|
|
|
|
Blekers
DE GESCHIEDENIS VAN EEN BUSSUMSE BLEKERIJ
Een bedrijfstak die behoorlijk was uitgegroeid waren de blekerijen in Bussum. Doordat er steeds meer vraag naar was van o.a. Ziekenhuizen groeide de blekrijen in Bussum. Dr van Hengel waarschuwde in zijn onderzoek al voor de gevaren van waterbesmetting en vervuiling en noemde in zijn onderzoek het vak va bleker gevaarlijk. Onder mijn voorouders waren ook blekers in Bussum. Deze blekerijen waren gelegen aan de Brinklaan tegenover de korenmolen "De Eendracht" en gaf uitzicht op de Nieuwe Englaanen gingen door tot aan Naarden. Het benodigde water werd betrokken uit de zanderijsloot (de Vaart van Naarden op Bussum) die achter de blekerij liep. Een blekerij was een veel voorkomend bedrijf in Bussum, er waren er rond 1890 maar liefst 28 op een inwoneraantal van nog geen 1000. De blekerijen werden gedreven door een aantal Bussumers.Mijn opa is de laatste van den Berg die werkzaam was in de blekerij. HISTORIE van de Bussumse
bleekerijen, bron Erfgooiersgeslacht Ruijzendaal website
http://members.ams.chello.nl/j.ruijzendaal Het huis werd in 1829 gebouwd door Lambertus
Krijnen, een voorvader van mij. Het totaal oppervlak van huis en erf was 6,53
are. De grond was in erfpacht verkregen van de gemeente. Het pand had het
huisnummer 59. Lambertus Krijnen bewoonde het huis niet zelf maar had het
verhuurd voor 60 cent per week. De naam van de huurder heb ik niet kunnen
achterhalen. Na het overlijden van Lambertus in 1834 werd het huisje uit zijn
nalatenschap op 7 augustus 1834 voor ƒ195,- aangekocht door zijn zoon Antonie
Krijnen. Deze verkocht het op 16 januari 1835 door aan zijn zuster Trijntje
Krijnen voor hetzelfde bedrag. Trijntje Krijnen was gehuwd met Meeuwis Vos en
dit echtpaar ging vanaf 1835 het huis zelf bewonen. Uit hun in 1819 gesloten
huwelijk zijn een aantal kinderen geboren waarvan dochter Tijmetje mijn
bet-overgrootmoeder is. Meeuwis Vos en Trijntje Krijnen zijn in resp. 1845 en
1846 in het huis overleden en lieten toen 4 volwassen dochters, een zoontje van
9 en twee dochtertjes van 8 en 2 jaar oud na. Volgens de Bussumse volkstelling
van 1849 woonden in dat jaar alle kinderen van Meeuwis en Trijntje nog in het
huis. Of het pand toen al in gebruik was als blekerij is onwaarschijnlijk, WERKWIJZE Het wasgoed werd nat op het gras te bleken
gelegd. Door de werking van het gras werden vlekken uit het wasgoed verwijderd.
Als het te slecht weer was om het bleekgoed op het veld te drogen werd het op de
droogzolder opgehangen. Op
Deze lag ten opzichte van de houten veebrug meer in de richting van de Brink. Hierdoor moest het voetpad van de Veerbrug tussen de blekerij en de droogschuur doorlopen. Na 1900 was het definitief afgelopen met de gouden jaren van de blekerijen. Ook de blekerij van IJzaak werd minder rendabel en het woonhuis begon langzamerhand bouwvallig te worden. Tijmetje Vos is in januari 1906 in het woonhuis overleden. Volgens de Memorie van Successie wordt de waarde van de blekerij dan opƒ5000 gesteld. In november 1906 kocht de gemeente Bussum het erfpachtrecht af en kocht tevens de opstallen. Hiervoor betaalde de gemeente ƒ6000 aan IJzaak en Meeuwis. In december 1906 werd IJzaak Ruijzendaal geplaatst in een verpleeghuis te Amersfoort en het gezin van mijn overgrootouders ging verhuizen naar de Achtermeulenlaan. De blekerij en de droogschuur zijn begin 1907 afgebroken. In maart 1907 heeft er een publieke verkoop plaatsgevonden van de partij afbraak waaronder deuren, kozijnen, binten en een grote partij hout. Daarmee was een eind gekomen aan een pand dat vijf generaties in onze familie was. Na de afbraak werd de grond kadastraal aangeduid als losplaats. Op nagenoeg dezelfde plaats waar ooit de blekerij stond staat nu al vele jaren lang elke zomer de poffertjeskraam van Van Der Steen.
Bussummer vaart
Bussum raadhuis
|
|
|