Home
  Ate Ynses Lageveen
  Parenteel Tjamme Jans
  Jan Giesen Lantinga
  Kerkje van Schurega
  Nedergerecht Weststellingwerf
Zoektocht naar de voorouders van Ate Ynses Lageveen

In 1811 neemt veenbaas Ate Ynses in Terwispel met zijn zonen Jeen, Fedde en Ynse en dochters Ynske en Janke (Jenke) de achternaam Lageveen aan. Hij is dan inmiddels 72 jaar oud. Hiermee is de basis gelegd voor wat later een groot geslacht Lageveen in Opsterland en omstreken zou worden. Na 1811 duikt nog een tweede geslacht Lageveen in Opsterland op. Op 14 februari 1816 overlijdt te Terwispel Gerrit Berends Lageveen, ook genaamd Muggenbeet. Aangifte van het overlijden wordt gedaan door zijn broer Meine Berends Muggenbeet en nabuur Yntze Ates Lageveen. Gerrit Berends heeft klaarblijkelijk na 1811 de achternaam van zijn buurman Yntze Ates overgenomen. Hiervan bestaat echter geen officiële registratie. Broer Meine Berends neemt in 1811 te Terwispel de achternaam Moggenbeet aan. Gerrit Berends is in 1749 te Giethoorn geboren als zoon van Berend Meinen Mossel en Hendrikje Gerrits Deuk (Peuck, Piek) en gedoopt aldaar als Gerrit Berends Deuk op 29 oktober 1749 (met dank aan Johan Gaal). Dit tweede geslacht Lageveen heeft zijn wortels dus niet in Friesland, maar in de Kop van Overijssel.

Ate Ynses trouwt op 20 april 1766 te Terwispel met Pijttje Jeens, dochter van boer Jeen Jalderts en Grietje Feitzes. Ate en Pijttje waren beiden doopsgezind en woonachtig te Terwispel in 1766. In de Speciecohieren van Lippenhuizen staat in 1768 vermeld bij nr. 74: "Hendrikjen Bricht overleden, Athe Intzes jongelieden". In 1770 is Ate alweer vertrokken naar "Oosterwolde in Stellingwerf". Tussen 1777 ("van buiten ingekomen") en 1780 woont hij opnieuw in Lippenhuizen en wel op nr. 79. In 1780 is hij "vertrokken na buiten, niet te weten waar". In 1784 verhuist Ate Yntses van Wolvega naar Benedenknijpe. Wanneer hij zich gevestigd heeft in Terwispel moet nog uitgezocht worden. Mogelijkerwijs is Ate nog vaker verhuisd. Zijn zoon Feddes is volgens de BS in 1773 geboren te Lippenhuizen en dochter Janke in 1781 te Nijeholtwolde. Gelet op al deze woonplaatsen van Ate Yntzes lijkt het erop dat hij pas op latere leeftijd veenbaas is geworden. Mogelijkerwijs was hij eerst rondtrekkende arbeider.

De ouders van Ate Ynses worden genoemd in de akte van het tweede huwelijk van zoon Ynse Ates in 1836, die toen met zijn nicht Wytske Feitzes Jeninga trouwde. Hier komen we de namen van Ynse Ates en Fokjen Feddes tegen, beiden overleden te Lippenhuizen "voor meer dan vijftig jaren". Tot 2004 heb ik echter geen enkel spoor van ene Ynse Ates in Lippenhuizen of Terwispel kunnen vinden in het midden van de 18e eeuw. Verder speurwerk bracht mij via FamilySearch bij Frans Visser, die Inze Tjeerds als de vader van “Ate Gyzes Lageveen” vermeldt. Dit bleek uiteindelijk de gouden vondst te zijn. Deze vermelding op FamilySearch is afkomstig van een onderzoek dat Ype Brouwers begin jaren 90 gedaan heeft voor een neef van Frans Visser. Hij noemt hierin Ynse Tjeerds, arbeider te Terwispel in 1749, en Fokjen als ouders van Ate Ynzes Lageveen. Vervolgens was Ype Brouwers zo aardig om voor mij nadere informatie in Tresoar op te zoeken. Dit leverde de volgende interessante akte uit de Nedergerechten op:
In 1744 bekennen Intse Tieerdts, coopman, en Foock Ates te Lippenhuizen “boven bij de vaart in de Panseburen” dat zij 400 caroliguldens schuldig zijn aan Jan Foocke Eyles, coopman en veenbaas te Kortezwaag vanwege levering van winkelwaren. Zij stellen met name hun winkel en winkelwaren en huisraad tot onderpand. Dit zijn dus ongetwijfeld de ouders van Ate Ynzes, en kleinzoon Ynse Ates heeft in 1836 de patroniemen dus wat verhaspeld.
Dit is echter nog niet alles. Een e-mailtje naar Lageveen-onderzoeker Jurjen Grijpstra resulteerde in een overzicht van zo’n 50 voorouders van Ate Ynses Lageveen en Piertje Jeens!

Laatste update: September 2005