse leger leerde bittere lessen uit de toenmalige
televisieverslaggeving die volgens Washington als een dolkstoot in de
rug van de Amerikaanse politiek was gestoten. Via de 'breakfastshows'
kregen de Amerikanen steeds meer doden op hun ontbijtbord gelegd
(uiteindelijk sneuvelden 56.000 Amerikanen) en nog de camera's, nog de
militaire bevelhebbers konden op geen enkele manier duidelijk maken
waarom deze oorlog zin had. Maar ook toen waren de media subjectief in
hun berichtgeving. De televisie liet weliswaar de gruwelijkheden van
de moderne oorlog zien, maar velen geloofden dat de wreedheid aan de
kant van de barbaarse Vietnamezen lag en niet bij de 'beschaafde'
Amerikanen. Het heeft lang geduurd voordat de Amerikanen hun grote
ongelijk onder ogen durfden te zien.
In maart 1975 werd de meest zinloze oorlog beeindigd en dropen de tot
in het diepst van hun ziel gefrustreerde en psychisch aangeslagen, en
soms gestoorde Amerikaanse soldaten af. In Amerika wachtte hen een
ijskoud en regenachtig onthaal. En niemand wilde aan de
verschrikkingen van deze nodeloze oorlog worden herinnerd.
APOCALYPSE NOW
Op het maken van een film over de Vietnamoorlog lag de eerste jaren na
beeindiging van de oorlog in Hollywood een groot taboe. Maar in 1979
komt, een jaar na de Deerhunter en Coming Home, Apocalypse Now uit;
de Vietnamfilm die als een mokerslag op vele kijkers neer zou komen.
Op de valreep van de jaren 70 levert Coppola een meesterwerk af
waarin, als in een klassieke opera, de 'soul' van de krankzinnige
oorlog wordt verbeeld en hij smeedt de hallucinerende oorlogstrip, een
odyssee naar het hart van de duisternis, om tot een monumentaal en
cinematografisch kunstwerk.
Terwijl Apocalypse Now nog op de montagetafel lag, mocht Francis Ford
Coppola begin april 1979 de Oscar voor de beste regie uitreiken.
Ironisch genoeg moest hij het felbegeerde beeldje overhandigen aan
Michael Cimino voor zijn Vietnamfilm The Deer Hunter. Enkele dagen
later vierde Francis op 7 april zijn veertigste verjaardag en nog
steeds was Apocalypse Now niet klaar. De premiere was uitgesteld
van december 1977 naar mei 1978, vervolgens naar de herfst van 1978
en de eerste openbare vertoning vond pas plaats in de lente van 1979
in Cannes. Uiteindelijk zou Apocalypse Now pas op 15 augustus 1979 in
Amerika in premiere gaan.
*
Het idee voor Apocalypse Now stamt uit de jaren 60 en is niet
afkomstig van Coppola zelf, maar van de scenarioschrijver en regisseur
John Milius. Wanneer de politiek aartsconservatieve Milius samen met
George Lucas studeert aan de University of Southern California krijgt
hij het idee voor een Vietnam film met als thema "surfing, bombs,
drugs and rock and roll". Lucas raakt enthousiast en doet vele
suggesties voor het script. Milius wil dat hij de film regisseert.
Volgens het oorspronkelijke plan zou Apocalypse Now op documentaire
wijze op 16mm op de Filippijnen gedraaid worden voor een bedrag van
2 miljoen dollar. Het project blijft echter voorlopig liggen en de
rechten worden verkocht aan American Zoetrope, het produktiebedrijf
van Coppola waar ook Lucas in participeert. Lucas maakt ondertussen in
1973 American Graffiti (geproduceerd door Coppola) en is van plan om
vervolgens Apocalypse Now te maken. Inmiddels is de verstandhouding
tussen Lucas en Coppola verslechterd met als inzet de winstdeling
van American Graffiti, en Apocalypse Now veroorzaakt de definitieve
breuk tussen beiden. Coppola biedt Lucas 25.000 dollar voor de regie
van Apocalypse Now plus 10% van de opbrengst. Lucas is furieus over
het schamele aanbod. Hij is inmiddels begonnen aan zijn Star Wars
project en hij vraagt Coppola te wachten met Apocalypse Now tot Star
Wars klaar is. Maar Coppola wil niet wachten en regisseert
de film uiteindelijk zelf.
Generique
Apocalypse Now opent met de sonore, ritmische basgeluiden van
helikopterwieken. Het zijn verontrustende oergeluiden die
dreigend preluderen op wat ons nog te wachten staat. Af en
toe worden details van de helikopters zichtbaar;
dreigend, zwenkend, schroevend en vernietigend.
In de verte is een junglerand te zien die -zonder geluid-
gebombardeerd wordt met napalm en het oerwoud verzengt
onder het geweld van groteske vuurexplosies.
Jim Morrison zingt 'The End':
"This is the end, my dear old friend... the end".
