Op weg naar Rome

    Dagboek
            
   

Rome

De twee dominees onder mijn correspondenten voelden zich uitgedaagd door mijn terloopse vraag of Sinte Brigida soms een Zweedse heilige is, en lieten me weten dat dat inderdaad het geval is. Brigitte leefde in de veertiende eeuw en deed Farfa op haar tocht naar Rome en het heilige land aan. De Zweden zijn het kennelijk nog niet vergeten.

Intussen zit ik, terug in Amsterdam, te kijken naar de dubbele slinger die mijn tocht maakt over de landkaart aan de muur, waarop Wim hem met punaises had uitgezet. Het gewone leven heeft zijn rechten hernomen en ik ben een beetje verwonderd dat ik zo'n stuk gelopen heb. 2330 Kilometer. Lang geleden voelt het al.

Wat ik ook een beetje zal missen is het maken van een wekelijks verslag en het binnenkrijgen van reacties daarop. Daar heb ik steeds veel plezier aan beleefd.


Ontvangst thuis

Overzicht week 15

16 oktober Farfa - Tívoli 47,5 km
17 oktober Tívoli - stadsrand van Rome 18,5 km
18 oktober stadsrand van Rome - Rome 10 km
19 oktober Rome (dag 100) 0 km
20 oktober Rome 0 km
21 oktober Rome 0 km
22 oktober Rome 0 km

     
             
   

Maandag

Mijn laatste echte wandeldag was een marathonnetje naar Tívoli. Ik stapte natuurlijk flink door, maar had er ook weer plezier in. Het weer was goed, op een paar verdwaalde regendruppels na. Half bewolkt en niet te warm, ideaal wandelweer. Ook het landschap was de moeite waard, met verre uitzichten, telkens naar op heuveltoppen gelegen stadjes. Deze keer berekende ik, eigenlijk voor het eerst, mijn wandelsnelheid (die zeker niet representatief was voor de hele tocht) en kwam tot mijn eigen verwondering op 6,25 km/u. Er waren wat vriendelijke heuvels op het parcours en per saldo ging het iets bergafwaarts.


Tívoli en de weg van aankomst

Ik voel me dus wel goed. Een beetje high ook van de marathon. Lekker in Tívoli, mooi op schema, morgen de Villa Hadriana bekijken en daarna tot aan de ring van Rome (bij elkaar zo'n 18 km). Woensdagmorgen dan de resterende 10 km naar het pension, waar ik dan netjes in de morgen aankom. En eigenlijk verheug ik me nog meer op het thuiskomen volgende week dan op het aankomen in Rome.

     
               
   

Dinsdag

Ik weet niet precies waar ik ben. Is dit nu Rome of niet? Een plaatsnaambordje heb ik nog niet gezien. Niemandsland dus, al zal het hier gerekend naar gemeentegrenzen wel als Rome gelden. Ik houd het er maar op dat het een tijdelijk stukje is van de eeuwige stad. Het lijkt ook wel een soort voorgeborchte. Ik hield halt bij het eerste hotel dat ik tegenkwam na de ring, een motel dat veel te duur is en tegenover de gevangenis van Rebibbia ligt. Dat moet iets betekenen...


Keizer Hadrianus

Vanochtend maakte ik eerst een wandeling door Tívoli. Daarna bezocht ik de Villa Hadriana, het paleizencomplex dat keizer Hadrianus liet bouwen om hem te herinneren aan de meest opmerkelijke plaatsen in zijn rijk. Zoals altijd was ik weer onder de indruk van het architectonische raffinement en de volledige uitleving van de behoefte temidden van schoonheid te leven.


Grote thermen in de Villa Hadriana


De Canopus (Villa Hadriana)


Detail van de Canopus (Villa Hadriana)


Mozaiekvloer (Villa Hadriana)

Aan het eind van mijn bezoek begon het te regenen, een regen die snel heviger werd. Overigens had ik gisteren op de televisie gezien dat er opnieuw overstromingen zijn in Italië, deze keer bij Turijn en in Lombardije. Ik kocht een boek over de vroegste geschiedenis van Rome en zat er prettig in te lezen totdat de regen minder werd.


Rome in de avondzon

Daarna moest ik de laatste kilometers langs de drukke Via Tiburtina, waar het verkeer zoals steeds chaotisch en gevaarlijk was. Ik passeerde travertijngroeven en de warmwaterbronnen van Tívoli, waar het naar zwavel stonk. Voor ik het wist bereikte ik de ring van Rome al, rustig wandelend langs de files. Zoals alle grote steden begint Rome sluipend, hier met veel autodealers.

