Chili - San Pedro de Atacama

Flamingo's in Laguna Chaxa in Salar de Atacama

Klik hier om alle foto's met vergrotingen te bekijken! - Klik hier om de DVD met diashows met muziek + beeldvullende foto's te bestellen!


Bezocht: San Pedro, Pukara de Quitor, El Tatio, Rio Putana, Valle de la luna, Toconao, Socaire, Laguna Miscanti, Laguna Miniques, Salar de Pataso Capur, Salar de Talar, Laguna Chaxa, Salar de Atacama
San Pedro

Van Iquique rijden we naar San Pedro de Atacama, de hoofdplaats midden in het Atacama natuurpark, circa 600 kilometer ten zuidoosten van Arica, midden in de Andes. San Pedro ligt op 2300 meter, vlak naast een enorme zoutvlakte. 2300 meter geeft natuurlijk geen hoogteproblemen, maar we hebben ook geen last bij onze hogere tochten rond de 4000 meter. Kennelijk zijn we nu meer geacclimatiseerd. We brengen drie hele dagen door in San Pedro, een aangenaam plaatsje vergeleken met Putre maar toch nog niet helemaal wat Jac zich voorgesteld had van een ´oase plaats´. Jac heeft problemen met al het zand, mist het groen. Het landschap is rood-blauw, het rode zand tegen de felblauwe lucht. Heel wat anders dan ons Nederlandse groen-lichtblauw. Ook nooit geweten overigens dat de Atacama het droogste gebied ter wereld is! Heel handig voor archeologen, alles blijft hier door de droogte veel langer intact. Ook handig, zoals Jac opmerkte, als je een deuk in je auto rijdt, roesten doet het hier niet! Een enkel wrak langs de weg is geheel gesloopt, maar het chassis is nog merkwaardig intact.

Hostal Quinta Adela met links onze Chevrolet

We zitten – na flink zoeken, alle betere (naar later bleek vooral duurdere) hostals zitten vol – in een goedkoop hostal (Hostal Quinta Adela) aan de buitenkant van het plaatsje, een haciënda op een boomgaard. Het is er prachtig groen gelukkig voor Jac. De hostal baas is zeer vriendelijk, alhoewel ietwat overdreven behulpzaam, zijn vrouw is heel bescheiden en aardig. We hebben een ruime kamer met badkamer, warm water al is het wat weinig (lage waterdruk natuurlijk hier, soms vrijwel helemaal geen water) en onregelmatig warm/koud. We ontbijten buiten op het terras naast de boomgaard, bediend door de hostal baas. Heel aardig. Nadeel is dat hij ons doen en laten wel heel precies in de gaten houdt en zich ook enigszins tegen de dagplanning aanbemoeit… Maar we hebben geen klachten hoor, hij wast geheel uit eigen beweging onze auto (het was ook geen gezicht met al die modder) en helpt ons een elektricien te vinden voor de reparatie van knipperlicht, remlicht en achterverlichting. Halverwege de tocht van Iquique naar hier is de gehele verlichting uitgevallen. Ik dacht al aan een zekering, maar alles blijkt los getrild te zijn. Jac helpt de elektricien met het vastzetten van de lampen mbv luciferhoutjes, een reparatiemethode waar Jac met zijn elektrisch-mechanisatie-verleden niet veel vertrouwen in heeft, maar die toch de resterende vier dagen dat we de auto nog hebben goed blijft werken!

De eerste twee dagen in San Pedro leggen we heel wat kilometers af. Allereerst bekijken we de ‘El Tatio’ geisers. Het is even flink zoeken bij San Pedro om de juiste weg te vinden, maar als we die eindelijk gevonden hebben kan het niet meer fout. Het is een zandweg, plaatselijk met veel kuilen. Het begin van de route is niet zo interessant (ja inderdaad: zand en nog heel veel meer zand), maar daarna komt een heuvelrug en vervolgens mooi uitzicht over een rivier. De geisers zijn niet echt spectaculair, maar mooi borre lend en de bodem heeft prachtige kleuren (vergelijkbaar met de geiserparken in Nieuw Zeeland). Er zit ook een hot spring bij waar je in kan zwemmen. Aangezien er niemand is (je hoort er ´s ochtendvroeg heen te gaan om de zon te zien opgaan maar we hebben even genoeg van zo vroeg opstaan) hoef ik geen bikini aan. Het water is heel lekker warm. Jac filmt op gepaste afstand. Hij wil niet in het water en werpt argwanende blikken op de waterplanten die in de poel groeien. Heel bijzonder, zo midden in de bergen zwemmen. Het zijn de hoogst gelegen geisers ter wereld, 4500 meter. Zo hoog heb ik nog niet eerder gezwommen! Wel heel snel eruit komen, want de wind is koud.

