|
|
|
|
KoptiendenNaardingland of Gooiland was in het midden van de tiende eeuw voor het grootste deel in bezit van de Abdissen van Elten. In het jaar 1280 werd het bezit overgedragen aan graaf Floris V, graaf van Holland, tegen een jaarlijkse pacht van 25 ponden Utrechtsch. Inbegrepen bij de overdracht was de grafelijke macht , welke Elten zich had toegeëigend. De erfpacht is tot 1806 betaald.Sedertdien was het Gooi dus Hollands en daarmee het gevaar dat de heren van Amstel er nog meer invloed konden uitoefenen tegengegaan. De oerbewoners van het Gooi verwierven rond het midden van de 13e eeuw gebruiksrechten op heide, bos en weide. Geheel los van Elten stonden zij niet. Het Stift heeft nimmer de tienden van gewassen afgestaan. Dit recht bleef dus bij de Elten. De oorzaak hiervan moet gezocht worden dat tienden van kerkelijke oorsprong waren en als zo danig niet overdraagbaar aan wereldlijke heren overdraagbaar.De koptienden bleef dus vanzelf bij Elten. Wel werden de inkomsten van kanunniken 1) voorbehouden. Dit kan ondermeer slaan op het aandeel uit de koptienden dat de persoon van Naarden of Gooiland toekwam. In deze tijd werden veelal kanunniken voor het personaat aangewezen.Bovendien werden voorbehouden (rechten)reeds uitgegeven leenen;hierinder kan men rekenen het houtvesterschap, het ambt van erfmaarschalk met de hieraan verbondentienden. De lenen, welke Gijsbrecht van Amstel en zijn vazallen hielden, waren immers van dit voorbehoud uitgesloten. Koptienden kreeg zijn naam doordat men het verschuldigde vaak in koppen berekende. De boer moest gewoonlijk 4 kop, oftewel een halve spint per schepel land betalen, per morgen 20 kop ofwel 2 en halve spint. Soms week men van deze regel af. In Blaricum getuigde men in de 17de eeuw , dat er 18 kop betaald werd. Bij heideontginning in de 18de eeuw wordt bij het sluiten van akkoorden gesproken van 4 kop per morgen. Gesteld kan worden dat het gebruik was 20 kop, uitzonderingen daar gelaten. De oorspronkelijke heffing was de helft hiervan. Kop, Spint, schepel, morgen zijn zowel land als inhoudsmaten. De verhouding is als volgt; 1 morgen (9765m2) a 5 schepel, a 4spint, a 8 kop, a 5 roe. 1 Last a 24 mud, a 4 schepel, a 4 spint, a 8 kop, a 4 roe,roy of verdels. De volgende tekening gemaakt door de heer F.J.J. de Gooijer geeft een goed inzicht in het Gooische matenstelsel.
Om het te begrijpen moet u dus even ons tientallig stelsel vergeten. Voor het innen van de koptienden hadden de abdissen een rentmeester aangesteld. Ook werd het innen wel in leen en tegen vergoeding uitgegeven. Het blijkt dat in het jaar 1939 regelmatig het ambt van erfmaarschalk (oorspronkelijk toezicht gevend op een hofstede, zoals Elten) het recht in leen had uitgegeven. De leen was een dienstmansleen en te vereergewaden met rijpaard en harnas, dat wil zeggen bij een vernieuwing van het leen moest de leenman dit in natura of de waarde van in geld geven.In de 17de eeuw kwamen de kosten op 100 rijksdaalders. Het koptiende archief geeft voor genealogen een bron van informatie. Het betalen van koptiende nadat de boeren het land had een ontgonnen was een bron van ergernis voor hun. Immers de boeren betaalde maar in tegenstelling tot de huidige belasting kreeg men er niets voor terug. In de tijd van de Abdis was dit een betaling om de Abdis in stand te houden. Een kerkelijke belasting zou je kunnen stellen. Veel erfgooiers boeren weigerde dan ook te betalen. Dat blijkt uit de Waarschouwinge"" die de boeren moest bewegen hun koptiende te betalen. Als men een jaar niet betaalde kreeg men een verhoging maal vier. Het derde jaar niet betalen betekende in beslag name van het land. Logisch dat er veel rechtszaken zijn geweest die de betaling van koptiende als onderwerp had. Binnenkort een pagina over deze rechtszaken in een artikel over Leenheren.
Noten 1) Kanunnik : dom of kapitaalheer, een wereldlijk rk geestelijke die deel uitmaakt van het kapitel van een kathedrale kerk; reguliere kanuniken kloosterlijk samenlevende kanunniken. Bron. Nardincklant: Dr. A.C.J.deVrankrijker Hr. F.J.J. de Gooijer( eigen archief)
|
|
|