Wetenschap en kunst.

Eric Hoekstra

In onderstaand stukje probeer ik ideëen uit waarvan ik nog niet weet of ik er achter sta of niet.
Volgens een algemeen verbreide misvatting zou waarheid het domein van de wetenschap zijn en schoonheid het domein van de kunst. Niets is echter minder waar, zoals een moment van zelfbezinning duidelijk zal maken. Zouden pietepeuterige wetenschappers, willoze werktuigen in de hand van het zittende bewind, het alleenrecht op de waarheid hebben, verachtelijke stofneuzen als het zijn? En zouden lelijke gefrustreerde figuren, die experimenteren omwille van het experiment en omdat ze in het leven mislukt zijn, het alleenrecht op schoonheid hebben? Dat kan niet waar zijn. Waarheid en schoonheid zijn ieders voorrecht, ook al matigen sommigen zich blijkbaar heel wat aan. En waarheid en schoonheid kunnen alleen maar belichaamd worden, in mensen of in wat ze fabriceren. Wat is dan nog het verschil tussen kunst en wetenschap? Dit. De wetenschapper maakt indruk door bepaalde stukjes van zijn kunstwerk, notabene stukjes die hij zelf met dit doel heeft geselecteerd, falsifieerbaar te stellen door de werkelijkheid. Maar vergis je niet. Het overgrote deel van elke wetenschappelijke theorie (ik spreek over de taalkunde) is niet falsifieerbaar. Generativisten zouden vinden dat het van slechte smaak getuigt (let op de esthetiserende uitdrukking) als iemand vroeg naar een falsificatie van economy. Dat er zoiets is mag namelijk niet ter discussie gesteld worden: zo houdt de theorie zichzelf gezond. Je moet namelijk nooit de pijlers wegzagen onder waar je mee bezig bent. Iedereen neemt dus aan dat er iets als economy bestaat. Dat wordt simpelweg geponeerd middels een daad van geweld. Daarom wil het niet tegengesproken worden: vandaar de overspannen reacties van minimalisten, nee, van de aanhangers van elke levenskrachtige theorie, wanneer iemand de basisassumpties im Frage stelt. Economy bestaat en iedereen moet meehelpen de aard ervan te bepalen; anders ben je een spelbreker. Dit kunnen we "normal science" noemen. Falsifieerbaar is slechts deze of gene invulling van het begrip economy. In een gezonde wetenschap is tolerantie voor andere ideeën dus selectief: anders zou een verenigend denk- en communicatiekader niet kunnen bestaan. Een wetenschappelijke theorie is een leger van de geest. Dan de kunstenaar. De kunstenaar is veel consequenter dan de wetenschapper. De kunstenaar ziet in dat als een deel geponeerd wordt, dat men dan net zo goed alles kan poneren. De kunstenaar bekommert zich bijgevolg niet om de falsifieerbaarheid van zijn visie. "Dat is mooi", zegt de kunstenaar, en de rest kan de gracht in. Bij dit alles zou men de formele overeenkomsten tussen kunst en wetenschap uit het oog verliezen.Wat voor soort overwegingen spelen bij het poneren van onbediscuteerbare basisassumpties in kunst en wetenschap een hoofdrol? We zullen er twee noemen. Ten eerste spelen zowel in kunst als in wetenschappen symmetrie/asymmetrie-overwegingen een hoofdrol bij de beoordeling van een visie. Hoe vaak hoor je wetenschappers bij een ad-hoc oplossing niet zeggen: "Nee, dat is niet mooi". Dat gebeurt typisch wanneer er een ad-hoc verstoring van een systematische symmetrie of asymmetrie in het spel is. Over falsifieerbaarheid hoor je ze dan niet. Een ander gedeeld begrip van kunst en wetenschap is recursie. Dat is van alle tijden. In sommige kunstvormen is het prominenter dan in andere: maar prominent is het in alle muziek, in geometrische kunst zoals de islamitische, en in poezie, waarbij voortdurend gewezen wordt op ‘terugkerende elementen’. Wat is elke vorm van rijm of alliteratie anders dan klankrecursie, de essentie van poezie? Een wetenschapper is een kunstenaar die bepaalde stukjes van zijn kunstwerk falsifieerbaar stelt.Kunstenaars en wetenschappers zijn beide bezeten van de schoonheid van wat ze produceren. Wetenschappers dagen in hun hoogmoed geregeld de werkelijkheid uit; dit komt doorgaans op een smadelijke aftocht te staan, en op het uitvinden (scheppen) en dronken worden van een nieuwe theorie. Kunstenaars zien de heilloze arrogantie hiervan in en bekommeren zich niet om falsifieerbaarheid. Bij kunst, wetenschap en trouwens ook religie draait het om geloof in de eigen visie, waaraan de hoogste waarheid/schoonheidswaarde wordt toegekend.
 
 
 
 
 

Elma Blom en Femke Breukels reageerden in LINK ?? op een experimenteel stuk van mij over kunst en wetenschap. Volgens hun bepaalt uiteindelijk niet het geloof in de eigen visie maar de verdeling van macht de gevolgde en te volgen weg in kunst of wetenschap.