Deze film gaat over de waanzin van de Vietnamoorlog, en
de kijker voelt al direct dat het geen realistische weergave
wordt, maar dat de oorlog zal worden opgeblazen tot mythische
proporties om zo door te kunnen dringen tot de essentie van de
gitzwarte horror van de ontspoorde en schuldbelaste mens.
De openingsbeelden en geluiden zijn virtuoos gecomponeerd
en gestileerd, ze zijn over en onder elkaar gesneden,
van dissolve naar dissolve. Dit is nog niet het einde,
maar pas het begin, de generique van een helse tocht naar
het binnenste van de jungle, het begin van een afdaling naar
de duisterste kanten van de menselijke gruwelijkheden.
De Opdracht
In een fraaie overvloeier wordt de protagonist van de zoektocht
in beeld gebracht. Kapitein Benjamin L. Willard, gespeeld door
Martin Sheen, ligt in zijn kamer in Saigon. Boven hem draaien
de houten rotorbladen van een ventilator. Hij is vermoedelijk
dronken en stoned en hij voert karate-achtige bewegingen uit.
Hij lijkt doorgedraaid en in een impulsieve beweging slaat hij
met zijn vuist een spiegel aan scherven en verwondt zichzelf.
Via een monologue interieur komen we wat meer over Willard te weten.
Deze commentaargedeelten, die als een rode draad door de film zijn
geweven, zijn geschreven door de schrijver Michael Herr die in de
jaren 60 de aandacht van Coppola trok met zijn Vietnamervaringen die
hij in een mix van drugs en rock and roll had neergeschreven in zijn
boek The Battle for Khe San. Later selecteerde hij in Dispatches
dagboeknotities uit zijn Vietnamtijd. Hierin schrijft hij (het boek
is in een Nederlandse vertaling verschenen);
"Ik lag op mijn rug en volgde met mijn ogen de omwentelingen van de
ventilator aan het plafond, mijn hand uitstrekkend naar de peuk van
een dikke joint die in een gelige plak marihuanateer op mijn aansteker
lag."
De monologue interieur is op gedoseerde en evenwichtige wijze in de
film opgenomen en heeft vooral de bedoeling om de waanzinnige tocht te
objectiveren en te becommentarieren. Soms worden we, meekijkend door
de ogen van Willard, betrokken bij de acties maar de meeste tijd houdt
Coppola Willard, dus ook de kijker, op afstand van de gebeurtenissen.
Dit thema van objectiviteit tegenover subjectiviteit, van betrokken
zijn of observeren, de verwisselende rol van dader en slachtoffer,
komt als leitmotiv voortdurend terug.
*
Het wordt duidelijk dat Willard al lang in het leger en in 'Nam'
is en hij wacht tot ze hem ergens heen sturen. Hij gaat naar
Nha Trang waar hij de opdracht krijgt om de krankzinnig geworden
Kolonel Kurtz te elimineren omdat hij 'unsound' -ondeugdelijk-
is geworden. Kurtz was een voortreffelijk officier maar tijdens
de oorlog is hij naar Cambodja gevlucht -hij heeft de grens
overschreden- en waar hij nu als een halve-godheid wordt aanbeden
en als een dictator regeert over een volkje van inboorlingen.
Willard moet met een patrouilleboot de Nangrivier afvaren,
dwars door de vijandelijke gebieden heen van 'Charlie', en
moet Kurtz vermoorden.
Die Walkure
Voordat Willard aan zijn tocht begint moet hij de boot en de
bemanning ophalen en belanden we al aan het begin van de film
in een van de meest magistrale scenes uit de filmgeschiedenis.
Willard komt terecht bij de eenheid van Kolonel Kilgore,
gespeeld door Robert Duval, die er in zijn uit de Amerikaanse
burgeroorlog afkomstige cavalerie-uniform uitziet als een
cartoonfiguur.
Kilgore is de groteske karikatuur van generaal Westmoreland
(of een Stormy Norman Schwartzkopf) die in het echt als
onverschrokken ijzervreter de oorlog in Vietnam probeerde te winnen.
Kilgore voert het bevel over een eenheid gevechtshelikopters
en Willard krijgt een paar krasse staaltjes te zien van zijn
vliegende cavalerie. In een uiterst knap gemonteerde
helikopteraanval (opgenomen met 9 camera's) toont Coppola
vervolgens zijn meesterschap.
Onder de helikopter van Kilgore zitten twee grote luidspeakers
bevestigd en tijdens een aanval op een Vietnamees dorpje wordt
Die Walküre van Wagner gedraaid om de 'spleetogen' schrik aan te
jagen. De opeenvolging van beelden is adembenemend en terwijl
de film nog twee uur heeft te gaan vraagt de kijker zich verbijsterd
af wat hierna nog zou kunnen komen.
In het novembernummer van Skoop uit 1979 heeft Wim Verstappen deze
scene nog eens minutieus op de snijtafel gelegd en becommentarieert
hij kundig, shot voor shot deze scene.
