Peru - Puno & Lago Titicaca

Lago titicaca - Aymara/Uros indianen op Islas Flotantes

Klik hier om alle foto's met vergrotingen te bekijken! - Klik hier om de DVD met diashows met muziek + beeldvullende foto's te bestellen!


Bezocht: Puno, Islas Flotantes, Isla Taquille, Sillustani, Pucara, Abra La Raya, Raqchi
Lago Titicaca

Na een relaxte dag aan het zwembad van ons hotel in Arica en een avond PSV kijken (we voelen ons helemaal thuis, zien zelfs het hoofd van Balkenende op tv, gezellig keuvelend met Putin), gaan we per taxi collectivo de grens weer over, terug naar Peru. Taxi collectivo is drie keer zo goedkoop als een gewone taxi, je moet alleen wel even wachten tot de taxi vol is, want hij vertrekt pas met vijf passagiers. En dat kan een beetje krap worden, afhankelijk van de maat van je medereizigers! Maar de tocht duurt maar een uur, dus een beetje krap zitten is geen probleem. We brengen de dag door met rondkijken in Tacna en aan het zwembad zitten van het hotel wat we op de heenreis hadden.

In het begin van de avond worden we door de Tacna vertegenwoordiger van Elias (de man uit Lima die onze reis eventjes geregeld heeft) naar de bus naar Puno gebracht – dit na de standaard verwarring over tijden, als je op de afgesproken tijd komt opdagen ontstaat er grote verwarring, nee, we hoeven ons pas over twee uur te melden. Als we uiteindelijk bij de bus aankomen, blijkt die gewoon op straat te staat temidden van zeker een stuk of twintig andere vertrekkende bussen. De bussen die we tot nu toe hadden stonden altijd in een aparte, ommuurde ruimte. Het is een ongelofelijke puinhoop, overal mensen, bagage, heen en weer manoeuvrerende bussen. Iedereen roept door elkaar. Bij onze bus staat zoveel bagage, reguliere koffers, maar vooral grote pakken met onbestemde inhoud en in doeken gewikkeld gras of groente, dat het onmogelijk lijkt zelfs maar de helft van deze bagage in de bus onder te brengen. We zijn de enige toeristen, verder staan er alleen maar indianen te dringen om in te stappen. Ik check nog even in mijn beste Spaans bij onze begeleider of de bus inderdaad ‘Royal Class’ is – waar we gezien de staat van de bus en gezien de grote hoeveelheid toch niet erg rijk uitziende indianen grote twijfels over gekregen hebben. ‘Prima bus’ zegt de man vol overtuiging.

1640_Isla Taquille - flink sjouwen als je met je spullen van de boot naar het plaatsje moet

We brengen de nacht in de bus door. Het is zeer koud, het vriest ´s nachts maar wij dachten dat de bus wel verwarmd zou zijn want tot nu toe hadden we luxe bussen... Nu dus niet, het is wel heel gezellig in de nachtbus vol indianen, geheel volgepropt met in kleurrijke lappen gewikkelde bagage + baby’s - die de hele reis niets van zich hebben laten horen, hoe doen ze het?! De indianen hebben dikke jassen aan in de bus, ze zijn zelfs gewikkeld in dekens, met mutsen op het hoofd. Wij vinden het een beetje raar, wij zitten gewoon in ons T-shirt en korte broek. Zodra de zon ondergaat krijgen we wel lichte argwaan. Het wordt fris. Jac houdt het stoer vol, ik trek mijn trui en zijn sweater aan maar verdere kledingstukken zitten onder in de bus ver weggeborgen temidden van de enorme lading bagage. Midden in de nacht stoppen we ergens, helemaal in het niets. De deur staat wagenwijd open. Het tocht als een gek vanaf onze voeten (in het begin van de reis dacht ik nog even dat dat de airco was…) naar de open deur. Gelukkig krijgen we van een heel vriendelijk indiaans meisje twee jassen, geen idee waar ze die vandaan tovert? Men moet wel denken dat we knettergek zijn. Met de jassen is het nog steeds koud maar beter te doen.