Wetenschap en Kunst III

Und ihr sagt mir daß nicht zu streiten sei über Geschmack. Aber alles Leben ist Streit um Geschmack. (vrij naar: Also Sprach Zarathustra, 2:13, Von der Erhabenen)

Wetenschap en kunst worden beide volgens bepaalde regels gespeeld en die regels reflecteren de smaak van machtige enkelingen of de groepen die hun volgen: in de generatieve taalkunde Chomsky, in de kunstwereld de kunstbazen. Daarmee is nog niks ten gunste of ten nadele van de kwaliteit van die smaak gezegd.
Laten we eerst vaststellen: hoe zou het anders kunnen zijn? Moet de regering ingrijpen? Maar ook zulk ingrijpen bevestigt de waarheid van mijn stelling. Nee, dit is zoals het moet zijn: dat de regels door enkelingen of groepen bepaald worden en dat de rest zich daarnaar richt is puur natuur en mensenaard. En anderen initiëren revoluties om hun smaak door te voeren.
Het bedrog van de wetenschap is dat altijd maar een klein stukje van de theorie falsifieerbaar gemaakt wordt. Maar dat bedrog is noodzakelijk: het is onmogelijk om alle elementen van een theorie falsifieerbaar te stellen - dat leidt tot overzichtelijke chaos. De essentie van een experiment is dat je bijna alle factoren (assumpties) constant houdt, en eentje variabel stelt: die laatste mag de werkelijkheid gaan invullen. Kortom, de wetenschappelijke praktijk is inherent aan het vak en mag niet anders zijn wil wetenschap als wetenschap functioneren.
En het principe van de beperkte falsificatie werkt: weerleg het zuigen van de stofzuiger maar eens, de motor die de auto in beweging zet of de zoemende computer. Wanneer taalkundigen iets zouden maken, zouden ze zeer in aanzien winnen; maar ik betwijfel of de theorie er veel door zou veranderen.
Het bedrog der moderne kunstenaars is dit: dat van het eigen falen de kunstbazen de schuld in de schoenen geschoven wordt. Maar dit bedrog is ook wetenschappers niet vreemd: "nee, niet ikzelf heb gefaald, ik heb mijn tijd tegen gehad", zo verontschuldigt men zichzelf. Als je het jezelf makkelijk wil maken moet je je omgeving de schuld geven van je eigen falen. Een goedkoop menselijk al te menselijk trekje.
Wat is nu kwaliteit, in kunst of in wetenschap? Kwaliteit wint, zo moet de hardste stelling luiden. Het voorbeeld van de miskende kunstenaar doet hieraan niks af. Het is pech voor hem dat hij pas wint als hij zelf al dood is, of misschien is het zelfs een groot geluk: want de kunstenaar "die overal op onbegrip stuitte" is een sentimenteel cliché van de sentimentelen. Net alsof die kunstenaar beter af zou zijn geweest met het geslijm en de afgunst van collega's, een optreden in "Kunst omdat het moet" of zelfs met het geld dat hem zou kunnen verleiden op te houden met schilderen. Ja, misschien was hij daarmee beter af geweest, misschien ook niet, maar in elk geval hebben dit soort speculaties ons niks te bieden.
Hoe wint kwaliteit? Kleine kwaliteit wint binnen de bestaande regels. Grote kwaliteit, het zeldzame, verandert de spelregels zelf. Maar wie zijn eigen regels maakt kan het zichzelf ook heel makkelijk maken; en zo maken ook luiaards en mislukkelingen hun eigen regeltjes en spelen met gemerkte kaarten, en noemen zichzelf "idealist", omdat ze het met andere regels niet konden winnen. Uiteindelijk zijn er geen verliezers.
Kleine kwaliteit wordt gespeeld: naarmate het van nature minder aanwezig is, moeten geloof en toneelspel goedmaken en scheppen wat er niet was: en kleine kwaliteit moet eerst zichzelf overtuigen voor het anderen kan overtuigen. Zo worden goede spelers geboren of ze maken zichzelf goede spelers. Maar als ze mislukken, is er altijd nog de troost van de toekomst: de beroemdheid na de dood die de miskenning in het heden goed maakt, de gedroomde wraak op de machtige boze mensen om hun heen.
Conformeren conformerende wetenschappers zich omwille van de macht aan het bestaande kader, of omdat hun smaak of eigen visie dat gebiedt? Voor mij zijn deze opties synoniem: wat is macht als het ook niet schoonheid en smaak en visie en genot is? Omwille van dit alles tesamen conformeren conformisten zich, en omwille van hetzelfde verzetten anderen zich. Over smaak wordt gestreden.
Volgens Blom & Breukels bepaalt uiteindelijk niet het geloof in de eigen visie maar de verdeling van macht de gevolgde en te volgen weg in kunst of wetenschap. Dat kan niet de hele waarheid zijn: machtsverdelingen zijn namelijk niet statisch. Dat komt door de factor: geloof in de eigen visie. Zowel degene die een verandering initiëert als degenen die zich aansluiten geloven in de eigen visie en verwerven daarna pas macht: maar zouden degenen die zich nu bij een groot en machtig geworden kader aansluiten niet in de eigen visie geloven? Kom, kom, neem je medemensen serieus. Het is een achterhaald moralistisch idee dat er opportunisten (bijvoorbeeld kunstbazen) en serieuze mensen (bijvoorbeeld kunstschilders) zijn. En iedereen die dat idee verdedigde bleek zichzelf achteraf altijd in te delen bij ... de serieuze mensen (gaap).