Chili - NP Lauca

Vicunas in NP Lauca

Klik hier om alle foto's met vergrotingen te bekijken! - Klik hier om de DVD met diashows met muziek + beeldvullende foto's te bestellen!


Bezocht: Putre, NP Lauca, Lago Chungara, Salar de Surire
Lluta vallei

Vanuit Arica rijden we met onze 4-wheel drive naar Putre, dat is 150 kilometer oostwaarts in de Andes op 3850 meter hoogte. De weg is goed. Onderweg zien we ´geoglyphes´, grote tekeningen (eigenlijk steen patronen rond wit zand) van vooral lama-achtige beesten en een gigantisch maanmannetje (84 meter) op zandhellingen. We volgen de Lluta vallei, één en al zand behalve in het midden, vlak rond de rivier, daar is een groene band. Van boven gezien is het helemaal opmerkelijk, het doet me een beetje aan de Nijl in Egypte denken.

Putre is een wel heel klein plaatsje. We hadden wat meer faciliteiten verwacht aangezien het de uitvalsbasis voor nationaal park Lauca is en überhaupt de enige plaats van meer dan 10 huizen in dit zeer uitgestrekte gebied van de Andes is. Maar nee, Putre is een zanderig hoopje huizen van klei en steen met platte dakjes. Er zijn diverse simpele winkeltjes en een aantal heel eenvoudige (maar gezellige) hostals, gerund door Aymara indianen. De toeristen moeten hier acclimatiseren voordat ze Lago Changará, het beroemde meer op 4500 meter, gaan bekijken. Als je mazzel hebt heb je soms zelfs warm water om even snel te douchen, wel handig want het wordt aan het eind van de middag erg fris, in de zon bloedheet, te heet en in de schaduw mede door de wind te koud!

We lopen wat rond in het plaatsje, heel rustig aan vanwege de hoogte. Tot onze schrik heeft men geen Internet (letterlijk op iedere straathoek heeft men normaliter Internet), welgeteld 1 publieke telefoon en geen enkel pompstation! Wij hebben onze drie reserve tanks niet volgetankt in Arica, door de hoogteverschillen krijg je problemen met drukverschillen. Geen onoverkomelijk probleem als je op tijd ontlucht, maar het leek wel zo makkelijk in Putre te tanken. We hadden nooit verwacht dat er geen tankstation zou zijn, je kunt moeilijk iedere keer 150 kilometer terugrijden naar de kust naar het dichtstbijzijnde tankstation! Onze hostal baas heeft gelukkig in de kleine achterplaats waar de kamers op uitkomen een opstapeling van benzinetanks. De opslag zou in Nederland ook zonder strenge veiligheidsregels ondenkbaar zijn! Alle pensiongasten zitten overdag in het gangetje dat uitkomt op de bewuste achterplaats. Het stinkt er doorlopend naar benzine. Maar we waren toch wel erg blij dat we konden tanken, al is de benzine hier de helft duurder dan in Arica, de hostal baas gaat de jerrycans zelf wekelijks halen in Arica. Dus volgde ´s avonds en de volgende avond een uitgebreid tankritueel, waarbij de benzine van een grotere tank in drie kleinere overgeheveld werd (slangetje moest even aangezogen worden...) en vervolgens de drie kleinere weer naar onze tank en reserve tank (hier kon je wegens kleinere opening aanblazen, je leert allerlei nuttige dingen hier!).

Vroeg in de ochtend

We hebben na ons vorige verblijf in de Andes (Colca Canyon in Peru met hoogste punt 4900 meter) iets minder last van de hoogte, maar Jac heeft wel weer hoofdpijn en ik word bij het avondeten opeens erg misselijk - wat niet alleen door de hoogte komt maar ook door een voor mij fatale combinatie van gasopwekkende bruine bonen soep, een soort peterselie en rode uien. Je moet er wel wat voor overhebben!

