Homepage

Den Haag Beatstad Nummer 1!

Haagse kermis begin jaren zestig Het grootste deel van mijn leven heb ik in Den Haag gewoond. In de jaren zestig was ik nog een kind en gek genoeg is alle beatmuziek uit die tijd aan mij voorbij gegaan. Ik kende niemand met plaatjes van de Beatles. Pas toen ik een jaar of tien was -in 1970- ben ik me voor popmuziek gaan interesseren. Ik begon ook naar Radio Veronica te luisteren, die je in Den Haag goed kon ontvangen. Maar ik had nog niet echt een eigen smaak, meer de kinderpopmuziek van toen; Middle of The Road, Christie, de Poppies en ook Boudewijn de Groot. Verder werd er thuis naar easy listening geluisterd, vooral de na-oorlogse amusemenstmuziek van Frank Sinatra, Doris Day, The Millers, Dutch Swing College Band, enzovoorts. Maar bebopmuziek bijvoorbeeld was toen nog geheel onbekend bij mij, dat zou nog jaren duren. In 1972, op de middelbare school, raak ik helemaal verslingerd aan de symfonische popmuziek van Genesis, Yes, Pink Floyd, Jethro Tull en Roxy Music. Ik vond het geweldige muziek en moest van andere muziek weinig hebben. Zeker niet die ouwe hippiemuziek uit de jaren zestig. En ik volgde de Top 40 op de voet en later keek ik altijd naar Top Pop. Eind jaren zeventig breidt mijn interesse zich iets uit richting de jazzrock. De punk komt op en later de new wave. Ik heb er nooit wat mee gehad. En mijn actuele muziekbelangstelling is eind jaren 80 stil blijven staan met de intrede van de house en de hip-hop. Ik was rond de dertig en had alle soorten muziek inmiddels wel gehoord. Mijn geëvolueerde smaak had zich verder ontwikkeld in de jazz en in de popmuziek van met name de jaren zestig. In 1978 leer ik de echte jazz kennnen door de lp Ascenseur pour l'échafaud van Miles Davis uit 1957. Ik werd overrompeld. De hele symforock zwoer ik voorgoed af en ik dook de oude jazz in van de bebop en de cool. En tegelijkertijd ontdekte ik de muziek uit de jaren zestig. The Beatles, The Stones, Motown, The Doors, enzovoorts en voor het eerst ook de oude Haagse bands, waaronder de Q65 met hun geweldige lp Revolution. Midden jaren 80 draai ik de lp grijs en hoor ik steeds meer oude Haagse beat. Een herontdekking en aangename zoektocht. Ik ga er over lezen wat er te lezen valt en ik kom steeds vaker in contact met wat oudere mensen die die tijd nog goed hebben meegemaakt. Ook kom ik in contact met de muzikanten van toen. Niet zo vreemd, want in die tijd begin ik ook voor het poppodium Het Paard te werken en ook een paar jaar voor het North Sea Jazz Festival. Maar ik had ook een grote interesse in film en in documentaires en in de geschiedenis van Den Haag. Ik word een omnivoor en wil alles zien en horen uit de sixties en met name Den Haag. Ik sluit een mooie vriendschap met een tien jaar oudere man en die graag een documentaire over de Haagse beat wil maken. We gaan aan de slag. De titel hadden we al snel: Den Haag Beatstad Nummer 1! Veel research gedaan, bij mensen thuis geweest, films zoeken, en uiteindelijk via een producent een voorstel ingediend. Is allemaal op niks uitgelopen en tot de dag van vandaag is er nog geen documentaire over dit onderwerp verschenen. Ik ga het niet doen, maar wie neemt die uitdaging eens aan. Met alle kennis die ik toen had en heb ga ik hier nog eens proberen op te sommen waarom Den Haag toen -en nu nog steeds- popstad nummer 1 is. De punten zijn niet nieuw, maar ik zet ze nu eens onder elkaar. Wellicht nodigt het uit voor een reactie in de vorm van een reflectie of gewoon een aardige anekdote. Waarom werd en is Den Haag Beatstad Nummer 1? # 19 Notes - Den Haag en Scheveningen waren al voor de oorlog een stad van uitgaan en levende muziek. - Scheveningen, de parel van Den Haag. Het strand, de zee, de muziek, de drank en de mooie vrouwen. Den Haag, je tikt er tegen en het zingt. - In de oorlog mag geen Amerikaanse en Engelse muziek worden gemaakt. Dit biedt kansen aan de Nederlandse musici om veel te spelen. Dat zet zich na de oorlog voort in de Nederlandse amusementsmuziek. - In de jaren vijftig ontstaat de jeugdcultuur waarbij jonge mensen zelf geld hebben, verdienen, en uitgeven aan moderne kleding, muziek, brommers, enzovoorts. - In