______________________________________________________________
"To a greater or lesser extent every one depends on "stories" to discover the
manifold truth of life. Only such stories, read sometimes in a trance have the
power to confront a person with his fate."
George Bataille, 1957
Nawoord 'Blue of Noon'
Paul Busee
Beatstad Projecties - DirkJan Vos - Den Haag - Amsterdam 1992 - 2005
______________________________________________________________
Q65, De Ultieme Biografie14 November 2009: Het boek in een keer uitgelezen. Uitstekend
oral-history interviewboek. Opgedragen aan Wim Bieler en Jay Baar. Kopen!Eind oktober 2009 is bij stichting Henk de Tank het
boek Q65, De Ultieme Biografie, van Pim Scheelings verschenen.
Op 20 november zal het ruim 200 pagina's tellende boek (met 65
foto's) officieel worden gepresenteerd op het Crossing Border
Festival in Den Haag. Vanaf die datum ligt het voor 18,50 euro
in de boekhandel.
Voor meer info kijk op Q65, De Ultieme Biografie, of op de fansite.
-
Voor uitgebreide informatie en beeld- en geluidsmateriaal van de Q65
kun je kijken op de site Q65.org
Een kleine, maar aardige site uit Japan:
Q65 English
Nog een pagina over de Q65 kun je vinden op de:
Q65 Pagina van Pim
Je kan ook nog kijken op een kleine pagina van de familie Niesten:
Q65 C. Niesten
Op de volgende Q65-fansite kun je lezen dat de Q65 op 21 mei 1965
hun eerste optreden gaven op de UTS op Scheveningen voor een gage van
tien gulden en een onkostenpost van twintig gulden:
Familie Helmers Q65
______________________________________________________________
Amsterdam, 26 juni 2005
In 1992 ontmoet ik Paul Busee. Ik ben bezig met de research voor
een tv-documentaire over de opkomst en ondergang van de Haagse
beat- en tienercultuur in de jaren zestig. Een belangrijke Haagse
beat- en nog steeds cultband is de Q65. Paul Busee was een goede
vriend van de drummer van de Q65, Jay Baar. Paul heeft zoveel verhalen
dat ik de gesprekken op band zet en later uitwerk. Hieronder vind je
een selectie van de verhalen van Paul Busee, hier en daar aangevuld met
wat algemeen commentaar. Het is geen compleet verhaal, maar is vooral
bedoeld om een tijdsbeeld van het Den Haag van de jaren zestig weer te geven.
Wanneer er reacties op mijn verhaal komen zal ik die apart opnemen.
De Q65 was een roemruchte sixtiesband die begin 1965 werd opgericht en
tweeënhalf jaar later, eind 1967 weer uit elkaar ging. Na zeven singles,
en één elpee kwam aan de ruigste band van de Nederbeat een
einde. Voor een uitgebreide biografie kun je kijken op: Q65.org
Het bekendste lid van de Nederlanse Pretty Things was de zanger
Wim Bieler. Met zijn lange haar, podiumuitstraling en Haags-Engelse
tongval was Bieler de man en het gezicht van de Q65.
Op de Q65-fanpage is ondermeer te lezen:
"Op 21 november 2000 komt een definitief einde aan de Q65.
Willem sterft in de wachtkamer van de dokter aan een
hartstilstand. In allerlei radio- en televisie-uitzendingen
wordt aandacht besteed aan het overlijden van Willem Bieler."
Maar al eerder was een lid van de Q65 voor eeuwig vertrokken.
Jay Baar, de drummer van de band.
En daar gaat mijn verhaal over.
DirkJan Vos
d.vos35@chello.nl
______________________________________________________________
JEUGD
Ik leerde Jay kennen op de Katholieke LTS in het Zuiderpark -Den Haag- en we
zaten naast elkaar in de klas. 1961. We hadden twee dingen met elkaar gemeen.
We verzamelden allebei singles uit de Amerikaanse top 100 en hadden een grote
belangstelling voor de Engelse taal.
Jay hield de Billboard top 100 bij en we luisterden vaak naar Radio Luxemburg
en de American Forces Network uit Duitsland.
Jay schreef songteksten over in zijn schoolschrift en maakte daar vertalingen
van. Hij was een gevoelige jongen en groeide eenzaam op in het naoorlogse
Zuiderpark, alleen met zijn hondje, Tippy en zonder vrienden. Ik was de eerste
die bij hem thuis kwam.
Jay had een merkwaardige, dwergachtige lichaamsbouw. Hij had een groot hoofd,
een zwaar bovenlichaam en dunne beentjes. Bij de gymnastieklessen vertoonde hij
een bewuste luiheid en schutterigheid en zorgde dat voor onvoldoendes. Hij was
zeer gespierd en kon zodoende uitstekend bassdrummen. Veel mensen vonden hem
niet aangenaam in gezelschap, maar ik vond hem wel mooi en was zeer op hem
gesteld.
Jay woonde op een woonboot die Anja heette: een combinatie van de voornamen van
zijn ouders die Annie en Jan heetten. Annie en Jan waren nooit getrouwd
geweest. Jan was een caféhouder in Scheveningen en Annie hielp mee als
koffiejuffrouw. Pa Baar kocht later -in de oorlog- een café in het
Bezuidenhout. In 1944 werd het Bezuidenhout door de RAF per ongeluk gebombardeerd
en het café van Jan en Annie werd verwoest. Na de oorlog kreeg Jan een
schadevergoeding uitgekeerd en kocht een woonboot. Er werden eigenlijk geen
ligvergunningen verstrekt, maar met behulp van een bevriende Scheveningse
politieagent, een voormalig klant uit 't Scheveningse café, kon Jan illegaal
zijn boot aan de Soestdijksekade leggen. Vervolgens wilden ze een kind
adopteren. Dit lukte niet omdat ze niet getrouwd waren en waarschijnlijk ook al
te oud waren. Rond 1949 adopteerden ze Jay. Illegaal en wederom met behulp van
de Scheveningse politieagent. Over de werkelijke afkomst van Jay zijn twee
verklaringen gegeven.
Het meest aannemelijke -ook gezien zijn uiterlijk- is dat Jay afkomstig was van
een in de oorlog, in een concentratiekamp, omgekomen zigeunerfamilie uit het
Oostblok. Na de oorlog bleef het nog lange tijd onrustig in met name de
Balkanlanden en vele kinderen werden hiervan het slachtoffer.
Na enige omzwervingen zou Jay in Den Haag bij Jan en Annie terecht zijn gekomen.
Zijn werkelijke geboortedatum en ouders zijn nooit bekend geworden. Jan
en Annie hebben Jay's geboortedatum gezet op de dag dat hij werd geadopteerd.
Het zou goed kunnen dat Jay toen al twee of drie jaar was.
Toen Jay achttien werd en een paspoort moest aanvragen kwam hij er pas met een grote
schok achter.
Een tweede lezing over Jay zijn afkomst -volgens Wim Bieler- is dat hij
afkomstig zou zijn uit een groot a-sociaal gezin uit de binnenstad. Dat gezin
zou zo groot zijn geweest dat de ouders niet alle kinderen konden verzorgen en
Jay aan Jan en Annie hebben overgedragen.
Er is iemand mee bezig om Jay's afkomst te onderzoeken. Na de veiling is wat
geld gereserveerd voor een nader onderzoek. Tot nu toe heeft dat bij mijn weten
nog niets opgeleverd.
In ieder geval krijgt Jay thuis het verhaal over de rondtrekkende zigeuners te
horen en bovendien dat die zigeunerfamilie uit muzikanten bestond.
Jan en Annie adoreerden Jay en wilden dat hij de muziek in zou gaan. Met hun
steun gebeurde dat ook. Ze stimuleerden hem in alles en droegen ook financieel
bij aan z'n transport, instrumenten, enzovoorts.
Ma Baar had een ziekelijk uiterlijk en overlijdt in 1971, op 65-jarige
leeftijd. Ze liep als een kleine heks door de woonboot en bracht altijd
mierzoete, vieze koffie. Je voelde het glazuur van je tanden springen. Jan en
Annie waren zeer goede mensen voor Jay en hebben ervoor gezorgd dat Jay zich
kon ontplooien in de muziek.
Oude radio's werden omgebouwd tot versterkers en een hoop jongens waren bezig
met solderen en zelfbouw. De afbetalingsregelingen die Servaas later
introduceerde bestonden in het begin niet en moest je alles zelf doen. Jan Baar
senior fourneerde wat startkapitaal voor de Q om ze direct goed voor de dag te
laten komen. Jan senior was geen manager.
in het midden Jay Baar
MUZIEK
Jazz was de muziek van onze bevrijders. Amerikaanser kon het niet en het was de
enige goede muziek die je in Nederland op de radio hoorde. Voor zwarte muziek
luisterde je naar AFN en Radio Luxemburg en voor de jazz stemde je af op
Nederlandse zenders.
In de beginperiode ging ik ieder weekend naar de jazzsociëteit van Adje
Lagerwaard. Die had een rijnaak gehuurd die in de Laakhaven lag. Daar was ik
lid van en zo'n half jaar lang ging ik daar iedere zondagmiddag heen om jazz te
luisteren. Jazz was mijn eerste muziekinteresse. Later in 1964 veranderde dat met
het optreden van de Stones in het Kurhaus.
De Stones hadden een reputatie als ruige band en Den Haag zou ze wel eens even
welkom heten.
Een zootje werd het.
Jay en ik waren daar ook bij en stonden op de tweede rij.
In het voorprogramma stonden de Fouryo's geprogrammeerd.
Twee oude heren met twee dames in van die petticoats, met van dat Hollandse
songfestival repertoire.
De zaal joelen en fluiten en door de enorme herrie was er niks te verstaan. Dus
de Fouryo's gingen direct weer af.
Toen kwam er een lange pauze en het publiek raakte langzaam tot het kookpunt.
Het Kurhaus had zo'n ouderwetse zaal met pluchen gordijnen en stoelen en er
hingen grote kristallen kroonluchters.
Het doek ging eindelijk weer open en de Stones begonnen met de eerste maten van
een ruig, uitdagend nummer. De zaal vond het geweldig. Jagger voelde de agressie
in de zaal en begon heel treiterig te zingen. We vonden dat prachtig.
Gelijk vlogen er bierflessen naar het toneel en er werden hele rijen
vastgeschroefde banken losgerukt. Heel de zaal op zijn kop. Stoelen hingen in
de kroonluchters en van meisjes werden alle kledingstukken van hun lichaam
gescheurd. Allemaal gillen natuurlijk. De politie kwam te paard de zaal in
galopperen, met getrokken sabels. Het publiek probeerde op het podium te
klimmen en de Stones speelden nog gewoon door. De politie kwam ook het podium
op en begon met hun laarzen op al die handen te trappen van die mensen die bij
het podium stonden. Er werden klappen uitgedeeld met de platte kant van de sabels.
Na negen minuten was het concert afgelopen en er was een enorme chaos.
Toen de zaal schoongeveegd was en iedereen buiten stond, barstte er een gigantisch
onweer los en iedereen was daarna snel verdwenen. Voor mij was het een
gedenkwaardig moment en ik wist op dat moment dat ik ook beatmuzikant wilde
worden. Zanger.
Daarna heb ik met Jay, Leadbelly's Ltd. opgericht. De jazzmuziek was voor mij
toen voorbij.
Later is nog een fragment uit de beroemde Kurhaus film in een clip van de
Stones gebruikt. Daar sta ik ook op. Toen was ik nog een keurige jongen met
blauwe blazer die braaf op de MTS zat.
Om Haagse bands te zien spelen gingen we naar De Marathon, De Drie Stoepen, De
Houtrustrotonde, de Speakeasy, Les Galeries, De Haard, enzovoort. Daar heb ik
gezien Pee White and his Magic Strangers (Peter de Wit), Johnny and his Cellar
Rockers, Peter and the Blizzards (die droegen witte pruiken en speelden op
Scheveningen) en natuurlijk de indorockbandjes, zoals de Tielman Brothers,
Willy and his Giants en Rene and his Alligators. Dat waren nachtclubacts. Alle
muzikanten in smoking en maakten tegelijk danspasje van links naar rechts.
Technisch waren ze ook goed. Niet voor niets dat in Den Haag dat beatgebeuren
van de grond kwam, want daarvoor was natuurlijk al die fantastische, geweldige
indorock.
LEADBELLY'S LTD.
De voorloper van de Q is de op Engelse muziek georiënteerde band Leadbelly's
Ltd. De formatie wordt genoemd naar de blueszanger Lead Belly en Paul is de
zanger van de band en speelt tevens mondharmonika. Jay speelde op drums. In
1963/1964 ziet Paul op de televisie een documentaire over de nieuwste
muziekontwikkelingen in Engeland waarin Georgie Fame and the Blue Flames optreden
in de Ronnie Scottclub. Voorheen kwam uit Engeland alleen de vervelende muziek van
Cliff Richard, of dixieland- en Skifflemuziek. The Blue Flames waren iets
geheel anders. Ook een pre-beatband als The Graham Bond Organisation stond
model voor Leadbelly's Ltd., waarin verder Harry Scheublin (slaggitaar) en Dhil
Bennink (sologitaar) meespeelden.
Harry was een slechte gitarist, maar was bruikbaar omdat hij op Brian Jones
leek. Bij optredens werd Harry wel eens uit de versterker geplugd zodat hij de
boel niet kon verpesten. Harry stond dan altijd te klagen dat hij zichzelf niet
hoorde.
De manager van de band was ene Van Rossem. Hij was een soort randfiguur. Een in
smoking gestoken en met een vlinderdas gehulde semi-oplichter die zijn geld
verdiende op kermissen en met het organiseren van bingo's. Hij wist niets van
muziek en engageerde de band zo'n paar maal in de maand voor bruiloften en
partijen.
De omstandigheden in dit soort kleine zaaltjes waren nog uiterst primitief en
bijna niemand had ooit een beatbandje zien optreden. Er waren altijd problemen
omdat de muziek te hard was of omdat de stoppen doorsloegen. De politie stond
dan ook regelmatig op de stoep en er moest altijd voortijdig ontruimd worden.
Jay gaat van de LTS naar de MTS in Scheveningen. Paul onderhoudt contacten met
de Zuiderpark HBS en krijgt via connecties toegang tot alle schoolfeestjes. Het
jeugd-en buurtbandje Leadbelly's Ltd. houdt het een jaar vol.
Voor de dope werd er alleen maar cola-tic gedronken waar je doodziek van werd.
De cola-tic werd ook gratis gedronken.
De zoon van ene heer Wilson, Harry Wilson, pachtte de zaal van de Eekhoorn, een
rolschaatsbaan op het eind van de Leyweg -vlakbij een zigeunerkamp. Hij
organiseerde beatavonden en zijn vader had een limonadefabriek. De fabrikant
produceerde ook voorgemixte flesjes met cola-tic en konden de Q-leden met
aanhang, als er werd opgetreden altijd gratis drinken.
Lazerus werden we en daarna ziek naar huis op bromfietsen.
CHICKS
De Haagse scene werd gevormd door jongens en meisjes uit het Zuiderpark, de
Schilderswijk en de Vogelwijk. In het Zuiderpark woonden in naoorlogse grijze
nieuwbouwwijken de lagere ambtenaren en het middenkader, en was het niet
verwonderlijk dat daar een reactie op kwam van de jeugd.
Tot en met 1945 bestond het gebied nog uit uitgestrekte weilanden veel sloten met
hier en daar wat kassen. Tot eind jaren zestig was er het monotone geluid van de
heipalen te horen. Er verrees een grijze en gelijkvormige wijk zonder
voorzieningen. De jeugd was veel op straat en hield zich op in de gemeenschappelijke
tuinen tussen de flats. Soms werden daar fotosessies gehouden voor
aankomende beatbands. Dat wil zeggen vier jongens met de 'juiste' kleding en
looks. In de kelderboxen en garages werden, buiten de controle van de ouders,
feesten gegeven. De bandjes konden er op woensdagmiddag en zaterdag repeteren
en sommige kelders werden zelfs bewoond door 'dakloze' jongeren die
prefereerden om constant in de visnetten te wonen.
Ook de meisjes zetten zich net zo hard af van het kleinburgerlijke milieu en
deden net zo wild aan alles mee. Ze dronken net zo veel uit de rieten Chianti
flessen en werden even dronken, stoned en ziek als de jongens. Sommige meisjes
van veertien/vijftien jaar waren onhandelbaar op school en belandden op kostscholen en in
inrichtingen voor moeilijk opvoedbare meisjes. Deze wilde tieners, dochters van
keurige ambtenaren, voelden zich sterk aangetrokken tot de beatmuziek en vooral
ook tot de muzikanten.
ANN
Een zo'n meisje was Ann. Ze was de jongste dochter van een hoge ambtenaar bij
de PTT. Ze was mooi en poseerde vaak voor haar vader die geen onverdienstelijke
amateur-fotograaf was.
We zaten op de Zuiderpark HBS in de Mayubastraat. Een prachtige school waar ik
een blauwe maandag op heb gezeten. In die periode bouwden we versterkers in
oude garages.
Op een bepaalde dag attendeerden een paar vrienden van school mij op een
meisje. We verlieten de school en ze liep enkele meters voor ons uit. Wat me
direct opviel was dat ze iets bijzonders, iets exclusiefs had. Ik vroeg wie 't
was. Ze vertelden me dat ze Ann heette en voegden er gelijk aan toe dat ik geen
enkele kans bij haar maakte. Geen schijn van kans, want de hele school liep
achter haar aan. No way. Geen enkele kans. Vergeet 't maar, forget it.
In mijn ogen was ze heel mooi en juist zeer begeerlijk omdat iedereen haar
naliep. Al die rotjochies die achter haar kont aanliepen op zo'n ouderwetse
schooljongens manier. Wanneer Ann voor ze wegrende viel 't me op hoe elegant
haar slanke enkels naar buiten zwaaiden. Als een gazelle, bewoog ze. Een hele
mooie manier om hard weg te lopen van al die lastige boys. Ik dacht 'Dat is
bijzonder, die moet ik erin houden'. Na veel aandringen -ik was een doorbijter-
kwam ik toch met haar in gesprek en slaagde erin om een afspraakje te maken.
Ze woonde in de buurt van de Leyweg, ergens in een nieuwbouwflat tussen de
Rades en de Dreven. Dat wat een uitgestrekt gebied waar je met je Puch overal
kon komen. Als je zestien was en een brommer had kon je iedere plaats in de stad
bereiken. De Leyweg was een soort as waaromheen alles gebeurde.
Ann had een fantastische oudere zus. Helen. Heel mooi was ze. Ze had een soort
verloofde die Cor heette. En Cor had het helemaal. Dat was een figuur. Mooie
kop, swingend uiterlijk en elegante kleding. Hij droeg zandkleurige Clarks en
was mods-achtig. Hij wierp zich op als manager van bandjes. Dat was hij in
wezen helemaal niet, maar dat was voor hem een goed excuus om Helen af en toe
thuis te laten sudderen, zodat Corretje zelf zijn gang kon gaan in het milieu.
