Peru - Lima

Museo Largo - Erotisch beeldje

Klik hier om alle foto's met vergrotingen te bekijken! - Klik hier om de DVD met diashows met muziek + beeldvullende foto's te bestellen!


Bezocht: Plaza de Armas, La Catedral, San Francisco Monasterio, Museo Largo

’s Avonds laat komen we aan op het vliegveld van Lima. We hebben een lange reis van 20 uur achter de rug. De goedkope directe vlucht die we bij Delta geboekt hebben is wel goedkoop maar niet bepaald direct. We moeten overstappen op Atlanta, normaliter al geen lolletje met alle veiligheidsmaatregelen die men tegenwoordig neemt in de US en al helemaal vandaag niet, op de dag dat men zo dom is Bush voor de tweede maal te kiezen (hoe gaat dat liedje ook al weer, zoiets van ‘Shame on you for fooling me once, shame on me for fooling me twice’). Onze vingerafdrukken worden zorgvuldig genomen en de beambte begint aan een reeks belachelijke vragen over onze interesse in de VS, terwijl we toch duidelijk gezegd hebben dat we niet meer dan drie uur hier op het vliegveld van Atlanta hopen door te brengen (wat onze interesse in de VS toch duidelijk samenvat). Op een gegeven moment ben ik zijn vragen over ons reisgedrag zat en vraag hem of hij al ooit in Nederland geweest is. Dat blijkt niet het geval en toen de arme man ook nog op moest biechten zelfs nog nooit in Europa geweest te zijn mochten we doorlopen. We hebben de drie uur wachten redelijk aangenaam doorgebracht achter twee Amerikaans formaten bier, bediend door een reuze gezellige Amerikaans formaat serveerster en kijkend naar een Amerikaans formaat breedbeeld TV, vol langsscrollende statistieken en tevreden kijkende republikeinen (Amerikaans formaat).

Plaza de Armas

Bij aankomst hier in Lima moesten we ook nog eens een uur wachten voor de paspoortcontrole. Bij de ingang van de ruimte stond een bord dat er maximaal 471 (inderdaad, 471, geen 470) mensen in de paspoortcontrole ruimte mochten en zo te zien moesten wij wel nummer 470 en 471 zijn (eigen schuld, ik zie nooit de zin in van het peilsnel uit het vliegtuig sjeezen en dan vervolgens een half uur op je bagage wachten, nou, dat weet ik dan nu). Het is overigens reuze gezellig in de kronkelende wachtrij, mensen die hier al jaren wonen geven tips over te bezoeken plaatsen en splinternieuwe zakelijke contacten worden gevormd. Wij staan in een rij die vastloopt op een wel heel serieuze ambtenaar, gespecialiseerd in het minutenlang met dreigende blik afwisselend naar het paspoort in zijn handen en het bedremmelde bijbehorende gezicht voor hem kijken. We maken er grapjes over met de andere mensen in onze rij, die het ook al opgevallen was maar er uit een restant van respect voor gezagsdragers nog niets over hadden durven zeggen. De man heeft gelukkig met ons weinig moeite, we moeten er wel heel erg onschuldig en super toeristisch uitzien om zo’n milde behandeling te rechtvaardigen.

De ontvangsthal staat propvol duwende Peruanen gewapend met allerlei maten bordjes. We hoeven ons geen zorgen te maken over het transport naar ons hotel, want temidden van het woud van borden zie ik al snel mijn naam op een bord prijken. Daar waren we al bang voor. Eerst lukte het twee weken lang niet om onze reservering erdoor te krijgen (Internet formulier werkte kennelijk niet). Toen we na bellen eindelijk contact met Peru hadden bleek de kamer niet beschikbaar te zijn en werd ons een veel duurder alternatief geboden. Dat hebben we meerdere malen gecancelled, maar hier stonden ze dan toch. ‘Je kunt nooit weten’, zullen ze gedacht hebben. Onze tweede poging tot reservering van een hotelkamer was wel meteen gelukt, deze reservering was op naam van mijn vriend Jacques en het bijbehorende bordje zien we even later wat meer naar achteren in het bordjeswoud opdoemen.

