West-Nederland (Noord-Holland, Zuid-Holland,
Utrecht en Flevoland)



ERIC HOEKSTRA, MARJO VAN KOPPEN
EN HARRIE SCHOLTMEIJER
 

Eric Hoekstra (Fryske Akademy, Ljouwert, ehoekstra@fa.knaw.nl)

In V. de Tier & S. Reker (ed) In Vergelijking met Dieren. Het Dialectenboek 5. Intensiverend taalgebruik volgens de SND-enquête. Stichting Nederlandse Dialecten, Groesbeek, 145-160.

Meloet, oeretoeter en dikkerd
 

1. Inleiding

Van de provincies die in dit hoofdstuk aan de orde komen, wordt vaak gesteld dat er niet echt dialect wordt gesproken. Een groot deel van dit gebied wordt immers ingenomen door de Randstad, een metropool waarvoor het traditionele dialect heeft moeten wijken. In het boek Van Randstad tot Landrand (1969) schrijft Jo Daan dat “in het gebied van de Randstad het grootste percentage mensen [woont], dat Nederlands spreekt, of beter gezegd een spreektaal gebruikt die weinig afwijkt van wat men in het algemeen als Nederlands beschouwt. De plattelandsdialekten zijn daar vrijwel verdwenen of nog slechts te achterhalen in enkele uitspraakrelikten en in de artikulatie en intonatie in het algemeen.” (p. 33). Op de bijbehorende dialectkaart, waar de sterkte van de kleuren samenhangt met de afstand die het dialect tot het Nederlands inneemt, is dit gebied dan ook wit gebleven. Er is nòg een gebied dat op deze kaart niet ingekleurd is, en dat gebied wordt gevormd door de IJsselmeerpolders, die bijna met de gehele provincie Flevoland samenvallen. Alleen aan de randen van het gebied dat gevormd wordt door de vier provincies Noord- en Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland, lijkt het traditionele dialect wat beter bewaard: op Texel, Urk, de Kop van Noord-Holland, het gebied ten oosten van de Utrechtse Heuvelrug, de Zuid-Hollandse vissersplaatsen en de Zuid-Hollandse eilanden en waarden. Voor de rest is het echter toch allemaal standaardtaal, of een tegen de standaardtaal aanleunende variëteit, wat de klok slaat. Wie echter meent dat het gebrek aan variatie in de taal ook leidt tot het geven van zeer homogene aanvullingen op zinnen als ‘zo dronken als ...’, komt bedrogen uit. Bij wijze van voorbeeld hebben we alle antwoorden bekeken van de mensen die op hun formulier aangaven een dialect uit de provincie Utrecht te spreken; bij elkaar waren dat 104 personen. Gemiddeld waren er meer dan twaalf (!) verschillende antwoorden per vraag. Veel variatie was er vooral te vinden in de volgende zinnetjes:

vraag 1 Zo dronken als ... (21 verschillende aanvullingen)
vraag 18 Zo opgedirkt als ... (25)
vraag 21 Gapen als ... (22)
vraag 25 Kijken als ... (20)
vraag 29 Een baard als ... (25)

In sommige gevallen is er veel minder variatie. Vraag 12 ‘Zo bang als ...’ is door 103 van de 104 inzenders aangevuld met wezel. Vier inzenders noemden ook nog haas, en dat waren alle variaties. Zoveel homogeniteit is echter uitzonderlijk; niet alleen in Utrecht, maar ook in de andere drie hier onderzochte provincies.
In die andere drie provincies hebben we niet het hele materiaal geturfd. We hebben ons beperkt tot wat ons de meest interessante vragen leken, bijvoorbeeld omdat ze veel variatie vertoonden of omdat ze op een andere manier onze belangstelling trokken. De zes zinnetjes die we uit het hele materiaal hebben gelicht zijn:

vraag 1 Zo dronken als ...
vraag 11 Zo arm als ...
vraag 16 Zo gek als ...
vraag 19 Zo kaal als ...
vraag 25 Kijken als ...
vraag 29 Een baard als ...