Helen en Ann hadden een meisjeskamer die ze samen deelden. Er stond een pick-
upje met een plastic armpje en de luidspreker zat in de deksel. Er stonden
rotanstoeltjes en een niervormig tafeltje met een kringelachtige glasplaat
sierde het midden van de kamer. We zaten daar avonden, maar vaak met z'n
drieën. Ik verwenste die Cor wel dat hij Helen niet altijd meenam, zodat ik ook
eens met Ann alleen op d'r kamer kon zitten. Altijd zat die zuster erbij! Later
ging dat gelukkig beter.
's Avonds draaiden we plaatjes en ik heb daar heel wat avonden gezeten. Ann
kwam ook bij mij thuis.
Ann beet nagels. Een spreekwoord van mijn oma -van moederskant- was altijd:
'nagelbijters zijn mensentreiters.'Ann had ook de reputatie van lastig. Altijd
dwars liggen. Ze was een lastpak vond men en ze was chagrijnig. Ze was zwaar op
de hand, had overal schijt aan en lag voortdurend in de contramine. Constant.
Kortom een lastig type.
Dus Cor was de zogenaamde beatmanger. Hij wist in ieder geval waar de garages
waren waar wat gebeurde en waar bandjes optraden. Ik heb Ann toen aangemoedigd
om eens samen naar die bandjes te gaan kijken. Gewoon om eens uit te vissen wat
er op een woensdagmiddag of zaterdagavond daar aan de hand was. Je kon
natuurlijk ook bij de patatfrietkraam rondhangen, maar ik wilde wel eens wat
anders beleven. Met veel moeite ging Ann mee. Al gauw gingen we naar al het
beatgebeuren. We gingen naar de Marathon, de Eekhoorn, het Zuiderpark
Paviljoen, alle tenten. 's Zomers waren we altijd te vinden op het Savorin
Lohmanplein en op het strand. Dat waren belangrijke plaatsen waar iedereen
kwam, de Wildhoef, de Harpurs. Al die boys waren daar. Daar kwam tout le monde.
Tout La Haye.
Ann was de limit. Ann en ik zouden elkaar verloven. Wij waren in die tijd
elkaars verloofdes. Zo noemde je dat. Daar sprak je ook over, over je
verloofde. Dat was heel serieus, maar we waren nog nooit met elkaar naar bed
geweest.
Ann werd steeds minder chagrijnig. Veel leuker, veel vrolijker. Ann werd een
leuke chick en ze verloor haar chaggo-image. Ze kwam in de scene rond de Q
terecht en werd een groupie. Ze begreep steeds meer wat er gebeurde en deed
volop mee met de boys. Ann leefde helemaal op en werd alsmaar meer haarzelf.
Ze werd minder angstig en minder gefrustreerd. Ze voelde zich niet meer het
lelijke eendje met die mooie zus en ze hoefde niet meer weg te rennen voor die
jongetjes.
Het probleem met Ann was dat ze van alle scholen werd afgetrapt omdat ze stoned
in de klas zat. Want Ann zat gewoon te blowen in de klas. Dus ze wordt van
school verwijderd en gaat van de ene naar de andere school. Ze eindigde op een
MMS in de Jan Willem Frisolaan, een meisjesschool. In de buurt van het
Congresgebouw. Met veel pijn en moeite heeft ze daar MMS-A afgemaakt. Haar
ouders hadden daar allemaal weinig problemen mee. Ann was hun buiten-de-boot-
gevallen dochter en stonden daar tamelijk onverschillig tegenover.
We hadden een goede relatie en Ann was een toffe meid. Maar ik moest en ik zou
naar Engeland. Naar Londen, want daar gebeurde 't.
We hadden een vriend, Jantje van der Meer en die was kunstschilder. Hij woonde
in de oude kazernes in de Frederikstraat. Daar zaten allerlei ateliers en we
kenden daar allerlei neukadresjes. Daar kon je terecht als je wat met een chick
wilde, of wanneer je een model wilde versieren.
De moraal van de jaren zestig was dat je met je verloofde ging trouwen. Daar
ging je mee samenleven en kreeg je kinderen uit. Maar daar wachtte je mee. Nu
nog niet. Eerst moet je alles doen en swingen. Want als je getrouwd bent kan je
niet meer swingen. Dat gold toen. Gewoon eerst alle grenzen aftasten en alles
doen wat God verboden heeft. Je kon je toen tien slagen in de rondte neuken, maar
je moest geen kind bij je verloofde maken. Dan ga je fout. Dan is 't afgelopen.
Dat lag allemaal vast.
Ik wist ongeveer hoe Ann eruit zag. Op het strand zag ik haar in bikini. We
gingen zwemmen. We doken onder elkaars benen door en met mijn open ogen open
zag ik haar zwarte schaamharen uit haar bikinibroek steken. Ik zag ze zachtjes
met de golven van de zee meebewegen. Dat was erg opwindend. Visueel erotisch.
Ann had ook al veel okselhaar en rook heel kruidig. Dat was uiterst boeiend.
Lichaamsgeur was iets nieuws voor me en dat was iets opwindends. Ze had ook een
bijzondere huid. Het had de kleur van versgeklopte room. Een grote bak
slagroom. Zo egaal en bleek.
Vanuit de Wiener hadden we een afspraak gemaakt met Jantje.
Ik zei 'Jantje, ik ga even met m'n verloofde naar bed. Kan ik je atelier even
lenen'.
We kwamen op z'n atelier. Dat was een hele mooie zolder. Er hingen van die
grote houten hanenbalken aan het plafond en het rook er heerlijk naar olieverf
en terpentine.
Er was geen wc, dus we pisten gewoon uit de dakgoot. Geen probleem, dat vonden
we juist leuk.
We bleven daar van 's middags twaalf tot 's avonds een uur of acht.
Het was een mooie middag. Er viel schemerig, diffuus licht naar binnen. Het was
een perfecte ambiance.
In die tijd hadden meisjes van die hele rare bh's. Die waren met schuimrubber
gevuld en daar waren kringetjes in gestikt. Concentrische cirkels. Kegels. Een
soort ronde piramides. Je wist daardoor nooit zeker hoe een meisje d'r tieten
er in werkelijkheid uitzagen. Ann doet haar bh uit.
Ik heb nooit begrepen dat in zo'n ding paste. Er kwamen borsten uit in de vorm
van bananen. Bananen met het steeltje omhoog. In het diffuse licht en met m'n
stoonde kop deed Ann me denken aan een ivoren afgodsbeeldje van een Afrikaanse
vruchtbaarheidsrite.
Ik had nog nooit zoiets perfect gezien.
Rooie Lia
Een andere chick was Rooie Lia, grof gebouwd en zag er, vooral door de zware
make-up, ouder uit.
Ze had rood haar en droeg jassen van roodharig bont. Ze was een fantastische
meid, maar er was geen land met haar te bezeilen. Ze wist niet wat ze wilde en
liep maar tussen de jongens en in de scene rond.
Op een gegeven moment had ik ergens een kamer gehuurd en Rooie Lia en Rinus
Gerritsen kwamen in zijn sportwagen langs. Er ontstond een discussie over de
zin van drinken en blowen en Rinus vertelde dat hij niks in drugs zag. We
gingen met zijn drieën naar een feestje en Rinus vertrok later alleen in zijn
autootje. Rooie Lia ging met mij mee naar huis. Ik zag wel wat in haar en had
geen enkel bezwaar dat ze bleef logeren.
Ze bleef een tijdje en er werd overdag continue geblowd en vooral ook veel thee
gedronken. Na een week ging ik 's ochtends even naar het Postkantoor en ik had
voor ik wegging een pot thee in de keuken gezet. Omdat ik bij een hospita
inwoonde durfde Lia zich niet op de gang -waar ook het toilet was- te laten
zien. Ik kwam terug van het Postkantoor en schonk in de keuken een kopje thee
in en nam een slok. Lia begon te lachen en vertelde dat ze daarnet in de
theepot had gezeken! Ik kon er niet om lachen en gooide haar gelijk het huis
uit.
Een paar dagen later kwam Jay langs in de grote Amerikaan van zijn vader. Rooie
lia zat met haar roodgelakte nagels en roodgestifte lippen naast hem. Jay vroeg
aan mij of ik zin had om mee te gaan stappen in Amsterdam. Ik hield het
uitstapje voor gezien.
De meisjes gingen van hand tot hand en Rooie Lia wilde na de saaie bassist
Rinus, nu wel eens een drummer, ook interessant. Toch was Jay niet gelukkig in
de liefde en had weinig succes met vrouwen. Ik werd wel verwend door de
talloze, soms anonieme vrouwen en overladen door hun attenties.
Wanneer ik 's nachts thuis kwam ging ik stilletjes de woonkamer in. Schoenen
uit, op kousenvoeten en zette de radio aan. Een Philips radio met een groen
afstemoog. Ik ging in een stoel zitten en keek naar het fluorescerende licht
dat door de kamer scheen. Alsof de aliens in de woonkamer waren geland. Je had
gedanst, lekkere meiden gezien, eelt onder je voeten en alle buitenaardse
wezens ter wereld waren in jouw kamer aanwezig.
DE LONDEN CONNECTION
Paul gaat in 1965 met Harry naar Londen en zij worden vervangen door Wim Bieler
en Joop Roelofs. Vervolgens komen Frank Nuyens en Peter Vink erbij en wordt de
Q65 opgericht. Paul en Harry komen in Londen in de muziekscene terecht die
voornamelijk bestaat uit folkmuzikanten ala Bob Dylan en Joan Baez. Het echte
leven van Swinging Londen speelt zich 's nachts af en is totaal anders dan het
beeld van een Modsgroepje dat overdag kleren koopt in Carnaby Street.
De pubs sloten al om tien uur p.m. en na sluitingstijd werden er buiten kaartjes
uitgedeeld met adressen waar bij mensen thuis feestjes werden gegeven. Harry en
ik trokken van feest naar feest en leefden van wat we tegenkwamen en mee konden
nemen.
Allereerst werd de boel snel verkend: waar was de drank, de dope, de vrouwen en
iets te eten. We braken kasten open en we namen wel eens wat Campbell
soepblikken mee waar we drie dagen van konden eten. Zonder vaste verblijfplaats
overnachtten we vaak op de feesten in badkuipen of we trokken twee stoelen
bij elkaar. We sliepen ook wel eens in een leegstaand huis.
Er was goed geld te verdienen in het nichtencircuit. Ik was listig genoeg om me
niet daadwerkelijk te hoeven geven, door iemand anders naar voren te schuiven.
Maar ik kon dan wel de poen vangen of kreeg goed te eten of had weer een
slaapplaats. Het wilde leven speelde zich af in Soho, temidden tussen de
hoeren, pooiers en junks. Deze subcultuur werd gedomineerd oor de muziek. We
kwamen regelmatig in de clubs en zagen veel life-acts als Manfred Mann met Paul
Jones, Graham Bond, The Yardbirds en John Mayall.
Ik leefde in Londen in de buurten van Brixton bij Porto Bello Road. Daar waren
in 1964 de eerste rassenrellen. Dat waren de buurten waar de West-Indiërs
woonden, ook wel 'spades' genoemd. Ik leefde daar tussen die mensen en die gaven
wel eens feesten die zo'n vier a vijf dagen duurden. Je had daar van die
straatjes met allemaal kleine arbeiderswoninkjes en in vijf aaneengesloten
huisjes woonde dan een grote familie. Alle muren waren doorgebroken en je liep
dan vier dagen door al die kamers te feesten, dag en nacht.
Lekker eten, blowen, roti's, kippetjes en ginger-ale.
Dagen achter elkaar.
Ik werd daar geaccepteerd omdat ik ook blowde en we dachten dat we daardoor
allemaal wereldverbeteraars waren. Op de grond stonden oude jukeboxspeakers.
Jukeboxspeakers hebben een zware basdreun en de West-Indische muziek die eruit
kwam voelde je door je hele lichaam trillen. Zware ritmes en swingen op oude
reggae, blue beat en Ska.
De muziek die Bob Marley later maakte was slap vergeleken met die oude ruigere
ska.
Q65
Na een klein jaartje komen ze terug in Den Haag en Paul geeft al zijn
informatie door aan Jay, die het op zijn beurt bij de band inbrengt. Inmiddels
ging het de Q65 voor de wind. De muzikanten waren niet allemaal even goed, maar
de podiumact en uitstraling van met name Wim Bieler sprong eruit. Door de
Engelse connectie via Paul begon Bieler ook te begrijpen wat hij nu eigenlijk
stond te zingen. Ze gebruikten veel slangwoorden en rond de Q ontstond een
hiptaaltje, een soort code van Engelse straattaal, die vooral bedoeld was om je
te onderscheiden van de domme massa. Dit was op zijn beurt weer ontleend aan de
Amerikaanse Jazz Jive-talk, of hipcattalk. Paul had eveneens een hoop platen
meegenomen. Die waren in Nederland niet verkrijgbaar en Paul introduceerde ook
het gebruik van stuf.
Toen ik terug kwam ging ik met de Q mee, on-the-road, als roadie of verving
Frank Nuyens die zich opeens serieus ging verloven. Ik verving ook wel eens Wim
Bieler of we deden samen een show en dan speelde ik mondharmonika. Ik ging mee
op de tournees door België en het zuiden van het land.
Geld heb ik er nooit voor gekregen. Maar ik deelde uiteraard wel mee in de
gratis drank, dope en natuurlijk in de vele chicks.
---------------------
Ann
Annecy, dinsdag Zomer 1966
Lieve beste kameraad, minnaar,
Ik mis je vreselijk erg. Ik denk zowat de hele dag aan jou. Verder doe ik
niets dan lezen en af en toe wat tekenen. Ik wou dat ik alweer bij je was. Dat
duurt nog twee weken.
Annecy, maar dat zal niet meer zo lang duren, want we gaan donderdag waar-
schijnlijk naar Italië. Het regent hier dag en nacht. Het is hier zo koud dat
het in de bergen zelfs gesneeuwd heeft. Dus kun je nagaan. We hebben niet zo'n
voorspoedige reis gehad als we gewild hadden. Maar de eerste dag ging alles
prima. We zijn 's morgens om half vijf van huis gegaan en we waren 's avonds om
half zeven in Annecy. Daar hebben we toen de tent opgezet en zijn daarna meteen
naar bed gegaan. We waren bekaf.
De volgende morgen, dus zondag, zijn we om half tien weer vertrokken, en om
een uur of een hadden we pech met de auto. In de tijd dat pa de auto weer
maakte is er even zon geweest. Het enigste ogenblik dat ik de zon heb gezien
tot nu toe. Vannacht heeft 't wel zo geregend dat we er iedere keer uitmoesten
om te kijken of de tent niet zou doorlekken. Dat was dus gelukkig niet het
geval. De tweede nacht hebben we in een hotel geslapen in Belle Garde, of zoiets.
En nu zitten we dus hier he. Drijfnat en kwaad over dat vieze, gore kutweer.
Zeg schatje, ik heb gehoord dat het bij jullie lekker warm is. Dat idee
maakt me helemaal woest. Ik heb er maandag aan gedacht toen je weer moest gaan
werken. Rot he,(om te werken dus).
Jezus, ik wou dat ik weer terug was bij jou, weet je wel. Nu, ik ben dus
hier, zonder jou en nu weet ik pas hoeveel jij voor m'n leven bent gaan betekenen.
Want jij bent de enigste Paul waar ik van houd en van blijf houden. Het
klinkt misschien wel stom, sentimenteel, maar het is nu eenmaal zo. Ja, als je
hier zo zit en niks te doen hebt ga je vanzelf sentimenteel worden. Sorry, neem
me niet kwalijk.
Hoe gaat 't verder? Goed zeker, he, weet je wel. Ja, wat kan er nou mis gaan?
Zeg Paultje, mis je me nog een beetje? Of vermaak je je nogal?
Zal ik je wat vertellen? Op een aanlegsteiger bij het meer staat in
koeienletters geschreven Q65. Gek he. Ik wist niet wat ik zag. Het zal wel door
Nederlanders zijn neergekalkt. Ben je nog mee geweest met de Kjoe? En heb je
nogal gedragen? Want tenslotte ben ik gek.
Het meer schijnt erg mooi te zijn. Schijnt, want eerlijk gezegd heb ik er
nog niks van gezien. Het enige wat ik heb gezien is de binnenkant van de tent
en de wc. O ja, de wc. Het is hier wel zo'n rare bedoeling. Eerst wist ik helemaal
niet hoe zo'n ding werkte. Het is een soort gat waarboven je moet hangen.
Maar ergens ook wel leuk. Ik schrijf zeker dingen die je helemaal geen moer
interesseren. In dat geval nogmaals mijn excuses lieve schat. Ik weet niet wat
ik nog moet schrijven. Alleen dit: Ik houd vreselijk veel van je en mis je
gewoon angstaanjagend. En ik schrijf nog.
Je eigen bedroefde doch zo gelukkige,
Ann
P.S.
Groeten aan je familie.
Ineens denk ik ergens aan. Er is toch geen recherche geweest, he Paul? Jezus,
kon je mij maar terugschrijven. Maar dat kan niet GVD!
---------------------
Annecy, zaterdag
Lieve, lieve Paul,
Ik heb zo'n verlangen naar jou dat ik me bijna op lig te vreten de hele
dag. Ik lig de hele dag op een bed buiten en nu schijnt de zon. Maar het
interesseert me niet zo bar veel. Ik zit de hele dag aan jou te denken, aan wat
je op dit moment aan 't doen bent.'s Avonds, als ik op bed lig, denk ik aan je,
zodat ik verder de hele nacht van je droom. Het klinkt misschien ongeloofwaardig,
maar het is echt zo. Je zal wel denken, Jezus weer zo'n brief! Maar als ik
zoveel schrijf voel ik me heel wat dichter bij je. Ik ben nog zenuwachtiger
geworden al die tijd dat ik hier ben. Iedere letter die ik schrijf moet ik
apart tekenen omdat m'n handen trillen. Mijn vorige brief was heel anders. Maar
toen was ik wat optimistischer gestemd. Nu niet meer, nu het allemaal wat
langer is dan ik had gedacht. Ik mis je heel erg en ik heb het gevoel alsof er
iets mis gegaan is bij je thuis.
Paul ik ben de tweede thuis. Waarschijnlijk 's avonds laat, maar dat weet ik
niet zeker. Als ik dinsdag niet thuis ben, dan kom ik misschien woensdag. Dan
bel ik je na je werk. Je werkt toch nog steeds Paultje?
Ik houd nog van je. Als je me alleen laat Paul, dan zet ik de gaskraan
open. En dat zweer ik hoor! En ik meen 't echt. Laat me niet alleen. Dat weet
ik wel zeker. Raar kind ben ik he, om dit op te schrijven. Maar ik spring van
't dak hoor! Maar ik spring ook van de hak op de tak. Dat komt eigenlijk omdat
ik geen brieven kan schrijven.
Het is hier maar eigenlijk een dooie boel. We hebben eerst met pappa en
mamma boodschappen gedaan.
Ik lig de hele dag aan je te denken. Je weet tenslotte wie ik ben. Dat
hoef ik je niet te vertellen. Ik vind het fijn dat Mamma bij me is en tegen me
praat, omdat het iemand is die jij ook kent. Begrijp je wat ik bedoel?