De keuze van Die Walkure was net als alle andere muziek uitstekend
gekozen. De oorspronkelijke soundtrack werd geschreven door Carmine
Coppola, Coppola's vader, en door Coppola zelf. Verder bevat de film
een groot aantal popsongs uit de jaren 60 zoals Satisfaction van de
Rolling Stones, en vooral de nummers van de Doors met Jim Morrison
(Coppola kende Morrison nog van de filmacademie) geven de film zijn
psychedelische lading. Die Walküre was een onderstreping van de film
als opera en wordt door Kilgore gebruikt als soundtrack voor zijn
eigen Vietnamfilm. Na de magistrale aanval van de Walkuren wordt de
scene met Kilgore nog op bizarre wijze afgerond.
Een grote passie van Kilgore is surfen en hij beveelt een bekende
surfer, de jonge dienstplichtige Lance B. Johnson(!), om op een
vijandelijk strand een stukje te surfen. Nadat Kilgore een stuk
strand met napalm heeft schoongeveegd zegt hij de inmiddels
legendarische woorden:
"I love the smell of napalm in the morning. It smells
like...victory."
Vele critici hebben indertijd de rol van Kilgore afgezet tegenover
Kurtz en velen kwamen tot de conclusie dat Kilgore al in feite de
gehele waanzin van de oorlog representeerde en dat de nog demonischer
bedoelde Kurtz op het eind van de film daar weinig meer aan had toe te
voegen. Het is terechte kritiek. Maar verbeeldde Kilgore de
gelegitimeerde waanzin -hij stond aan de goede kant van de grens-
Kurtz moet nog worden opgevoerd als het ongrijpbare kwaad dat buiten
de Amerikaanse oorlogsideologie viel. Dus ging Coppola toch nog verder
op zoek naar meer, en naar een ander soort krankzinnigheid.
Heart of Darkness
Apocalypse Now is gebaseerd op Joseph Conrads boekwerk Heart of
Darkness waar de hoofdpersoon kapitein Marlow model stond voor
Willard. Conrad schreef het boek in 1910 en is voor een deel gebaseerd
op zijn belevenissen in de Kongo-Vrijstaat.
Marlow vaart de Kongorivier op en hoort steeds meer over de
handelsagent Kurtz die hem begint te fascineren. Kurtz gaat ten onder
aan zijn eigen waanzin en wordt door Marlow uiteindelijk uit zijn
leiden verlost. Wanneer Marlow de rivier opvaart schrijft hij:
"Going up that river was like travelling back to the
earliest beginnings of the world, when vegetation rioted
on the earth and the big trees were kings."
*
Kilgore transporteert de patrouilleboot voor Willard met een
helikopter naar de Nangrivier, de vierkoppige bemanning stapt
aan boord en de apocalyptische tocht begint.
*
Op 1 maart 1976 vliegt Coppola met vrouw Eleanor en kinderen naar
Manilla om aan de monsterproduktie te beginnen. Drie jaar later
verschijnt het dagboek Notes van Eleanor en zij doet hierin openhartig
verslag van de verschrikkingen van de produktie. Vorig jaar bleek dat
ze naast haar geschreven dagboek ook gefilmd heeft tijdens de
produktie.
In de fascinerende documentaire Hearts of Darkness worden de problemen
en tegenslagen op de Filippijnen op onthullende wijze in beeld
gebracht. Een grote set wordt verwoest door de tyfoon Olga, Martin
Sheen krijgt een hartaanval, de helikopters van het Filippijnse leger
worden halverwege de opnamen ingezet om een staatsgreep de kop in te
drukken en een nukkige, moddervette Marlon Brando (hij ontving 3,5
miljoen dollar voor 4 weken werken) bezorgen Coppola de nodige
problemen. Verschillende acteurs als Steve McQueen, Jack Nicolson,
James Caan, Al Pacino, Robert Redford en Robert de Niro hebben de rol
van Willard afgewezen. Uiteindelijk kiest Coppola voor Harvey Keitel,
maar na enkele draaidagen stuurt hij hem wegens dilettantisch acteren
weg. Op het vliegveld van Los Angeles contracteert Coppola vervolgens
in 5 minuten Martin Sheen die hem was opgevallen in Badlands.
Tijdens de opnamen lijkt Coppola meerdere malen de weg kwijt te
raken in de jungle en de produktie lijkt zelf op een apocalyps uit te
draaien. Milius mocht zijn gezicht niet op de Filippijnen laten zien,
maar Coppola geeft tussendoor nog wel een kleine knipoog naar George
Lucas: Harrison Ford speelt een klein rolletje aan het begin van de
film en op zijn legerjasje staat duidelijk zichtbaar de naam
Col. G. Lucas geborduurd. In het begin van de film is Coppola
zelf ook nog even te zien in een rolletje als regisseur van een
televisie-cameraploeg. Velen meenden dat Coppola hiermee een
'politieke' bedoeling had, maar de achterliggende reden was simpel.
De acteur die het rolletje moest spelen kon er niets van en Coppola
sprong -onder druk van de produktie- zelf maar in.
Never get out of the boat...
Aan boord van de patrouilleboot maken we kennis met de bemanning.
