Op weg naar Rome |
||||||||||||||||||||||||||
De Umbrische en Sabijnse heuvelsDeze week, de laatste volledige, wandelde ik door stil en herfstig heuvelland. Op allerlei plekken zag en rook ik dat er wijn werd gemaakt. Het restant uit de wijnpersen van velletjes, takjes en pitten, wordt dikwijls in de wijngaard teruggegooid, waar het na enkele dagen een onmiskenbare azijngeur verspreidt. De wijngeur komt soms uit halfopenstaande loodsjes in de dorpen, waar de kratten waarmee werd geoogst opgestapeld staan en de vloer nog de sporen draagt van het persen.
|
||||||||||||||||||||||||||
MaandagHet was een mooie dag, voor het eerst in langere tijd, alsof het weer gewacht had tot ik weer alleen op pad was en Ben wilde misdelen. 's Ochtends reed ik met mijn ouders door de heuvels van Perugia naar Tuoro, waar we afscheid namen.
Ik wandelde langs de weg naar Passignano, waar ik op een bankje aan het meer lunchte. Daarna zocht ik met wisselend succes het wandelpad dat op mijn kaart stond ingetekend naar Magione. Het boekje dat bij de kaart hoort, weet ook dat paden zoeken vaak onbegonnen werk is, en waarschuwt tegen verdwalen. 'Maak dan een betere kaart', wilde ik denken, maar dat lag tè zeer voor de hand. Ach, het weer was mooi en ik was van plan niet ver te gaan.
Het pad voerde over de heuvels langs het meer. Als je beneden loopt, ben je voortdurend vlak in de buurt van de snelweg; op de heuvels heb je er nog wel het rumoer van, maar niet de stank en het zicht. Na 20 km hield ik het voor gezien in Magione, om vijf uur (laat begonnen). Ik vond een prettig hotel en heb nu wat tijd om aan het verslag van vorige week te werken. Ik geloof dat ik langzamerhand heel ruim in mijn tijd zit, dus ik maak maar iets kortere etappes. |
||||||||||||||||||||||||||
DinsdagVanochtend (eindelijk) het pension in Rome gereserveerd, voor vijf nachten vanaf woensdag de 18e. Er was plek! Alleen moet ik voor de middag aankomen, anders geldt de reservering niet. Dat is een beetje lastig, maar daar vind ik wel een oplossing voor. Het pension is al bekend sinds 1978, toen ik met school naar Rome ging en de stad voor het eerst zag. Telkens als ik terugkwam in Rome zocht ik dat adres weer op en bleek het pension nog te bestaan. Prettig, zo'n baken in de grote stad. Ik wandelde naar Marsciano over de Umbrische heuvels. Alles is hier rustig; het land is dunbevolkt, er is niet erg veel verkeer en nog maar heel weinig toerisme. Wat zou je hier ook te zoeken hebben, als je niet onderweg bent naar Rome? Ik vind het prettig me in deze rust voor te bereiden op de aankomst. Nog maar zeven wandeldagen, waaronder enkele korte. Ik geniet van het land en de buitenlucht zo lang het nog kan. Het weer is erg herfstig. 's Ochtends had de zon moeite om door de nevel te komen. 's Middags vielen er buien en stond er een vrij harde wind. Het aardigste wat ik onderweg tegenkwam, waren twee piepkleine, op een kunstmatige uitziende heuvel gelegen stadjes: San Savino nog aan het Trasimeense meer en Castiglione della Valle. De huisjes staan dicht op elkaar, er zijn evenveel trappen als straten en er is een heuse stadsmuur met poorten. Verder is er niets te beleven, geen winkels, geen bar, alleen maar oude mensen die uitlopen voor de bakker, die langskomt met een bestelwagen. De schaarste aan hotelkamers lijkt voorbij. Gisteren en vandaag had ik geen problemen iets te vinden. Nu ben ik in ieder geval blij dat ik binnen ben. Het is kil en er vallen hevige buien. Zijn die soms bedoeld om me vast weer aan Nederland te laten wennen? |
||||||||||||||||||||||||||
WoensdagGisteren kreeg ik een goede maaltijd in mijn agriturismo, dat eigenlijk eerder een hotel was. Ik at stukjes gestoofd wild zwijn; het is er natuurlijk de tijd voor en al die jagers zijn niet voor niets op pad met hun honden. Vanavond besloot ik iets met truffel te eten, want dat is een specialiteit uit Umbrië en voor ik het weet verlaat ik die streek alweer. Je kunt hier trouwens boekjes kopen die uiteenzetten welke hond het beste kan worden gedresseerd in het zoeken van truffels. Ik at fettucine met truffel. Lekker natuurlijk, maar niet eens erg bijzonder. Ik had een wandeling van niet meer dan een ochtend naar Todi, waar ik dan ook vroeg in de middag aankwam. Wel had ik wat tijd nodig om een hotel te vinden. Ik vond dat ik matig slaagde, maar zag later dat er ook niet veel mogelijkheden waren. Todi is een hooggelegen stad, zoals zovele hier, met een geschiedenis die teruggaat tot de Etrusken. Het museum was gesloten, maar ik bezocht de kathedraal en een andere kerk. Opvallend rustige en lege gebouwen na de Toscaanse geldingsdrang. Op straat zag ik veel dure winkels, maar niet zo veel wat op gewoon leven wees. Gelukkig vond ik een eetgelegenheid waar de meerderheid van de gasten eenvoudige Italianen waren, ondanks de tweetalige kaart.