Misschien niet. Maar ik denk dat je mijn gedachten wel kunt volgen. Paultje,
woensdag vang je me op in je armen, tot ik helemaal geen adem meer kan halen.
Dat doe je he? En alles wordt weer als vroeger. Je houdt nog even veel van me,
he Paul?
Ann
---------------------
Ik moest naar Londen. Dat was een droom. En ik kwam terug. Met Terry Redwing.
Ik had haar leren kennen in het folkcircuit. Ze was een goede folkzangeres ala
Sandy Sandy Denny (later bekend van de Fairport
Convention) en Dylan. In Londen woonden Harry en ik in hetzelfde huis als
Terry. Door haar leerde ik veel Amerikaanse slang kennen.
Toen ik terug ging heb ik Terry mee naar Den Haag genomen. We hadden samen
gereisd en on-the-road zijn heeft een andere code dan verloofd zijn. Terug dus.
Ann wordt boos.
Terry ging eerst bij mijn ouders wonen en trok daarna even bij de ouders van
Jay in. Daarna heb ik haar bij de cineast Boud Smit ondergebracht. Op de
Valkenboskade. Boud was een hippe filmer en leefde daar met z'n vrouw en
kinderen.
Ann keerde zich van mij af met rancune. Ik had haar verloochend.
Suddenly was er een new boy in town. In Tedje. Een nieuwe barman. Import. Peter
van Dijk.
Hij zag eruit als Ben Gazarra uit de tv-serie 'A Long Hot Summer' van Tennesee
Williams. Ben speelde de bink, de macho en Ann was daar gek op.
Volgens eigen zeggen van Peter van Dijk was hij van adel, of halfadel. Een wat
bekakte blufgozer: 'Mijn grootvader was Majoor Domus op 't Loo'. Hij kwam uit
Soest of Zeist, ergens uit die contreien. Maar wel de arme tak.
Hij werkte achter de espressoapparaten in Tedje. In de jukebox hoorde je 'Paint
it black' van de Rolling Stones en 'Hey Joe' van Hendrix. Er hing een
agressieve sfeer. Peter had gehoord van Ann en die wilde ie wel hebben. Tegen
mij zei hij 'Ik sla je kop d'eraf'. Dat was een toon die wij niet gewend waren.
Wij waren niet met agressie bezig. Aadje Bos beschermde mij, want Ann was toen
nog mijn verloofde.
Maar Peter wilde Ann.
Zo geregeld. Ann had een klerebui want onze verloving was tot een nulpunt
gedaald. Ik kon het me wel voorstellen.
Ze gaat gelijk met Peter in zee. Dag Paultje.
Ann exit.
Binnen een half jaar had ze een dikke buik en zijn ze gaan trouwen. Haar ouders
waren er op tegen.
Na een jaar waren ze ook weer gescheiden. Heel simpel.
Willie Vink
We hadden een bassist nodig voor Leadbelly's Ltd. Dat werd Rudy. Hij was toen
al een oudere jongere en woonde niet meer bij zijn ouders. Hij woonde in een
kelderbox. Dat deden er wel meer. Het mooie was dat je daar in en uit kon lopen
en buiten de controle van ouders, installaties neer kon zetten. Rudy was zo'n
kelderboxjongen.
Willie Vink had al een reputatie. Ze had zich laten vastbinden door Indische
jongens. Ze had zich door zwepen laten slaan, door Indische jongens. Niet echt
waar, maar dat waren de verhalen.
Willie was een wilde meid. Ze was snel fed up en was altijd in voor nieuwe
dingen. Liet ook makkelijk weer iets los voor iets nieuws. En Willie Vink
raakte in contact met Boeroe, met Iwan en met Boelie. Ineens groeide ze vanuit
de beperkingen van het betonnen-kelderboxgebeuren naar de Haagse
binnenstadscene. Als een komeet. Dat was haar carrière. Ze werd de big mamma
van de scene.
En Bieler werd lastiger. Werd neurotischer. 'Alle chicks liggen met hun
klapperende natte mutsen voor het podium. Ik ben net zo goed als Jagger'.
Sterallures kreeg hij. Hij was alles en wij waren noboydies. Hij werd grillig.
Soms kwam ie wel opdagen en soms niet. Jay en ik dachten, 'Kijk. Willie Vink
wordt de groupie. De ultieme groupie'. Wij zeiden, 'Ok Wil, jij versiert
Bieler'. Willie had de stuf en versierde Bieler. Willem werd rustiger en
relaxed. Ze ging hem coachen. Ze ging hem rustig houden. Ze gaf hem af en toe
een blow. En ze zorgde voor z'n sexuele trekjes. Daarna verscheen Hannie en ze
wordt de grootste fan van Bieler.
Dus bonje.
Willie zat daar tussen. Jay en ik vonden dat wel prima, want Willie voerde al
die dope aan en ze wilde ook wel neuken. Dus iedereen had daar wel wat aan.
Willie was er en moest er zijn. Ze was niet alleen groupie, maar ook de
persoonlijke verpleegster van Willem. Voor Jay, Willie en ik stond de dope
centraal en Willie zou Bieler richten naar onze ideeën. Willem zou al zijn rare
fratsen eens worden afgeleerd. Als strenge meesteres. Bieler aanbad haar en
liet zich heerlijk door haar in de watten leggen. Ze kreeg privileges en mocht
in z'n kleedkamer komen waar wij niet mochten komen. Willie zorgde overal voor.
Later kruisten Hannie en Willie elkaar. Hannie gebruikte geen dope, was niet
hip. Willie was hip, Willie had de dope. Willie was een moeder.
DOPE EN EXCITEMENT
Er werd niet alleen gemusiceerd, maar ook geswingd en gezworven door de stad.
Op zoek naar dope en excitement.
Wanneer excitement ontbreekt in popmuziek, is het geen popmuziek. Beat en
rock-'n-roll hebben excitement nodig. In flamenco noemen ze dat 'duende', soul,
kloten, power. Ook buiten de muziek zochten wij altijd excitement.
Op een van die avonden dat Jay en ik op zoek waren naar excitement gingen we de
binnenstad in, op zoek naar dope.
We scoorden een portie marihuana wat pillen en wat LSD.
We gaan naar wat cafés en een paar hippe tenten en lopen 's nachts naar huis
terug door de Javastraat met Willie Vink en Barney de Krijger.
Barney kwam oorspronkelijk uit Rotterdam en was een artistieke dopegebruiker,
dus die was ok.
In de Javastraat komen we langs de galerie van de gebroeders de Brei.
Onder de galerie woonde de oudste broer in het souterrain en dat stond in het
circuit bekend als een illegaal café. Een semi-geheim café en het zag er
gezellig uit. Dus wij naar binnen met zijn vieren. Eerst werden we niet
toegelaten omdat het al vol zou zijn en bovendien moest je betalen voor de
drankjes.
Soms was de drank gratis, maar vanavond moesten we voor de drankjes betalen.
Maar we hadden geen geld meer bij ons.
Willie koopt het aan de deur af en geeft een paar brokken stuf.
Dus wij mochten naar binnen en gratis drinken.
Er zit inderdaad een heel gezelschap en Barney gaat op een oud bankstel zitten
en pakt een gitaar die daar staat. Barney zuipt zich vol, blowt zich helemaal
gek en zit helemaal in zichzelf de hele nacht op die bank gitaar te spelen.
Uren. Van twaalf tot vier heeft hij voor zich uit zitten spelen en verder niets
gezegd of iemand gesproken.
Op een gegeven moment ontdekt Barney ergens een pot honing, zet die naast zich
op de bank en neemt af en toe een lik met zijn vingers uit die pot. Barney had
een grote bos rood haar en een baard en zag er al een beetje als een beer uit.
Hij bleef rustig doorspelen en alles zat onder de honing, op de gitaar, in zijn
baard. Alles kleefde en plakte, maar Barney speelde rustig vrolijk verder. Hij
was totaal van de wereld.
Wij ook.
We keken daar ook onze ogen uit. We kenden niemand en voelden ons ook
behoorlijk weltfremd door de dope. We begrepen niks van wat er gebeurde, maar
we vonden het wel gezellig en maf.
De jongste broer de Brei was een lange slungel van zo'n een meter
vijfennegentig lang. Het souterrain was net iets hoger dan twee meter. Die
broer zet een bromfietshelm op en begint daar, op de muziek tegen het plafond
te pogoën. Een dansje dat pas later is uitgevonden. Een gipsenplafond, dus
allemaal deuken erin. Jay en ik keken elkaar aan en dachten 'Wat gebeurt hier
allemaal'. Die jongen was volkomen gestoord.
Andere mensen zaten tarotkaarten te leggen. Er zat een Antwerpenaar tussen die
de kaarten uitlegden. Aan de hand van de kaarten werd van iedereen wat gezegd
over de toekomst. Iets positiefs, of iets negatiefs. Al die mensen zitten daar
serieus omheen. Die Antwerpenaar trekt een kaart en schiet in een enorme stuip.
Schuim op zijn mond, dronken en stoned. Hij klapte tegen de grond. Iedereen
schrok zich rot en dacht dat hij een slechte kaart had getrokken en zich te
pletter was geschrokken van zijn eigen toekomst.
Hij had een epileptische aanval gekregen!
Wisten wij veel. Wij waren ook volkomen stoned en dronken. Die oudste broer
belt de GGD en wij voelen nattigheid. We hadden stuf bij ons en werden gelijk
paranoïde.
Het was al vroeg in de morgen en het werd langzaam licht.
We trokken Barney van de bank en vluchtten snel naar buiten.
Toen we bij de hoek waren kwam de ambulance al met gillende sirene aanrijden en
die jongen werd afgevoerd.
Na afloop van zo'n avond dachten we 'wat gebeurde er allemaal', op het moment
zelf hadden we geen enkel idee wat er aan de hand was. We stonden zo ver van de
realiteit af. Daarna liepen we naar huis en we zagen de ambtenaren al weer met
hun koffertjes en tasje naar kantoor gaan.
Wij gingen toen lekker slapen.
Here we go again.
Via Willie Vink kenden we alle Surinaamse dealers. We wisten precies waar we
moesten zijn. Bij Boeroe, Iwan of Boelie. De drie belangrijkste Surinaamse dealers
en de mooiste die er waren. Hippe cats. Ze liepen als cats. Boelie was de
mooiste. Hij sprak heel zachtjes, zo van "He man, he man, moet jij wat kopen
man?" Met Surinaams accent. Boelie liep op kousenvoetjes door het leven als een
echte cat, een hippe cat. Boelie had veel waardering voor ons. Boelie vond onze
generatie wel interessant. We liepen altijd met pocketboeken op zak en waren in
zijn ogen intellectuelen. We zaten op de Vrije Academie en hadden literatuur op
zak. We lazen bijvoorbeeld Lenny Bruce, Talk dirty and influence people. Jack
Kerouac, On the Road. Dat was dan voor een tijd je lijfboek. Allen Ginsburg
hadden we op zak en daar liepen we mee rond. Je las te pas en te onpas. In
trams, bussen en coffeeshops. Voor Boelie waren wij dus intellectuelen.
Wanneer er in mijn jeugd een neger in de tram zat zei je tegen je moeder 'Mamma
kijk is, een zwarte meneer'. In die begintijd waren de Surinamers echte hippe
gasten. Net zoals wij.
Boelie leidde een bijzonder dubbelleven. Hij was gelieerd aan een hoogblonde
Duitse prostituee die hij van de Raperbahn uit Hannover had weggeplukt. Daar
was hij mee getrouwd en zij fungeerde als Hoerenmadam. Boelie had een café
annex restaurantje op het pleintje bij het oude Westeinde. In de keuken stond
Iwan. Iwan was een tough guy. Hij had een grote woeste snor. Zo'n grote zwarte
driehoek en onder zijn onderlip een kleine sik. Dat was toen hip. Jazzachtig.
Wanneer we in het café kwamen overdag zei Boelie 'Easy man, easy. Kom mee naar
boven'. Geheim. Boven zat de hoerenkast die zijn vrouw runde. Daar stonden
gigantische grote bankstellen. Koperen lampjes, veel roodpluchen en goudkleurige
voorwerpen. Overdag was het niet in gebruik. We zaten daar en Boelie
gaf ons wat te roken. 'Moet je proeven man'. En wij proeven en blowen. Hij had
de beste opium, de beste hash. De beste dope. Zakken vol. Boelie, Boeroe en
Iwan hadden fantastische contacten in Rotterdam. Ze konden overal alles
loskrijgen.
Wij zaten daar tussen vier uur 's middags en 's avonds een uur of acht. Daarna
begon het bordeel te draaien en waren wij al weer weg. Als je gescoord had bij
Boelie kwam je daar knetterstoned weer uit, met zulke balen onder je armen.
In hotel Bristol op de Stationsweg werd ook gedeald. Marihuana. De tamtam was
de beste communicatie om te horen of er wat was. Subcultureel. Ondergronds. Je
hoorde en deed alles via kwek-kwek-kwek. Je deed weinig over de telefoon, want
Jansen en Jansens zouden misschien meeluisteren. Continue paranoia.
Het was op een avond en we zouden gaan scoren. Dope. Dope scoren. En wat doen
we? We gaan geld inzamelen. Daar begint 't mee. Hoeveel jij? Geeltje. Anderen
ook. Geeltje, geeltje, geeltje, vijftig gulden, een meier. Huppetee. Ok ik zal
deze keer dealen. Die dealersrol wisselde steeds. Om beurten ging je wat halen.
We zorgden voor elkaar, net als in een commune.
Ik ga dus naar Tedje. Eerst een koppie koffie nemen en ga daar zitten. Ik wist
precies waar ik moest zijn. Vanuit Tedje had ik Boeroe gebeld. Hij zei 'Wacht
maar op de hoek man'.
Ik stond op de hoek te wachten. Je voelde je als een veeverkoper die met een
grote zak met geld op de markt koeien gaat kopen. Zo'n bundel met geld. Heel
raar. Ineens kwamen er drie jongens op me af en die begonnen me in elkaar te
slaan. Niemand hielp me en ik vlucht Tedje weer binnen. Ze kwamen achter me aan
en ik werd binnen met een barkruk op m'n hoofd geslagen. Daarna werd ik eerst
afgevoerd naar het Militair Hospitaal op de Fluwelen Burgwal voor een eerste
hulp behandeling. Daarna werd ik doorgestuurd naar de Zuidwal. Lichte
hersenschudding, elleboog afgescheurd, pezen afgesneden, bot afgebroken. Er
werd een metalen schroef in mijn arm gedraaid. Toen lag ik in het ziekenhuis,
met een baal met geld en zonder hash.
Later kwam de recherche. Met foto's. Of ik m'n aanvallers herkende. Nee. Later
hoorde ik, via, dat ik wel eens met een meisje had gesproken die een vriendje
had die razend jaloers was. Hij zei tegen z'n kameraden dat wanneer ze mij
tegen zouden komen ze die jongen in elkaar moesten slaan. Ze hebben me voor de
verkeerde gehouden. Later zijn ze, geloof ik, nog gepakt en gestraft. Maar ik
lag in ieder geval zes weken in het ziekenhuis.
Toen ik in het ziekenhuis lag heeft de politie bij mijn ouders thuis een inval
gedaan. Op mijn zolderkamertje hebben ze niks kunnen vinden. Omdat ik alles in
plastic zakken onder een dakpan had verstopt. Heel simpel.
In memoriam Boeroe. Willie Vink was getuige. Boeroe hebben ze door een etalageruit
geslagen door pooiers. Ze hebben hem teruggehaald door de ruit heen. De scherven
vielen omlaag. Z'n nek werd afgesneden en hij is doodgebloed. Ze hebben hem gewoon
laten liggen. Willie kwam het ons vertellen en ze ging helemaal uit 'r bol.
Boeroe was onze favoriete dealer.
De wereld was van de beatmakers en zij stonden in het middelpunt daarvan. Het
witte-fietsenplan moest nog worden uitgevonden, maar de Q-leden en aanhang
eigenden zich alle fietsen en brommers toe die ze nodig hadden. Ook die werden
wel weer gestolen, zodat er een levendige steel-en snaai cultuur bestond.
Anarcho-punk avant-la-lettre.
Met een Parka zag je eruit als een pinguïn.
Dan had je zo'n klep van achteren en die drukkers moesten los hangen. Er hingen
achter twee touwtjes uit en had je zo'n split van achteren.
Een Parka was ook heel nuttig. In de mouwen kon je een betonschaar steken en
's nachts alle bromfietssloten doorknippen. Handige jongens stalen Puchjes en
Thomosjes en in een schuurtje of keldertje werd zo'n brommer in drie kwartier
totaal gedemonteerd. De onderdelen werden dan verkocht, een motorblokje, een
uitlaatje, carburateur, sproeiertje, van die kleine tankjes (een spinnetje
noemde ze die). Dat was gelijk handel, maar je Puch was je kwijt. Er ontstond
een heel circuit waarbinnen je voor weinig onderdelen kon kopen.
NOGMAALS LONDEN
In 1966 gaan Paul en Jay voor een korte vakantie naar Londen en ze lopen alle
oude adressen van Paul in Soho af, de Alphabeth, de Coffeepot, en verblijven in
het dure Victoria hotel. Ze gaan behoorlijk tekeer en pakken alle dope en
meiden die ze kunnen krijgen. In een oude bioscoopzaal (die stijf stond van de
hashrook) zien ze een optreden van Jimi Hendrix, vlak voor hij zou doorbreken
met 'Hey Joe', z'n eerste hit. (NB: 2008. Joop Roelofs meldt dat Jay met de
Q65 in 1967 naar Londen is geweest en daar gezamenlijk Jimi Hendrix hebben
gezien. Of Paul Busee daar bij was is onduidelijk.)
We ondergingen zijn gitaarspel als een sensatie en geloofden dat Hendrix de
grens had bereikt van wat iemand op een gitaar kan doen. Later zagen we hem nog
in een nachtclub in Soho staan. Verder zagen we een slecht optreden van de
Cream in The Royal Albert Hall. Jay was wel onder de indruk van de double bassdrum
van Ginger Baker. Jay schafte ze thuisgekomen, onmiddellijk aan.
De Q was voor een publiciteitsstunt in Engeland om in een rubberboot de
Noordzee over te steken. Ze kwamen in Scheveningen aan land en gaven na de
geruchtmakende overtocht een concert naast de Pier.
In Londen ontmoetten we een literair geschoolde beatnik. Kenn. Een echte
hipcat. Zo jong als we waren wisten we van niks. Hij zei, 'Beste Paul, hoe gaan
we met vrouwen om?'. 'Nou gewoon, een beetje neuken', gaf ik als antwoord.
'Fout', zei ie, 'Vrouwen moet je eerst beffen. Dat vinden ze heerlijk en zelf
vind je 't ook vast lekker'.
'Oh ?', zei Jay.
'Oh ?', zei ik.
We waren achttien en hadden daar nog nooit van gehoord. Maar interessant: gaan we ook
eens proberen!
Ok.
Wij terug in Den Haag en wij weer naar het strand. We liggen daar met gitaren,
wijn, stuf, muziek, zee en zon. Een fantastische dag. Ik zeg 'Jay, die woorden
van Kenn blijven maar door m'n hoofd gaan'. Jay heeft 't zelfde gevoel.