Hieronder volgt per vraag telkens een ‘top drie’ van de meest gegeven antwoorden voor elke provincie afzonderlijk. Op sommige van die antwoorden gaan we wat nader in: wat betekenen ze eigenlijk, hoe komen de sprekers nou juist bij dat woord. Ook de typische dialectwoorden noemen we natuurlijk.
Hoe vaak een antwoord gegeven is, wordt weergegeven in percentages. Om deze percentages terug te kunnen koppelen aan hoeveelheden, is in onderstaand schema weergegeven hoeveel enquêtes er uit de westelijke provincies van Nederland afkomstig zijn. In de tweede kolom zijn de aantallen weergegeven van de plaatsen waar de meeste enquêtes vandaan zijn gekomen. In de derde kolom zijn de totaal aantallen per provincie weergegeven. Wat direct opvalt, is dat het aantal enquêtes dat is teruggekomen uit Flevoland schrikbarend laag is. Uit Zuid-Holland daarentegen zijn er zeer veel enquêtes geretourneerd. Het zal duidelijk zijn dat de provincies met de meeste respondenten de grootste stempel drukken op de totaalscores.
 
 
totaal 
Noord-Holland Amsterdam Noord Holland onder het IJ West-Friesland Gooi  35 (16%) 50 (22%) 105 (46%) 35 (16%)  225 (30%) 
Zuid-Holland Rotterdam e.o. Den Haag e.o.  183 (43%) 109 (29%)  422 (55%) 
Utrecht Utrecht-Stad  35 (29%)  120 (15%) 
Flevoland  5 (0,6%) 

Tabel 1: Percentages per provincie
 

2. Zo dronken als een tor
 
 
Z-H  N-H  Ut  Fle  totaal 
tor  45 %  31%  44 %  0 %  40 % 
maleier  20 %  13 %  15 %  20 %  20 % 
kanon  18 %  26 %  18 %  60 %  20 % 

Tabel 2: Zo dronken als … : Z-H : Zuid-Holland - N-H : Noord-Holland

Ut : Utrecht - Fle : Flevoland
 

De drie meest voorkomende vergelijkingen zijn, zoals uit de bovenstaande tabel blijkt, ‘zo dronken als een tor’, ‘als een kanon’ of ‘als een maleier’. Uit de totaalscores blijkt dat de vergelijking met de tor tweemaal zo veel voorkomt als de andere twee vergelijkingen. In Flevoland is deze vergelijking echter helemaal niet aangetroffen. Door het kleine aantal enquêtes dat uit Flevoland is teruggekomen, heeft deze provincie zoals gezegd nauwelijks invloed op de totaalscores van de verschillende vergelijkingen, zodat tor niet van de eerste plaats wordt verdreven.
De vergelijking van dronkaards met torren kan worden verklaard door de wankelende gang van de tor, die overeenkomt met de gang van beschonken lieden. De uitdrukking ‘zo dronken als een kanon’ is volgens Stoett (1923), p. 419 afgeleid van de uitdrukking ‘zo vol (geladen) als een kanon’. Een dronken persoon is dus volgeladen met drank. Op de uitdrukking ‘zo dronken als een maleier’ komen we later in deze paragraaf nog terug, aangezien er een zekere overeenkomst lijkt te zijn met een dialectwoord uit deze contreien.
De wat archaïsche uitdrukking ‘zo dronken als een tempelier’ komt ook, zij het minder vaak, voor. De etymologie die aan deze uitdrukking ten grondslag ligt is echter alleraardigst: de orde der Tempeliers, een geestelijke ridderorde, kenmerkte zich in zijn laatste jaren door onstuimige drinkgelagen en andere ‘ondeugden’, waardoor hun naam in deze context bewaard is gebleven.

Naast de bovengenoemde drie meest frequente uitdrukkingen is er, zoals gezegd, een zeer grote diversiteit aan vergelijkingen. Zo komen er onder andere eenden, godmajoors, lieren, kamelen en oorlogsschepen voor om de dronkenschap uit te drukken. Naast deze woorden worden er ook enkele typische dialectwoorden gegeven, zoals meloet. Op het eerste gezicht lijkt dit woord een verschrijving te zijn. De informant bedoelde vast meloen. Maar aangezien dit woord bij ongeveer tien informanten voorkwam, kan deze bewering niet volgehouden worden. Het woord meloet is zeer waarschijnlijk afgeleid van mulat ‘een kind van een neger en een blanke’ (Etymologisch Woordenboek, [1989], p. 480). Vermoedelijk is hier dezelfde associatie verantwoordelijk geweest, als bij ‘zo dronken als een maleier (= iemand uit Maleisië)’, namelijk dat mensen met een andere huidskleur in constante staat van dronkenschap verkeren. De uitdrukking ‘zo dronken als een meloet’ is overigens alleen aangetroffen bij mensen boven de zestig. Dit zou kunnen impliceren dat het woord generatiegebonden is en samen met de generatie zal gaan verdwijnen.