Aan het roer staat de wat oudere, zwarte Chief Phillips (Albert
Hall) en bestaat de overige crew uit de surfer Lance (Sam Bottoms),
de 'soucier' uit New Orleans Chef Hicks (Frederick Forrest) en
de jongste van het gezelschap is de zwarte op Jimmy Hendrix lijkende
'Clean'(Larry Fishburn).
De gevaarlijke tocht naar het rijk van Kurtz wordt een aantal malen
onderbroken door op zichzelfstaande, losse scenes die Coppola's
psychologische, symbolische en filosofische bijbedoelingen moeten
verduidelijken, of beter gezegd moeten verbeelden, want veel wordt er,
tot aan de laatste episode, niet gesproken.
Wanneer Willard bij een foerageerdepot stopt worden we ons bewust
dat er voor vrouwen geen rol in de oorlog, dus ook in de film, is
weggelegd. Bij het depot is voor de manschappen een
amusementstheater in de rivier gebouwd. Honderden soldaten wachten
in hongerige en schreeuwende geilheid op de aankomst van drie
Playmates die vervolgens uit een helikopter op het showponton
stappen. Het decor en de belichting zijn surrealistisch en de
kijker ziet de wezensvreemde dansact van de drie showgirls die
verkleed zijn als indiaan, piloot en cowboy, gefascineerd aan.
Het illustreerde op knappe wijze hoe de Amerikaanse soldaten continu
werden ingestopt met dingen die aan thuis deden denken, terwijl dat
de heimwee en de vervreemding alleen maar vergrootte...
Een volgende aria in Coppola's opera speelt zich weer af aan boord
van de boot. De spanning loopt hoog op bij de bemanning. De boot
vaart langszij een armoedige sampan en ze checken of er wapens aan
boord zijn. Hicks draait volkomen door en schiet ineens zijn
machinegeweer leeg op de onschuldige Vietnamezen die aan boord zijn.
Willard en de andere mannen kijken ontsteld en geschokt toe.
De film raakt in een maalstroom, in een gewelddadige cadans van
beelden en muziek, van contrapunt naar contrapunt. Onderwijl krijgen
we meer te weten over Kurtz, en Willard probeert zich als aanstaande
moordenaar een steeds duidelijker beeld van zijn tegenstander te
krijgen, die hem steeds meer gaat fascineren.
Inmiddels hebben we een duistere foto van Kurtz gezien wiens hoofd
is omgeven 'door een schaduw met een halo van licht'. Na het
incident met de sampan ontfermt Lance zich over een klein wit hondje
en de patrouilleboot vaart weer verder.
Willard onderbreekt de queeste nogmaals bij een brug waar hij nadere
instructies moet ophalen. De daar gelegerde eenheid is in een
onzichtbaar, nachtelijk gevecht met 'Charlie' verwikkeld. Door de
trippende ogen van Lance zien we een hallucinerend spektakel van
licht, vuurwerk en geluid.
Als de onschuld zelve kijkt hij met volle verbazing naar het
oorlogsspektakel en koestert hij zijn hondje als zijn dierbaarste
bezit.
De tocht wordt weer vervolgd...
Lance heeft zijn gezicht beschilderd en in een spoor van paarse rook
-purple haze- vaart de boot steeds dieper in het vijandelijk
territorium, steeds dichterbij Kurtz. Clean wordt als eerste door
een onzichtbare aanval van 'Charlie' doodgeschoten en wanneer de
resterende missie-crew hun einddoel naderen wordt Chief Phillips
vanaf de rivieroever, vanuit het ondoordringbare oerwoud, bedolven
onder een regen van pijlen en hoe ironisch, door een speer dodelijk
getroffen.
*
Op 21 mei 1977 zijn de opnamen klaar en kan er gemonteerd worden.
Sound-editor en sound-designer Walter Murch krijgt vier maanden de
tijd om het geluid onder de film te zetten, maar hij doet er
uiteindelijk bijna twee jaar over. Ook de montage verloopt niet
voorspoedig en Coppola worstelt vooral met de off-screen monologen
van Willard. Twee opgenomen losse scenes bereiken de eindmontage niet,
maar worden wel in de documentaire Hearts of Darkness getoond.
Murch ontwikkelt een quintafonisch geluidssysteem met zogenaamde
split-surrounds waarbij de jungle- en helikoptergeluiden levensecht
over het doek en door de zaal rondgaan. Iedere deadline om de film af
te maken wordt gemist en United Artists, de Amerikaanse distributeur,
moet nog steeds geld in de film pompen. Tijdens de montage probeert
een Vietnam-veteraan het kantoor van Coppola binnen te dringen. Hij
dreigt Coppola te vermoorden wanneer hij niet zijn verhaal verfilmd.
Aan de lijdensweg van de produktie lijkt geen einde te komen, maar in
april 1979 wordt een work in progress in drie sneak previews (iedere
keer een iets andere versie) aan een select publiek getoond. Ook
journalisten zijn uitgenodigd onder het beding dat ze nog niets over
de film schrijven. Uiteraard wordt het embargo geschonden en de eerste
kritieken zijn slecht en sommigen noemen Apocalypse Now zelfs een
teleurstellende mislukking.