In no time hadden we twee chicks versierd.
We zouden nu eens even kijken of die Londense beatnik gelijk had en wilden
wel eens ontdekken wat daar nu zo leuk aan zou kunnen zijn. We gingen de vrije
duinen in van het Hoogheemraadschap en nestelden ons op zo'n vijf meter van
elkaar in een apart duinpannetje. We lagen ieder met een chick en maken een
wip. Geen punt. Maar we gingen iets nieuws in praktijk brengen. Ik sla met die
meid aan het experimenteren. Ineens zag ik boven het helmgras die kop van Jay
naar boven steken. Helemaal rood. Z'n snor rood, sik, wangen en Jay zette grote
paniekogen op. Had ie van die grote ronde stuiters in z'n knars. Shit! Jay
helemaal onder het bloed. Poor Jay.
'The girls are fighting for me. But every time I want one they are indisposed,
poor old me'
Zelfspot van Jay. Ze was ongesteld, jammer voor mij. Dat is de songtekts van
'The Life I Live'. Dat is zo'n situatie die je samen meemaakte.
In de songtekst van The Life I Live staat ook de zin: "My dog was killed
by a car." Het ging hier niet om de hond van Jay, maar om de doodgereden
poes van Wim Bieler.
Op alle uren dat Jay vrij was, nam ik hem mee naar het centrum. Zodat hij kon
leven en niet altijd achter dat drumstel zat.
Meisjes vielen vroeger op make-up en oefenden met ballpoint op platenhoezen. Ze
tekenden om de ogen zwarte lijntjes als eye-liner en mascara.
Dames hadden Mobylettes en de jongens reden op een Puch.
Sex was taboe vroeger. Als kind wist je daar niks van. Daar was geen enkele
communicatie over. Soms een toespeling op televisie door Toon Hermans of Wim
Sonneveld, maar eigenlijk niks. Sex leerde je van de straat.
Ik had ook vriendinnetjes in Wassenaar. Die meisjes wisten niks. Dan hadden ze
een eigen paard in de maneige. Er stond een witte vleugel in de kamer. De pa
had een goede baan. Maar er was nergens tijd voor, dus die meisjes wisten niks.
Ik kwam in al die milieus. Met je Puch was alles bereikbaar. Ik kwam ook in de
Schilderswijk. Daar heb ik veel geleerd. Van alcoholische vaders van
vriendinnetjes. Alles over de jazz. Hoe een saxofoon praat. Hoe een saxofoon of
een klarinet een stem heeft. De hele psychologie over de Jazz. Dat leerde ik
niet in de Vogelwijk of Wassenaar, maar in de Schilderswijk.
HAAGSE CLUBS
De sport was om, wanneer je naar een optreden ging in de stad, geen entree te
betalen. Je probeerde dan op alle mogelijke manieren naar binnen te komen. Via
vriendjes bij de security of via raampjes, luikjes en achterdeurtjes.
Op een keer stonden we met een man of vijf bij jeugdsociëteit de Haard in de
Daguerrestraat. Via een klein vierkant luikje zijn we naar binnen gekropen.
Ineens stonden we oog in oog met Senf. Jaques Senf himself.
Er werd gelijk gemept, want die Senf was behoorlijk hysterisch. Er vielen
behoorlijk wat klappen en we gingen weer door de voordeur naar buiten.
Van het optreden hadden we niks gezien.
Op een avond gaan we naar een optreden van The Pretty Things in het Casino,
Ober Bayern, op Scheveningen. Ook Willie Vink was daarbij. Stuf Mamma werd ze
genoemd. Wil Vink was de Big Mama van de dope en kende alle pooiers en dealers
uit Den Haag. Ze kon altijd voor dope zorgen. Na het concert gaan we uiteraard
back-stage en we ontmoeten Phil May (precies zo'n figuur als Bieler), Dick
Taylor, John Stax en de drummer Viv Prince. Jay had een grote affiniteit met de
manier van spelen van Viv Prince. Hij bespeelde de high-hat en cymbals van
boven en niet zoals de meeste drummers van onderen. Jay vertelde dat hij ook
drummer was en we werden uitgenodigd om mee naar het hotel te gaan.
In het hotel werden geen bezoekers toegelaten en we zijn, met Willie Vink
erbij, op handen en voeten onder de portiersloge door gekropen. Daarna hebben
we de hele nacht met John Stacks en Dick Taylor op de vloer en op het bed
gezeten. De hele nacht praten en blowen. We hadden grote stukken bruine opium
bij ons en dat hadden die jongens nog nooit van hun leven gezien. De hele nacht
doorgehaald en bij zonsopgang gingen we weer naar buiten.
Sex en drugs en rock en roll, in gezelschap van je eigen helden. Dan voelde je
toch wel uitverkoren dat je dat meemaakte.
Q65 II
Alles draaide om de muziek. Jay was gevoelig voor ritme en voor klanken en had
een uitstekend muzikaal gehoor. Daarbij had hij een perfecte Engelse uitspraak
en een grote interesse voor het hippe slang dat niet op school werd geleerd.
Jay schreef de teksten voor de Q65 die gebaseerd waren op de levenservaringen
en verhalen van Jay en Paul.
De naam Q65 was bedacht door Joop Roelofs en liet de naam direct deponeren.
Toen de Q65 uit elkaar en later weer bijelkaar kwam gaf dit de nodige fricties.
De huidige Kjoe van Wim Bieler mag door de bescherming niet de oude naam Q65
gebruiken.
Op een avond reed de Q naar een optreden vanuit Den Haag. Het was stil op de
weg. Jay zat naast de bestuurder. Vanuit een zijweg, bij Alphen aan de Rijn,
dook opeens een motorrijder op en door zijn eigen schuld kwam die motorrijder in
botsing met het busje.
De motorrijder boorde zich door de zijwand van de auto heen.
Door het plaatstaal van de zijwand onthoofdde de motorrijder zichzelf.
De helm met het hoofd van de motorrijder viel in de schoot van Jay.
Jay raakte in een shocktoestand. De tijd na het ongeval blowde Jay zich
helemaal gek om de shock te boven te komen en ik heb lange gesprekken met hem
gevoerd zodat hij de schokkende gebeurtenis kon verwerken. Ik fungeerde als
klankbord en begeleider.(NB: 2008: onderaan deze pagina staat bij de
reacties een uitgebreid relaas van Joop Roelofs over het ongeluk.)
Wat ook belangrijk was voor Jay was Gunther Grass. Der Blechtrommel. Dat was
zijn favoriete boek. Het verhaal gaat over een dwerg die weigert te groeien en
met zijn stem glazen kapot kan schreeuwen. Hij was gek op dat boek. Dat was
helemaal zijn boek. Dat was voor hem een ontdekking.
Ik heb het pas later gelezen. Ik had daar toen geen behoefte aan. Jay en ik
hadden onze eigen identificatiemogelijkheden. Ik kende Jay door en door en we
hoefden elkaar niet te vertellen wat goed voor ons was. We legden geen claim op
elkaar. Jay was heel shy, verlegen en teruggetrokken. Ik heb hem wel een hoop
aangedragen en soms schrok hij wel eens van de dingen die ik hem liet zien. Ik
heb hem een hoop gegeven wat hij uit eigen ervaring niet kende.
Pas met de Q werd er eigen materiaal geschreven. Gestimuleerd door Paul ging
Jay teksten schrijven. Jay had gevoel voor ritme, metrum, en klank.
In een popsong van drie minuten moet je compact heel veel informatie stoppen en
het dramatiseren wil het impact hebben. Met zijn rechterhand hamerde Jay op een
paar toetsten van de piano en legde daar zijn tekst overheen. Zo ontstond de
basis voor een nummer. De rest van de leden kwamen vervolgens met toevoegingen
en droegen hun steentje bij aan het uiteindelijke nummer.
Bieler was een gewone platte Hagenaar met niet zo veel IQ. Hij werkte in de
bouw na de LTS en had wel gevoel voor show. Op zich is het een goed mens,
afgezien van zijn latere 'prima-donna' allures. Een natuurtalent.
Er waren altijd problemen en fricties binnen de band. Dat begon al met een
verschil in muziekvoorkeur. De een vond dit een tof nummer en dan vond Bieler
het klote. Ook de karakters verschilden behoorlijk. De groep ontstond niet
omdat ze elkaar kenden of al dikke vrienden met elkaar waren.
Bieler werd er bij gehaald omdat het een lefgozer was die een goede show kon
maken.
Peter was jong, zag er ook goed uit, en je dacht dat hij ooit nog wel eens goed
bas zou gaan spelen. Er werd niet gevraagd of je muzikale ideeën had, of wat je
intelligentie quotiënt was. Je werd eenvoudigweg gedwongen om met elkaar samen
te werken. Niet omdat de een nu zo'n fijn mens was om mee samen te werken, of
omdat hij nu zo muzikaal begaafd was. Het ging in de eerste plaats of je er
goed uitzag en of de meiden gilden als je op de bühne stond. Zo'n selectie had
dus niks te maken met persoonlijke sympathiën of antipathieën.
Wat ook tot spanningen leidden was dat de groep altijd maar in die busjes en in
kleedkamers rondhingen. Je zat constant op elkaars lip.
Later kon de Q zich roadys permitteren, maar de eerste jaren moesten ze alles
zelf doen, sjouwen, podium opbouwen, afbreken. Je liep je de pestpokken te
sjouwen met die grote kasten en je was al afgepeigerd voordat je het podium
opmoest.
Frank Nuyens woonde al vroeg op kamers bij een hospita. Hij had een opleiding
gedaan tot meesterinstrumentmaker voor laboratoriuminstrumenten bij het
Kamerling Onnes Instituut in Leiden. Hij was sensitief en begaafd met zijn
handen.
Joop Roelofs, de slaggitarist had de bijnaam 'Spijkerpak Joop' en sloeg keihard
een accoord aan op zijn gitaar. Hij speelde loeihard, vaak met veel distortion,
en bepaalde mede daardoor de specifieke sound van de Q. Joop was de koele,
harde en zakelijke figuur in de band. Slim ook.
Jay hield altijd van jazzdrummers zoals Cosey Cole en Max Roach. Jay was niet
alleen maar een popdrummer en bespeelde later ook andere percussie-instrumenten
als de tabla, bongo's, clay drums en de serengi.
ANDERE HAAGSE BANDS
Een aan de Q verwante ruige Haagse band was de Kick. De formatie bestond uit
onder andere uit John Bakker.
Een platte Hagenaar uit de binnenstad. Een prima gozer die er prat op ging de
enige Haagse beatnik te zijn, omdat hij heel lang haar had en door Engeland had
gelift en de Londense scene kende. Hij speelde mondharmonica en was
geïnteresseerd in de blues.
Johnny Bakker. Johnny Baker. Sleepy John Baker. Die kwam uit de mooie
achterbuurtstraten bij het Westeinde. In Kortenbos. Hij had een mooie zuster.
Hij was een van de eerste Haagse beatniks. Prachtig lang haar, altijd gewassen.
De Haagse Phil May. Hij speelde monharmonika ala Sonny Terry en Brownie Mcgie.
Hij kon ze perfect imiteren. Hij kon ook goed striptekenen en tekende voor
stripbladen. Hij praatte ook lekker plat.
Johnny Bakker was altijd vaste klant in de Speakeasy. Hij had een vaste chick
aan de hand. Ze heette Snoetje. Niemand wist waarom ze zo werd genoemd, maar ze
was een fantastisch sixties-popje. Snoetje was fotomodel en had een druk leven.
Ze ging naar Hilversum voor een dansshowtje, of moest naar een of andere
fotosessie. Ze was alom geliefd in Den Haag, maar van Snoetje bleef je af. Dat
was de chick van Johnny. Ze had een onhebberigheid. Ze had een klein kefferig,
lastig befhondje. Wanneer ze weg moest liet ze het hondje bij Johnnie achter
die dan bezig was aan een tekenopdracht. Hij vond 't een kuthondje.
- Ik kan niet altijd blues spelen, maar ik moet gewoon achter m'n tekentafel
gaan zitten. Werreke, tekenen. Ik kan niet ook nog 's op zo'n K U T hondje
passen. Snoetje is weg en ik zit met dat kreng opgescheept. Kijk, in m'n
tuintje buite, hank een wasleintje. En dan hang ik een klein balletje op, aan
een touwtje, aan dat wasleintje. En dan zei ik tegen die hond: Bijte! Bijte,
kreng!.
En hij bijt en 't kreng hing aan 't balletje. Dan kon ik daarna rustig tekene.
En voordat Snoetje thuis kwam om veif uur liep ik de tuin weer in en riep ik:
Af kreng! Af. En dan had ik de hele middag kunnen tekenen.
Helaas voor Henk Jantze is hij getrouwd geweest met de zus van Johnny Bakker.
De grootste groupie die er was en die Henk altijd heeft geminacht. Henk en
Johnny het grootste Haagse bluesduo.
Daarnaast zat Henk Jantze in De Kick die later de bijnaam 'Boeken Henkie' kreeg
omdat hij een tweedehands boekenzaakje was begonnen. Later vormde hij met John
Bakker het duo The Subterreneans en is daarna korte tijd een solocarrière
begonnen. Hij heeft nog een aantal singles bij Polydor uitgebracht, maar ze
zijn allemaal geflopt. The Subterreneans was een soort spin-off, afsplitsing,
van de Kick.
Verder zaten er in de Kick nog Klaasje van der Wal, (was afkomstig uit het
Zuiderpark. Hij was een goede bassist, maar wilde natuurlijk niet deugen. Zijn
vader was politieagent. Later ging hij naar Shocking Blue.)
Felix Bastiaanse die op Paul McCartney leek volgens de meisjes, Hans Oosterhout
zanger en tot slot Beer Klaasse, drummer, en die later bij de Q is gekomen.
De Kick stond onder contract bij de dubieuze en louche zakenman Adje Lagerwaard.
De Kick was een fantastische band. Bij een optreden speelde ze maar een nummer:
'Mystic Eye's' van Them. Urenlang. Een plaat hebben ze nooit gemaakt. Wel een
paar demo's. Ik heb zelf nog onder contract gestaan bij Lagerwaard en heb in
het voorprogramma van de Kick gestaan. Voor zo'n optreden, in de Drie Stoepen
op de Prinsegracht, kreeg je dan twee consumptiebonnen en een geeltje de man.
Ik speelde daar met Aad Bos. Aad was bassist en was later roadie van Circus. Hij
kon ook goed fotograferen. Iedereen deed toen van alles en je was op meerdere
terreinen creatief. Aad kon bassen, was roadie en kon ook uitstekend fotograferen.
Caminada. Een platenwinkel op de Plaats. Daar zat je de hele dag in zo'n
cabine te luisteren. 'Nee, die plaat hoef ik niet'. En dan luisterde je weer
naar een andere plaat. Je hoorde de meest weirde muziek. Way-out Afrikaanse
ritmes. En je kon er roken, blowen. Knetterstoned uit je dak gaan.
Vrije Academie
Later ging ik naar de Vrije Academie. Willie raakte uit de Q-scene en kwam in
het circuit van de Vrije Academie terecht. Jay ook.
Op de Vrije Academie waren drie mensen belangrijk voor ons. Krens, dat was de
beste fotograaf. Corneel (hij heette Kees Verlaan) was de beste schilder. Hans
Citroen was de beste beeldhouwer. De drie beste mensen van de drie afdelingen.
Daarbij hoorden nog Ronnie Davids, Enno Velthuis, Aadje Bos, Jay, Willie en ik.
Daar vormden we een groepje mee en we zaten altijd in de Wiener of in Tedje. De
dope stond centraal en iedereen deed mee. We hadden in zekere zin een kleine
rite.
Hans Citroen viel gelijk op Wil Vink.
Corneel had van die dikke ronde glazen, van die jampotbodems: -6. Hij had lang
haar en was een echte beatnik. Hij liep op van die zware laarzen. Daar slofte
hij heel Den Haag mee af. Altijd stoned en blowde als een gek.
'He, lekker nog wat te blowen. Ja, ik heb wel al wat paddestoelen op man'.
Corneel dus.
Op de Herengracht kwamen we vaak bij Telstar. Daar kwam ook een zekere jongen,
Hans Primitief. Die stond daar ook altijd. Telstar was de eerste zaak met een
grote glazen deur. Dat was uniek. Op een avond komt Corneel binnen. Grote kerel
met dat lange haar en stekeblind. 'He jongens ik heb psiocidyne op. Even een
patatje eten hoor'.
BAM!
Liep Corneel zo door die glazen deur heen met z'n grote laarzen. Alles aan
diggelen. Niks aan de hand en Corneel loopt gewoon naar het buffet..
'He geef mij een patatje. Willen jullie ook wat bestellen jongens ?'
Corneel ging overal dwars doorheen.
We stonden 's nachts voor Telstar en hadden een fles wijn bij ons of een fles
jenever. Jan primitief -een aardige goser- die zijn bijnaam niet voor niets had
gekregen. Hij had geen vader of moeder en woonde nergens. Hij was een wees en
was een van de eerste punks in Den Haag. Hij woonde in de treinstellen. Toen
hij vertelde hoe hij daar woonde leek ons dat een geweldige ambiance om in te
wonen. Fantastisch.
Op een nacht komen we uit de Eekhoorn. Dagenlang gefeest. We stelen onderweg
een paar Puchs. Lekkere wijven achterop. Ruggetje krom en met je onderlijf
tegen 't tankje aan. De tietjes prikten lekker in je rug en zat je lekker
onderuit. Veel muziek in je hoofd. En drank en stuf.
Waar gaan we naar toe?
We hadden flessen wijn bij ons. Voorgemixte flesjes cola-tic die we hadden
gekregen, of die we zelf uit de voorraadkast van de Eekhoorn hadden meegenomen.
We hadden hashies bij ons. We waren de King.
Naar pa of moe, naar huis gaan was uitgesloten.
Dan kreeg je bonje.
Maar Jan Primitief woonde dus in de treinen. Bij het Staatsspoor.
We nemen die chicks mee en rijden van de Leyweg richting centrum. Die chickies
zijn dertien, veertien en vijftien. Minderjarig dus.
De kit achter ons aan. Wij scheuren. Sirenes, en we schudden de kit van ons af.
Kit kwijt. Gelukkig, opluchting. We pleuren die Puchs ergens onderweg weer in
een sloot en komen op het Staatsspoor terecht. We klimmen over 't hek heen en
gaan in een eerste klas treinstel zitten. Pluche, fluweel. Perfect. Allemaal
aparte coup‚s en iedereen verdwijnt met z'n chick in een coupe. Kleren uit en
gegiechel op de gangen. Het is doodstil op het emplacement en ineens
verschijnen er zoeklichten langs de treinen. De kit weer. Alle cabines open en
we worden er met de hele club eruit gehaald. Naar het Burgemeester de
Monchyplein, naar het politiebureau. Meiden ook, Jan Primitief, iedereen. De
hash wordt gevonden en we worden 's nachts ondervraagd waar de dope vandaan
komt. Een goser die er ook bij is gaat in discussie met die Russen over die
jonge meisjes. Toen een ouwe agent vroeg hoe oud ie wel was, stelde hij de
rechercheur -op minachtende toon- de wedervraag: 'Hoe oud bent u dan wel niet?'