In het West-Fries zijn we nog een aantal aardige vormen tegengekomen bij deze vraag. Typisch West-Fries lijkt de vorm steertmolen te zijn, die noch voorkomt in de resultaten voor Friesland noch in die van het ABN. Deze vorm komt maar liefst 22 maal voor (op 105 correspondenten uit West-Friesland). Een van de correspondenten voegt hier aan toe dat deze molen voor onderbemaling is bedoeld. Een andere West-Friese vorm die niet voorkomt in de rest van de data is nardus. Nardus is een lekker geurende balsem. Wellicht dient deze balsem om de dranklucht te verbergen. De vorm roetetoeter, die vier keer voorkomt, is een variant op de landelijk bekende ‘toeter’. De vorm roetetoeter is eveneens noch bekend uit het Fries (hij ontbreekt ook in het woordenboek) noch uit het ABN. In het Fries bestaat wel de uitdrukking rûtsdy, een woord van het type ‘floep’ dat gebruikt wordt om een snelle beweging verbaal te imiteren. Bij dit woord kan ook aan een verband worden gedacht met het Duitse rutschen en het Nederlandse roetsjen. Een kennis van een van de auteurs gebruikte, bijvoorbeeld als hij bij het bouwen op elegante wijze balken door het raam naar buiten smeet, ‘roetemetoet’. Aan een verband met roetetoeter kan gedacht worden bij het antwoord van een informanten uit Krommenie. Deze geeft een gelijksoortige aanvulling bij deze vraag, namelijk oeretoeter.
De vormen die we in het bovenstaande nog niet hebben genoemd of toegelicht zijn: aap, achtereind van een varken, bal, gortmajoor (West-Fries), godmajoor, kanon, katrol, ketellapper, knol, lor, meloen, pioen, piet lut, toeter, wat.

In het laatste onderdeel van deze paragraaf willen we ingaan op een verschijnsel dat ook in andere vragen voorkomt. Er kan ter vergelijking een woord worden ingevuld dat wel verwant is aan de uitdrukking, maar in een andere context geplaatst dient te worden. Hiervan zijn hieronder twee voorbeelden weergegeven.
(1) a. Hij is zo dronken als Lazarus.
b. Hij is zo dronken als een ladder.
De vergelijking uit voorbeeld (1a) moet, onzes inziens, worden gebruikt in de uitdrukking ‘hij is Lazarus’ en de vergelijking uit voorbeeld (1b) kan uitsluitend worden gebruikt in de uitdrukking ‘hij is ladderzat’. Bij de in voorbeeld (1) gegeven uitdrukking hebben we te maken met een tautologie.
 

3. Is hij door de ratten besnuffeld?
 
 
 
Z-H  N-H  Ut  Fle  totaal 
deur  64 %  68 %  75 %  60 %  66 % 
ui  14 %  7 %  13 %  20 %  13 % 
cent  1 %  0,9 %  2 %  20 %  1 % 

Tabel 3: zo gek als …
 

Zo gek als een deur is, met stip, de meest voorkomende vergelijking bij deze vraag. Eén informant geeft hier ook uitleg bij: ‘je bent zo gek als een deur omdat iedereen hem (= de deur) aanraakt’. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal, deel II, 2 en 3, p. 2463 geeft een andere etymologie van deze uitdrukking. Deur kent naast de gangbare betekenis nog een andere betekenis, namelijk een zelfstandig naamwoord dat ‘gek’ of ‘dwaas’ betekent, afkomstig van een werkwoord met de betekenis ‘duizelen’. Dit woord is alleen nog terug te vinden in een uitdrukking als ‘zo gek als een deur’ en ook wel ‘zo dronken als een deur’. Deze inmiddels verdwenen betekenis van het woord ‘deur’ wordt nu geherinterpreteerd als de enige betekenis van ‘deur’ die nog is overgebleven. Dat deze semantische herinterpretatie heeft plaatsgevonden is ook af te leiden uit uitdrukkingen als ‘hij is zo gek als een draaideur’ en ‘hij is zo gek als een deurknop’. De samenstellingen die hier worden gebruikt kunnen alleen afkomstig zijn van het woord ‘deur’ in de betekenis van toegangsverschaffer tot een ruimte. De vergelijking met ‘deur’ is oorspronkelijk associatief, door het verdwijnen van deze betekenis lijkt de vergelijking zijn associatieve waarde te verliezen. Toch proberen mensen door aanpassingen als ‘draaideur’ weer een associatie met gek te leggen. Dit blijkt ook uit de uitleg van de bovengenoemde informant.