Kort daarna wordt op 19 mei Apocalypse Now, nog steeds als een work in
progress, vertoond op het filmfestival van Cannes. Technici
installeren, onder leiding van Murch, vijf speakers in het theater,
drie achter het doek en twee achterin de zaal, en deze voorstelling is
de enige waarbij de film opent in zwart (darkness) begeleid door een
geluidsband met junglegeluiden en geschreeuw.
De respons van de Europese critici is echter zeer goed. Op een aparte
persconferentie voor de Nederlandse pers haalt Coppola nog eens fel
uit naar de Amerikaanse pers:
"De Amerikaanse kritiek is een grote corrupte bende. [...]
Ze vliegen rond, eten overal lekker van, versieren
wat meiden, dat krijgen ze allemaal aangeboden om positief over films
te schrijven. Ik wil daar allemaal niets mee te maken hebben.
Nou, je hebt gemerkt hoe ze je pakken".
Aldus indertijd door Peter van Bueren opgetekend uit de mond van
Coppola. Maar Coppola wordt door de Europese critici beloond voor zijn
'work in progress' en deelt de Gouden Palm met Volker Schlondorf die
hem krijgt voor Die Blechtrommel. Op een andere persconferentie in
Cannes vat Coppola de produktie nog eens samen:
"We had access to too much money, to much equipment [...]
and we went insane. I realised I was not making the movie.
The movie was making itself or the jungle was making it for me."
The End
Uiteindelijk bereiken Willard, Lance en Hicks het
Shakespeariaanse koninkrijk van Kurtz en kan de lange
slotacte beginnen. De archaische tempel waarin Kurtz
verblijft is gestileerd als een operadecor en de Italiaanse
cameraman Vittorio Storaro fotografeert ook deze laatste
akte van licht en duisternis in fraaie beelden.
Willard, Hicks en Lance worden verwelkomd door een volslagen
maffe Amerikaanse fotograaf (gespeeld door een toen net zo
maffe Dennis Hopper) die als een bizarre nar zijn rol aan
het hof van Kurtz mag spelen. Willard wordt door hem naar
Kurtz gebracht en in de laatste 20 minuten van de film
horen we voornamelijk cryptische teksten uit de mond van
Brando komen en die door maar weinig mensen worden begrepen
of geaccepteerd. Kurtz spreekt vanuit de positie als soldaat
over de oorlog die gevoerd moet worden, direct, en die geen
enkel middel meer schuwt om de vijand te vernietigen.
Kurtz heeft als strateeg een heldere geest, maar die zijn
ziel aan de oorlog heeft uitgeleverd en krankzinnig is geworden.
Kurtz weet waarvoor Willard is gekomen en de kijker wacht samen
met hem geduldig tot het moment dat Willard toeslaat.
Kurtz brabbelt maar door en tracteert Willard op citaten
van T.S. Eliots' Wasteland. In een paralelmontage zien we
vervolgens op suggestieve wijze hoe Willard uiteindelijk Kurtz
van zijn waanzin bevrijdt. De bloedige aanslag op Kurtz wordt
niet expliciet getoond maar wordt door een rituele slachting
door de inboorlingen van een stier verbeeld. In vertraagde
beelden doorklieft een kapmes de nek van de stier.
De stier stort bloedend ter aarde en tegelijkertijd sneeft
Kurtz onder het prevelen van zijn laatse woorden:
"The Horror, The Horror!"
Het publiek begint weer langzaam te ademen en de film komt
tot een afronding.
De allerlaatste scene kende drie versies waarvan er momenteel nog twee
te zien zijn. De eerste versie, die in Cannes als 'work in progress'
werd vertoond, was dat Willard na de aanslag op Kurtz naar buiten
loopt en de inboorlingen voor hem beginnen te buigen. Het wordt
duidelijk dat Willard de nieuwe Kurtz is geworden. Hij is de nieuwe
duistere Koning en hij geeft niet het bericht door om het kamp te
laten bombarderen.
Bij de uiteindelijke 70 mm versie die bij de premiere was te zien
transformeert Willard, onder druk van de publieke opinie, niet in
Kurtz maar keert hij samen met Lance terug naar de boot om terug te
varen. Ook in deze versie geeft hij geen opdracht om de boel te laten
bombarderen. De daaropvolgende 35 mm release wijkt nog maar op een
punt af van de vorige afwikkeling. Willard en Lance gaan terug, maar
nu geeft hij wel via de boordradio het sein door dat en waar het
complex gebombardeerd moet worden. De credits verschijnen en de film
eindigt weer met het Morrison nummer The End. Het kamp van Kurtz gaat
ten onder in een apocalyptische golf van vuurexplosies.