-Vierenvijftig, zei ie.
-Dat vind ik pas vies. Een ouwe man die hem er ergens inhangt.
Hij werd voor m'n ogen helemaal in elkaar geslagen. Alle hoeken van 't bureau
heeft ie gezien.
De meisjes werden later naar tuchthuizen gestuurd. Voor Jan Primitief was de
affaire natuurlijk ook erg sneu, want hij moest in die treinstellen wonen.
Op een dag stond Hans Citroen geleund tegen de pui van Telstar. We stonden met
een mannetje of vijf en met Wil Vink. Heeft hij haar daar -met z'n hand in haar
spijkerbroek- op straat staan vingeren. En iedereen applaudisseren. Willie
Vink.
Eerst vond ze 't wel leuk, maar later was ze er behoorlijk boos over. Hans
Citroen die Willie Vink klaarvingert!
-Ik vergeef 't je nooit, zei ze later. Dat waren haar laatste woorden tegen
Hans. Daarna hebben ze mekaar nooit meer gesproken.
Taal en Groenewegen waren niet gek. 'T waren wel dombo's, zombies in onze ogen.
Maar ze liepen precies zo rond als wij. Wij waren zombies en zij ook. Jarenlang
liepen we om elkaar heen. Wij liepen op vleugels en die gasten liepen op
versleten zolen. De zwaartekracht kwam niet op ons terecht, maar zij hadden
last van de gravitatie.
We waren best wel op ons hoede en paranoia.
Den Haag kenmerkte zich door een hoop kleine straatjes, achterommetjes,
steegjes en hofjes. En je kon dus -via- binnendoor. De Prinsegracht was een
ader, maar daar reed vaak een zwaailicht door heen. Op zeker. Dus wij altijd
binnendoor. Dus wat deden we dan. Met een mondharmonika in de aanslag liepen
wij door die achterafgelegen binnenstraatjes. De kit zag je niet. Als je
binnendoor liep kon je -knetterstoned als je was- een chocoladeautomaat
openrukken. Koetjesrepen kon je eruit krijgen. Je kon nachten over straat
zwerven met je mondharmonika zonder dat iemand je zag. Als je in je broekzak
wat tabakskruim had en ze gingen dat analyseren en ze vonden een minuscuul
stofje hash of marihuana, dan hing je! Dan kreeg je een douw. Je ging voor
schut. Ik zweer 't je.
Ik had een zesde zintuig ontwikkeld. Jay had dat ook, maar hij weigerde daar
naar te luisteren. We zaten in bepaalde huizen waar werd gedronken, gerookt,
gesnoven, geneukt, gezopen.
Er waren een hoop vaste punten die we frequenteerden buiten het coffeeshop- en
beatcircuit. Dat waren altijd privéhuizen in duistere buurten. Hoerenstraten,
dubieuze tenten. We kwamen in huizen in de Schoolstraat en bij het
Schenkviaduct.
Alfonsa hield ook altijd open huis. Dat was een vrouw die altijd wachtte op
haar zeeman die nooit kwam en ze gooide altijd haar huis voor ons open.
Wij exploiteerden die open huizen. We waren brutaal en infiltreerden. Je kon er
rustig zitten en blowen. Soms legde je een tarotkaartje of nam een snuifje of
shotje.
Het gekke was dat ik altijd op tijd weg was als er een inval was. En Jay bleef
zitten en werd gepakt.
Wafelen
Geld verdiende je ook met wafelen. Dat was een apart en bijzonder vak. Als je
een goede wafelaar was kon je veel geld verdienen.
De baas van mijn wafelploeg heette Hendrik. Hendrik was de baas van de snelste,
de oudste, de beste, de meest Rotterdamse wafelploeg. Hendrik was een
eenvoudige marktkoopman die een vergunning voor de ambulante handel had.
In die ploeg zaten Arie Gelderblom, Barney de Krijger, De Rijke en Ton Ruitjas.
Ton was de beroemdste. Hij sprak altijd in jazzjargon. Hij had 't altijd over
Charlies. Elke jazzjongen wist wat een Charlie was. Een Charlie was een
negatief figuur. Een Charlie was een foute boy. Dat woord kwam van Amerikaanse
zwarte soldaten die in de jaren vijftig in Korea hadden gevochten. Charlie was
de naam van de vijand.
Ton Ruitjas heette Ton Ruitjas omdat hij altijd een ruitjas aan had. Hij droeg
ook een vierkant gekleurde brilletje ala Roger McGuinn van de Birds.
Je verkocht de wafels voor twee gulden per stuk. Een gulden droeg je af aan
Hendrik en een gulden was voor jou. Hij kocht ze natuurlijk in voor twintig cent.
Het wafelverhaal was als volgt.
- Dag mevrouw. Ik zit op de Kunstacademie en we hebben zo'n kleine beurs dat we
met het verkopen van wafels wat extra geld willen verdienen om onze studiebeurs
aan te vullen. Dit zijn fantastische roomboterwafels. Uw kinderen zullen
gelukkig zijn wanneer u ze op deze heerlijke wafels trakteert en u helpt er ook
nog 's studenten mee.
We hadden een kaart op zak van de Vrije Academie en daar stond op dat ze ons
alle mogelijke medewerking moesten verlenen. Die kaart kreeg je wanneer je op
een academie stond ingeschreven.
We verkochten wafels zonder vieze bagger. Die wafels waren ok. Maar Adje
Lagerwaard leidde ook een wafelploeg en die verkocht van die koekoublies waar
van dat vieze paardenvet aan de zijkanten werd ingespoten. Zo'n trompet waar aan
beide kanten een toefje paardenvet zat. In 't midden zat natuurlijk niks. Dat
was leeg. Wij deden dat niet. Daar zat nog verschil in. Wij verkochten gewoon
lege, maar wel eerlijk wafels.
Jules Deelder kwam ik jaren later na Londen tegen...
- Hè, zei die, Hè Paul. Leuk je weer te zien, maar je wafelt in mijn wijk!
- Nee, zeg ik, jij loopt in mijn wijk.
- Leuke schoenen heb je aan, zei Jules. Kinky boots.
- Ja, mooie schoenen, antwoordde ik.
- Fuck-up, je loopt in mijn wijk!
We zijn elkaars wijk maar weer uit gegaan.
We hebben Ton Ruitjas op een gegeven moment uit de ploeg verloren. We wafelden
in een slaapwijk bij Utrecht. Een wijk waar niemand woonde, maar waar alleen
maar wijven sliepen. Hij wordt daar door een vrouw naar binnengehaald, drinkt
wat, gaat van z'n vrouw af en trok gelijk bij haar in. Toen waren we hem
voorgoed kwijt.
We wafelden overal door heel Nederland. Je zat altijd in dijkrestaurants met
van die verkeerde kleedjes op tafel. Je at er vette omeletten of van die
Hollandse gehaktballen. We zijn in België geweest, we hebben Overijssel
platgewafeld.
Krens en Aadje Bos hadden een deal samen. Terroriseren van de binnenstad. Met
karateschoppen trapten ze van die mooie, geëmailleerde reclameborden aan
gruzelementen.
Pang!
Knetterstoned waren ze.
Bang!
- Wij zijn Hammie de Beukelaar, riepen ze
Ze waren een duo en ze hadden een act. Ze waren zogenaamd in dienst van Hammie
de Beukelaar, de leider van het enige Nederlandse stuntteam. Ze noemde zich het
duo Hammie de Beukelaar.
Bam!
-Wij zijn van het team van Hammie de Beukelaar, mevrouw.
En daar ging weer een reclamebord.
Krens en Aadje Bos.
Aadje Bos hoorde bij de club uit Rijswijk. Een aparte club die Rijswijkse hap.
Ze hadden jazz, schilderkunst en fotografie hoog in hun vaandel staan. Maar dat
paste ook aardig in de beat. Aadje Bos z'n vader was hoofdkapelmeester van de
Koninklijke Marinierskapel. Rechtser en reactionairder kon je niet bedenken.
Hij had geen enkel politiek benul, want hij was een zeer muzikaal mens. Hij
speelde wel verkeerde marsen, maar dat gaf niet. Z'n pa had een assistent. Een
Luitenant-Kapel-Hofmeester buitendienst. Een muzikale man en hij was een soort
plaatsvervanger.
Aadje Bos verzette zich natuurlijk tegen dat milieu maar dat muzikale nam ie
mee. Bij hem thuis zij fantastische feesten gehouden.
WAT WAS HAPPENING MAN!
Paul begon te experimenteren in 1965 tijdens zijn verblijf in Londen. Hij
ontmoette daar ook Nederlandse jongens als Jules Deelder die daar ook zat met
een paar Rotterdamse vrienden. Teruggekeerd in Den Haag raakt Paul terecht in
de Rotterdamse drugsmilieu en breidt het gebruik van drugs zich in 1966 als een
olievlek uit. In Den Haag is een groep van zo'n veertig á vijftig man intensief aan het
experimenteren met alles wat er te krijgen is: dexedrine, amfetamine,
benzedrine, LSD, cactussen, codeïne, Bella Donna (Nachtschade) perfetine,
cocaïne, paddestoelen, psyloscibine, heroïne. Er werd veel en van alles
gerookt.
We maakten zelf hashpijpen van gordijn-of traproeden, waterpijpen van
plantenspuiten. We maakten zelf muziekinstrumenten, experimenteerden met
bandrecorders. Je was altijd creatief bezig.
Er was een jongen in het Zuiderpark, Ronnie Davids. Bij hem thuis hielden we
wel eens sessies. Zijn ouders hadden een huisje in Drenthe. Zijn pa zat bij de
politie en had een wapen-en jachtvergunning. Zijn ouwe lui gingen daar in de
weekends naar toe. Ronnie had dan het huis alleen.
Ronnie wilde natuurlijk ook niet deugen.
Mislukt op de H.B.S - veel blowen en de waarheid lag natuurlijk op de straat.
Enfin - op die flat in het Zuiderpark zaten we nachtenlang te blowen en muziek
te maken. We bakten hashcake's, er was wijn te drinken - maakten zelf
muziekinstrumenten - namen dingen op, op twee bandrecorders. Uren - nachtenlang.
Er werd nauwelijks gepraat -hoogstens wat gefilosofeerd- want je was alleen maar
creatief bezig.
Tegenover die flat was een telefooncel.
Op een gegeven moment gingen we een geintje uithalen. Er stond een mevrouw te
telefoneren en Ronnie pakte de buks van zijn vader. Voor de lol schoot hij op
de telefooncel om die vrouw angst aan te jagen. Maar in zijn stoonde en dronken
wijsheid besefte hij niet dat die mevrouw in die telefooncel wel eens de politie
kon bellen. Zij belt inderdaad de kit en even later draaien er twee
politiewagen met gillende sirenes de straat in. Ze wijst naar de flat en
iedereen wordt opgepakt. Knetterstoned. Dus je komt dan op zo'n politiebureau
met al die TL-lichten en je voelt je een complete alien.
Je komt uit een compleet andere, rozige wereld met kaarsjes en schemerlampjes.
Daarna sta je in een politiecel. Je gaat totaal uit je dak. Ronnie werd
beschuldigd wegens ongeoorloofd wapenbezit en draaide de bak in.
Op een andere nacht dat we op stap waren hadden we ook LSD gebruikt. In de
Korte Houtstraat was toentertijd een artiestensociëteit en werd gepacht door
ene Wolfgang - een Duitser. Voor een gulden kon je daar een flesje Grolsch
kopen. De portier was Charles Tas. Die kende ik nog van de Zuiderpark HBS.
Charles Tas was een begaafd knutselaar die versterkers in elkaar soldeerde en
was voor veel bandjes de geluidsfreak die van alles kon maken.
Tijdens de lessen op school was hij dan ook meestal afwezig. (Later kwamen ze
erachter dat hij als veertienjarige een verhouding had met de buurvrouw van
vijfendertig). Charles raakte aan de heroïne en stond te portieren bij die
artiestensociëteit.
Wij naar binnen en vragen of Charles wat te dealen heeft. Hij kan wel wat
regelen en we krijgen wat LSD. Wij worden stoned en beginnen uitgebreid te
filosoferen. In het vuur van mijn betoog sloeg ik ineens een lamp kapot en ik
kreeg problemen met die Wolfgang. Ik moest die lamp vergoeden, maar ik had
helemaal geen geld en beloofde om het de volgende morgen te komen betalen. In
de gang van het café vond ik een zwart kasje met een telwerk, een uurwerk en
wat elektronische spullen erin. Het zag er fantastisch mysterieus uit en ik
dacht dat het een tijdbom was.
Ik kende iemand met anarchistische ideeën en dacht dat ik dat ding wel aan hem
zou kunnen verkopen. Die jongen die ik kende wilde het Binnenhof opblazen en ik
zou hem die bom aan de hand doen. Ik neem dat ding direct mee naar buiten.
Jay en ik gingen naar de Prinsegracht waar een illegaal keldercafé zat en waar
veel anarchistische types kwamen. Ik hoopte die anarchist daar te vinden. Ik
vroeg of ie er was. Hij was er niet, maar hij zou zo dadelijk komen. Jay en ik
wachtten en even later verkocht ik dat ding voor zeventig gulden aan hem.
Wij weer terug naar de Houtstraat en ik betaalde gelijk Wolfgang voor die
kapotte lamp. Wat later kwam ik Charles Tas in de gang tegen en die vertelde
dat ik de meterkast van het GEB had meegenomen! Ik had er toen geen flauw idee
van, zo stoned was ik, en ik begrijp nog steeds niet dat ik die meterkast voor
zeventig piek heb kunnen verkopen.
Het beatgebeuren was natuurlijk ook lucratief en trok allerlei duistere figuren
aan. Ook de meeste portiers waren louche types. Zoals Chiel van de Drie
Stoepen. Had vroeger een platenzaak en werd later portier. Daarna reed hij op
neer naar Berlijn met cocaïne en wapens. Hij is overleden.
Jay woonde tot aan de dood van zijn moeder in 1971 bij Jan en Annie op de
woonboot. Ze verafgoden Jay en lieten een hoop dingen toe. Ze waren zelf gewend
geweest aan een nachtelijk café-leven en hadden weinig bezwaar tegen Jay's
levenswandel. Over de drugs maakten ze zich wel zorgen en vooral Annie moest
daar niets van hebben. Ze gaf de schuld aan de verkeerde vrienden van Jay en
dreigde regelmatig dat ze niet meer welkom waren. Daar kwam niets van terecht
en ondanks Annie's ietwat heksachtige verschijning en vloekerig gemompel was
het een goedaardige vrouw. Naast de optredens hield Jay er een intensief
privéleven op na. Met zijn beste vriend Paul ging hij altijd op stap om
spanning en sensatie te zoeken. Er moest altijd ergens op gekickt worden want
anders was de avond mislukt. Ze gingen naar andere bandjes kijken, er werd
geswingd en gedronken en waren altijd opzoek naar dope. Er werd driftig geleefd
in het Haagse uitgaansleven en ze maakten af en toe uitstapjes naar Amsterdam
en Rotterdam. Uit deze regelmatig gemeenschappelijke avonturen en verhalen
haalde Jay de inspiratie voor zijn teksten.
De drugs speelden een belangrijke rol. De politie had twee agenten in dienst
die samen, als onderafdeling van de zedenpolitie, die samen de Haagse
narcoticabrigade vormden: de agenten Taal en Groenewegen. Als een 'Jansen en
Jansens' brachten zij stukje bij beetje de drugsscene in kaart en verrichtten
arrestaties onder dealers en gebruikers. Als met een passer trokken ze een
cirkel om de drugsscene in Den Haag en het net werd steeds kleiner.
Ik ben een keer opgepakt door Taal en Groenewegen, knetterstoned, en kon bijna
niet meer op mijn benen staan. Ik had nog wat stuf op zak en heb dat gauw
opgegeten.
Alles in één keer.
Aan de balie op het bureau werden vragen gesteld als 'Wie ben je, waar kom je
vandaan, wat deed je daar op straat?'. Ik had geen enkel idee waar ze het over
hadden. Werd ik in een cel gegooid.
Man, een andere wereld.
Alles groen om me heen, ik zelf zag er helemaal geel uit, en ik flipte volkomen.
Er ontstond een dopeclub in Den Haag waarin iedereen elkaar kende en elkaar
overdag opzocht in coffeeshops als Tedje, Tocci's Milkbar en Fiorini.
Het verhaal deed de ronde van een nieuwe 'kick' om high te worden: stadsgas.
Aardgas bestond toen nog niet, maar iedereen kookte nog op stadsgas. Dat gas
werd uit steenkool gehaald en gaf een vettige, zwarte aanslag op de leidingen.
Die konden ook dichtslibben. Er was een kunstmatige vieze geur aan toegevoegd
en het stonk behoorlijk.
Het idee was dat high-zijn berustte op de tegengestelde werking van twee
uiterste stoffen, dus een gif en een tegengif.
Dus Wat moet je dan doen, op feesten?
Experimenteren.
De gasslang eraf halen, een glas melk inschenken en het gas in het glas laten
borrelen.
De melk werd helemaal loodkleurig en stonk verschrikkelijk.
Dan moest je het opdrinken en daar werd je hartstikke stoned van.
Johnny Bakker had dat ergens in Londen gehoord. Stoned werd je er niet van,
maar strontziek en je kotste je longen uit je lijf. Maar eigenlijk merkte je er
weinig van omdat je meestal toch al helemaal van de wereld was.
Je deed alles en experimenteerde overal mee.
High zijn had vooral zin als je op het podium stond.
De planken trillen door de muziek en je ruikt het zweet van de kleedkamer.
Het geluid van de drums voel je door je lichaam, je hoofd, je maag en in je
onderbuik voel je de 'good vibrations'.
Dat beleefde je door de dope zo intens.
Gillende meiden in de zaal.
Er hing een hele apart sfeer, sex and drugs en rock en roll.
Op een feestje deed het verhaal de ronde dat je van gedroogde bananenschillen
knetterstoned werd en het werd uitgeprobeerd. De dope werd in de stad gehaald
bij Surinaamse souteneurs of we gingen het halen in criminele milieus in
Rotterdam, Amsterdam of Antwerpen.
We kwamen met schoenendozen vol terug.
We waren amateur-farmalogen en wisten precies wat de bij- en uitwerkingen waren.
Wat schadelijk of niet was en waarin werkzame stoffen zaten.
Zo ook een hoestdrank.
Dat hoestdrankje heette Romular en verdoofde je slijmvliezen. Voor het slapen
gaan moest je daar een theelepeltje van innemen.
Wij dronken zo'n flesje in een keer leeg en je was gelijk knetterstoned. Je
kreeg ogen als knikkers en je was uren onder de pannen.
Dat middel kon je in Nederland niet meer kopen omdat het onder de opiumwet
viel, maar in België was dat gewoon verkrijgbaar. Die Romular haalden we in
Antwerpen.
Fantastisch drankje.
Het leven met drugs was zwaar en velen wisten niet op tijd te stoppen. Er
vielen slachtoffers. Sommigen kwamen in gevangenissen terecht of belandden in
psychiatrische inrichtingen. Veel bekenden overleden aan een overdosis.