Een gelijksoortige verklaring vinden wij bij de uitdrukking ‘zo gek als een ui’ (Woordenboek der Nederlandsche Taal, deel XVII, 3, p. 25). Ook hier is herinterpretatie verantwoordelijk geweest voor de ogenschijnlijk niet associatieve vergelijking. De uitdrukking is vermoedelijk afkomstig van ‘zo gek als Juin’ en geworden tot ‘zo gek als een juin’. Juin of ajuin is in veel dialecten het woord voor ‘ui’. Met het woord Juin werd in deze uitdrukking echter niet gedacht aan het bolgewas, maar aan een van de navolgers van Sint Franciscus, Juniperus, die gekenmerkt werd door zijn ‘heilige onnozelheid’. De herinterpretatie van Juniperus tot ui is hier duidelijk te zien aan een uitdrukking als ‘hij is zo gek als een bos uien’. Een van de informanten merkt op dat deze uitdrukking een seksuele bijklank heeft. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal vermeldt dat er inderdaad sprake is van het gebruik van deze uitdrukking voor wellustige vrouwen. Hierbij kan ook worden gedacht aan de uitdrukking ‘zo geil als een ui’.
Een eigenaardige aanvulling uit het West-Fries is als een steertmolen. Deze vergelijking komt bij deze vraag slechts eenmaal voor. Het gebeurt vaker dat woorden die bij een bepaalde uitdrukking lijken te horen ook in een andere context kunnen worden toegepast. We zullen daar hieronder nog op terugkomen.

Naast de twee meest voorkomende vergelijkingen, de deur en de ui, komt er bij deze vraag eveneens een breed scala aan mogelijkheden voor: ‘zo gek als een aap, een balletje, de bonte hond, een bos uien, een cent, clown Busio, deur, draaideur, dwaas, gekke Gerrit, hooi, idioot, looie deur, malle Gerrit, een Jan van Gent, mallemolen, malloot, molen, het peert van Christus, rot deur, steertmolen, twee are, een ui, vogelverschrikker, wat. Een andere aanvulling op deze vraag is ook ‘het paard van Christus en dat was een ezel’.
Bij deze vergelijking zijn wij als typische dialectwoorden tegengekomen: juin voor ‘ui’, wederom meloet en als laatste nog okkeloen, van het laatste woord is ons de betekenis niet bekend.
 
 
 
 
 

4. Hij stond te kijken of er een luis in je oor zit
 
 
 
Z-H  N-H  Ut  Fle  totaal 
water branden  50 %  25 %  8 %  0 %  35 % 
Keulen donderen  5 %  17 %  7 %  0 %  9 % 

Tabel 4: Kijken als …

De vergelijking die in alle provincies het meest voorkomt is ‘hij stond te kijken of hij water zag branden’. Op deze uitdrukking kwamen nog twee andere aardige varianten voor: ‘Hij stond te kijken of hij snot zag branden’ en ‘Hij stond te kijken of hij vuur zag branden’. In West-Friesland kwam de variatie as ientje die water ziet branden. Hier wordt een of eentje in de betekenis van ‘iemand’ gebruikt, wat vroeger algemener was, en wat nu onder meer in het Fries ook nog steeds kan.
Het branden van water is uiteraard iets waar men zich hogelijk over moet verbazen. Maar ook dat op deze afstand het donderen te Keulen kan worden waargenomen is iets waar de mond van open valt. Keulen wordt al vanaf de vroege Middeleeuwen, samen met Rome, gebruikt als proto-typische steden die ver weg liggen. In Flevoland wordt geen van deze twee mogelijkheden als antwoord gegeven. De drie antwoorden die daar worden gegeven zijn ‘als een paard’, ‘als een hert’ en ‘als een hond’.
 

Het vergelijkende voegwoord ‘als’, dat in de vraag wordt gegeven, is bij de twee bovenstaande uitdrukkingen vervangen door het vergelijkende voegwoord ‘of’. Populairder was de variant met het voegwoord ‘alsof’. Er is een aantal informanten die wel het voegwoord ‘als’ gebruiken met daarop volgend de hoofdzinsvolgorde. Het onderwerp van de zin volgt op de persoonsvorm, zie voorbeeld (2a). Deze zinsvolgorde kwam ook voor bij het West-Friese als zijn ouge rolde d’r boina uit. Er is echter ook een aantal informanten dat in plaats van ‘of’ het onderschikkende voegwoord ‘dat’ heeft ingevoegd, zie voorbeeld (2b).