Maar het hele einde wringt als een te kleine schoen, of als een schoen
die wel past, maar waar een steentje inzit. Bijna iedere criticus was
negatief over het pretentieuze geneuzel van Brando en niemand kon zich
aan de indruk onttrekken dat Coppola het zelf ook niet meer wist.
In het dagboek Notes zegt Coppola in mei 1978 hierover:
"Deze film is een puinhoop. Een puinhoop wat betreft continuiteit
en stijl. En wat nog het ergste is: het slot is niet goed. Het publiek
zal er niet op reageren, en filosofisch gezien werkt het ook niet.
Brando wordt een teleurstelling voor het publiek -de beste scene van
de film is die godvergeten helikopteraanval."
Er zijn maar weinig journalisten die Coppola in bescherming nemen.
Ook Peter van Bueren vindt het einde niet goed, maar komt nog met een
verrassende verdediging op de proppen. In zijn recensie in de
Volkskrant somt hij alle kritiek nog eens op en vervolgt, "Allemaal
waar. Alleen, echte krankzinnigheid gaat juist tegen het redelijke in.
Coppola doorbreekt deze grens willens en wetens. Hij heeft het risico
genomen zelf voor gek te worden verklaard door niet te stoppen op het
moment dat hij zijn doel bereikte. Na meerdere keren zien kom je, is
mijn ervaring, over de irritatie van het slot heen." Een mooie
apologie, maar Ellen Waller tracht in de NRC deze verdedigingsrede in
een prachtige, sierlijke stijl onderuit te halen: "De kern van de
finale, Coppola's parafrase van Hearts of Darkness, de 'mystieke'
samenkomst van Kurtz, die de dood zoekt, en zijn gefascineerde
moordenaar, is een ideeenstuk, een gedramatiseerd moraalfilosofisch
discours, dat omineus en geestverruimend is bedoeld, en als hol
hoogstandje overkomt. Hoe oorspronkelijk ook geensceneerd en
geacteerd, dit kunststuk -voor Coppola de hoofdzaak- kan het grote
collectieve gebeuren dat er aan voorafging niet omvattend afsluitend,
en als geheel faalt daarom Coppola's meesterwerk." Ze brengt een fraai
onder woorden gebrachte paradox aan het licht waarbij het meesterwerk
zogenaamd 'faalde'. Maar heeft Waller gelijk? Vele 'intellectuele'
critici werpen Coppola voor de voeten dat de film 'te weinig literair'
is, of 'te weinig diepgang heeft' en te weinig 'anti-Vietnam' is.
Vooral dit laatste punt is klinklare onzin. Naast een bewuste
esthetisering levert Coppola voortdurend commentaar op de waanzin van
niet alleen de Vietnamoorlog, maar juist ook op de krankzinnigheid van
iedere oorlog. Coppola heeft nooit beweerd dat hij zich intensief met
politiek heeft beziggehouden maar hij wilde, volgens eigen zeggen,
zonder omweg en verontschuldigingen de Amerikanen onder ogen laten
zien wat ze hadden gedaan. Niet met een opgeheven vinger om de schuld
te benadrukken, maar hij liet juist de schuld weg om zo de Amerikanen
op een 'gezonde' wijze van hun trauma te bevrijden. Maar wordt
hierdoor het einde als film beter? Het einde blijft pretentieus, te
verbaal, en kan de al lang en breed murw geslagen kijker niet echt
meer overtuigen. Apocalypse Now zit vol met bedoelde en onbedoelde
tegenstrijdigheden die de film misschien niet in politiek of literair
opzicht optillen, maar laat zeker in cinematografische betekenis de
film ver uitstijgen boven een 'alleen maar' goedgemaakte oorlogsfilm
uit de Hollywoodfabriek. Coppola maakte een meesterwerk niet ondanks
het falende einde, maar misschien juist dankzij...
*
Terug in San Francisco worden de laatste kleine ingrepen aan montage
en geluid gedaan. De uiteindelijke versie duurt 141 minuten en gaat op
15 augustus 1979 in drie 70mm kopieen in premiere in het Ziegfield
Theatre in New York, het University Theatre in Toronto en in de
Cinerama Dome in Hollywood. Apocalypse Now blijft exclusief vier weken
lang in de drie theaters draaien.
Op 3 oktober wordt de 70mm versie in een tiental andere theaters
uitgebracht. De week daarop worden honderden 35mm kopieen door het
land verspreid. Deze versie is echter 12 minuten langer doordat op het
einde de aftiteling over restmateriaal van het opblazen van het kamp
van Kurtz worden geprojecteerd.
Bij de 70mm versie ontbraken alle credits en werden deze op papier
aan het publiek uitgedeeld. Opmerkelijk is dat op de credits Joseph
Conrad ontbreekt. Coppola zei er ooit over dat een 'bepaalde
schrijver' van het script dit heeft tegen gehouden. Het is
speculatief, maar dit moet John Milius of Michael Herr zijn geweest.