De weg hierheen leidde opnieuw door de Umbrische heuvels. Af en toe zag ik een oogst van tabaksbladeren langsrijden. Gisteren riep een meisje me na om een lift aan te bieden. Vandaag vroegen wegwerkers waarheen ik op weg was en waarvandaan ik kwam. Het leven is hier rustig en de mensen lijken op hun gemak.
Ik kocht een kaart van de streek van Rome, Lazio, en plande mijn laatste etappes. Er komen veel overnachtingen in kleine plaatsjes, dus dat kan nog wat problemen opleveren. Maar goed, zo kort voor de eindstreep kan het nauwelijks meer erg worden. |
||||||||||||||||||||||||||
DonderdagDe scirocco blies, de wind uit de Sahara, en veegde alle boze wolken van de laatste weken weg. Ook mij probeerde hij zo nu en dan weg te vegen, maar dat liet ik me niet gebeuren, zo kort voor de eindstreep. Het werd zelfs zonnig, maar een zonnige herfstdag.
Ik wandelde een flink stuk. Kort na mijn vertrek riep een man die op het land werkte me lachend "Forza!" toe, "Zet 'm op!". Dat was niet echt nodig, want ik wandelde gemakkelijk de heuvel af en dat wist hij natuurlijk ook. Het land blijft dunbevolkt en rustig, rustgevend ook. Alleen de aankomst gaf wat onrust. Amélia is een mooi oud stadje met een Romeinse stadspoort, maar het hotel bij het centrum was vol. Ik moest in het donker nog dik een kilometer verder langs de drukbereden weg om het volgende hotel te vinden. Het is jammer, maar morgen kom ik niet meer terug. Ook de route van morgen is lang en ik wil dan wel op tijd aankomen. |
||||||||||||||||||||||||||
VrijdagIk zit bij het vallen van de avond op een bankje naast een trommel van een Romeinse zuil, met uitzicht over een dal, in Otrícoli. Zoals veel van de plaatsjes die ik de laatste dagen tegenkom hooggelegen, middeleeuws en met duidelijke wortels in de Romeinse tijd. Ik ben het plaatsje nu twee keer rondgewandeld en heb vastgesteld dat de meeste bewoners bejaard zijn en op dit uur buiten zitten om met elkaar te praten. En dat er echt maar één pizzeria is.