(2) a. Hij stond te kijken als hoorde hij het in Keulen donderen.
b. Hij stond te kijken als dat hij het in Keulen hoorde donderen.
c. Hij stond te kijken alsof hij het in Keulen hoorde donderen.

In het West-Fries komt als aanvulling een zinnetje voor, dat een nog opmerkelijkere zinsvolgorde heeft. Bij dit zinnetje (zie voorbeeld 3a) staat het werkwoord op de tweede positie in de zin, terwijl er sprake is van een bijzin. In een bijzin is het gebruikelijk dat het werkwoord op de laatste positie in de zin staat (zie voorbeeld 3b).

(3) a. ... als zijn ouge rolde d’r boina uit.
b. ... als zijn ogen rolde er bijna uit
... alsof zijn ogen bijna uit zijn kassen rolde.

Naast deze twee meest frequente uitdrukkingen komen er ook nog uitdrukkingen voor waarbij de vergelijking niet zo zeer te maken heeft met verbazing maar meer met een wazige uitdrukking op het gezicht: hij stond te kijken als een koe; een schaap; een idioot en met ogen als schoteltjes.
Verder waren de aanvullingen zeer divers: een achterlijke, een boer met kiespijn, duf konijn, een aap in een kapot horloge, een aap, een blind paard, een doedelzak, ervan, gek, kak op 'n klein potje, kip zonder kop, malloot (meloot), met oge op steeltjes, met ogen als schoteltjes, 'n kip nei 't onweer, ongelovige Thomas, piet snot, een pilaar, een rund, een schaap, in skeip, slome Japie, stomverbaasd, suffie, toeschouwer, goochelaar, uil, een uil in de bijbel, een verdwaalde kip, alsof ie ze zag vliegen, alsof ie de honderdduizend gewonnen had, alsof ie in zijn broek piest had, of hij een aap zag dansen.
 
 
 
 
 
 

5. Ze hebben geen nagel om aan hun reet te krabbelen

In deze paragraaf zullen we de vragen ‘zo kaal als ...’ en ‘zo arm als ...’ in één paragraaf behandelen, omdat er een frappante overlapping is tussen de aanvullingen op deze twee vragen.

5.1 Zo arm als ...?
 
 
Z-H  N-Hd  Ut  Fle  totaal 
(kerk-)ratten  47 %  30 %  17 %  0 %  37 % 
Job  21 %  18 %  29 %  60 %  21 % 
mieren  16 %  17 %  16 %  60 %  17 % 
luis  12 %  19 %  26 %  0 %  16 % 
neten  13 %  9 %  7 %  20 %  11 % 

Tabel 5: Zo arm als …

Opvallend was het grote aantal kerkratten dat als vergelijkingspunt werd gekozen, vooral in Zuid- en Noord-Holland. Enkele malen kwam in West-Friesland de variant kerkrot voor. De vorm rot was vroeger algemener en is in Friesland zelfs de enigste vorm voor ‘rat’. De vergelijking met Job is zonder meer duidelijk: Job, de martelaar, die door God werd gebruikt om te testen hoe groot het geloof van de mens was, wordt ontdaan van alle aardse goederen en blijft arm en in de steek gelaten achter. De vergelijking met Job wordt ook wel gebruikt in ‘zo vroom als Job’ en ‘met geduld als van Job’. De andere bijbelse namen die nog voorkomen, Ruth en Goliath zijn stellig varianten bij Job. Hier hebben degenen die niet op de naam Job konden komen en een andere bijbelse naam gebruikt.