Midden in de nacht moet ik plassen. Een vrouw adviseert me even te wachten tot de volgende stop, komt binnen 10 minuten, het toilet is erg vies. Mijn Spaans is niet best maar de toestand van het toilet is zo ook wel duidelijk, een stroompje pis loopt van onder de toiletdeur door de gang richting deur. Maar het lijkt me toch beter dit toilet te trotseren dan op een stop te wachten, die 10 minuten vertrouw ik niet erg (alhoewel het deze keer wel blijkt te kloppen) en bovendien weet ik nooit wanneer de bus weer vertrekt, iets wat de andere passagiers op mysterieuze wijze wel lijken te weten. Dus doe ik een poging de toiletdeur open te krijgen. Ik weet dat ik heel hard moet trekken maar het lukt me niet. De vrouw helpt me maar even, haar lukt het wel. Zoveel sterker dan mij ziet ze er niet uit maar dat is ze toch kennelijk wel, want de ‘bus-marshal’ die me eerder geholpen had kreeg de deur ook vrijwel niet open. Van mijn toiletbezoek zal ik je verder alle details besparen. Dit busritje zullen we niet snel vergeten...

’s Ochtends vroeg komen we bij Lago Titicaca. Het meer ligt op 3850 meter hoogte. De zon gaat net op, de lucht is heel helder, het meer ligt er rimpelloos bij. Het lijkt onmogelijk dat we zo hoog zijn. De bus stopt regelmatig, niet bij bushokjes maar meer op ‘bestelling’. Als je eruit wil klop je beneden op de afgesloten tussendeur, waarachter zich (naar we hopen) de chauffeur bevindt. Een jonge Indiaanse vrouw probeert dit, maar er volgt geen enkele reactie. Als de vrouw onverrichte zaken weer naar boven klimt, adviseert een oudere vrouw schuin achter ons – die er aanzienlijk minder bedeesd uitziet dan de jongere vrouw – haar helemaal voor in de bus recht boven de vermoedelijke locatie van de chauffeur flink op de grond te stampen. Dit doet ze aanvankelijk ook nog wat bedeesd, maar als ze steun krijgt van de voorste rijen krijgt ze de smaak te pakken. De bus stopt. Ze moet drie keer op en neer lopen om eerst alle bagage en tenslotte zelfs nog een baby in reiswieg naar buiten te brengen (de redenering zal wel zijn dat ze eerder haar baby terugkrijgt dan haar bagage als de bus te vroeg doorrijdt?). De bus is sinds haar eerste pogingen om hem te stoppen een flink eind doorgereden. Ik vraag me af hoe ze met baby plus alle bagage naar haar huis moet komen. Bij een volgende stop maak ik foto’s van het meer. Overmoedig geworden door de slechte nacht durf ik zelfs even uit te stappen. De oudere vrouw vindt het prachtig dat ik foto’s maak en vertelt trots dat ze hier geboren is en haar hele leven al hier woont.

Rieten boot in Lago Titicaca

Ik heb een verkoudheid met keelpijn en koorts overgehouden aan de vriestocht, om het af te maken ook nog maar diarree en misselijk erbij. Jac heeft helemaal nergens last van, hij heeft deze keer ook geen hoofdpijn van de hoogte gekregen. We moeten wel heel rustig aan doen ivm de hoogte. Puno ligt aan het Titicaca meer en ligt dus ook op 3850 meter. Het is wat frisjes in onze hotelkamer, maar gelukkig hebben we een klein kacheltje. We bezoeken het Plaza de Armas, met in figuren geknipte bomen. Er zijn heel veel indianen, kleurrijk gekleed, de sfeer is relaxed. Puno maakt wel weer een arme indruk, net als zo veel plaatsen in Peru, buiten het centrum is het al snel een puinhoop. De haven is ook niet erg bijzonder, hier kunnen ze heel wat meer van maken. Het kost natuurlijk allemaal geld wat men niet heeft, maar het lijkt ook of men de referentie mist, geen idee heeft hoe het zou kunnen zijn. Maar goed, wij willen toch zo graag ‘authentiek’? Ja, we willen alles ‘authentiek’, maar dan wel leuk aangekleed en van alle gemakken voorzien…