Vanmorgen ging ik eerst naar Narni, ook al hooggelegen etc, maar wel een stuk groter. Ik vroeg bij het VVV naar overnachtingsmogelijkheden in dit dunbevolkte land, in het bijzonder in Calvi, want daar wilde ik heen. Daar zou helemaal niets zijn, volgens de mevrouw, en in de streek eromheen ook niet. Ik geloofde dat niet helemaal, maar wilde het risico ook niet nemen. Daarom verlegde ik mijn route naar een iets bewoonder gebied ten westen. 's Middags kwam ik in een bar, waar de eigenaar vroeg of ik naar Rome ging. Zo kwamen we in gesprek en ik informeerde naar hotels. Hij noemde er zo drie die op mijn route lagen en op redelijke afstand, waaronder het uiterst eenvoudige, maar plezierige hotel in Otrícoli waar ik nu zit. Hier zou trouwens ook niets zijn volgens het VVV van Narni... Het landschap is sinds Amélia iets ruwer. Het doet me een beetje aan de Ardennen denken. Er is meer bos, de heuvels zijn hoger en je ziet af en toe kale rotsen. Het is ook wat drukker, maar nog steeds vrij rustig op de weg. Ik probeer via Tívoli Rome binnen te komen, maar heb door het gerommel met de route ongeveer een halve dag verloren. Desondanks zou het nog steeds moeten kunnen. Rechtstreeks kan altijd ook nog... op de borden is Rome nog maar 70 km. Aan het eten, in die ene pizzeria, keek ik een hele tijd naar een gezin met vijf kinderen, twee meisjes, een jongetje en weer twee meisjes. De moeder was te jong om moeder te zijn van de oudste meisjes, maar ze leek wel veel op ze. Het tweede meisje, 10 jaar schat ik, maakte duidelijk de dienst uit en deed dat met grote vanzelfsprekendheid en charme. Ze nam haar oudere zus op sleeptouw en wond haar vader en (stief)moeder om de vinger. Het op een na jongste meisje had aandacht nodig, maar kreeg die niet, het allerjongste wel. Het dikke jongetje was alleen maar geïnteresseerd in eten. Ik verveelde me geen moment. |
||||||||||||||||||||||||||
ZaterdagIk heb mijn achterstand weer ingehaald. Maar het was een lange wandeling en ik heb er langzamerhand behoorlijk genoeg van. Het was zweterig weer, het landschap was, behalve aan het eind, niet erg bijzonder en ik heb de laatste dagen weer meer last van mijn schouder. Ik wandelde van rustmoment naar rustmoment. De maaltijd was eigenlijk het leukste van de dag. Het restaurant was volkomen ongeorganiseerd. Zeg niet te snel "typisch Italiaans", want ik heb in dit land heel wat goed georganiseerde restaurants gezien. Maar hoewel er erg veel mensen bedienden, duurde alles hier lang, kwamen de verkeerde gerechten door en in de verkeerde volgorde. Een olijke oudere heer werd er bijna baldadig van. Naast me zaten twee kinderen aan tafel, voor wie de pizza als allerlaatste aankwam. Toen renden ze al lang rond door de zaal, over hun honger heen, en was het meisje een beetje huilerig geworden van moeheid. Het was ook al tien uur. |
||||||||||||||||||||||||||
Zondag
Het had 's nachts geregend en 's morgens regende het opnieuw hard. Ik rekte mijn vertrek tot half elf, maar ging toen toch maar op pad. Binnen drie kilometer waren mijn sokken al doorweekt. Ik vond een bar in Bocchignano en hield daar stil om te beraadslagen. Het vooruitzicht verder te lopen met natte voeten trok me niet erg. De vrouw achter de bar vroeg of ik wilde meerijden met haar man naar de abdij van Farfa, tien kilometer verderop. Daar wilde ik toch naartoe, dus ik heb voor het eerst deze reis een lift geaccepteerd. Erg prettig. Bovendien bleek je bij de nonnetjes van Sint Brigida te kunnen overnachten. Zo heb ik een niet geplande rustdag bij deze abdij uit de zesde eeuw, die beroemd is en bezienswaardig. De nonnen komen voor het grootste deel uit India, de Filippijnen en Mexico. Ik voel me altijd een beetje geïntimideerd door zo'n omgeving waar alles een beetje heilig wil zijn, of zo voel ik het tenminste. Gelukkig werd er vanavond vanuit de keuken veel gegiecheld. Misschien heeft een nonnenklooster ook wel veel weg van een meisjeskostschool. Ik had geloof ik verwacht dat we aan lange tafels zouden eten, wellicht zelfs dat de maaltijd zou worden geopend met bijbellezing en gebed. Niets van dat al. Natuurlijk niet. Het waren kleine tafeltjes als in een restaurant en er werd gewoon bediend. Het opvallendste was de grote hoeveelheid Scandinaviërs onder de gasten - geen idee waarom (of is Brigida soms een Zweedse heilige?). De maan komt met moeite tussen twee lagen zwarte wolken door. Ik ben benieuwd wat morgen voor weer zal brengen. Ik probeer Tívoli te halen - al is dat eigenlijk te ver - maar houd ook rekening met allerlei alternatieven.
Volgende week Rome! Peter, |
||||||||||||||||||||||||||
Volgende week Mail aan Peter |
||||||||||||||||||||||||||