De uitdrukking zo arm als ‘de neten’ is door associaties verklaarbaar: Bijvoorbeeld dat luizen en neten (eitjes van luizen) uitsluitend voorkomen op vieze en dus arme mensen. Ook bij de verklaring voor de vergelijking ‘zo arm als de kerkratten’ en ‘zo arm als de mieren’ moet in deze associatieve termen worden gedacht. Bij de laatste vergelijking is een overeenkomst met ‘zo arm als de neten’ niet uitgesloten: mieren zijn immers ook kriebelende kleine (zwarte) beestjes.
Behalve deze min of meer conventionele antwoorden wordt er ook nog een aantal andere noemenswaardige antwoorden gegeven. Een Urker respondent vult bij deze vraag bijvoorbeeld aan: arremelingetjes. Nu is een arremeling volgens de woordenlijst van Het Eiland Urk inderdaad een ‘armoedzaaier’ (als scheldwoord gebruikt dus), maar ook, liefkozender, ‘een pasgeboren kind, dat nog maar een paar pond weegt’. De oorspronkelijke betekenis van arremeling is echter heel anders, namelijk ‘hermelijn’.
Als antwoord wordt ook gegeven ‘als een ongezonde rijke stinkerd’. De informant zegt dat hij deze aanvulling bewust bedacht heeft, omdat hij niet wist wat hij moest antwoorden. Het geeft aan dat er naast de conventionele vergelijkende graadaanduidingen zoals kerkrat ook veel ruimte is voor een creatieve invulling. Een andere informant merkt terecht op: “soms komt een vergelijking spontaan op in gezelschap of familieverband”.
Ook komt ‘zo arm als de nacht’ voor. Net als bij ‘zo arm als Goliath’ en ‘zo dronken als een steertmolen’ is dit een geval van transpositie. Daarbij wordt een graadaanduidende vergelijking die idiomatisch gereserveerd is voor item A overgebracht naar item B. Zo wordt het element ‘de nacht’ van ‘zo lelijk als de nacht’ verbonden aan armoede, net zoals Goliath van ‘kracht’ naar ‘armoede’ getransponeerd wordt. In het artikel over Friesland wordt er ook op gewezen dat het eigenlijk niet uitmaakt wat de graadaanduidende vergelijking is: in de constructie ‘zo X als Y’ weet men dat de betekenis is ‘heel erg X’.

5.2 Zo kaal als ...?
 
 
Z-H  N-H  Ut  Fle  totaal 
luis  36 %  38 %  36 %  0 %  38 % 
biljartbal  35 %  39 %  38 %  0 %  37 % 
neten  20 %  15 %  23 %  60 %  21 % 
knikker  9 %  8 %  3 %  60 %  17 % 
kikker  7 %  7 %  5 %  20 %  11 % 

Tabel 6 : Zo kaal als …

Bij deze vraag vinden we veel vergelijkingen die associaties hebben met een onbehaard, glimmend rond hoofd: ‘een ei’, ‘een biljartbal’, ‘een kikker’, ‘een knikker’ en ‘Kojak’. Bij de omschrijvingen mag niet onvermeld blijven: hij het meer heer op ze kont as op ze kop en de variant ‘hij heeft de ziekte van Hedel, meer haar op zijn borst dan op zijn schedel’.
Behalve deze vergelijkingen worden er ook vergelijkingen gegeven die voorkomen bij ‘zo arm als ...’. Deze vergelijkingen staan zelfs op de eerste en de derde plaats. Dit is te verklaren doordat kaal naast de betekenis ‘onbehaard’ ook nog de betekenis ‘onbemiddeld’ heeft. Deze tweede betekenis is echter enigszins archaïsch. Het is zelfs de vraag of kaal in deze betekenis nog voorkomt in een andere context dan bij deze uitdrukking. De vergelijking van ‘kaal’ met ‘neten’ is waarschijnlijk als enige context voor ‘kaal’ overgebleven. De vergelijking wordt vermoedelijk geherinterpreteerd tot een nieuwe associatieve vergelijking. Een mogelijke associatie is dat er op een kaal hoofd neten goed zichtbaar zijn. Er is nog een andere mogelijkheid om luizen met armoede te associëren. De verbinding tussen luizen en kaalheid: het is bekend dat tegengestelde begrippen nauw verwant zijn en in de menselijke geest dicht bij elkaar liggen opgeslagen en verward kunnen worden. Iemand kan zich vergissen en zeggen dat het koud is in plaats van warm. Zo kan de luis met kaalheid geassocieerd worden omdat luizen in het haar zitten en behaard het tegenover-gestelde is van kaal. Toch komt bijvoorbeeld de biljartbal alleen maar bij kaal voor en geen enkele keer bij arm. De kerkrat komt daarentegen alleen voor bij arm en niet bij kaal. Het lijkt erop dat de luizen en de neten de brug slaan tussen kaal en arm. In Utrecht komt echter eenmaal de vorm ‘Job’ voor bij de vraag ‘zo kaal als ...’. Nu kan er hier sprake zijn van een brug tussen ‘kaal’ en ‘arm’, maar het kan ook zijn dat ‘Job’ wordt gezien als iemand die geen haar had, wat door de ziektes en kwalen waaraan hij werd blootgesteld best mogelijk is.