     
            
   

Woensdag

Aangekomen in Rome en in het pension, na een kronkelige maar niet erg lange wandeling door de buitenwijken. Ik kreeg een zonnig kamertje met wastafel en ben daar erg tevreden mee. Vervolgens bezocht ik de Vaticaanse musea. Er waren nogal wat jubelgangers met gele sjaaltjes, maar ik struikelde er nog net niet over zoals Ben vorige week en ze zongen ook geen valse liedjes. Evenmin maakten ze te pas en te onpas foto's. Het viel dus eigenlijk wel mee. De musea vielen me niet mee. Er was veel minder toegankelijk dan ik me herinnerde of ook had gehoopt. Het meeste plezier had ik eigenlijk, tegen mijn verwachting, van de gerestaureerde Sixtijnse kapel, waar ik nu eens de tijd voor nam.


De Tiber bij het Vaticaan

Ik kreeg hoofdpijn van de grote stad en verlangde meteen terug naar de frisse buitenlucht op het land. 's Avonds at ik in een van de vele kelderlokalen in de buurt van het hotel. Als eenling werd ik toegevoegd aan een andere eenling, een Italiaan uit Bari met een vriendelijke mond en melancholieke ogen. We hielden een plezierig gesprek half in het Italiaans en half in het Engels. Het restaurant was slecht georganiseerd, de bedienende meisjes konden het niet aan en de baas greep op erg weinig elegante wijze in. Hij bracht de beste van de twee tot tranen en dat speelde zich allemaal naast ons tafeltje af. Dat drukte het plezier nogal.

     
            
   

Donderdag: dag honderd

Ik begon mijn honderdste dag met een bezoek aan het nationaal museum in de thermen van Diocletianus, maar dat was vooral om de afsluiting van de wandeling nog even uit te stellen. Maar 's middags ging ik op weg naar het forum, dat ik langzaam en aandachtig overwandelde, in gezelschap van enorm veel toeristen uit de hele wereld, die voor de overgrote meerderheid eigenlijk ook nogal aandachtig rondliepen met hun gidsen.


Tempel van Saturnus op het forum


Bloemen op het graf van Julius Caesar


Tempel van Vesta op het forum

Het kleine, ronde tempeltje van Vesta was mijn eigenlijke einddoel. Ik heb de godin van het haardvuur en het thuis wel erg lang verwaarloosd en het leek me passend juist aan haar een offer te brengen. Ik had zeven muntjes bij me, uit ieder land dat ik heb bezocht een, die zich als vanzelf in de loop van de dagen in mijn portemonnee hadden afgezet. Als achtste legde ik er mijn geluksmunt bij. Toen ik een paar jaar geleden in Dublin was, vond ik voor de receptie van het hotel een muntje, dat ik wilde teruggeven aan de receptioniste. Maar zij zei me dat ik het moest houden, want het was een "lucky penny". Vlak voordat ik 12 juli uit Amsterdam vertrok, viel mijn oog op deze penny en ik stak hem in de zak van mijn wandelbroek, waar hij de hele reis in gezeten heeft. Ik wist er geen mooiere bestemming voor dan het Vesta-offer, want hij heeft vast een beetje bijgedragen aan een mooie reis. De muntjes huppelden even op de rand van de ruïneuze muur van de tempel voordat ze in de diepte verdwenen.


Plaats van het Vesta-offer


Een Japanse toerist maakte de foto die het bewijs is

Ik stond stil bij iedereen die me op de reis heeft begeleid. Allereerst degenen die er soms even lijfelijk bij waren, en meteen ook iedereen die de verslagen meelas en van zich liet horen, en degenen van wie ik weliswaar niets hoorde, maar van wie ik toch wist of vermoedde dat ze de tocht volgden. En ik dacht aan de mensen die ik onderweg ben tegengekomen: mijn gastvrouwen en -heren uit de eerste week, de beheerders van de jeugdherberg in Tienen die me hun kamer afstonden in de tweede week, de grootmoeder en kleindochter uit de pioniersfamilie in Marcourt van de derde week, de klarinettist uit Diekirch van de vierde week, het gezelschap rondom de 'tandarts' in het Saarland, dat me verwees naar Eschweilerhof (en vroeg of ik in Rome aan ze wilde denken) in de vijfde week, de fietser uit Berlijn die voor me stopte van de zesde week, de vriendinnen met het hondje uit de zevende week, landlady Shirley uit Tann en haar Thomas uit de achtste week, de oude Freiburger die een glas voor me haalde in de negende week, de nonna Sarda uit Boffalora die me een gezegende reis toewenste in de tiende week, de lieve kokkin en haar strenge patroon uit Crocefieschi in de elfde week, de vrolijke restauranthouder met zijn hartkwaal uit Massarosa van de twaalfde week, de Sardijnse boer aan wiens tafel ik met Ben at in de dertiende week, de drie ontspannen Umbriërs - het meisje dat me een lift aanbood, de wegwerker die vroeg waarheen ik ging en de landarbeider die me aanmoedigde - uit de veertiende week en mijn disgenoot van gisteren, de vijftiende week; en aan alle anderen... Je maakt zo'n tocht niet alleen. Ik heb telkens opnieuw gemerkt hoeveel kracht uitgaat van soms ook de kleinste blijken van aandacht en belangstelling.