Viscacha

De volgende morgen ontbijten we in de kamer met wat brood en kaas wat we de vorige avond gekocht hebben, je kunt hier nergens ontbijten. Om half 7 gaan we op weg, nationaal park ´Lauca´ in. De weg is nu niet zo goed meer, wel asfalt maar overal kapot gevroren. De weg gaat meteen flink omhoog. Het licht is prachtig, mooi geel/oranje/rood gekleurde vulkanen en geel oplichtende graspolletjes. We zien ladingen vicuña´s onderweg (wilde lama´s), in de Colca Canyon hebben we ze ook gezien maar daar begrepen we dat ze schaars waren. In de nattere stukken - ja die zijn hier echt ook, als je maar boven de 3500 meter bent - zitten veel schattige konijnen. Ze heten viscacha’s en lijken een beetje op bergmarmotten zoals je ze in de Franse alpen ziet, met een hele lange staart. Verder zagen we nog een verdwaalde kleine struisvogel.

Lago Changará, het hooggelegen meer, prachtig blauw met aan de overkant een besneeuwde tweeling vulkaan en rechts een zachtjes rokende vulkaan, zit vol met eenden, ganzen en meeuwen. Bij mijn foto pogingen krijg ik ruzie met een vogel die vindt dat ik wel wat erg dicht bij zijn nest kom, hij valt me aan met duikvluchten (een verschijnsel waar ik niet geheel onbekend mee ben vanwege ons lieve valkparkietje, die onze huiskamer tot zijn eigen territorium uitgeroepen heeft, maar dat is een ander verhaal). Ik maak mooie foto´s van het meer en de vulkanen en natuurlijk de eenden, die doorlopend bezig zijn met het verzamelen van waterplanten in hun bek en vervolgens naar hun grote nest op het water slepen. Jac heeft nu heel veel last van hoofdpijn en blijft zoveel mogelijk in de auto. Ik heb zowaar geen last van hoofdpijn en ben eigenlijk ook te enthousiast over het landschap en alle vogels om ergens last van te hebben. Ondanks de hoogte is het niet zo koud, ik kan gewoon in T-shirt en korte broek rondlopen. Het is alleen flink oppassen met de zeer felle zon. Maar ja, het is toch moeilijk om dat echt serieus te nemen, al hebben we bij de Braziliaan tijdens de Colca Canyon excursie al gezien wat er kan gebeuren. Natuurlijk ben ik dus flink verbrand, zelfs op mijn kuiten en de achterkant van mijn ellebogen! Jac heeft veel minder last met verbranden maar is verderop in de vakantie wel gaan vervellen zodat hij deels roze en deels zwart werd, een soort inverse flamingo.

Lago Chungara

´s Middags doen we heel rustig aan, want de volgende dag hebben we een flinke tocht voor de boeg. We kunnen eenvoudig over de weg terug naar Arica en dan over de ´Pan American´ (de snelweg die over een groot deel van Zuid Amerika langs de kust loopt) naar het zuiden, maar ja, in de Lonely Planet staat ook een alternatief waarbij je midden door drie andere nationale parken naar het zuiden kan rijden - respectievelijk door NP Lauca, door Monumento Natural Salar de Surire en door Parque Nacional Volcán Isluga - en vervolgens terug naar de kust, naar Iquique. Zeer verleidelijk, vooral omdat het allemaal zandpaden zijn en de nationale parken zeer verlaten zijn, toeristen komen voornamelijk in NP Lauca. In de zomer kan de tocht niet volgens de Lonely Planet vanwege een oversteek van een rivier, maar het is nog geen zomer dus geen probleem.

In het begin rijdt de zandweg prima, zelfs veel beter dan de asfaltweg die overal kapot gevroren was. Het landschap is fantastisch, zeer uitgestrekt, overal vicuña´s, de rokende vulkaan van gisteren komt steeds duidelijker in beeld. De vulkaan is ondanks het roken aan de achterkant nog geheel met sneeuw bedekt. Andere bergen hebben de prachtigste kleuren, je hebt de rood – oranje - roze – gele variant hier veel, maar andere bergen hebben olijfgroen (koper) – oker - wit – grijs – zwart nuances. Moeilijk fotograferen in zo´n weids landschap, het gevoel komt niet over. Jac maakt wat video opnames, op video kan je de weidsheid beter vastleggen.