We kenden een jongen uit Delft -Joey- die daar één van de eerste alternatieve
platenwinkeltjes had geopend. Veel goede bluesplaten en meer minder bekend
werk.
Op een avond zijn we met zijn drieën, Joey, Boelie en ik.
En we nemen een shotje.
We vallen in slaap en de volgende morgen wordt Joey niet meer wakker.
Word je wakker ligt er een vriend dood -op een matras- naast je op de vloer.
Overleden aan een overdosis.
Zelf heb ik er al lang geleden afscheid van genomen. Ik kan het ook niet meer
aanzien, al die mensen om je heen die nog steeds kapot gaan aan de dope en de
drank. Het is intensief en slopend.
Als je aan de dope bent, ben je een kaars die aan twee kanten tegelijk brandt.
Sommige bleven erin steken.
Enno Velthuis, die heeft nog mee gedaan met het Rainman Project. (Dat was een
soloproject van Frank Nuyens. Frank heeft nog een lp gemaakt met allerlei
gastmuzikanten.) Met Enno heb ik trips meegemaakt waar ik uit kwam, maar waar
hij in bleef steken. Het is heel slecht met hem gegaan.
Hij heeft zelfmoordpogingen gedaan en heeft aan een nierdialyse-apparaat gelegen,
omdat zijn nieren waren verpest door de pillen.
'Ik heb twee zielen in mijn borst', heeft hij een keer tegen me gezegd. Hij is
helemaal schizofreen geworden en hij leeft nu op een flatje, bij zijn moeder
van 65+. Hij zit daar een beetje muziek te maken, maar komt de deur niet
meer uit.
Een andere uitspraak van hem was 'Ik heb een scherf uit de oorlog in mijn hart,
en die is ook in mijn ziel gekomen.' Jay en ik waren erbij toen hij in een trip
bleef steken. We hebben hem er niet uit kunnen halen. Enno was een begaafd
muzikant en kon op elk instrument spelen.
Heroïne is net als een gevaarlijke vrouw.
Je moet er mee flirten, maar je moet er niet aan blijven hangen.
Ik heb alles gerookt, gesnoven en gebruikt, maar vanaf 1972 ben ik helemaal
clean.
Heroïne heb ik gerookt, gespoten, gegeten, en ik vond het hartstikke lekker.
Chinezen, met een zilverpapiertje dat deden wij toen ook al. Of met een leeg
aspirinebuisje. Een gaatje erin prikken, zilverpapiertje eronder en inhaleren.
heroïne stopte we ook gewoon in een stick.
We deden alles.
Grenzen zijn er om overschreden te worden, anders weet je niet waar die grenzen
liggen. Iedereen kan je wel vertellen van 'daar is die grens', maar als je daar
zelf geen stap over heen zet, weet je nooit waar die grens ligt.
Als ze vroeger aan je vroegen 'wat doe je?', zei je 'ik werk aan mezelf'. Dat
was in feite ook wel zo, maar je was eigenlijk alleen maar met je ego bezig. En
dat werd nog eens extra gevoed door die popindustrie, want als popmuzikant was
je een star, stond je in het middelpunt. Je bent eigenlijk jarenlang bezig met
een egotrip.
Het heeft een komeeteffect. Even schiet je als een raket naar boven en daarna
stort het allemaal in.
Popmuziek is helemaal niet zo bijzonder. Achteraf had het allemaal weinig te
betekenen, alleen als je er midden in zit voel je dat niet.
LUDIEK, CREATIEF EN COMMUNICATIE
Drie woorden waren in die tijd belangrijk: Ludiek, Creatief en Communicatie. Er
werden happenings georganiseerd en Jay en ik maakten onze eigen ludieke
happenings. We kwamen vroeger veel op de Herengracht, bij Telstar.
De Herengracht loopt schuin naar beneden. Er reed vroeger een tram doorheen die
op de hoek van de Koninginnegracht de Herengracht opdraaide.
Dan pikten we ergens flessen melk die we leeg lieten lopen. Dan lieten we de
flessen vullen bij een benzinestation en goten de benzine voorzichtig in zo'n
tramrail. De benzine liep dan langzaam naar beneden en vervolgens staken we de
benzine aan wanneer er een tram aankwam. Dan kreeg je een zee van vuur waar die
tram dan doorheen denderde. De hele straat was verlicht en dat was een
fantastisch gezicht om te zien.
Bij de Lozerlaan, het einde van de Leyweg, zat een winkelcentrum en daar was
een nieuw standbeeld geplaatst. Een ruiterstandbeeld van een Italiaanse
beeldhouwer - ene Marini.
Wij liepen daar 's ochtends om een uur of drie knetterstoned rond. Harry
Scheublin had een transportbusje, want hij was antiekrestaurateur.
Dat busje stond op de Lozerlaan geparkeerd en we sliepen in dat busje. We waren
compleet onder de opium en we konden niet slapen. We hadden alles uit onze
zakken gelegd, lucifers, geld, dope, enzovoorts, omdat dat nogal onhandig was
als je daarop moest slapen. Het licht was prachtig buiten, helemaal geel, en we
liepen daar heerlijk in rond. 'He, daar staat een nieuw standbeeld, daar gaan
we op zitten'. We zijn er met zijn vieren op geklommen en direct gillende
sirenes. Politie erbij en wij het standbeeld weer af.
'Wat doen jullie daar en waarom hangen jullie hier bij het winkelcentrum rond'.
'We spelen de Vier Heemskinderen', zeiden we.
De Politie 'zulke ogen' en ze zijn gelijk gaan natrekken of we niet waren
weggelopen uit Bloemendaal. We hadden niets bij ons, dat lag allemaal in die bus,
en de politie dacht dat we vier ontsnapte gekken waren! We werden gelijk
afgevoerd naar bureau Almeloplein en in de cel gegooid!
Weinand Mens was de zoon van een belangrijke medewerker van Zwolsman. Zijn
vader had een aantal panden voor Zwolsman onder zijn beheer en Weinand wist
precies waar lege panden stonden.
Zo kwamen we op het spoor van het bestaan van een oude synagoge op de
Koninginnegracht. Die werd allang niet meer gebruikt en was vervallen. Dat was
een fantastisch speelterrein en daar werden happenings gehouden, dansen en
toneelstukjes spelen.
We hebben er nog eens de Vader de Zoon en de Heilige Geest opgevoerd. Dat ging
toen bijna mis omdat er iemand aan het kruis zou worden gespijkerd.
Er stond nog een altaar en er hing een oud gobelin. Dat heb ik mee naar mijn
atelier genomen omdat ik voelde dat ik er iets mee kon doen. In de synagoge
hebben we op een avond een grote fik gestookt. Er werd van alles op het vuur
gegooid. Beppie gooide haar nylonrok erin en je kreeg enorme vlammen. Politie
en brandweer erbij en iedereen opgepakt: brandstichting in een synagoge.
Erger kon eigenlijk niet.
RELIGIE EN MAGIE
Jay kocht op een gegeven moment een tabla en een tamboera. Daar kon Jay al die
complexe ritmes op spelen.
In die tijd waren wij gelijk verknocht aan Zen, confrontaties met oosterse
religies.
Dat is zeer heftig geweest.
We zijn ook naar kloosters gegaan.
Dat was ook magie.
George Harrisson en John Lennon zijn naar die Maharishi gegaan, en wij deden
hetzelfde.
Ik ben in een Ashram in Frankrijk geweest van de Hindoeïstische missie.
Dat was een open communiteit, gemeenschap, en daar heb ik met Weinand Mens
gezeten.
Je had een vrij strakke dagindeling met veel mediteren. Van die meditaties werd
je high.
Ik was daar aan het afkicken en voelde me hartstikke goed.
Een fantastische periode.
En het hoorde erbij.
Je had filosofische en religieuze opvattingen en probeerde die niet Westerse
culturen te ontdekken.
Er was natuurlijk meer dan die Hollandse zwartekousenkerk. Religie, cultuur,
alles zocht je tot op de bodem uit.
Ook zaken waar taboes op lagen hebben we bekeken, zoals necrofilie en
grafschennis. Wat was daar de magie nu van?
Dat ging je zelf onderzoeken.
We hebben een keer een urn meegenomen waar nog de as in zat. Die as hebben
we met hasj in een pijp opgerookt.
Dat was magisch.
We hebben dat ook nog verkocht.'Te gekke stuf man, dat moet je echt eens
proberen!'.
Alle gekke dingen deden we.
Grafschennis is een belast woord, het is cultureel not done.
Wat stelt het nou eigenlijk voor?
Het gaat gewoon over de dood en die is overal en altijd aanwezig.
Het was magic.
Een Japanse vriend, Hiroshi Soto, vertelde het volgende verhaal.
Hij zei - Als je wordt geboren en op de aarde komt loop je langs een papieren
wandje. Jij loopt aan de ene kant van de wand en de dood aan de andere. Op een
gegeven moment kun jij je hand er doorheen steken en de dood een hand geven.
Maar ook de dood kan zijn hand naar jou uitreiken en dan ben je er geweest. De
dood is altijd aanwezig, en loopt altijd met je mee -
Daar is zoveel overgeschreven, het is thematiek voor romans, films de
schilderkunst, noem maar op. Wij waren daar ook intensief mee bezig.
Ook met mystiek waren Jay en ik bezig. Met het Tibetaans dodenboek en met het
Egyptisch dodenboek. Wij lazen dat, dachten erover na en praten erover. Het was
een deel van ons dagelijks leven.
De dope gebruikten wij niet zoals nu als een genotsmiddel, maar toen gebruikten
wij dat omdat het bewustzijnsverruimend werkte. Je deed er bijzondere
ervaringen mee op en je verkreeg informatie die je een voorsprong zou geven in
je persoonlijk en geestelijke evolutie.
Experience en Expanding Conciseness.
De ervaringen met dope moest je onderbouwen met kennis over al deze zaken, dus
boeken erover lezen. Je moest ook zijpaden inslaan en je farmaceutische kennis
vergroten. Je werd een halve bioloog, een chemicus. Je wist wat je gebruikte,
wat erin zat en wat het met je deed. Je probeerde je theoretisch te weren
tegenover alleen maar de experience.
Er waren jongens die alleen maar met de dope-ervaring bezig waren. Die gingen
maar door en gingen maar door. Die wisten op het laatst totaal niet meer waar
ze mee bezig waren.
Wij waren er van overtuigd dat als je hiermee bezig was dat je dan gedwongen
was om je ook geestelijk en theoretisch met goede literatuur te voeden.
De praktische ervaring liep naast de theoretische kennis en gingen gelijk met
elkaar op.
Het ging er ook om de experience verbaal te maken, dat je wat je ervaarde dus
onder woorden kon brengen, terwijl daar eigenlijk geen woorden voor bestaan.
Dat waren onze uitgangspunten.
In 1969 schreef Paul gedichten in de stijl van de Beat Poetry. Het waren
psychedelische, magische nonsensteksten die ritmisch geschreeuwd, of
gescandeerd door hem werden voorgedragen tegen een beatachtergrond.
De wereld was van ons en we dachten nooit aan de dag van morgen.
De vrouwen, muziek, de hele schepping, alles was van ons en dood zouden we
nooit gaan.
Wij waren de nieuwe generatie, met een nieuwe visie. Wij stonden in het
middelpunt en waren bijzonder en uitverkoren.
Niks geen carrièreplanning, maar schijt aan alles en alles kwam vanzelf: de
vrouwen, drank, geld en stuf. En daar hoefden we niets voor te doen, dat kwam
allemaal vanzelf naar ons toe.
CIRCUS
Eind jaren zestig wil Jay meer psychedelische muziek gaan maken. Op Frank na ziet
verder niemand daar wat in. De rest van de band wil bij de blues en rock
blijven. In 1969 valt de Q uiteen en Jay en Frank richten in 1970 de psychedelische
band Circus op. De organist Marco Klein maakt deel uit van de band en er wordt
tevergeefs naar een vierde man gezocht. De multi-fluitist Frank van der
Kloot speelt tijdelijk mee, maar een vierde man wordt nooit gevonden. Circus
maakt enkele demo's en er wordt geprobeerd om een elpee uit te brengen. De band
is voor Jay de gelegenheid om naar Amsterdam te verhuizen. Circus speelt op
de openingsavond van Paradiso.
Met dat gobelin dat ik uit die synagoge had meegenomen heb ik een grote pop van
kippengaas gemaakt. Die pop stond op het podium als vierde man. Paradiso was ook
een kerk geweest dus die pop kreeg ook iets religieus en iets magisch.
Die openingsavond was een happening met films, voordrachten en Circus. We waren
bezig met een LSD-trip en dachten alles te begrijpen. We keken tegen het achterdoek
van de filmprojectie aan en we zagen alles in spiegelbeeld, wat uiteraard veel
psychedelischer was.
Tijdens het optreden werd de pop in brand gestoken. Politie en brandweer erbij
en we zijn gelijk van het podium gehaald. We mochten er nooit meer optreden.
Circus heeft maar een jaar bestaan en had een klein repertoire. De weinige
nummers werden lang uitgesponnen en er werd met repeterende ritmes een vorm van
psychedelische minimal-muziek gemaakt. Een optreden in de Kosmos in Amsterdam
was een happening met vloeistofdia's.
We leenden daar een stofzuiger van de toneelmeester en zetten de stofzuiger
-die we aan hadden gesloten- op het toneel.
Dan lieten we een microfoon in de slang op en neer bewegen zodat het geluid
werd versterkt over de zanginstallatie.
Net alsof je in een jet zat.
Iedereen knetterstoned natuurlijk en de zaal kreeg het gevoel alsof ze de lucht
in gingen.
De stofzuiger was de vierde man.
Jay vertrekt naar Frankrijk en speelt bij theatergroep La Mamma. Daarna
verhuist hij naar Amsterdam en speelt nog enige tijd in enkele bandjes.De laatste avond
Het laatste jaar dat ik Jay toentertijd zag was in 1969.
Ik had een kamer gehuurd in Duinoord. Een wijk in de omgeving van de Laan van
Meerdervoort en de Reinkestraat. Ik woonde in de tweede Van Blankenburgstraat.
Uit mijn jeugd had ik daar nog een bijzondere herinnering aan. Er werden toen
zwemkampioenschappen tussen Haagse scholen gehouden in zwembad de Regentes. Het
Haags Genootschap won altijd, maar onze school was ook niet slecht. Wij deden
ook mee aan deze wedstrijden. De grote lol waren natuurlijk de meisjes. We
gingen dus altijd bewust de verkeerde kant van de kleedkamers binnen. Dus niet
waar de jongens zich omkleedden en keken over de kleedhokjes van de meisjes
heen.
Bij een zo'n sportieve zwemmeeting van Haagse scholieren ontmoette ik een
meisje met fantastische tieten. Dat had ik nog nooit gezien. Voor zwemmen waren
ze sowieso niet handig en aërodynamisch konden ze natuurlijk geen kant op.
Dus ik had dat meisje in de kleedkamer ontdekt. Ze woonde in een souterrain.
Dat vond ik wel iets bijzonders. Want waar heb je in Den Haag souterrains?
Bijna nergens, maar o.a. in de tweede van Blankenburgstraat. Ik heb haar eenmaal
thuisgebracht en daarna nooit meer gezien.
Ik heb mij jaren daarna afgevraagd waar ze precies woonde.
Nachten wakker van gelegen. Nachtmerries had ik als veertienjarige. Maar de
straat en het souterrain kon ik niet meer terugvinden.
Later kreeg ik via kennissen een kamer in de tweede Van Blankenburgstraat en
herkende de plek weer waar ik dat meisje met die prachtige tieten jaren
daarvoor had thuis gebracht.
De kamer die ik daar had was enorm. Zes bij acht in een kast van een huis mijn
kamer leende zich uitstekend voor feesten. Boven mij woonde twee Indische
mensen. Anja en Piet.
Ze waren zeer bijzonder voor mij. Ze waren gevlucht uit de Schilderswijk en
Anja had een gigantisch verleden in het Haagse ondergrondse illegale cafécircuit.
Dat bestaat nog steeds, maar toen ook al.
Rond het Sweelinckplein zaten een hoop pensions met een bar. Als je daar kind
aan huis was kon je daar altijd doorzakken, want duidelijke sluitingstijden
hadden ze niet.
Piet was een oude indo. Hij is helaas al jaren dood.
In zijn jeugd was hij een vrijbuiter die op zijn Harley heel Java was doorgetrokken.
In de oorlog werd hij als ramboedjan in Indië te werkgesteld. Als
koelie voor de Japanners. Later heeft hij ook nog aan de Birma-spoorlijn moeten
werken. Hij had een tweelingbroer die door zijn rebelse optreden door de
Japanners met een klewang is onthoofd. Toen ik Piet leerde kennen werkte hij
als baas bij de Cemsto. Met een schoonmaakploeg moest hij alle treinstellen van
de Spoorwegen bij het Depot-Staatsspoor en Depot-Leidsendam schoonmaken. Piet
was versleten.
Hij claimde, als magisch-gevoelige indo, dat hij paranormaal contact had met
zijn dooie broer en Piet en Anja hielden wel eens seances thuis. Ik vertelde dit
tegen Jay en zei 'Te gek! Daar moeten we heen'. Dus wij naar boven voor een
seance.
We zaten aan een tafel en er werden twee bamboestokjes, kruiselings over elkaar
geknoopt. Ieder van ons vieren moest dan een poot vasthouden. Anja zei 'Paul,
schrijf jij alle letters van het alfabet op een stuk papier'. Er was geen vel
papier, maar er hingen wel enkele tekeningen en een litho van mij bij hen aan
de muur. Ik pakte de litho -dit verhoogde de magie- en tekende op de achterkant
in alle vier de hoeken alle letters van het alfabet:
ABCDEFG in de linkerbovenhoek.
HIJKLMN in de rechterbovenhoek.
OPQRSTU in de rechterbenedenhoek en VWXYZ in de linkerbenedenhoek.
Kaarsen aan.
Flessen bier erbij, flessen wijn. Jay en ik blowen.
Piet had Indische bami gemaakt. Volgens zijn zeggen 'niet vet hoor!'. Baggervet
was de bami, maar wel lekker.
In de grote koloniale huiskamer ontstond een fantastische sfeer en we begonnen
aan de seance. We hingen het bamboekruis boven de litho.
Anja begon over Jay.
- Ik vind Jay zo mooi, zei ze.
Jay was eigenlijk lelijk, maar ook mooi. Heel ambivalent en Anja herkende Jay
zijn sensitiviteit.
De spanning werd groter.
Er werden wajangpoppen bijgehaald en tekeningen om de magische krachten op te
roepen.
Deze krachten konden tegen je werken.
Voor je werken.
Ze konden positief zijn, of negatief.
Zwarte krachten.
Witte krachten.
Anja ging uit haar bol en wist niet meer hoe ze 't had.
Moest ze nu Jay haten, of van hem houden? Moest ze hem nu ter plekke neuken, of
hem het huis uit slaan? Ze wist totaal niet wat ze met Jay aan moest.
Jay vond het te gek wat er allemaal gebeurde hoewel we geen van beiden ook maar
enkel zicht hadden op de situatie.
Er werden vragen gesteld en het kruis ging ronddraaien. Het kruis las letters
af die een woord vormden. De hele nacht zijn we doorgegaan.