We worden door de bordjesdrager naar buiten geloodst en direct de auto in gemanouvreerd. De auto staat zo te zien geparkeerd op een minder reguliere parkeerplaats. De vriendin van de bordjesdrager zit al in de auto, maar spreekt geen Engels en mijn beperkte Spaans durf ik nog niet uit te proberen. De bordjesdrager zelf spreekt verrassend goed Engels en vraagt belangstellend naar ons reisschema en of we alles al geregeld hebben. Hij vraagt zoveel details en luistert met zoveel interesse dat ik een beetje argwanend aan onze India ervaring moet denken. Maar goed, niet meteen argwanend worden, de man wil ons gewoon helpen met ons busticket zo legt hij uit. Ik zie niet zo goed waarom en hoe maar dat is tenslotte zijn probleem. We rijden door een armoedige en zeer rommelige wijk. Ondanks de donkerte zien we de luchtvervuiling als een gelig waas hangen. Later wordt ons uitgelegd dat dit gebied, het gebied ‘boven de rivier’, ook voor gewone Peruanen niet veilig is. Na een minuut of twintig rijden komen we in een netter deel met steeds grotere gebouwen. We zien ook steeds meer bomen en beplanting. Ons pension staat in Miraflores, de wijk met veel toeristenhotels en kantoren. De wijk ligt aan zee, of beter: kijkt uit over de zee, die een heel eind in de diepte ligt.

Ik moet even de gang op om een foto te maken

Ons pension was door D-reizen beschreven als ‘origineel koloniaans’. Met deze omschrijving blijk je een beetje te moeten oppassen. De gangen in het pension zijn zeer smal en onze kamer blijkt ook klein te zijn: een langgerekt maar zeer smal gangetje wat uitkomt op een net iets breder gedeelte waar men een tweepersoonsbed in heeft weten te proppen. Er is geen raam, zelfs geen luchtgat. Als compensatie voor het gebrek aan licht heeft men de muren een diep soort oker afgewisseld met wit geverfd. Het koloniaanse accent wordt verzorgd door grote, donkere schilderijen in enorme, goudkleurige lijsten. Het is benauwd in de kamer en als het al niet benauwd was zou ik het wel benauwd krijgen van de koloniaanse entourage. Het bed is zeer hard, maar we zijn zo moe dat we meteen slapen. Niet zo lang helaas, want ’s ochtends vroeg blijkt ons bed direct te grenzen aan de receptie. Het lijkt wel of de man bij ons in de kamer zit, zo goed kan ik hem horen. Even later hoor ik iemand rondscharrelen in ons badkamertje. Geschrokken kom ik overeind, maar het licht in de badkamer is uit. Jac heeft geen zin om te gaan kijken en mompelt na aandringen mijnerzijds dat het toch niet erg waarschijnlijk is dat iemand zich in het donker in onze badkamer aan het wassen is en trouwens, wat dan nog. Daar zit iets in moet ik toegeven. Maar de geluiden zijn zo hard dat ik toch ga kijken. Niets te zien natuurlijk. Ik bekijk de piepkleine ruimte wat beter en zie dat die onder de trap gepropt is, overal grote kieren en de muren zijn zoals we al gemerkt hebben niet zo dik, zodoende.

De receptie belt of we ons ontbijt willen. Jac moet helemaal uit bed om de telefoon op te nemen, geheel overbodig, want ik hoor de vragen van de receptionist minstens even duidelijk als de antwoorden van Jac. Of we ons ontbijt willen en of we hulp willen voor het busticket. Dat is dan twee maal ja. Na een zeer eenvoudig ontbijt lopen we richting receptie. Een man die zit te wachten springt enthousiast op. Hij gaat ons helpen met ons busticket. We zijn een beetje beduusd dat iemand zoveel moeite neemt om ons te helpen aan een ticket naar Pisco (ruim 200 km ten zuiden van Lima) en verontschuldigen ons dat we hem hebben laten wachten, al wisten we niet dat er iemand op ons wachtte. Het was geen enkel probleem verzekert de man, een nogal gezette, kleine man, die zich voorstelt als ‘Elias’. Elias spreekt perfect Engels. Hij gaat ons voor naar zijn kantoor, een kleine ruimte vier hoog in een gebouw even verderop. Twee medewerkers van hem zitten achter PC’s. We vinden het allemaal wat vreemd. Elias verzekert er zich nog even van dat we niets gereserveerd hebben en begint ons reisschema op papier te zetten. Kennelijk wil hij meer regelen dan alleen de busreis naar Pisco, begint ons duidelijk te worden. Jac en ik kijken elkaar eens aan en concluderen dat het geen kwaad kan om eerst eens af te wachten wat de man gaat voorstellen. Dus haal ik mijn getypte reisoverzicht te voorschijn. Elias is een moment uit het veld geslagen, maar herstelt zich snel. Hij begint meteen te strepen. Twee nachten in Nazca is natuurlijk onzin, zo legt hij uit, er is absoluut niets te doen in Nazca behalve die vlucht over de Nazca lines. Dan kan je beter meer tijd in Cuzco nemen. Ook Puno wordt met ferme hand ingekort. De eilanden zijn leuk maar dan heb je het wel gehad, en bovendien moet je zorgen dat alles zo uitkomt dat je op een donderdag of zondag de markt in Pisac (heilige vallei bij Cuzco) kan bezoeken. Een overnachting in Tacna voor de grensovergang naar Chili weet ik met veel moeite te redden, maar op de terugweg moeten we wel in één keer door.