Maar Coppola zag eigenlijk helemaal niets in credits, ook niet toen
hij regisseur was op de universiteit:
"We speelden het stuk A Streetcar Named Desire,
en Blanche DuBois wordt aan het eind naar een inrichting
afgevoerd. Het publiek klapt, het licht gaat aan en er
komt niemand op het toneel om het applaus in ontvangst
te nemen. Dat veroorzaakte de nodige opschudding, het
publiek was verontwaardigd, de faculteit was verontwaardigd.
En ik zei, ze sloten Blanche op in een inrichting,
en ik voel er niets voor om dat te onderbreken."
Na vijf dagen heeft de film, die 31,5 miljoen dollar heeft gekost,
322.489 dollar opgebracht. Uiteindelijk levert de productie, tegen
alle verwachtingen in, toch nog een behoorlijke winst op.
Nederland
In het najaar van 79 komt de film omgeven door veel publiciteit in
Nederland uit. Alle kranten schrijven uitvoerig over de film en bijna
iedere filmjournalist komt met een exclusief interview met Coppola,
waarbij de vragen soms langer zijn dan de antwoorden. Tijdens
Coppola's Europese publiciteitstoer staat Amsterdam aanvankelijk niet
op zijn programma, maar op grond van de zeer positieve reacties van de
Nederlandse pers vanuit Cannes eerder dat jaar, doet Coppola met een
prive-vliegtuig toch Nederland aan voor een klein etmaal. Tijdens een
korte persconferentie verbaast Coppola zich erover dat Apocalypse Now
in Nederland alleen in 35 mm kopieen wordt uitgebracht omdat er in
Nederland klaarblijkelijk geen enkel theater is die de 70-mm versie
met het quintafonische dolbygeluid kan draaien. Coppola reageert daar
hoofdschuddend op:
"Onbegrijpelijk voor een land dat Philips heeft voortgebracht."
EPILOOG
In 1979 bericht Peter van Bueren regelmatig en uitvoerig over de film
in de Volkskrant en hij steekt zijn adoratie voor de film en voor
Coppola niet onder stoelen of banken. Op de stukken van Van Bueren
verschijnen vele reacties van lezers in het Open Forum. Een groep
lezers verwijt van Bueren dat hij niets van het einde snapte terwijl
andere verontruste lezers zich bedenkelijk afvragen hoe Van Bueren het
in zijn hoofd haalt om zo enthousiast te schrijven over zo'n ordinair
Amerikaans oorlogsspektakel. De aardigste bijdrage in deze
discussie levert dat jaar Maarten Polman in het Open Forum van
30 november met de volgende apocalyptisch lange zinsnede.
"En jij Peter van Bueren, ook jij, ooit een door waarheidsliefde
gedrevene, toch een verklaarde vijand van schijn en zwendel
-als meeloper en kontlikker laat je je kennen, als een hond lig
je op de mat voor het bed van de even gevreesde als bewonderde
Meester, je kwispelt om Zijn aandacht, je verslindt het uit holle
frasen gebakken koekje dat Hij je geeuwend toewerpt;
Je geestdriftige geblaf moet de woorden vervangen die je zelf
toegeeft niet te kunnen vinden voor het door Hem verrichte
cinematografische wonder -een wonder dat zich beschrijven nog
verklaren laat, maar dat zich openbaart, het woord zegt het al,
aan wie oren heeft om te horen en ogen om te zien, veelzeggend in
zijn onuitsprekelijkheid, eenvoudig in zijn grootsheid."
Einde citaat. Met deze discussie en met de premiere kwam aan een
jarenlange stroom aan berichten over Apocalypse Now eindelijk een
eind en kon nu iedereen zelf gaan zien hoe goed of hoe slecht
Coppola het er van af had gebracht.
Toen vorig jaar Hearts of Darkness in Nederland in premiere ging was
het teleurstellend dat Apocalypse Now niet opnieuw werd uitgebracht.
Het zou een uitgelezen kans zijn geweest om beide films naast elkaar
te kunnen zien, maar geen enkele distributeur wilde de (hoge) rechten
voor de film betalen. Hierdoor was Apocalypse Now al jaren uit de
filmdistributie verdwenen en ziet het er naar uit dat deze
filmklassieker ook in de toekomst niet op de Nederlandse
doeken te zien zal zijn. Maar deze maand wordt de film door speciale
import uit Engeland een aantal malen vertoond in de originele 70mm
versie. De stichting Openluchtbioscoop tekent voor deze bijzondere
filmvertoning en de film wordt op zaterdagavond 4 september in
Rotterdam vertoond. De donderdagavond daarvoor wordt
Hearts of Darkness gedraaid. (Noot: Deze kopie is wel in Nederland
gebleven en de toenmalige eigenaren van Desmet hadden/hebben? de
rechten verworven voor de Benelux. Het is deze kopie die nu ook in
het Filmmuseum wordt vertoond.)
De openlucht is niet de meest ideale cinematografische lokatie
om beeld en vooral geluid tot hun recht te laten komen en hopelijk
zijn de weersomstandigheden beter dan die Coppola teisterden tijdens
de opnamen op de Filippijnen. Maar na deze openluchtvoorstelling is
de kopie ook nog van 9 t/m 16 september 1993 in filmtheater Desmet
in Amsterdam te zien. Er zijn slechts 7 voorstellingen en vroegtijdig
reserveren is aan te bevelen.