maart 1956 geeft Lionel Hampton met groot orkest een uitzinnig concert in de Houtrusthallen in Den Haag en diezelfde nacht in het Concertgebouw in Amsterdam. De beelden van het 'nieuwe' publiek staan op een Polygoonjournaal. - Dan komen na de oorlog de Indische mensen met hun kinderen naar Nederland, vooral Den Haag. In Indonesië konden ze al luisteren naar de rock-'n-roll. Ze namen dat mee. Er ontstaan veel indorockbands in Den Haag. - De indorockbands pasten goed in de uitgaansclubs. Goede musici en goede shows. Zij waren ook de voorbeelden voor de latere beatmakers. Met de komst van de Engelse beatgolf wordt de belangstelling voor indorock minder. Ook een kwestie van discriminatie. - De Beatles en de Stones breken door in 1964. Het concert van The Rolling Stones in het Kurhaus in 1964, is van belang omdat veel Haagse jongens daarna ook een bandje wilden beginnen. - De jonge Nico Servaas, van muziekwinkel Servaas, importeert als eerste in Nederland de nodige (Marshall) versterkers en instrumenten voor de jonge beatmakers. Kopen op afbetaling. - Haagse bandjes waren ook wijkgebonden met eigen fans, zoals de Golden Earrings en de Q65. Er waren ook veel jeugdgroepen: gangs als Kikkers, De Plu en de Gele Slang. En er waren grote en kleine clubs en ook rolschaatsbanen om op te treden en samen te komen. En het strand bleef altijd lonken. - Den Haag was ruim gebouwd van opzet, met lange lanen, van de binnenstad tot aan Scheveningen. De Puch was populair. Den Haag was een open stad om je te verplaatsen; ruimte, vrijheid, het strand... - De invloed van Veronica was ook groot. De dj's kwamen vaak in de Haagse scene. Joost den Draaier helpt de Motions -met een fakenotering- aan het eerste Haagse beatplaatje in de top-40. - Er ontstond een hele scene aan bands die ook konden spelen omdat de Amerikaanse en Engelse bands hier nog niet optraden. In het land der blinden is eenoog koning. - Na 1968 worden de meeste tieners 18-20 jaar. Moeten in dienst, gaan werken. De buitenlandse muziek-concurrentie wordt te groot. Alleen de besten blijven over. Ook veel bands en adolescenten gaan ten onder aan de dope ... - En het was een echte tienercultuur, jongeren van 12-16 jaar. De popculuur was ook nieuw. - De sociale verhoudingen in de stad. Van de gegoede ambtenarij, de residentie en de Schilderswijkcultuur. Den Haag, een stad zonder arbeiders. - De GTB-opnamestudio in de Jan van Nassaustraat. Vader Gerard Theo Bakker (GTB) en zoon Erik Bakker. - En Den Haag was een stad vol impresariaten, managers en andere muzikale entrepreneurs, zoals Paul Acket (ook uitgever van Muziek Expres en Pop Foto), beatkoning Jaques Senf, Freddie Haayen en 'een' Adje Lagorwaard. - Den Haag is ook altijd een jazzstad geweest, nog steeds. De Ductch Swing Collegeband, Pia Beck en ook zigeneurorkesten van André Serban en Lajos Veres. # Tot zover, voorlopig. Aanvullingen an analyses zijn welkom. En ik moedig iedere filmmaker aan om alsnog, zo snel mogelijk die documentaire te maken over Den Haag Beatstad Nummer 1! Shocking Blue Hoogtepunten waren Venus op nummer 1 in Amerika van Shocking Blue, hoewel acheraf puur plagiaat, en Radar Love van The Golden Earring. En natuurlijk The Life I Live van Q65. Golden Earrings 1965 Waarom werd Den Haag later ook weer populair als popstad met Anouk, Kane en Di-rect? Dat weet ik niet precies. Wel dat er altijd een goede infrastructuur was en is om op te treden en mogelijk ook de Haagse bluf: een bandje beginnen en spelen... Voortgaan op de tradities van vroeger, op tradities die nooit zijn verdwenen. DJ April 2010 Bronnen, onder andere: Mutsaers, Lutgard (1989), Rockin' Ramona. 'n Gekleurde kijk op de bakermat van de nederpop. Den Haag: SDU, 1989. Slootweg, Dick (1989), De B-kant van de beat. Den Haag: SDU, 1989. Ton van Steen en Bert Bossink, Het Liverpool van Nederland. Zwolle: De Ruiter, 2002 Ger Tillekens, De Haagse wortels van de Nederlandse popmuziek (recensie), Soundscapes 2003 - soundscapes/Haagse_wortels.shtml En dan wil ik nog twee linkjes geven van eigen bronnen: The Rolling Stones, 8 augustus 1964, Kurhaus, Scheveningen - met videoreportage The Life We Lived - Over het leven van drummer Jay Baar van de Q65