De tweede dag bekijken we de ´Valle de la Luna´, een maanlandschap zoals je begrijpt. Merkwaardig geërodeerde rotsen met glooiende duinen ertussen, wit en donkerder zand. Daarna gaan we op weg naar de hoog gelegen zoutmeren en ‘laguna´s’. We komen door eentonig landschap, alles rood, alleen de bergen hebben weer de bekende mooie kleurschakeringen. En dan opeens zien we de meren liggen, onvoorstelbaar mooi, heel blauw met witte randen. Bij het eerste meer, ‘Laguna Miscanti’, zitten ook flamingo´s, zo vertelt de vrouw die informatie verstrekt. Je moet alleen wel een eind lopen. Dus ik flink aan de wandel – we hebben al een flink eind langs het meer gelopen en Jac vindt dat op 4300 meter wel genoeg, dus hij gaat niet mee. Onderweg krijg ik weer ruzie met meeuwen, nu vier stuks, Jac had zo een mini-Birds kunnen opnemen. Ik heb nu dus een ietwat onscherpe foto van een meeuw in duikvlucht.

Flamingo's in Laguna Miscanti

Na 20 minuten ploeteren door het zand, tegen de wind in, zie ik inderdaad een stuk of 10 flamingo´s die dobberen op het meer. In de verte zijn er nog veel meer, maar ik vind het zo wel even genoeg. Weer foto´s dus van flamingo´s, nu met een achtergrond van besneeuwde vulkanen. Gelukkig heb ik 256 MB opslagruimte plus nog wat kleinere kaartjes, moet genoeg zijn voor één dag… ’s Avonds kan ik de foto’s naar mijn draagbare harddisk kopiëren - al moet dat in ons hostal in San Pedro op het terras buiten, we hebben geen stopcontact in de kamer. Dit alles natuurlijk onder de supervisie van onze hostal baas. Ook zijn vrouw is bij uitzondering geïnteresseerd, meestal houdt ze zich afzijdig maar ik bezet de tafel waaraan ze haar strijkwerk doet. Weer eens wat anders dan een strijkbout zie je haar denken, ze vindt het leuk dat ik met zoiets ‘technisch’ bezig ben.

Salar de Pataso Capu

Het Laguna Miscanti natuurpark is redelijk druk met toeristen en dat zijn we een beetje ontwend. Volgens de kaart die we met enige moeite in San Pedro bemachtigd hebben zijn er nog hoger gelegen meren. De Lonely Planet noemt ze ook: ‘impressive salt lakes’. Dus volgen we de weg naar de grens met Argentinië nog verder. De Lonely Planet wil wel eens lichtelijk overdrijven, maar deze keer is het niets te veel gezegd. De meren zijn prachtig, geheel toeristloos, fantastische kleuren, met name de warme zoutmeren en tot mijn grote enthousiasme zie ik weer flamingo´s (in ‘Salar de Talar’)! Het laatste meer (Laguna Tuyiajto), vlak bij de grens met Argentinië, is aan de kant bevroren met een soort ruitpatroon van zout erop, ideaal om te fotograferen. Hier is het wel fris en het waait erg hard. Jac doet de deur van de auto open, onderwijl omkijkend naar het meer. De wind blaast de deur direct uit zijn handen, een flinke klap en de deur is uit z’n voegen. Het metaal bij de deurophanging blijkt ingescheurd te zijn. Met vereende krachten (nou ja, vooral de krachten van Jac) en goed kijken hoe de deur zou moeten passen krijgen we de deur uiteindelijk weer dicht. Nu kunnen we alleen de rechterdeur gebruiken. Eerst de rem, daarna de verlichting en nu de deur, er blijft niet veel van de auto over!

