Peru - Pisco

Islas Ballestas zeeleeuw

Klik hier om alle foto's met vergrotingen te bekijken! - Klik hier om de DVD met diashows met muziek + beeldvullende foto's te bestellen!


Bezocht: Plaza de Armas, NP Paracas, Islas Ballestas, Tambo Colorado
Plaza de Armas in Pisco

Na 4 uur rijden vanuit Lima in onze ‘Royal Class’ bus komen we in Pisco aan. De Royal Class valt echt mee, alleen schieten de stoelen zo af en toe spontaan in de lig-stand. De bus zit niet vol, er zitten alleen toeristen in de bus en sommigen hebben alle stoelen in de bus al geprobeerd in de hoop een stabiele te vinden. Jac heeft geen problemen, die ligt relaxed achterover. Vanuit de bus zien we vooral zandheuvels, veel zand dus en zand is precies dàt wat we de komende weken heel vaak zullen zien. Wisten wij veel dat dit kustdeel van Peru en al helemaal het noorden van Chili één grote woestijn is! Op plaatjes van Peru zie je altijd het tussen hoge, dichtbegroeide, groene toppen gelegen Machu Picchu. Er is een boel oerwoud in Peru en dus neem je automatisch aan dat het hele land wel uitbundig groen zal zijn. Maar dat is absoluut niet het geval. In Peru is alles extreem en hier zitten we in het gedeelte ‘extreem veel zand’. Jac had zich veel zorgen gemaakt over de regentijd en wantrouwde mijn gerustst ellende woorden dat ik in de klimaatstaatjes helemaal geen neerslag van betekenis zag, het hele jaar door. Nu blijkt het hier inderdaad gewoon niet te regenen. Alleen aan de andere kant van de Andes, daar regent het wel, dat krijg je in tropisch regengebied! Machu Picchu is het enige punt van onze reis waar we te maken kunnen krijgen met regen.

Mariabeeld in Iglesia de la Compania, het lievelingsbeeld van de koster

Pisco ligt ruim 200 kilometer ten zuiden van Lima aan zee. Pisco is een eenvoudige plaats met één net plein (Plaza de Armas, zo noemen ze in Peru altijd het centrale plein) en één echte winkelstraat. Daarbuiten verpaupert Pisco snel en is het volgens Carlos - de zeer slome jongeman die ons keurig zoals beloofd door Elias ophaalt bij het busstation - niet echt veilig meer. We beperken ons dus tot het pleintje en de winkelstraat, waar ons hotel ook is, met maar één uitstapje naar de Jezuïetenkerk achter het pleintje. Dit is een beetje vervallen maar zeer sfeervolle kerk, leeg op een paar beelden, diverse duiven en een zeer enthousiaste koster na.

Iglesia de la Compania

Je begrijpt dat we op onze beperkte verkennings-tocht zeer regelmatig door de winkelstraat komen, en elke keer dat we passeren worden we aangehouden door een drietal knappe jonge vrouwen, die wel zeer vastberaden zijn om ons in de aangelegen restaurantjes te krijgen. Met beloftes van ‘Mañana’ schieten we niets op, nee het moet vandaag en eigenlijk gewoon nú! Na de vijfde keer binnen een uur door het straatje gelopen te zijn bezwijken we en beklimmen het bouwvallige trapje naar de ook al enigszins bouwvallige ‘balconies’ tegenover ons hotel. Voordeel is dat we even van alle gezeur af zijn. Verder kunnen we het gebeuren in het straatje recht onder ons leuk in de gaten houden en dan blijken de cocktails nog helemaal niet zo duur te zijn, dit in grote tegenstelling met de ‘balconies’ in Arequipa en al helemaal in Cuzco die we verderop in de vakantie zullen bezoeken. Ook is het prima even van Carlos verlost te zijn, die ondanks zijn slome persoonlijkheid verrassend vaak opduikt. Als ik op het pleintje wil telefoneren hoor ik gefluister achter me: ‘Elisssabeth Elisssssssabeth’. Een beetje rare ervaring hoor, als je op een wildvreemd pleintje in Zuid Amerika opeens je naam hoort slissen. Ja, dat was Carlos dus met nog wat nuttige suggesties.