Flamingo's in Salar de Surire

We komen bij een groot zoutmeer (Salar de Surire) waar een Borax mijn staat en staan midden op de uitgestrekte vlakte tussen de zouthopen. Dit kan niet de bedoeling zijn! Even hebben we geen idee meer waar we heen moeten, maar gelukkig zijn er werkers in de buurt die ons de weg wijzen (handig toch een klein beetje Spaans al blijft het heel lastig).   Aan de andere kant van de zoutvlakte is een lagune waar ik in de verte flamingo´s zie, ik loop er meteen heen en maak foto´s. Jac vindt dat niet zo nodig na alle rolletjes flamingo´s die ik in Kenia en Tanzania geschoten heb, maar flamingo´s zijn nu eenmaal onweerstaanbaar (voor mij dan) en nu heb ik weer een geheel nieuwe achtergrond! Bovendien lijkt dit een andere soort, ze zijn witter met heel felroze stukken.

Na de mijn wordt het nog rustiger. De weg verslechtert snel en wordt bochtiger, smaller, met veel kuilen en afwisselend flink omhoog en omlaag. Bij een scherpe bocht doet de rem het opeens helemaal niet meer. Die deed het toch al wat minder – misschien door het stof denkt Jac, maar vlak voor de bocht trap ik helemaal door de rem heen. Ik schakel snel van 3 naar 2 terug en probeer zo goed mogelijk slippend te sturen. Het lukt redelijk maar we schieten toch nog net een eindje de berm op. Gelukkig is de berm op die plek niet al te ruw (en gelukkig is er een berm…). Puf. Na even bijkomen rijden we in bejaardentempo door. Na wat experimenteren blijkt dat de rem het wel doet als we maar heel regelmatig pompend remmen, maar echt hierop vertrouwen durven we vanzelfsprekend niet… Het probleem blijkt alleen op te treden op stof en hobbel wegen hoog in de Andes, op de Pan American hebben we nergens last van. Hoogstwaarschijnlijk is het remprobleem een gevolg van de hoogte. Een piepkleine luchtbel die aan de kust geen enkel probleem oplevert, zwelt door het drukverschil op deze hoogte enorm op.

NP Lauca - Kerkje bij Parinacota

Aan bewegwijzering doet men niet zo in Chili. Zelfs in grote plaatsen vind je alleen een bord als al 100% duidelijk is dat je op de hoofdweg zit en dan weet je zelf ook wel of je naar het zuiden of het noorden moet. Op deze zandpaden zet men wel zo af en toe (tamelijk random) een waarschuwing voor een scherpe bocht, maar je wordt verondersteld zelf te weten waar je bent. Nu is de weg meestal wel duidelijk, tot we bij een twijfelkruising aankomen. We hebben alleen een heel globale kaart van heel Chili, een oeroud exemplaar, het enige van de ‘Automóvil club de Chili’ in Arica, gratis gekregen. Daar hebben we nu niet veel aan. Op de kaart staan enkele weggetjes door dit gebied, maar we hebben geen idee op welke we zitten en om eerlijk te zijn weten we niet eens op welke we zouden moeten zitten… Auto´s zijn we de laatste paar uur niet meer tegengekomen. Op de stand van de zon afgaande (dat is oppassen hier, de zon draait wel van oost naar west maar over het noorden ipv zuiden, heel tegennatuurlijk en voor je het weet zit je toch weer fout) kiezen we rechtsaf. Na een uurtje komen we bij een rivier. In het begin van de tocht waren we over wat bruggen gekomen (nou ja, brug, in Nederland zouden we het ding wat steviger en veel hoger maken). Maar hier was geen brug. Kennelijk is dit de ‘moeilijke oversteek’ waar de Lonely Planet het over had.