In Krommenie antwoord een van de informanten op deze vraag Kallekedotter. Dit woord komt ook nog in een andere context voor in het westen van Nederland. Een Urker respondent vult de vraag ‘lelijk als ...’ aan met n kadoddertjen, en hij geeft daar de betekenis bij ‘kort dik meisje’ (alsof die zo lelijk zijn.....). Het woord komt met (onder andere) deze betekenis ook in de Zaanstreek voor. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal, deel VII, 1, p. 850 geeft als een van de betekenissen van kadodder: “In N.-Ndl., althans gewestelijk, benaming voor een uit het nest gevallen, pas uitgebroed vogeltje; veelal in de koppeling kale kadodder.” Er wordt verwezen naar kale dot, kale kadodder enz., en daar vinden we: “benaming voor een jonge vogel die nog geen veren heeft, een pas uitgebroed vogeltje, een uit het nest gevallen jonge spreeuw”. Dat doet ons weer denken aan het oude Urkse woord voor ‘spreeuw’ kalkendotte.

6. Hij heeft een baard als Lubbers
 
 
Z-H  N-H  Ut  Fle  tot 
Methusalem  17 %  14 %  19 %  0 %  16 % 
Sinterklaas  15 %  16 %  13 %  0 %  15 % 

Tabel 7: Een baard als …

De meest voorkomende vergelijkingen in de drie de provincies, die het best vertegenwoordigd zijn, zijn Methusalem en Sinterklaas. Er worden, naast bovenstaande twee aanvullingen, veel verschillende antwoorden op deze vraag gegeven. Al deze antwoorden zijn ongeveer even frequent. In Flevoland worden vijf verschillende antwoorden gegeven, waaronder ‘oeros’ en ‘dik varken’. Verder word er hiet nog het antwoord sloeder gegeven. Een sloerder is volgens de Woordenlijst die is opgenomen in Het eiland Urk (P.J. Meertens & L. Kaiser, 1942) ‘iemand, die de boel verwaarloost, slons, sloddervos. 'n Sloerder versloert maer (= meer) as 'n pronker verpronkt’. Aan de betekenis wordt toegevoegd: “vnl. gezegd van vrouwen”, maar dat gaat voor deze vergelijking uiteraard niet op.

De vergelijking ‘hij heeft een baard als ...’ wordt in de overige drie provincies voornamelijk aangevuld met personen of dieren die een lange baard hebben: Simsom, Methusalem, Sinterklaas, Vader Abraham, Mohammed, Mozes, Paulus de Boskabouter Raspoetin en Jezus. Vooral bijbelse figuren lijken in trek te zijn bij deze vergelijking. Waarschijnlijk komt dit doordat deze altijd worden weergegeven met een baard.
Een ander soort vergelijkingen heeft betrekking op de uiterlijke verschijning van de baard. Dus, hij heeft een baard als touw; visgraten; prikkeldraad; een borstel; een woud; schuurpapier. Meestal gaat het hier over grove, onverzorgde baarden of baarden in aanleg.

De laatste groep vergelijkingen die bij deze vraag te vinden is, zijn de vergelijkingen die aanduiden dat de baard al een bepaalde tijd in de kweek is: hij heeft een baard van zeven dagen, drie weken, enz. Bij de tijdsaanduidingen troffen we de varianten: 3, 6, 7, 10 en 14 dagen en 3, 4 en 7 weken aan. Andere getallen ontbraken. Graadaanduidende bepalingen van plaats ‘van hier tot gunder’ komen eveneens voor. De omschrijving ‘van hier tot morgen’ en ‘van hier tot gisteren’ zijn leuke mengelingen van plaats en tijdsbijwoorden.
Hieronder volgt een overzicht van de vormen die we hebben aangetroffen: aap, abraham, als van een week, als van heb ik jou daar, as zes are, baardaap, baviaan, bosduivel, jood, de reserve-judas van de passiespele, een geit, landloper, Methusalem, Mozes, Paulus de Boskabouter, Petrus, pleeborstel, prikkebeen, prikkeldraad, rasp, ruige aap, Salomon, sik, sinterklaas, stiekelvarken (naast stekelvarken), stoppelveld, struikrover, van dagen, van 3 dagen, van 3 weken, van 6 dagen, van 7 weken, van 7 dagen, van hier tot gunder, van hier tot morgen, zeeman, zwerver.