Islas Ballestas - Inca tern

’s Ochtendvroeg gaan we op excursie naar de ‘Islas Ballestas’. We worden heel vroeg opgehaald door Carlos, om vervolgens een uur te moeten wachten op de boten waarmee we naar de eilanden zullen gaan. Kennelijk is het de bedoeling dat we nog wat consumeren of misschien is het logistiek gewoon lastig om zoveel verschillende groepen bij elkaar te krijgen. We consumeren niets maar investeren wel in twee originele ‘Islas Ballestas’ petjes, die volgens Carlos onontbeerlijk zijn ivm de vele meeuwen die bij de eilanden rondvliegen, waarbij je risico loopt een stevige flets op je hoofd te krijgen. En als je in de buurt van de eilanden komt en de enorme stank van de ‘guana’ ruikt, ben je best blij met je hoofddeksel! In de verte zien de witte eilanden er heel romantisch uit, maar als je dichtbij komt en ziet of beter ruikt dat het wit puur stront is, gaat er toch iets van de romantiek verloren. Maar pinguïns maken voor mij alles goed, en dan zit op iedere rots ook nog een keurig poserende zeeleeuw - ooit een grot vol zeeleeuwen geroken? Verder hebben we een onrustige maar niet al te ruwe zee, mooi opspattend water, zeer fotogenieke eilanden (op foto’s ruik je niets tenminste dat hoop ik voor je) en behalve de gewone meeuwen ook kleurrijke ‘Inca terns’ en vele andere vogels. Zowel heen als terug komen we langs de ‘Candelabra’, een 150 meter hoge tekening van een cactus op een bergwand. Dit type cactus lijkt op een kandelaar, vandaar de naam. De tekening is gemaakt door het losse zand weg te halen en aan de zijkant op te stapelen. Daar waar het losse zand weggehaald is, verschijnt de donkere ondergrond. De tekening is al honderden jaren oud en houdt zichzelf intact, de wind die over de berghelling gezogen wordt blaast de tekening schoon.

Candelabra
Wij reizigers met echte Isla Ballestas petjes

Terug in de haven besluiten we ook nog de excursie naar het nabijgelegen Nationaal Park Paracas te doen. Ik wil eigenlijk alleen de flamingo’s zien – als het woord flamingo’s valt word ik zeker even fanatiek als bij pinguïns of zeeleeuwen – maar dat kan niet, je moet het hele park doen of niets. Zodra we bij de flamingo-stop zijn begrijpen we dit beter. We lopen naar de uitkijktoren vanwaar we de flamingo’s kunnen bezichtigen zonder ze lastig te vallen. Aan de andere kant van de uitkijktoren is een halve cirkel met stenen aangelegd, hier mogen we niet voorbij. De kans dat wij de flamingo’s zullen storen lijkt ons overigens niet enorm groot. Want alhoewel het beredruk is bij deze flamingostop is er in de verste verte geen flamingo te zien. De zee is circa 500 meter verderop en daar zie je als je een goede verrekijker hebt een paar stipjes, die met veel goede wil eventueel flamingo’s zouden kunnen zijn. Ooit zijn ze wel dichterbij, zo legt onze gids uit. Bij gebrek aan flamingo’s laten we onszelf maar op de foto vastleggen, met onze originele ‘Islas Ballestas’ petjes zijn we met z’n tweeën ook best een bezienswaardigheid.

Afgezien van de flamingostop is de excursie overigens zeer de moeite waard. Het nationale park is een woestijn, maar de heuvels hebben allerlei kleuren en we mogen fossielen zoeken. Onze buschauffeur krijgt ‘Parijs-Dakar’ ambities en sjeest steeds harder over de zandweg of eigenlijk is het niet duidelijk dat hier de weg is en niet even verderop. Hij geeft flink gas als hij een zandheuvel oprijdt, we dansen eroverheen en storten ons met bus en al in de diepte. Het gaat wel een beetje erg hard maar kennelijk is het een vast onderdeel van het excursievermaak, want de gids kletst rustig door met de chauffeur.

Spelende schoolkinderen in visserdorpje Lagunillas

We lunchen in een piepklein vissersdorpje, waar alleen vissers en toeristen komen. En school-kinderen, zo blijkt vandaag, twee bussen origineel Peruaanse schoolkinderen bezetten het strand. Op aanraden van onze gids nemen we ‘het enige restaurant waar je verantwoord kan eten’ (vertaling: het restaurant waar de buschauffeur innige connecties mee heeft, maar we hebben toch niet het lef het restaurant ernaast uit te zoeken, je kunt nooit weten…). Eerlijk is eerlijk, onze ceviche, rauwe vis gemarineerd in citroensap, iets dat we nog nooit gegeten hebben, is werkelijk verrukkelijk. En we houden niet eens zo van vis! We hebben er frietjes bij, Jac is een gelukkig mens, was er vast van overtuigd dat hij in Peru alleen rijst en bonen te eten zou krijgen. Valt dat weer mee!

De Cathedral, prachtige kust!