Flamingo's in Laguna Chaxa

Op de terugweg rijden we nog naar het flamingopark Laguna Chaxa in het enorme zoutmeer Salar de Atacama, vlak bij San Pedro. De zon gaat bijna onder, de flamingo´s zijn heel dichtbij en het contrast tussen de roze flamingo´s in de ondergaande zon, het blauwe water, het witte zout en de merkwaardige bruine zandhoopjes (lijken op molshopen maar zijn kristallen van mineralen die overblijven na voortdurend verdampen van het water vlak onder het oppervlak) zorgen ervoor dat ik alle geheugenschijfjes die ik nog heb, volschiet. Daarna nog maar even video-en. Net na zonsondergang zijn we terug in ons hostal. Een heel geslaagde flamingo dag!

De derde dag in San Pedro bezoeken we het ‘Museo Gustavo le Paige’. Dit heel interessante museum toont de ontwikkeling van de mensen hier vanaf 12000 jaar geleden tot de invasie van de Inca´s (circa 1450) direct gevolgd door die van de Spanjaarden (circa 1540). We leren hoe we een steen tot gereedschap moeten bewerken, kan handig zijn als we weer eens een woestijntochtje organiseren! We brengen ook nog een bezoekje aan het ‘Pukara’, een uit de 12 e eeuw daterend indianen fort vanwaar men de Spanjaarden nog lange tijd succesvol van het lijf wist te houden. Tot de Spanjaarden een keer een verrassingsaanval uitvoerden, gezeten op schimmels. De indianen hadden nog nooit witte paarden gezien en dachten dat ze bezoek van de goden hadden. De goden namen geen halve maatregelen, alle ‘opstandige’ plaatselijke landheren (stamhoofden) werden direct onthoofd.

Iglesia San Pedro

De vierde dag is het tijd om te vertrekken. We nemen uitgebreid afscheid van onze hostal baas en zijn vrouw. We worden omhelsd alsof we familie zijn! Van San Pedro is het anderhalve dag autorijden terug naar Arica. We komen weer door enorme zandvlaktes, opgevrolijkt hier en daar door hopen kapotte stenen. Jac moppert flink op al het zand. Hij vermoedt dat men hier bij het aanleggen van de weg alle afgegraven materiaal en overige bouwtroep gewoon laat liggen, dat valt toch niet op. Vroeger waren er hier plaatselijk bossen, maar die zijn allemaal gekapt. In een nationaal park langs de Pan American snelweg doet men een poging de bossen weer terug te krijgen. We zien roodbestofte, zieltogende bomen op keurige afstand van elkaar staan. Het grondwater zit een meter of 10 tot 20 diep (de grondwaterstand zakt steeds verder door de waterconsumptie van de kustplaats Iquique), maar de wortels moeten eerst door een harde zoutlaag. Het laatste stuk van de tocht naar Arica is wel mooi, we rijden langs een uitgestrekt dal, met in de diepte een strookje groen.

We leveren de auto in Arica weer af. Behalve de rem, de verlichting en de deur hebben we nu ook nog een sterretje in de voorruit, opspattend grind van een vrachtwagen op de Pan American. We maken ons veel zorgen over extra kosten voor de deur, maar daar hoeven we niets voor te betalen. Een beetje merkwaardig, want de verhuurder krijgt de deur in z’n eentje niet meer dicht! Samen met Jac lukt het wel na flink sjorren en rammen. Dat is kennelijk niets bijzonders hier. Voor het piepkleine sterretje in de voorruit moeten we echter ruim 100 euro extra betalen, er moet een geheel nieuwe voorruit in volgens de verhuurder. Wij leggen uit dat je een sterretje in Nederland gratis kan laten repareren (toegegeven, daar heb je hier niet zoveel aan), waarop de verhuurder uitlegt dat dat leuk en aardig is in Nederland, maar dat het hier in de hoge bergen met de enorme temperatuurverschillen (in enkele uren van vriezen naar +30°C of hoger) wel even wat anders is. Na onze ervaringen van de afgelopen anderhalve week kunnen we moeilijk volhouden dat de rijomstandigheden in Nederland en Chili goed vergelijkbaar zijn. Dus betalen we maar. We zien een fantastische toekomst voor Carglass hier in Chili!

Doorreizen naar Peru - Puno & Lago Titicaca >>>


Terug naar Virtual Traveling home