Biertje op de Plaza de Armas

Elias bekijkt met grote droefheid ons geplande verblijf van twaalf dagen in Chili. Helaas helaas kan hij daar niets regelen. Maar inmiddels is hij ook naar onze hotelwensen aan het informeren. We leggen uit dat we de hotels ter plekke willen reserveren, zodat we eerst kunnen kijken waar we terecht komen. Dat is helemaal niet nodig zo legt Elias ons uit, hij weet precies welke hotels geschikt zijn voor ons, die hotels zitten doorgaans vol dus die moet je wel van te voren reserveren. En verder wordt je bij het zoeken naar een hotel nogal lastig gevallen door zeer behulpzame taxichauffeurs die niet naar het hotel rijden wat je noemt, maar naar het hotel waar zij een goede relatie mee hebben. Elias’ plannen lijken ons niet wezenlijk anders, maar goed. Na onze eerste overnachting in een pension dat we zelf geregeld hebben zijn we iets minder overtuigd van onze vaardigheid in het regelen van geschikt onderdak en in plaats van op te staan en het kantoortje te verlaten begin ik uit te leggen dat ik een raam toch wel een onontbeerlijk onderdeel van een hotelkamer vind. Elias en medewerkers knikken begrijpend. Dat heb je zo met die toeristen. Ook diverse excursies worden al ingepland, het is lastig om die op korte termijn te regelen als je net aangekomen bent, zo legt Elias uit. Er wordt getelefoneerd, op toetsenborden geklopt, flink gerekend en dan krijgen we een aanbod: 1250 dollar. Ik hoop nog als totaal bedrag, maar nee hoor, pp. We eien wat maar kunnen ons niet meer zo goed voor de geest halen waarom we eigenlijk persé alles ter plekke wilden regelen. Zo is het toch veel makkelijker en hebben we precies het reisschema dat we wilden (nou ja, iets aangescherpt door de lokale input).

Ik poog snel uit te rekenen hoeveel dit alles onszelf naar schatting zou kosten. Dat is lastig schatten. Het lijkt wat aan de dure kant maar we gaan toch akkoord, toch wel aanlokkelijk makkelijk, overal opgehaald worden en hotels al geregeld. Achteraf gezien hadden we natuurlijk moeten afdingen, maar goed, op je eerste dag in een vreemd land laat je je altijd ergens inluizen. Dit kostte ons naar schatting een extra 1000 dollar, maar eerlijk is eerlijk, in de praktijk blijkt het heel prettig om overal vervoer te hebben (behalve als er even iets misliep…) en de hotels bleken prima te zijn. Zelf hadden we waarschijnlijk wat goedkopere hotels en pensions uitgezocht, maar wat luxe was toch wel fijn, reizen in Peru is op zich al best inspannend (de ene tocht aanzienlijk meer dan de andere overigens…).

Elias wil graag ook meteen onze bezichtiging van ‘downtown Lima’ organiseren, maar wij vinden het nu mooi geweest en willen gewoon zelf op onderzoek uit. Grootmoedig geeft Elias toe, op voorwaarde dat we op tijd terug zijn aan het eind van de middag om hem de rest van zijn geld cash te overhandigen (de ‘speciale’ prijs was nl berekend op cash betaling en niet op creditcard, zo bleek). Met nog een lading waarschuwingen over waar we wel en waar we niet heen mogen (Elias krijgt bijna een beroerte als ik op de kaart het gebied boven de rivier vragend aanwijs, we hebben nog maar een klein deel betaald tenslotte) en hoe we vooral goed van te voren de prijs voor een taxi moeten afspreken, laat hij ons uit.