De volgende dag gaan we op excursie naar ‘Tambo Colorado’, een 40 kilometer verderop gelegen Inca ruïne. De naam is ontleend aan de gekleurde stenen. Origineel was de Inca nederzetting geheel gekleurd in rood, okergeel en zwart. Nu zie je op nog maar een paar plaatsen een restant van de kleuren, die steeds in wisselende patronen gebruikt werden, een teken van de belangrijkheid van de vertrekken. Het moet zeer indrukwekkend geweest zijn. Wat iets minder indrukwekkend is, is het blokfluitconcert waar onze Carlos ons ter opfleuring van de heenreis op vergast. Hij probeert dat typisch Peruaanse melodietje te spelen wat je vast wel kent van de vele straatgroepen die je in Nederland o veral hoort (in Peru kom je ze alleen in de echte toeristen restaurants tegen). Carlos legt ons geheel overbodig uit dat hij zichzelf heeft leren blokfluitspelen. Wij knikken dat we het heel mooi vinden. Gelukkig bergt hij de fluit weer op.

Tambo Colorado

Om eerlijk te zijn valt de Inca ruïne ons een beetje tegen. Het is een uitgebreide nederzetting die zeer functioneel oogt. Carlos vertelt dat het geen vaste woonplaats was, maar een soort herberg voor militairen op doorreis. En zo ziet het er ook uit. Wij hadden iets verwacht zoals de Maya piramides in Mexico en Guatemala. Maar de Inca’s zijn meer functioneel en militair ingesteld dan de Maya’s, waar het geloof in de samenleving wellicht een nog belangrijkere rol speelde. Niet dat de Inca’s geen vakmensen zijn en geen prachtige dingen maken, maar ze zijn praktisch. Geen piramides dus, maar gewoon een complex met kamers. Doordat Machu Picchu tegen een steile helling gebouwd is heeft het iets piramide-achtigs. Tambo Colorado is op plat terrein gebouwd, een vlakte naast een rivier. Het rijk van de Inca’s omspande geografisch zeer verschillende gebieden. Men bouwde met het materiaal dat ter plaatse voorhanden was, in dit geval klei gemengd met kleine stenen. De daken waren van hout, vandaar dat geen enkel dak bewaard gebleven is, dit tot Jacs’ verdriet. Rangen en standen zijn heel belangrijk bij de Inca’s, aan de hoeveelheid ramen van een vertrek en aan de uitvoering van deze ramen, hoeveel trapjes de opening heeft, kan je de rang van degenen voor wie deze kamer bestemd was direct afleiden: gewone militairen, priesters, de opper Inca. Onderin de ramen stond de poema, de god van de aarde, één trapje hoger de slang, de god van het water en daar weer boven de condor, de god van de lucht. Helemaal bovenaan natuurlijk de zon, de allesomvattende god. Carlos legt het ons heel enthousiast uit. Hij voelt zichzelf ook wel een beetje een Inca en bij gebrek aan andere Inca’s poseert hij voor onze foto’s. Als ik hem maar niet uit beeld krijg verzin ik een list: ‘Goh Carlos, als jij nu eens daar (flink verderop wijzend) gaat staan, dan kan ik een mooie foto van het geheel maken’ - en dan snel de gewenste foto’s maken. Natuurlijk heb ik hem ook vastgelegd en hem de foto’s later gemaild, hij mailde braaf direct terug dat hij er heel blij mee was.

Tambo Colorado

We hebben het erg warm. Op de tocht hier naartoe was het nog fris, we zagen zelfs Peruanen lopen met winterjassen aan en mutsen op (later merken we dat Peruanen al snel bij ‘lage’ temperaturen hun winterkleding aan doen). Wij zijn gekleed in echte toeristenkleding: korte broek en T-shirt. Maar wij krijgen gelijk, de zon komt door en het is bloed- en bloedheet tussen de muren van de ruïne. In Tambo Colorado ligt aan één kant een enorm plein, vroeger propvol met militairen. Hoe langer we rondlopen, hoe makkelijker het me valt om in gedachten het complex vol Inca’s te zien. We zijn helemaal alleen in Tambo Colorado, maar goed dat Carlos er is, anders zou het zelfs een beetje eng zijn.

Carlos stelt nog een kleine wandeling voor, dan kunnen we echte Inca graven bezichtigen. Wij lopen achter hem aan. De graven vallen nogal tegen, we hebben het bloedheet en zien alleen wat botten waaraan het Inca gehalte niet valt af te lezen. Carlos heeft dorst en vraagt of wij geen water bij ons hebben. Dat hebben we niet. Aan de rand van het Inca complex is een armoedig huisje, van de bewaker wellicht? Hier vraagt Carlos wat water. Een klein kind komt aangerend met wat water in een oude beker. Carlos vraagt of wij ook wat willen. Dat lijkt ons beter van niet. Later die dag blijkt dat Carlos zelf ook beter dit water niet had kunnen drinken, want ’s avonds komt hij niet opdagen om ons naar de bus te transporteren. We lopen langs het reisbureau en horen dat hij opeens ziek geworden is, last van zijn buik! Zo zie je maar: oppassen met het water! Of zouden we toch niet enthousiast genoeg geweest zijn over zijn blokfluitspel??

Doorreizen naar Nazca >>>


Terug naar Virtual Traveling home