Hoewel Coppola beweerde dat hij Apocalypse Now nooit voor televisie
zou vrijgeven is hij wel verkrijgbaar in de videotheek en heeft hij
de tv-rechten toch moeten verkopen om, na een zwaar financieel debacle
van One From The Heart, een dreigend faillissement van de Zoetrope
Studio's te voorkomen.
Tot slot. Het is niet aan te raden om dit magistrale bioscoopspektakel
voor de eerste maal op de buis te gaan bekijken, maar wacht geduldig
op een vertoning op het grote doek...
***
Herfst 1993 / Zomer 2000
Ltd. D.J. Fox
+ CREDITS + CAST + CREW +
++++++++++++++++++++++++++
+ APOCALYPSE NOW (1979) +
++++++++++++++++++++++++++
Directed by
Francis Ford Coppola
Writing credits
Joseph Conrad (Heart of Darkness)
Francis Ford Coppola
Michael Herr
John Milius
Cast
Marlon Brando .... Colonel Walter E. Kurtz
Robert Duvall .... Lieutenant Colonel Kilgore
Martin Sheen .... Captain Benjamin L. Willard
Frederic Forrest .... Chef
Albert Hall .... Chief Phillips
Sam Bottoms .... Lance Johnson
Laurence Fishburne .... Mr. Clean (as Larry Fishburne)
Dennis Hopper .... The Photojournalist
G.D. Spradlin .... General Corman
Harrison Ford .... Colonel Lucas
Jerry Ziesmer .... Civilian
Scott Glenn .... Colby
Bo Byers .... Sergeant MP #1
James Keane .... Kilgore's Gunner
Kerry Rossall .... Mike from San Diego
Ron McQueen .... Injured Soldier
Tom Mason .... Supply Sergeant
Cynthia Wood .... Playmate of the Year (Carrie Foster)
Colleen Camp .... Playmate (Miss May, Terry Teray)
Linda Carpenter .... Playmate (Miss August, Sandra Beatty)
Jack Thibeau .... Soldier in Trench
Glenn Walken .... Lieutenant Carlsen
George Cantero .... Soldier with Suitcase
Damien Leake .... Machine Gunner
Herb Rice .... Roach
William Upton .... Spotter
Larry Carney .... Sergeant MP #2
Marc Coppola .... AFRS Announcer
Daniel Kiewit .... Major from New Jersey
Father Elias .... Catholic Priest
Bill Graham .... Agent
Hattie James .... Clean's Mother (voice)
Jerry Ross .... Johnny from Malibu
Dick White .... Helicopter Pilot
rest of cast listed alphabetically
Francis Ford Coppola .... Director of TV Crew (uncredited)
R. Lee Ermey .... Heliocopter Pilot (uncredited)
Vittorio Storaro .... TV Photographer (uncredited)
Produced by
John Ashley (associate)
Francis Ford Coppola
Gray Frederickson (co-producer)
Eddie Romero (associate)
Fred Roos (co-producer)
Mona Skager (associate)
Tom Sternberg (co-producer)
Original music by
Carmine Coppola
Francis Ford Coppola
Mickey Hart
Non-original music by
John Densmore
Robby Krieger
Ray Manzarek
Jim Morrison
Richard Wagner (from opera "Die Walküre")
Cinematography by
Vittorio Storaro
Film Editing by
Lisa Fruchtman
Gerald B. Greenberg
Richard Marks (I)
Walter Murch
Production Design by
Dean Tavoularis
Art Direction
Angelo P. Graham
Set Decoration
George R. Nelson
Costume Design by
Charles E. James
Production Management
Leon Chooluck .... production manager
Barrie M. Osborne .... production manager
Second Unit Director or Assistant Director
Tony Brandt .... additional assistant director
Larry J. Franco .... second assistant director
Jerry Ziesmer .... assistant director
Sound Department
Mark Berger .... sound re-recording mixer
Jim Borgardt .... adr editor
Richard P. Cirincione .... supervising sound editor
Pat Jackson .... sound effects editor
Cliff Latimer .... sound department assistant
Jay Miracle .... sound editor
Walter Murch .... sound montage
John Nutt .... sound editor
supervising sound supervisor
Maurice Schell .... sound editor
Leslie Shatz .... supervising adr editor
Randy Thom .... principle sound effects recordist
Stunts
Terry Leonard .... stunts (uncredited)
Other crew
George Berndt .... associate editor
Brett Dicker .... foreign publicity coordinator
Gary Fettis .... lead man
Wayne Fitzgerald .... title designer
Tim Holland .... assistant editor
Dennis Jakob .... creative consultant
J. David Jones .... aerial coordinator
Michael Kirchberger .... assistant editor
Piero Servo .... camera operator
Frank Simeone .... additional crew
Enrico Umetelli .... camera operator
Production
Zoetrope Studios 1979