Moeilijke oversteek Vulcan Isluga

We besteden enige tijd om de beste plaats voor de oversteek te zoeken. Na rijp beraad kiezen we (achteraf gezien) een niet zo beste plaats. De redenatie is dat we grip zullen hebben op de graspollen. We schakelen de 4-wheel drive in (daarvoor moet je ook de voorwielen vastzetten, beetje raar), ik geef vol gas en stuur richting pollen. Het echte Camel Trophy gevoel! Dat gevoel duurt niet lang. De pollen blijken een stuk hoger te zijn dan ze leken, vooral als je ernaast wegzakt in de diepe modder. Ondanks flink gas geven slaat de motor midden in het stroompje af. Ik zal nog wat moeten oefenen voor de Camel Trophy vrees ik. We zetten de 4-wheel drive op maximale power. Na veel gemanoeuvreer naar achteren en dan weer snel naar voren geef ik het al bijna op, maar Jac houdt moed en dit wordt beloond, er komt enige beweging en opeens kan ik de auto slurpend uit de modder manouvreren. De modderspatten zitten over de gehele pick-up en aangezien we zo slim zijn geweest de raampjes open te laten, zitten we zelf nu ook top tot teen onder de modder. Maar we zijn zo opgelucht dat we uit de modder en door de stroom heen zijn, dat we ons daar niet druk over maken.

Waar we ons wel druk over maken is het idee dat we misschien bij de twijfelkruising toch de verkeerde richting op gegaan zijn. Stel je voor dat we weer terug moeten, dat zie ik echt niet zitten. Bij een naburig paar hutjes willen we vragen of we op de goede weg zijn, maar de hutjes zijn vervallen en er woont niemand meer. Een tijdje later komen we gelukkig een auto tegen. De bestuurder is zeer behulpzaam en legt in een combinatie van Engels, Duits en Spaans uit hoe we naar de kust moesten rijden. We blijken flink om te moeten rijden, de enige mogelijkheid is eerst naar Colchane te rijden, een ‘hoofdplaats’ geheel oostelijk in de Andes, daarna kunnen we 'de' asfaltweg naar Iquique nemen. De man verzekert ons dat de route zeer eenvoudig is en de weg prima, geen moeilijke punten meer.

NP Isluga ezels en lama's

Ons idee van een prima weg is duidelijk anders, zeker met een doe-ik-het-wel-of-doe-ik-het-niet-rem, maar op nog één kruispunt na blijkt de weg gelukkig eenduidig. De tijd wordt nu wat krap (het zal ook niet...) en Jac maakt zich zorgen over de benzine voorraad. Geen probleem naar mijn idee aangezien we nog een 10 liter reservetank hebben. Maar je moet natuurlijk niet helemaal verkeerd rijden – iets wat niet meer zo heel erg onwaarschijnlijk lijkt. We zijn inmiddels in het derde natuurpark aangeland, Parque Nacional Volcán Isluga, een weer heel uitgestrekt park met op een enkele plaats zelfs boompjes en een canyon, één en al rots met helemaal in de diepte een piepklein stroompje omgeven door groen. Inmiddels zijn we iets minder gevoelig voor het natuurschoon (al wil ik nog steeds foto´s maken, waar Jac ietwat wanhopig van wordt…) en willen we vooral weer eens een asfaltweg zien. Dat krijg je!

Uiteindelijk, na acht uur zandweg, komen we op de hoofdweg van Colchane (helemaal in het oosten van Chili) naar Iquique (kustplaats) uit. Even rijden we nog de foute kant op, maar als we in Colchane uitkomen (wat een wereldstad…) is duidelijk dat we rechtsomkeert moeten maken. De weg rijdt gelukkig prima, zodat we het nog zonder de reservetank met de benzine redden en nog voor donker in Iquique aankomen.

Isluga - kerkje

Iquique heeft een bijzondere ligging, geplet tussen een 600 meter hoge rots en de zee, maar verder is er voor toeristen niet veel speciaals aan. Wij zijn er maar voor één nacht, op doorreis naar San Pedro. De vrouw die ons hotel beheert is vereerd met buitenlands bezoek, dat heeft ze niet vaak. Ze is zeer behulpzaam bij het stallen van de auto (die kan je in dit soort steden niet zomaar parkeren) en überhaupt met alles, alleen is het communiceren lastig aangezien ze alleen Spaans spreekt en wel in een enorm rap tempo. Het Chileense Spaans is sowieso een stuk lastiger te verstaan dan het Peruaanse Spaans. We hebben een ruime kamer die echter direct boven een drukke kruising ligt. Dat is even wennen na twee nachten in het doodstille Putre waar je ´s nachts alleen de wind hoort!

Doorreizen naar San Pedro de Atacama >>>


Terug naar Virtual Traveling home