Toen belde ik mijn ouders om ze te laten weten dat ik was aangekomen en daarna had ik echt het gevoel dat ik klaar was. Ik was nogal gespannen geweest voor dit slotritueel, maar die spanning verdween nu geleidelijk. Ik vulde de rest van de middag met een bezoek aan een tentoonstelling over de oorsprong van Rome.

's Avonds ging ik uit eten in een restaurant dat me gisteren door mijn disgenoot was aangeraden, en ik at precies wat hij zei dat ik moest eten: de antipasto misto en de rombo al forno (dat is een platvis uit de oven). Lekker en goed. Ik was een beetje underdressed, dat was de enige dissonant. Om die reden ga ik morgen ook maar niet naar de opera. De beslissing is moeilijk, want er wordt een Traviata gegeven in een kerk voor een alleszins betaalbare prijs. Hm, misschien bedenk ik me nog?

En zo nog drie dagen. Te weinig, maar ja, zo gaat dat.

     
            
   

Vrijdag

Ik wordt onrustig van Rome. Ik slaap slecht en voel me opgejaagd omdat ik weinig tijd heb. De drukte en stank van de stad doen me ook geen goed na al die dagen platteland.


Vloer van de thermen van Neptunus in Ostia Antica

Vanochtend bezocht ik Ostia Antica, de oude havenstad van Rome, die voor een groot deel bewaard is gebleven. In 1978 was ik er ook met school. Toen kwamen we een Duitser tegen die niet geloofde dat de stad opgegraven was, omdat hij het ondenkbaar vond dat de Duitse autobanen zelfs na honderden jaren onder het zand terecht zouden kunnen komen... Ostia is erg leuk; het is er rustig, de lucht is er schoner en je kunt inderdaad een volledige antieke stad bekijken, met leuke details zoals "een bar!", riep een Japans meisje.


Bar in een schenkerij in Ostia Antica

Daarna bezocht ik de San Paolo fuori le Mura, waar het graf van de apostel Paulus is, maar ook een mooie twaalfde-eeuwse kloostergang. Vervolgens liep ik nog wat rond op de Aventijn, een van Romes zeven heuvelen. Voor het protestantse kerkhof, dat Roos me had aangeraden, kwam ik te laat.


Kloostergang in San Paolo fuori le Mura

Nog twee dagen. Morgen ga ik een treinkaartje kopen en een plaats reserveren. Dan zal ik ook wel horen hoe het zit met de uitvallende treinen door het noodweer. Ik vermoed dat ik altijd wel over Oostenrijk kan, maar misschien is dat niet zo.

     
            
   

Zaterdag

Ik begon de dag met het aanschaffen van het treinkaartje voor mijn terugreis. Dat ging erg snel. Daarna bezocht ik het gebied van Laterano en de Piazza Navona: eindeloos veel barokkerken en een vestiging van het nationale museum, Palazzo Altemps. Ik zocht een restaurant op de andere Tiberoever en at er pens (dat moet ook altijd).


De Porta Maggiore, een romeins aquaduct

     
            
   

Zondag


De Palatijn, onderbouwing van het paleis van Domitianus in de avondzon

Vandaag was ik op de Palatijn en de wijk van de Piazza di Spagna. Op de Palatijn is Rome gesticht, maar de meest interessante plaatsen waren gesloten. Aan het eind van de dag ging ik lekker wat zitten lezen in het stadspark van de Villa Borghese. Ik keek uit over de stad en bedacht dat het al weer de laatste avond is. Morgenavond en -nacht breng ik in de trein door.

Ik ga het wandelen missen.

Peter,
Amsterdam, 27 oktober 2000

    Toerisme
Lazio 
Rome
            Vorige week
Volgende week
Mail aan Peter