We nemen een taxi naar ‘Plaza de Armas’, laten ons letterlijk en figuurlijk afzetten door de taxichauffeur (hij hield vol dat de afgesproken, toch al te hoge, prijs de prijs per persoon was) en strijken neer op een bankje midden op het plein. Het is aangenaam weer, in Holland was het koud en nat maar hier is het begin november aangenaam weer, een graad of 20 en een windje. De zon komt net niet helemaal door, het is een beetje heiig door de lucht-vervuiling. Het plein is keurig bijgehouden, net gras met kleurige perkjes bloemen. Het is niet echt druk, wel zijn er veel duiven. We kijken uit op de witte ‘Catedral’ aan de overkant van het plein. Achter ons staan statige koloniale gebouwen, aan weerskanten van een ruim opgezette doorloop naar een volgend plein, okergeel met zwarte uitbouwtjes. Een koets met paard ervoor staat op eventuele toeristen te wachten. Het geheel maakt een veel nettere indruk dan we verwacht hadden na alle verhalen over Lima. Natuurlijk is dit ook alleen het centrum, geschikt gemaakt voor toeristen, waarvan er overigens niet veel zijn. Links is de woning van de president, een statig gebouw met bewaking in uniform. President Alejandro Toledo won de verkiezingen in 2001 relatief eenvoudig, de eerste president die zelf een lokale taal van de indianen sprak. Maar van de vele beloften die hij bij zijn verkiezing gedaan had is nog zeer weinig terecht gekomen, zoals ons uitgelegd wordt door een man die al snel nadat we op het bankje neergestreken zijn ons gezelschap komt houden. De populariteit van de president ligt momenteel nog onder de 10%, zo vertelt hij. Wekelijks zijn er demonstraties in Lima, deze middag wordt er ook één gehouden. Zelf zullen we een paar weken later in Tacna, op de grens met Chili, in een grote demonstratie tegen de president terecht komen.

Audientie

Nadat onze politieke informant vertrokken is krijgen we gezelschap van een man die graag geluksmunten met ons wil uitwisselen. Hij schenkt ons zomaar twee munten van 1 soles met een lama erop en wil graag een euro van ons terughebben. Dit ivm het geluk dus. En in verband met zijn vijf bloedjes van kinderen, waar hij een foto van paraat heeft, zou vijf euro eigenlijk wel zo handig zijn. We hebben geen euro’s bij de hand? Ach, dollars brengen ook geluk. We waren door Elias al van onze dollars ontdaan dus hij had pech. Later blijkt de 1 soles munt die we van hem kregen geen geldig betaalmiddel te zijn, maar ja, je moet geluksmunten ook niet zomaar gaan uitgeven natuurlijk. De muntenman wordt afgelost door een man die een beduimeld schrift open slaat waarin hij alle voetballers van de wereld, vroeger en nu, zo’n beetje heeft staan. Het gesprek komt op Farfan, de Peruaanse voetballer die bij PSV speelt en Jac legt uit dat dat onze club is (nou ja, we wonen er vlak bij). Dan verschijnen twee studentes die hun Engels willen oefenen en vervolgens een jongeman waarvan niet helemaal duidelijk wordt wat hij precies wil oefenen. We leggen uit dat het de hoogste tijd voor ons is om de kathedraal te gaan bezichtigen. Einde audiëntie.

De kathedraal
Het koor met de schroefloze engelen

De kathedraal is zeer ruim en mooi sober. We worden rondgeleid door een jongeman. Het was eigenlijk niet de bedoeling een gids te huren, maar ik dacht dat de kaartverkoopster met ‘guide’ een boekje bedoelde… En dan wil je zo iemand niet teleurstellen. Onze gids stelt ons overigens bepaald niet teleur, wel is ie een beetje moeilijk te verstaan (zo af en toe is het duidelijker als hij de woorden gewoon in het Spaans zegt) maar hij vertelt zeer onderhou-dend over de Spaanse veroveraar Francisco Pizarro, waar hij in het geheel geen haatdragende gevoelens voor lijkt te koesteren maar eerder een soort trots. Hij vertelt hoe de man uiteindelijk onthoofd is en zijn hoofd en lichaam jarenlang gescheiden begraven zijn geweest. Nu zijn lichaam en hoofd weer verenigd. We krijgen zijn graftombe te zien (gelukkig niet de inhoud). Verder vertelt hij over het aardbevingverleden van de kathedraal. Dit deel van Peru ligt op een breuklijn (die loopt langs de hele Andes) en aardbevingen komen regelmatig voor. Dit biedt kerkenbouwers een goede leerschool voor het bouwen van aardbeving-proof kerken. Vrijwel alle kerken die we zijn tegengekomen zijn tenminste één keer volledig verwoest. Sommige zelfs meerdere keren. In deze kathedraal werkt men met holle pilaren om de fricties op te vangen en het gewicht laag te houden. Het koor, geheel van hout, is helemaal gemaakt zonder schroeven te gebruiken. Alles past keurig met zwaluwstaartachtige verbindingen in elkaar. Zo worden de torsie spanningen beter opgevangen en verdeeld. De gids wijst op de houten engelen, halverwege het koor, en legt uit dat alles instort als je de engelen verwijdert. Mooie beeldspraak.