Piet ineens: - M'n broer! M'n broer komt door.
Jay stelde vragen en Anja werd panisch toen ik meegebrachte gammelanmuziek
opzette.
- Doe dat nu niet Paul, vroeg ze, Piet kan daar niet tegen, die gaat uit z'n
dak. De muziek deed hem aan vroeger denken en ik had die muziek daarom expres
meegenomen.
Man, wat een sfeer hing daar die nacht. Alsof de bliksem in de lucht hing. Met
een schaar kon je een stuk uit de lucht knippen. Zo dik was de atmosfeer, vol
psychische tegenstrijdige spanningen.
Op de vragen die Jay en ik stelden kwamen antwoorden:
Jay ging dood en ik zou ongelukkig met vrouwen worden.
Alles half vergeten gingen we vroeg in de ochtend naar huis.
De volgende dag bel ik enthousiast Jay op en stel voor om volgende week weer
naar Anja en Piet te gaan. Jay antwoordde.
- Nee men, weet je wel
- Luister is men
- Nee Paul, weetje wel
- Moet je luisteren men
- Dat is mijn scene niet
- Lauw men
- Nee men, dat is jouw scene men
- Nee man, weet je wel
- Dat is mijn scene niet men
Daarna hebben we opgehangen en hij is naar Amsterdam verhuisd.
Ik zag hem daarna pas twaalf jaar later weer terug, op de Haagse Beatnach in
1980. Voor de allerlaatste keer.
DE HAAGSE BEATNACH
In 1980 wordt Jay met moeite door Frank Nuyens in Amsterdam op een woonboot
opgespoord om mee te doen met een reünieconcert van de Q ter gelegenheid
van de Haagse Beatnach. Jay had al jaren niet meer gespeeld en was al zijn
kracht kwijt. Hij kon maar moeizaam het tempo bijhouden. Niet alleen fysiek
was hij uitgeput, maar ook psychisch. Hij was mensenschuw en angstig.
In 1980 zag ik Jay weer op de Beatnach in Houtrust. Ik ben toen backstage
geweest.
Dat was me daar een zootje.
Er werd met salades gegooid van het koud buffet. Overal lag die bagger over de
grond, echt ouderwetse sfeer in de kleedkamers.
Mijn hart ging open.
Jay was niet meer in staat om echt goed te spelen. Hij transpireerde overmatig,
was erg verzwakt, paranoïde en kopschuw. Ik zelf was aangeschoten. Je weet hoe
dat gaat op zo'n Beatnach; pils, pils, pils en Jay stond helemaal stijf van de
heroïne en hij zei tegen mij 'Wat ben je allemaal aan het doen man?'
Ik antwoordde 'Nou ik drink een pilsje'.
Jay vond het niks en zei 'Down man, down man, down.' Hij vond het niks wat ik
deed, nou forget it! Dat was het laatste gesprek met Jay.
Hij keurde mijn alcohol af en wat hij deed was goed.
EPILOOG
Op 7 november 1990 komt Jay Baar te overlijden op zijn woonboot in Amsterdam. Velen
menen dat hij aan een overdosis is bezweken, anderen weten zeker dat hij
aan kanker is dood gegaan. En uit nog betrouwbaarder bron zou Jay zijn bezweken
aan een longontsteking. Op 13 november 1990 wordt Jay Baar begraven.
De dood van Jay heb ik in de krant gelezen of over de radio gehoord.
Toen heb ik Frank gebeld, maar die was er niet.
Daarna heb ik Joop gebeld en die verwees me door naar Wim.
Toen heb ik Willem gesproken en bleek dat de begrafenis al was geweest.
Ik vroeg toen waarom hij mij niet had gewaarschuwd, want ik wist van niks.
Alle heisa daarna heb ik via de pers gelezen en via de VPRO radio. Op zijn
laatste nacht is zijn maatschappelijk werkster nog bij hem geweest. Later heeft
zij hem dood gevonden op zijn kamer. Ze hebben toen een hartstilstand geconstateerd
en opgegeven dat hij een 'natuurlijke dood' was gestorven.
Medisch werd ontkend dat hij een junk was.
Hij zat in de bijstand en de sociale dienst heeft toen de inboedel verbeurd
verklaard en wat er over was is in Hilversum geveild. Van de opbrengst is de
begrafenis betaald. Zijn drumstel had hij allang verkocht, maar er was nog wel
een platencollectie.
Alles keurig netjes gerubriceerd en alle platen waren nog in topconditie.
Alleen platen van de Q zelf zaten er niet meer bij. Ron de Bruyn, Joop, Willem
en ik hebben ook aan de begrafenis meebetaald. Gezamenlijk hebben we ook de
overlijdensadvertentie betaald.
Frank niet want die zat in Griekenland en Peter heeft geweigerd.
Daarna werd Peter telefonisch voor de VPRO-radio geïnterviewd en hij begon daar
stennis te trappen.
Jay zou zijn wijf hebben afgepakt.
Daar is niks van waar, want ik was er zelf bij.
Peter had een vriendinnetje. Nel. Dochter van een bakker en gewoon ook een
maffe meid.
Ging met iedereen de bosjes in, maar was wel de vriendin van Peter. Jay heeft
haar nooit versierd.
Peter beschuldigde Jay voor de radio, voor heel Nederland, dat hij zijn meisje
had afgetroggeld.
'En dan pakken ze ook je wijf af. Ze gebruiken dope en ze verpesten de sfeer',
zei hij. Maar hij vergat wel dat Jay al dat materiaal voor de Q had aangedragen
en daar draait Vink nu nog steeds op.
Ik was pisnijdig en ik heb op het punt gestaan om naar Alphen aan de Rijn te
gaan en hem van het balkon van z'n flatje af te sodemieteren. Ik zweer het je.
Achteraf, postuum, nog eens eventjes met modder gaan gooien.
Ik vond het walgelijk.
-----------
The Life I Live
Sitting in my chair and thinking
Thinking of the crowd I'm in with
Thinking of the music I make
And all the things I don't wanna give
Well I take everything I want
The girls are fighting for me
But everytime that I take one
They're indisposed, poor old me
Well, this is my life of sadness
This is the life I live
This is my life of gladness
this is the life I live
Last week I went to the graveyard
My dog was killed by a car
Feel the pain, the pain is started
He's dead, but friend, we still are
Sunday we played In a dancing
The public was very down
But it didn't bore us a thing
Because we smoked ourselves a kick
Well this is my life of sadness
This is the life I live
This is my life of gladness
this is the life I live
I had a girl and I loved her
She knows, she knows I still do
But she married with a rich man
But the things she wants, he can't do
Once we were on Joops wedding
We smoked and drank all night
At twelve we were thrown out
Because the house was changed into a crowd
Well this is my life of sadness
This is the life I live
This is my life of gladness
this is the life I live
Voor uitgebreide informatie en beeld- en geluidsmateriaal van de Q65
kun je kijken op de site Q65.org
Een kleine, maar aardige site uit Japan
Q65 English
Nog een pagina over de Q65 kun je vinden op de
Q65 Pagina van Pim.
Je kan ook nog kijken op een kleine pagina van de familie Niesten:
Q65 C. Niesten
___________________________________________________________________
Gevonden op YouTube 2007: beelden van de Q65 en vooral Jay Baar.
Fragment met Wim Bieler uit het NCRV-programma Classic Albums,
uit 1997 over de lp Revolution.
Augustus 2007: Q65 live op de Haagse Beatnach in 1980 met:
The Life I Live. Jammer, geen close-ups van Jay.
Oktober 2007: In de recente Teleac-cursus over de geschiedenis
van de Nederpop (Met Hart en Ziel) wordt een aanvullend fragment
getoond van de NCRV-clip. Opgenomen op het strand. Jay valt van
een rieten strandstoel af. Fragment begint op 2:05.
Nog eenzelfde fragment gevonden, maar dan anders, in een reportage
van Tv West: PLaatsen van herinnering. Het korte fragment start op 2:25.
Het is een opname van een tv-scherm genomen. Nu maar hopen dat het hele
filmpje eens online komt.
Februari 2008
Begin februari 2008 zond de NPS een avond uit over de Sixties.
Hierin trad de band De Biet op met het nummer The Life
I Live van de Q65.
Reportage van 2-Vandaag over een Haagse Beat-tentoonstelling van
galerie/museum Rock-Art uit Hoek van Holland. Met medewerking van
Joop Roelofs en Frank Nuyens. Datering nog even onbekend. 2005?
Maart 2008
Live optreden in het programma Goud van Oud van Veronica.
Uitgezonden op 18 april 1987. Wim Bieler, Joop Roelofs en Peter Vink
zitten er bij uit de originele bezetting. Verder op gitaar Joop van
Nimwegen en Beer Klaasse op drums. In de tien minuten durende opnamen
worden You're The Victor, Ann en The Life I Live gespeeld. Ik denk niet
dat er ooit nog iets beters zal opduiken, kwa beeld en geluid. En ik
vind het super en ook super-Haags!
Fotoclip met de nummers Cry In The Night en I Was Young
Mei 2008
Zelf twee clips en het integrale tv-programma Classic Albums
van Revolution online gezet. Het programma staat op Google
video en duurt vijftig minuten. Voor meer info zie onderaan.
Introfragment van de film Beat It. 1 Minuut met de verschijning
van Wim Bieler, Peter Vink, Joop Roelofs en Jay Baar.
Clip van het nummer Bring It On Home uit de VPRO-film Beat It
uit 1966.
Vijftig minuten durende documentaire uit de serie Classic Albums.
De lp Revolution en de de Q65 staan centraal. Uitgezonden op 21
juli 1997 door de NCRV.
Dan staan er vermoedelijk al sinds 2000 twee clips op de site van
www.livebands.nl.
Op een aparte pagina over de Q65 staan twee links naar videofiles
voor de Realplayer. Die werkt bij mij niet en wil ik niet,
maar via onderstaande links op de site heb ik de Real Alternative
gedownload en kon in de kleine bestanden op postzegelformaat
bekijken en beluisteren. De eerste clip is een interview met
Wim Bieler en Frank Nuyens. De tweede clip is met het live-nummer
Spoonful. Opgenomen door livebands.nl op 13 juni 2000. http://www.livebands.nl/?function=clips&id=7 http://www.livebands.nl/?function=clips&id=8
September 2008
Op 3 september 2008 zond TV-West een nieuwsitem uit over de op
handen zijnde documentaire over de Q65. De opnamen zijn gemaakt
voor Het Paard in Den Haag. Met documentairemaakster Elija van
den Berg en Joop Roelofs. Ook aanwezig was auteur Pim Scheelings.
http://denhaag.rtvwest.nl/nieuwsitem/21260
Oktober 2008
Op 1 oktober 2008 kan ik het gezochte filmfragment van de Q65 uit het
Varaprogramma 10+ uit 1967 online zetten. Unieke beelden van een spelende
en rokende Q65 in de Phonogramstudio in Hilversum, met Hans van Hemert als
producer en Jan Audier als technicus. Het programma is uitgezonden op
15 april 1967. In het jeugdprogramma 10+ wordt uitgelegd hoe het proces van
platen maken in zijn werk ging; van opnemen tot het persen van de plaat.
De opnamen in de studio waren voor de ep Kjoe Bloes uit dat jaar. Het nummer
dat gespeeld wordt is 80% O. Een aantal mooie close-ups van Jay. Unieke vondst.
En de spatie en het vraagteken bij Beeld en Geluid over dit fragment zijn op
mijn verzoek verwijderd uit de database. Er stond in de database Q 65 met een
spatie en daardoor was het fragment onvindbaar. Het fragment is nu door
iedereen te vinden. Het geluid van de opname is bijzonder slecht en zacht.
Zet de volumeknop open.
November 2008
Op 22 november werd in Utrecht het oude Westend drumstel van Jay Baar onthuld.
Voor foto's zie bij de update. De vrouw van Rob van der Werf maakte een video-opname
van de onthulling. Elija van den Berg heeft ook gefilmd, maar dat is niet beschikbaar.
Juni 2009
Een nummer van de lp Rainman uit 1971 staat op YouTube, zonder livebeelden.
Hier is Jay Baar te horen op drums.
-
Er zijn mij verder nog twee 8-mm filmpjes van de Q65 bekend.
Beide opgenomen in de Haagse Marathon. Een filmpje heb ik zelf
gezien in het huis van de eigenaar van de Marathon, de inmiddels
overleden meneer Ooms. Onbekend waar het filmpje nu is.
Het andere filmpje is in handen van museum/galerie RockArt in Hoek van
Holland. Het filmpje is in 2009 beschikbaar gekomen en op YouTube gezet.
Het originele 8-mm filmpje duurt iets langer dan de tien minuten op YouTube.
Het prachtige materiaal is uit 1966 en opgenomen in de Marathon. Ook
de mede-schrijver van deze pagina is hierop te zien met mondharmonica.
Ook goede beelden van Jay. Geen geluid.
26 juli 2011 - Jay Baar heette Jan Willem Baar
Jay Baar is op 13 november 1990 begraven op begraafplaats St. Barbara
in Amsterdam. Rob van der Werf van Westend-drums (Jay Baar speelde op
een Westend-drumstel) heeft navraag gedaan bij de begraafplaats of er
nog een graf is van Jay. Jay Baar lag in een eigen graf dat na tien
jaar wordt geruimd. Dat is in 2002 gebeurd. Zijn stoffelijke resten
rusten nog wel op St. Barbara, maar niet meer in een apart graf.
Tevens kwam verrassend aan het licht dat Jay Baar bij zijn adoptie
Jan Willem is genoemd. De adoptie-vader van Jay heette Jan Baar.
___________________________________________________________________
21 maart 2011 - Jay in Amsterdam
Ik sta al enige tijd in contact met iemnand die Jay kende uit zijn
periode in Amsterdam. Jaap Schoonhoven, gitarist en woonachtig in Delft.
Hij heeft Jay gekend toen zij beiden in Amsterdam woonden. Hij kijkt op
Jay als drummer terug met gemengde gevoelens. Ze zpeelden samen in de
groep Tantalus. Jay woonde toen op een woonboot die direct aan de rechterzijde
lag van de Magere Brug als je met je rug naar Carré staat.
-
Pim Scheelings zijn boek over de Q65 is vertaald in het Engels en is
onlangs uitgebracht.
___________________________________________________________________
22 november 2008: Westend drumstel Jay Baar onthuld in Utrecht
Zie voor een update de site van Westend-drums - Jay Baar
Neem dan vooral ook de moeite om de rest van deze prachtige site te bekijken.
Van de maker van de site, Rob van der Werf, ontving ik een serie foto's waar
ik er hier vijf van laat zien. Met Peter Vink, Frank Nuyens en Joop Roelofs.
onthulling Westend drumstel Jay Baar - foto's Rob van der Werf
Video van de onthulling
Onverwacht ontving ik nog de link van Rob van der Werf naar de Google-video
van de onthulling. Gemaakt door zijn vrouw Veerle. Unieke beelden en montage.
___________________________________________________________________
14 oktober 2008
Zondagochtend 13 oktober is rond 11.25 op Radio 1 een interview met
Peter Vink heruitgezonden uit 1989. Een interview door Dick Slootweg
in het kader van zijn gelijknamige boek De b-kant van de beat.
Deel twee van OVT aanklikken en doorscrollen naar het tijdstip.
Veel info ook over Jay -Jantje- Baar en zijn (pleeg)vader.
http://geschiedenis.vpro.nl/programmas/3299530/afleveringen/39872942/
Ik ben indertijd bij de boekpresentatie geweest in de Houtrustrotonde.
Toen het boek gekocht en laten signeren door Dick Slootweg. Al weer
jaren dood.
knipsel Muziek Expres 1967, Bert Bossink
___________________________________________________________________
1 oktober 2008
Op 1 oktober 2008 kan ik het gezochte fragment van de Q65 uit het
Varaprogramma 10+ uit 1967 online zetten. Unieke beelden van
een spelende Q65 in een studio, met Hans van Hemert.
Spatie en vraagteken zijn op mijn verzoek weggehaald:
Informatie programma 10+, 1967, Beeld en Geluid, Q65
___________________________________________________________________
6 september 2008
Museum RockArt kreeg dit jaar het oude Haagse Westend (Westeinde) drumstel
van Jay Baar geschonken. Het drumstel wordt gerestaureerd en voorzien van
het oude Q65-logo dat ooit door Joop Roelofs was ontworpen. Hij is nu bezig
om het logo op de bassdrum te vernieuwen. Het drumstel wordt in het weekend
van 22 en 23 november tijdens de Mega Platen & CD Beurs (en Verzamelaarsjaarbeurs 2008)
in Utrecht onthuld door Joop Roelofs, Frank Nuyens en Peter Vink. Meer info
over de dagen en het drumstel volgt. Hier alvast een link naar de beurs en de
tentoonstelling over 50 jaar nederpop die museum RockArt daar zal inrichten.
Hieronder een detail van een proefontwerp van het hernieuwde logo.
Hieronder een vergrote uitsnede van de hoes van Revolution.
Joop -en ik nu ook- herkende in de letter het gezicht
en haardracht van Jay.
___________________________________________________________________
3 september 2008
TV-West zond vandaag een nieuwsitem uit over de op handen zijnde
documentaire over de Q65. De opnamen zijn gemaakt voor Het Paard in
Den Haag. Met documentairemaakster Elija van den Berg en Joop Roelofs.
Ook aanwezig was auteur Pim Scheelings.
http://denhaag.rtvwest.nl/nieuwsitem/21260
Een scan ontvangen van George Evers van een flyer van de platenbeurs die
hij in 1989 in Artis organiseerde. Tijdens de beurs werd een speciaal
ep-tje uitgebracht. Bijgevoegde foto's doorgestuurd naar de site
van www.q65.org.
___________________________________________________________________
17 augustus 2008
Vandaag een artikeltje in de online krant van het AD. Nieuws
over de recent, internationaal uitgebrachte vezamel-cd, Nothing But
Trouble van de Q65, er komt een boek uit over de band, geschreven door
Pim Scheelings, en er wordt door de Britse journalist Mark Dezzani
en Elija van den Berg gewerkt aan een internationale documentaire.
Het hele artikel kun je hier lezen.
Het nieuwsartikel is kennelijk afkomstig van de Haagse popjournalist
en organisator Gerard van den IJssel. Hier al in het archief:
http://www.haagspoppodium.nl/index.php?middle=archief/nieuws_detail&sid=8298
En binnenkort meer nieuws over het oude drumstel van Jay Baar.
Hier de link naar de webwinkel van Amazon om de laatste Q65-cd te kopen.
Nothing But Trouble, Q65, juli 2008
___________________________________________________________________
6 augustus 2008
Hoewel het al eerder bekend was is nu duidelijk geworden dat er naast
de filmclip uit Beat It, nog een tv-filmopname van de Q65 uit de jaren
zestig bestaat. De vondst is gedaan door een Rotterdamse cineast.
Nu blijkt dat het fragment toch te vinden is in de database van Beeld en
Geluid, maar daar staat niet Q65 aan elkaar, maar Q 65 met een spatie.
Op die manier was het onvindbaar. Het is een fragment in een geluidsstudio
voor het programma 10+ van de Vara uit 1967. Nu afwachten tot iemand het
gaat opvragen en uitzenden. Hier de link naar de informatie over het programma.