7. Tenslotte

In deze laatste paragraaf zullen we nog enkele opvallende zaken uit de verschillende dialecten bespreken, die niet in het voorafgaande aan de orde zijn gekomen.
In de vergelijking ‘honger als ...’ vulde iemand uit Spakenburg aan dieker, en hij gaf daarbij als verklaring: Een Dieker is iemand uit Eemdijk [een plaatsje ten westen van Spakenburg, behorend tot de gemeente Bunschoten-Spakenburg, en met hetzelfde dialect]. De verklaring lijkt goede papieren te hebben: de Spakenburger onderwijzer G. Blokhuis, die in de jaren dertig een woordverzameling van zijn dialect aanlegde, denkt ook aan Eemdijk bij de uitdrukking eten âs n Dieker. En toch is deze verklaring niet juist. Dat zien we als we kijken naar het enquêteformulier dat uit Urk (!) binnengekomen is: y it as n dikkerd. De y staat voor ‘hij’ (het Urks laat dikwijls de /h/ weg aan het begin van een woord), it is eet, en dikkerd is niet een ‘dikkerd’, zoals we in eerste instantie zouden kunnen vermoeden, maar ‘dijkwerker’. In het Urks wordt de Nederlandse /ij/ doorgaans uitgesproken als /ee/ (beter gezegd: als een lang aangehouden /i/ van pit), behalve voor een /k/: dan treedt verkorting op tot /i/. Evenzo wordt de /eu/ van woorden die in het Nederlands een /ui/ hebben (eigenlijk een lang aangehouden /u/ van put) ook voor een /k/ verkort tot /u/. Dikkerd is dus ‘dijkwerker’, zoals de Urker invuller op zijn formulier terecht aangeeft (de opmerking “Een Urker weet niet wat een dikkerd is”, in de woordenlijst van Het Eiland Urk uit 1942 is dan ook achterhaald). En ook in Spakenburg is de fout hersteld: in het in 1996 verschenen woordenboek wordt dieker in eten âs n Dieker inderdaad opgevat als ‘dijkwerker’ i.p.v. ‘Eemdijker’. Ook in Zuid-Holland wordt de uitdrukking ‘eten als een dijker’ wel gebruikt, overigens naast de uitdrukking ‘eten als een bootwerker’.
Bij ‘zo opgedirkt als ...’ heeft een van de Spakenburger invullers opgeschreven: “een vreende, letterlijk een vreemde, iemand van buiten die hier is komen wonen”. Daar kan de import het dan mee doen.
Bij ‘zweten als een...’ vult niet minder dan 14 % van de respondenten uit de provincie Utrecht aan: pakke(n)drager. Dat is opmerkelijk, want het woord pakkendrager komt in het Nederlands van vandaag niet meer voor. Wie weet trouwens nog wat een mispel is, door 64 % aangevuld in de vergelijking ‘zo rot als ...’. Geen wonder dat sommigen antwoorden: ‘zo rot als een appel’ (“het was iets met -pel, maar wàt weten we niet meer precies”). Toch zou een conclusie als dat het taalgebruik in vergelijkingen per definitie wat ouderwets is, te voorbarig zijn. Op de vergelijking ‘praten als.....’ kwam, naast de bijna uitzonderingsloos genoemde Brugman, uit Bilthoven de aanvulling ‘....als Ratelband’.

Van het voormalige eiland Wieringen komt een tweetalig ingevulde vragenlijst. Typisch voor Wieringen is het voorkomen van “ng” in plaats van “n”, zoals in hongd, mongdje, brangde en brangdhout. Een interessante vorm is zn ouwers ware zó gróósk as een hen mit iieen pul, met gróósk (Fries grutsk) voor ‘trots’ en het woord pul voor ‘kuiken’. En natuurlijk is het daar hij skeert m niet, met m in plaats van ‘zich’.
De informant uit Krommenie antwoordde op de vraag ‘zo dom als ...’ niet alleen met het min of meer conventionele achterend van un varreke, maar ook met het opmerkelijke als een Urreker.
 
 

Bibliografie

Daan, Jo: Van Randstad tot landrand. Amsterdam, 1969.

Het Eiland Urk. Onder leiding van P.J. Meertens en L. Kaiser. Publicaties van de stichting voor het bevolkingsonderzoek in de drooggelegde Zuiderzeepolders. Secties voor taalkunde en phonetiek, anthropologie, psychologie in samenwerking met het dialectenbureau der Nederlandsche Akademie van Wetenschappen, 9 (1942).

Etymologisch Woordenboek, De herkomst van onze woorden. Door: P.A.F. van Veen, in samenwerking met Nicoline van der Sijs. Utrecht/Antwerpen: Van Dale Lexicografie, [1989].

Stoett, F. A.: Nederlansche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, Naar hun oorsprong en beteekenis verklaard. Zutphen: Thieme, 1923.

Woordenboek der Nederlandsche taal. Bewerkt door M. de Vries, L.A. te Winkel [et al.].s-Gravenhage : Nijhoff, 1956-1998.
 
  -----------------------------6321773828281 Content-Disposition: form-data; name="file_description"