Kindeke Jezus

Wijzend op mijn (niet echt onopvallende) fototoestel vraagt de gids of ik geen foto’s wil nemen. Ik antwoord dat ik dat liever op mijn gemak na afloop van zijn rondleiding doe. Ter verduidelijking leg ik uit dat Jacques dan ergens rustig op een kerkbank gaat zitten, terwijl ik mijn foto’s neem. Jac knikt berustend en de gids vindt het reuze komisch, ziet het al voor zich kennelijk. Hij kan een grapje wel waarderen, want als ik later bij het bekijken van de uitgebreide verzameling die een vroegere kerkvader aangelegd heeft zeg dat de kerkvader wel van spelen gehouden moet hebben, dit nav een kindeke Jezus compleet met kribbe, wat aan- en uitgekleed kon worden (het kindeke), vindt hij dit ook zeer grappig. Het idee van zo’n serieuze kerkvader die eigenlijk stiekem met poppen speelt spreekt hem kennelijk ook wel aan. En dan vertelt hij nog over de geheime gangen in de kathedraal. Verborgen deuren in de holle pilaren gaven toegang tot deze gangen, wat uitkomst bood voor mensen die door de inquisitie gezocht werden. De gangen zijn verbonden met tunnels, oorspronkelijk gemaakt om te vluchten voor piraten. De gids toont ons het begin van een tunnel onderin de gewelven van de kerk. Reuze spannend. De tunnels verbinden deze kathedraal met het naburige San Francisco Monasterio en lopen hoogstwaarschijnlijk helemaal door naar zee. Het ‘Indiana Jones’ gehalte van het verhaal wordt steeds groter als de gids ook nog vertelt dat diverse onderzoeksteams de tunnels hebben geprobeerd in kaart te brengen, maar de lucht in de tunnels is zo slecht en de staat van de tunnels is zo bouwvallig dat men niet ver kwam. Volgens hem vielen er zelfs doden, waarna de regering verdere expedities verboden heeft. Geld voor restauratie is er niet. Na afloop van de rondleiding geven we de gids een ruime fooi, waarop hij uitlegt dat hij ook met ons heel tevreden is, we hebben hem aan het lachen gemaakt zo verduidelijkt hij.

Later, op de terugweg, als we ook nog een dag in Lima hebben, zullen we het San Francisco Monasterio nog bezoeken. Een prachtig klooster maar je wordt er met een noodtempo doorgesleurd, zodat ik tot ergernis van Jac op een gegeven moment op een onherstelbare achterstand dreigde te raken. Gelukkig vond ik net op tijd weer de aansluiting toen de gids de catacomben inging, het belangrijkste punt voor veel toeristen, niet vanwege de spannende tunnels maar vanwege de grote hoeveelheden creatief gerangschikte menselijke schedels en beenderen. Een aardig beginpunt voor een nieuwe Indiana Jones film.

De beenderen in de catacombe van San Francisco

Veel toeristen bezoeken Lima maar één dag of slaan zelfs Lima helemaal over. Dat is niet terecht. Het Plaza de Armas, de winkelstraten, de kathedraal en het Monasterio zijn zeer de moeite waard. Verder heeft Lima vele musea, waarvan wij alleen ‘Museo Larco’ bezocht hebben. Dit is een privaat bestuurd museum met een werkelijk fantastische collectie aardewerk. Wij bezochten het museum op de terugweg, toen we al veel mooi aardewerk gezien hadden en steeds geïnteresseerder raakten. En nee, de interesse kwam niet alleen door de uitgebreide collectie erotisch aardewerk (voornamelijk Mochica cultuur), al moet ik toegeven dat ik in het geheel geen moeite hoefde te doen om Jac tot dit museumbezoek over te halen…

Doorreizen naar Pisco >>>


Terug naar Virtual Traveling home