Informatie programma 10+, 1967, Beeld en Geluid, Q65
___________________________________________________________________
24 juli 2008
Op donderdagavond 24 juli werd op Radio 2 in het programma Het
Theater van het Sentiment een jaren eerder opgenomen interview
met Joop Roelofs heruitgezonden. De aanleiding was de overtocht
met de rubberboot uit Engeland in de zomer van 1966. Het interview
kun je afluisteren op onderstaande link. Je hoeft het niet te
downloaden en kan je het gelijk beluisteren.
http://www.zshare.net/audio/159501080c7578d7/
___________________________________________________________________
van: DirkJan Vos
onderwerp: VPRO-tv, Beat It 1966 / Classic Albums, Revolution, 1997 NCRV
datum: 1/15 mei 2008, 22:59
___________________________________________________________________
Op 1 mei werd om één uur 's nachts op internet het tv-programma Beat It
uit 1966 uitgezonden op het Geschiedenis-kanaal. In het kader van 50 jaar
nederpop. Er stonden al wat fragmenten op YouTube uit de Classic
Albums aflevering over Revolution van de NCRV. Voor het eerst dat ik Jay
op bewegend beeld zag. Maar nu de hele uitzending en hele clip gezien.
Het waren 'stomme' zwart-wit filmbeelden bij het uitstekend gekozen nummer
Bring It On Home. In de openingsbeelden van het programma zie je een kamer
vol met jonge mensen. Ik zie gelijk Joop Roelofs zitten en pal daarna Jay
in een flits. Al met al unieke beelden.
# 5 mei #
Ik heb met hulp (The Doman) de clip van de stream weten te halen en op YouTube
gezet. Het korte fragmentje in de kamer zit er niet in. Ik heb het fragmentje
nu wel online gezet en kun je hierboven bekijken in de lijst met clips.
De hele film met ook ZZ en de Maskers en Les Baroques is te zien op het Geschiedenis-kanaal.
Linksboven, onder het kopje video: Beat It
En ik kwam een aardige link tegen op de site van Peter Koelewijn. Nauwkeurig wordt
beschreven hoe de eerste single -You're The Victor- van de Q65 tot stand is gekomen.
Is Peter Koelewijn de ontdekker van de Q?
http://www.peterkoelewijn.nl/discografie/produkties/q_65.html# 15 mei #
Wederom met de hulp van de Doman heb ik op Google video de hele documentaire over
de Q65 in de serie Classic Albums online weten te zetten. Je kan het hierboven bij
de clips vinden. Wil je het op Google video zelf bekijken, klik dan hier.
Classic Albums - Revolution - 1997
Ik kende het programma niet, behalve dan het fragment met de stukjes uit Beat It
die op YouTube staan. Zondagavond 11 mei werd het om 20:55 uitgezonden op het
tv-kanaal Cultura. Ik ben er lekker voor gaan zitten en heb genoten. Ik heb
ook nooit de Q65 of later de Kjoe zien optreden, zoveel weet ik niet. Ik ben
betrokken geraakt vanwege het verhaal van deze pagina, over het leven van Jay
Baar. Die heb ik ook nooit gekend of ontmoet. Mijn eerste blik was daardoor
vooral gericht op Jay; wat zouden ze zeggen, wat is er te zien? Er was ruim
aandacht voor Jay en wat er gezegd werd komt goed overeen met mijn verhaal.
En het waren onderling ook niet echt allemaal vrienden, zo is de band ook
niet ontstaan. Jay en Peter Vink werden er later bijgehaald. En Joop
Roelofs was de oprichter. Dat wist ik eigenlijk niet. Wel dat hij de bedenker
van de naam was. Inmiddels weet ik ook dat hij voor het ruige, distorted
gitaargeluid zorgde; Joop Roelofs deed er alles aan om het gruizig te laten
klinken. Met een glimlach bekeek ik de stukken wanneer Wim Bieler aan het
woord was. Leek me een eerlijke en symphatieke gozer. En een goede stem en
de juiste uitstraling. En dan repeteren op de woonboot van de pleegouders van
Jay (de vermoedelijke woonboot komt in beeld). Pa Baar reed overal hun spullen heen.
Ontdekt door Peter Koelewijn, een paar singles, de legendarische overtocht per
rubberboot vanuit Engeland naar Scheveningen, maar na twee lp's spat het
jongensboek al in 1968 toch uiteen. Over het waarom en waardoor moeten anderen nog
maar eens schrijven.
Maar hoe moeten we de Q65, de band en de muziek, zien in die tijd en nu? Ik denk dat
Joop Roelofs dat het beste heeft verwoord toen hij ergens ongeveer zei: Het ging er
niet om wat we wel of niet konden, maar om wat we durfden. Hun spel en composities
worden gerelativeerd, maar er zat wel een enorme podiumdrift en uitstraling bij.
En voor toen al een professionele en eigen sound.
DirkJan
Mooi dat dit nog in 1997 is vastgelegd en er de tijd voor is genomen. Na de
dood van Wim Bieler lijkt een nieuwe documentaire ver weg, hooguit nog eens
zes minuten in een nacht van de nederpop. Het is goed dat de docu is gemaakt
en mooi dat ik hem online kan zetten. Voor zolang als het duurt.
Hier nog een achterliggende pagina met allemaal foto's uit de documentaire.
Screenshots Classics Albums - Revolution
Ik weet ook dat de Q65 altijd de Nederlands Pretty Things werden genoemd, maar
tot dit weekend wist ik eerlijk gezegd niks van deze Engelse band. Gegoogeld en
allerlei nummers gedownload en beluisterd. Deels snap ik de connectie wel en dat
hoorde ik vooral in het nummer Midnight To Six Man. The Pretty Things waren
populairder in Nederland dan in Engeland. Hier meer info over de band op de
Wikipedia Pretty Things
Hier een clip uit 1966 van de Pretty Things met Midnight To Six Man.
http://www.youtube.com/watch?v=pHd9OZDwfZM
En ik vind de Q65 ook ergens tussen Them en The Doors staan. Ik
noem het nu wel eens psychedelische blues...
___________________________________________________________________
Vooral in de eerste weken na het online zetten van mijn verhaal ontving
ik diverse reacties. Vooral uit Q65-kringen en over de doodsoorzaak van
Jay. Ik heb dat en wat andere details in het stuk verwerkt. Daarna werd
het rustig. Af en toe een korte, enthousiaste reactie. Maar nu in februari
2008 ontving ik een aardige reactie die ik van de schrijfster hier mag
plaatsen. Wellicht zet het anderen ook aan om te reageren en kan ik
die reacties ook neerzetten.
___________________________________________________________________
van: Sarah
onderwerp: Stuk over Q65
datum: 22 februari 2008, 5:03
___________________________________________________________________
Ik heb met verbazing en ook groot genoegen het hele verhaal over Jay Baar
en de Q zitten lezen en mijn hele tienertijd trok aan me voorbij; alle namen
plaatsen enz...
Ik woonde in die tijd in de Lange Houtstraat en kwam ook bij de meeste van
die tenten. In april 1968 ben ik naar Brabant verhuisd en heb daardoor nooit
meer iemand van die tijd terugezien, met uitzondering van John Bakker, die
na zijn scheiding van Snoetje in Zierikzee is gaan wonen en door toeval daar
mijn buurman werd: ook ik was daar na mijn scheiding terechtgekomen.
Het is inderdaad onvoorstelbaar dat zoveel van onze kring uit die tijd al dood
zijn, sommigen al heel erg lang zelfs. Wat mij nu nog steeds verbaast is dat
het drugsgebruik van iedereen toendertijd volkomen langs mij heen is gegaan.
Ik wist het wel maar het is eigenlijk nooit goed tot me doorgedrongen.
Onvoorstelbaar hoe naiëf je kan zijn op die leeftijd.
Heb jij zelf dat verhaal geschreven, of was dat iemand anders? Ik heb het in
ieder geval met heel veel plezier en weemoed zitten lezen.
groetjes,
Sarah
(Toendertijd werd ik Petra genoemd en was ik assistente van Adje Lagerwaard.
Ik hield de ledenadministratie van de jazzsociëteit bij.)
___________________________________________________________________
Hieronder een reactie van de muziekkenner Bert Bossink, tevens hoofdredacteur
van het blad The Fabulous Sound Of The Sixties. Hij stuurde ook een omslag
van zijn blad uit 1981, waarin een interview met Wim Bieler en Joop Roelofs
staat. Wie weet ontvang ik nog meer materiaal. Bert Bossink heeft ook een
lezenswaardige eigen site. Klik hiervoor naar http://www.bertbossink.nl.
En wie weet duikelt Bert de genoemde video nog eens op.
___________________________________________________________________
van: Bert Bossink
onderwerp: Omslag FSOTS, nr 36, 1981
datum: 26 februari 2008, 17:58
___________________________________________________________________
Met interesse heb ik jouw trieste verhaal over Jay Baar & The Q65 doorgelezen.
En ook kom ik weer bekende namen tegen zoals onze oude donateur Ron de Bruyn
uit Dordrecht die ik ook al heel lang ken.
Ons verhaal over de Q65 werd destijds geschreven door een zekere Rieks Korte uit
Emmer Compascum en Martin van Koersveld uit Amersfoort, die destijds zeer fanatieke
donateurs van ons blad "The Fabulous Sounds of the Sixties" waren.
In het blad staat nog een interview met Joop Roelofs en Wim Bieler gemaakt door
Rieks Korte. In die tijd drukte ik mijn blad nog zelf op de huisdrukkerij van de
Fa. Van Geel waar ik toen werkte. Dat kon ik toen nog doen en kon de materialen
van mijn baas en de donkere kamer gebruiken en na afloop betaalde ik altijd aan
mijn baas de gebruikte materialen.
Zelf had ik het genoegen de Q65 een aantal keren aan het werk te zien. Ik herinner
me nog de eerste Beatnight in Alphen aan de Rijn, georganiseerd door Piet Demoet.
Daar trad de Q65 nog eens op. Die hadden toen opzettelijk hun installatie op de
allerhardste geluidssterkte gezet en iedereen liep met de handen voor de oren zo
hard was het. Wim Bieler liep toen te lachen en zei, "Dat ze bepaalde burgermannetjes
wel eens even mores zouden leren!"
Een andere keer in Zoetermeer stond de installatie keurig afgesteld en speelde Q65
zeer perfect. Op mijn verzoek werd inderdaad zeer netjes mijn favoriete Q65 nummer
"Ann" gespeeld.
Ik heb nog steeds de orginele "Revolution" LP in de kast staan in origineel mono!
Aan de Q65 heb ik toch ook wel goede herinneringen want mijn ex-vrouw had in 1966
de single "The Life I Live" gekocht en draaide die de hele dag. Ik had toen net een
half jaar verkering met haar.
We gingen toen ook naar het Engelse voorbeeld van de Q65 kijken, de Engelse Pretty Things.
Die traden ooit op in Tiel gecontracteerd door wijlen Jan Vis, maar Jan Vis wou de
groep geen kratje bier geven voor ze gingen spelen dus bleven ze halsstarig op het
podium wachten met hun armen over elkaar. Uiteindelijk door het gemopper van de ontevreden
tieners ging een assistent van Jan Vis eindelijk een kratje bier halen en begonnen
de Pretty Things te spelen. Het had niet langer moeten duren want die tieners wilden
onderhand vissenbloed zien (van Jan Vis).
Het is toch een stuk historie en ik blij dat ik de Q65 een paar keer heb mogen zien.
Op een paar hele oude banden video moet ik ook nog ergens een interview hebben met
o.a. Wim Bieler en Joop Roelofs, maar ik weet niet precies waar die zitten.
Memories of the Q65 you never will forget!
Bert Bossink
- van links naar rechts: Wim Bieler, Frank Nuyens, Peter Vink, Joop Roelofs, Jay Baar -
Sinds deze pagina online staat heb ik verschillende e-mails ontvangen
van de gitarist Joop Roelofs. Onlangs wees hij me weer op een aantal
gebeurtenissen in het verhaal die niet kloppen. Paul Busee weet veel
te vertellen, maar helaas is niet makkelijk na te gaan in hoeverre alles
ook zo gebeurd is. Paul Busee is naar België vertrokken en wil met niemand
meer iets te maken hebben. Jammer. Naast verschillende punten heeft Joop
Roelofs de moeite genomen om mij te schrijven over het ongeluk
van begin februari 1967, toen de Q65 met hun busje naar een optreden reed.
In het verhaal hierboven staat:
"Vanuit een zijweg, bij Alphen aan de Rijn, dook opeens een motorrijder
op en door zijn eigen schuld kwam die motorrijder in botsing met het busje.
De motorrijder boorde zich door de zijwand van de auto heen.
Door het plaatstaal van de zijwand onthoofdde de motorrijder zichzelf.
De helm met het hoofd van de motorrijder viel in de schoot van Jay.
Jay raakte in een shocktoestand."
Joop Roelofs schrijft:
___________________________________________________________________
van: Joop Roelofs
onderwerp: Het ongeluk, februari 1967
datum: 4 maart 2008, 21:59
___________________________________________________________________
Het Ongeluk:
Toen ik wakker werd in het ziekenhuis van Leiden na het ongeval, vroeg ik
als eerste of mijn hond nog leefde. Ik wist echt niet waarom ik daar lag,
niemand vertelde iets. Ik lag op een afdeling met veel stervende en
krijsende mensen en het was alsof ik op een filmset figureerde. In de krant
las ik wat er was gebeurd. Ik wilde naar huis, maar er moest nog het een en
ander onderzocht worden. Mijn hond Fluffy zat helemaal niet in de bus,
maar ik kon me niks meer herinneren.
Ik voelde me prima, tot ze met een naald in mijn rug gingen zuigen, shit wat
een koppijn gaf dat, dat had ik daarvoor nooit gevoeld.
Ik kan dus niet getuigen over het ongeluk, want het staat niet in mijn geheugen.
Volgens mij worden pijnlijke momenten ogenblikkelijk uit mijn geheugen
gewist, zoiets heb ik ook ervaren toen ik een bijna fatale val van de
portiektrap maakte op de 50-jarige verjaardag van Beer Klaasse.
Ik moet dus afgaan op de verhalen die ik daarna heb gehoord.
Hier volgt een mengeling van geheugen en wat er echt gebeurde:
Op die dag gingen wij op weg vanuit Den Haag naar een optreden in een
plaatsje in Zuid-Holland, Nieuwkoop. Je had toen nog geen Tomtom, dus wij
gingen zoeken op een Shell-kaart van Nederland. In de buurt van Pijnacker
stond Nieuwkoop vermeld, maar dat bestond dus niet -een drukvoud zo vonden we
uit- en we zijn toen op weg gegaan naar het andere Nieuwkoop dat op de kaart
stond, boven Bodegraven.
Ergens in de buurt van Bodegraven zijn we frontaal gebotst met een
motorrijder, die uit de tegemoet komende file kwam.
Er was geen ontwijken aan. Frank en ik zaten voorin naast de chauffeur.
Wij zijn beiden naar buiten gelanceerd, zelfs mijn onderbroek was gescheurd.
En mijn zonnebril was ik ook kwijt.
Frank lag onder de bus, die was gekanteld en hij had een slagaderlijke bloeding
aan de pols. Instinctief is hij daar met zijn hoofd op gaan liggen om het
bloeden tegen te gaan.
Uit wanhoop deed ik een poging om de bus te tillen, zodat hij er onderuit
kon, zinloos, tot er een dikke zigeuner uit de file kwam die het wel kon
onder veel gevloek van zijn kant.
Frank werd opgehaald door een ambulance, maar ik wilde hem niet alleen
laten, dus ging mee. In de ambulance vroeg ik Frank: wat is er gebeurd?
Dit een aantal malen!
Toen zei de begeleider: gaat U ook maar liggen!
Zo zijn we beiden bloedend het ziekenhuis binnengebracht en even later ook het lijk
van de motorrijder, dat langs ons kwam toen we lagen te bloeden op de Eerste Hulp.
Het hele gebeuren is dus niet in mijn geheugen opgeslagen, maar dat de
motorrijder onthoofd was is nooit aan mij verteld, wel dat het lichaam nog
volgens Peter Vink wat stuiptrekkingen vertoonde (daar word je ook niet vrolijk van).
-
Jay zat op de tweede rij in het busje, dat trouwens van zijn vader was.
Gelukkig hadden we de instrumenten zo ingeladen dat het zaakje niet is gaan
schuiven. Wel bleek later dat alle conussen er uit waren gevlogen door de
klap.
Frank en ik waren de auto uitgeslingerd, maar er zaten nog vier mensen in het busje;
Sjakie onze chauffeur zat klem en Willem, Peter en Jay konden de kar alleen maar
verlaten door over hem heen te klimmen want de bus lag op z'n rechterkant,
die deur was dus onbruikbaar. Achteraf is dat een vreemde actie geweest, want ze
hadden ook door de voorruiten naar buiten gekund, maar ja, de deur bij de chauffeur
stond natuurlijk wel aanlokkelijk open.
Nog wat anekdotisch materiaal naar aanleiding van het ongeval:
Het heeft lange tijd geduurd voordat de rest van de inzittenden konden
worden afgevoerd. De organisator van het optreden in Nieuwkoop is zelfs
komen vragen op de plek des onheils hoe het nu zat met het geplande
optreden.
Alle speakers waren dus aan vervanging toe. Wij hadden een deal met de
importeur van Marshall in Amsterdam.
Nadat ik voldoende hersteld was van de opgelopen hersenschudding zijn we met
de nieuwe Ford-Transit naar die zaak gereden, voor de winkel geparkeerd, dat
kon toen nog in Amsterdam. Daar stonden wat jongens zich te vergapen aan de voor
hen onbetaalbare spullen die in de etalage stonden. Uiteraard herkenden ze
ons en waren zodoende ook nieuwsgierig naar wat we kwamen doen. Je kon aan hun
gezichten zien dat ze verbijsterd waren toen wij zomaar die dure
Marshall-kasten vanuit het busje de straat opgooiden.
Een beetje shockeren is altijd wel een deel van ons image geweest.
Later in het jaar hebben we alsnog in die tent in Nieuwkoop gespeeld en toen
kwam er een jongen heel trots aan mij vertellen dat hij mijn zonnebril op had,
die had hij bij het gekantelde busje gevonden.
Joop Roelofs
___________________________________________________________________
van: Joop Roelofs
onderwerp: Foto's voor de site
datum: 9 augustus 2008, 16:54
___________________________________________________________________
Vandaag ontving ik van Joop Roelofs vijf exclusieve foto's. Hij vond
ze als negatieven in zijn privé-archief en heeft ze gescand en beschikbaar
gesteld. De foto's zijn vermoedelijk genomen in de herfst van 1966 in
Club 192 van Jaques Senf, op Scheveningen. Fraaie sfeerfoto's en weer
een zeldzame opname van Jay Baar. Bedankt Joop.
Daarnaast heb ik een aparte pagina geweid aan het
legendarische concert dat de Rolling Stones in 1964
in het Kurhaus gaven. Hier zit een zelfgemaakte
videoreportage bij. De hele pagina en video kun je
vinden op: