Home
Wat is een erfgooier?
Floris V
Koptienden
waarschouwinge
Lustigh
Buurmeesters
Gooische boerderijen
dr. van Hengel
Albertus Perk
Blekers
Stamboom
Familie geschiedenis
Nico van den Berg.
Cresedo
Over mij
Familiewapen
Begraafplaatsen
Fotoboek
Gastenboek

 

 

Waarschuwing

Van de heer F.J.J. de Gooijer ontving ik een kopie van een schrijven, als waarschuwing aan de boeren dat zij hun koptiende moesten betalen. De erfmaarschalk Daniel Hooft dreigt met maatregelen als de erfgooiers niet komen betalen aan zijn collecteur. Het kon tot gevolg hebben dat men na het derde jaar zijn land zou komen te vervallen. In het document spreekt men van vele en vesrchije personen. Kennelijk waren de erfgooiers niet van plan om te betalen. Deze betaling was ook verre van redelijk immers het land was van de erfgooiers en zij moesten na het land te hebben ontgonnen een prijs betalen waar niets tegen over stond.  Onder deze waarschouwinge een artikel van de Drs. A. Kos over koptienden en scharende en niet scharende.Ook wordt helder uitgelegd door Drs. A. Kos waarom het koptiende archief zo,n belangrijke informatiebron voor onderzoek is. Het archief is te onderzoeken in Haarlem. Het is dankzij Alberthus Perk dat dit archief bewaard is gebleven.

Uit het archief van de heer F.J.J. de Gooijer

WAARSCHOUWINGE

Den Wel Edele Gestrenge Heer    Daniel Hooft GERRITSZ., Vry-Heer van Vreeland en Drossewaart / mitsgaders Schepen en Raad der Stad Amsterdam Etc. Etc.

Als Erfmaarschalk en Eygenaar van de Kop Tienden in Gooiland / doet een iegelyk weten / dat hy in ervaringe gekomen is / dat veele en verschillende Persoonen in gebreeke gebleven zyn / haare Tienden / op de Jaarlykse Zitdagen / in handen van zyn Collecteur te komen betalen; ende dat in kragte van het Oude Regt / die geene / dewelke drie Jaaren aan den anderen komt te versluijen / vervallen van den Eygendom van haare Landeryen; zoo heeft gemelde Heer de Versluijers van den Jaare 17    ende van voorgaande Jaaren / hy deezen willen waarschouwen ende vermanen / dat zy haar Sluijen op de toekomende Zitdagen dezer Jaars 17     als nog zullen hebben te komen zuyverten in handen van den voorschreeven Collecteur / ofte dat andersints zonder eenig langer uytstel ofte ppgluykinge teegens de gebreekige geprocedeert zal worden tot verval van haare Landeryen. Een iegelyk houde hem voor gewaarschouwt / en verhoede zyn schaade.

                        Zeg het voort.

 

       

KOPTIENDEN

 De tienden werden geheven over al het bouwland in het Gooi, en was vanouds een kerkelijke tiend. Later werd deze omgezet in een grondrente. Een kop was de rekeneenheid, de hoeveel-heid graan waarmee een achtste hectare land kon worden ingezaaid. In de zogenaamde gaderboeken  werden de koptienden-betalers opgenomen per  woonplaats. Zij werden bij naam genoemd, met daarachter het door hen te betalen bedrag, zowel in geld als natura. (1)  

Uit de periode 1502-1840 is een rijke bron  overgeleverd. Het is te danken aan notaris Albertus Perk (1795-1880), die ook verantwoordelijk is geweest voor de bewaring van andere belangrijke Gooise archiefstukken. Het grootste deel van het  koptienden-archief bestaat uit gaderboeken uit de jaren 1502-1835. Jaar in jaar  uit geven deze boeken de eigenaren van de bouwlanden en een deel van de weilanden. De koptienden werden geind van bouw-land, dus niet van de gemeenschappelijke gronden. Oorspronkelijk waren de koptienden gewone tienden, een kerkelijke belasting die een percentage van het op het veld staande gewas bedroeg. De tienden moeten op zekere tijd omgezet zijn in een betaling van een vaste hoeveelheid rogge en gerst, afgemeten aan de hoeveelheid bouwland die men in bezit had. Men berekende dit in koppen:  een kop was de hoeveelheid graan waarmee een schepel land (ongeveer een achtste hectare ) kon worden ingezaaid. De Gooise koptiende bedroeg 5 kop graan per schepel  land, of 20 kop per morgen.  De koptienden werden in 1280 niet aan Holland overgedragen, maar behoorden toe aan de Heren van Nijenrode, van oudsher Eltense leenmannen.  De tienden werden van alle bouwlanden in het Gooi geind, zelfs van stukken grond in Loosdrecht en Kortenhoef. Uit een onderzoek van Janse is gebleken dat rond 1840 degenen die landbouw bedreven, en dus koptienden betaalden, bijna allen erfgooier waren. Ook dat is logisch. Wanneer men geen recht zou hebben op gebruik van gemeenschap-pelijke grond (als niet erfgooier), dan zou het niet rendabel zijn een agrarisch bedrijf te voeren in een voor de landbouw ongunstig gebied  als het Gooi. Het bestaan van een groot aantal niet-scharende wijst hier ook al op; zij moesten hun brood met ander  werk verdienen, zoals visserij, lakennijverheid (Naarden), textiel (Hilversum)  en katoennijverheid en tapijt-weverij.  Janse heeft door bestudering van het  koptienden - archief (gaderboeken) kunnen vaststellen dat de bevolking van Hilversum zich steeds meer op textiel ging toeleggen en die van Huizen op de visserij. Belangrijk is hierbij dat zowel de textielnijverheid als de visserij, zich ontwikkelden van een nevenactiviteit in combinatie met landbouw tot een volwaardig specialisme. Op de lijst van 1708 stonden ook al 624 niet-scharenden ! Desondanks ver-loochende de niet-scharende hun afkomst niet. Sommigen konden dan wel haring kaken of kleden weven in plaats van het scharen van vee, zij bleven erfgooier, die met evenveel energie als de scharenden vasthielden aan hun rechten. (2)

 

Bron:

 1.  Het Gooi leeft ...  Erfgooiers en hun gemene gronden.  Drs. A. Kos

 2. Het land van de Erfgooiers. Het Gooi in beeld vanaf 1700  - Drs. A. Kos (1997)

 3. De Dhr. F.J.J.de Gooijer studie koptienden/ document waarschouwinge

 

 

Home | Wat is een erfgooier? | Floris V | Koptienden | waarschouwinge | Lustigh | Buurmeesters | Gooische boerderijen | dr. van Hengel | Albertus Perk | Blekers | Stamboom | Familie geschiedenis | Nico van den Berg. | Cresedo | Over mij | Familiewapen | Begraafplaatsen | Fotoboek | Gastenboek

This site was last updated 09/28/02