Jac op rieten boot in Lago Titicaca

Vanuit Puno gaan we op excursie naar het Titicaca meer. Een uitgestrekt meer, de blauwe hemel met enkele kleine witte wolkjes spiegelt in het meer, hier en daar onderbroken door riet eilanden. Het is voor het eerst in Peru dat we wolken zien, mooi voor de foto’s. Het regent hier nog steeds weinig, maar wel zo af en toe, waardoor het iets groener is dan aan de kust. Dat komt natuurlijk ook door de hoogte, inmiddels weten we dat het op grote hoogte veel groener is dan op zeeniveau. We bezoeken eerst enkele van het vijftigtal ´Islas Flotantes de Uros´. Zeer bijzonder, het zijn drijvende eilanden, geheel gemaakt van riet! De bodem is circa een meter dik, op sommige plaatsen zak je een heel eind weg in het riet, beetje raar. Prachtige kleuren, dat warm gele riet en dan het blauwe meer, overal indianen in fel gekleurde kleding ertussen. We maken een tochtje tussen twee eilanden in een grote kano die ook al helemaal uit riet is gemaakt. De kano gaat een paar maanden mee en dan is ie verrot. De kano voelt overigens heel stabiel aan. Ik maak veel foto´s van de eilanden en de bewoners. Wel een leuk idee dat je je eiland ´s avonds voor anker moet laten gaan, anders weet je niet waar je morgen wakker wordt! Men is hier vroeger mee begonnen om uit de handen te blijven van enkele zeer agressieve volkeren die hier leefden (nog voor de Inca´s).

Breiende jongen op Isla Taquille

Na de Islas Flotantes varen we door naar Isla Taquille. Het is 2 1/2 uur varen naar het eiland en dan heb je nog maar een klein deel van het meer gehad (het meer is 165 km lang en 65 km breed). Dit is een vast eiland waar we een redelijke wandeling over maken (puf puf). We zien veel terrassen waar men op verbouwt als het regentijd is, men heeft (in tegenstelling tot de Inca´s) geen irrigatie. Daardoor heeft men maar één oogst per jaar. Isla Taquille heeft een heel eigen communie met mannen die continu aan het breien zijn, ze maken mutsen voor op hun hoofd, allerlei verschillende patronen afhankelijk van status etc. Als man kan je hier zelfs naar de breischool! Breien is voorbehouden aan mannen, de vrouwen zijn continu aan het spinnen mbv een soort tolletjes.

We vragen ons af hoe ze aan elektriciteit komen. Dat blijkt dmv zonne-energie, daar zou je in Nederland niet ver mee komen maar op deze hoogte en met de vele zonuren heb je hier een heel wat beter rendement, zodoende heeft men toch elektriciteit.

In de buurt van Puno, in Sillustani, bekijken we de begrafenis tombes van de Pokara cultuur. De tombes staan op een heuvel omringd door een meertje. De grootste tombe is 12 meter hoog. Het geheel ziet er aan het eind van de middag tegen de zon in wat macaber uit. Ik voel me nog steeds niet best en heb de grootste moeite met de kleine klim naar de tombes. Dit soort excursies is altijd inclusief bezoeken aan locale bewoners in ´original´ behuizing en dito kleding waar je ´geheel vrijblijvend´ allerlei handwerk kan kopen. Deze keer is de behuizing erg aardig (en men woont er ook echt!): hutjes in een vierkant, verbonden door muren met poortjes waarop telkens een duo varkentjes van aardewerk staat. Die varkentjes symboliseren man en vrouw en brengen geluk. De kleurrijk geklede indiaanse vrouwen, compleet de bolhoedjes die men hier overal draagt, bereiden eten in ronde houtovens, die door een kleine opening steeds aangeblazen moest worden. De hutjes zien er van binnen best net uit, maar ik mis toch een PC! Eerlijk gezegd zou ik er niet aan moeten denken om hier te wonen, men heeft wel heel weinig, geen PC maar ook geen boeken. Je bent de hele dag bezig om in je levensonder-houd te voorzien. De gids geeft uitleg over de diverse plaatselijke gewassen. In Peru heeft men 2000 soorten aardappels (ik heb ook 400 en 4000 als getallen gehoord). De plaatselijke soort gedijt het best op 3900 meter (waar we dus net zitten). De aardappel is lekker zoet, tenminste volgens de anderen, ik durf niets te eten vanwege nog steeds diarree problemen en Jac beperkt zich tot de pittige schapenkaas. Men heeft ook diverse soorten maïs, maar voor maïs is 2500 meter de ideale hoogte: witte maïs met grote korrels van 1 – 2 cm.

Andahuaylillas - Jezuïeten kerk

De volgende dag vertrekken we ’s ochtends. We bekijken de bus zeer argwanend, maar die zit geruststellend halfvol met toeristen, geen Indiaan te zien. Gelukkig, want we hebben voorlopig geen behoefte meer aan nieuwe ervaringen met ‘authentiek’ transport! Onderweg stoppen we op diverse plaatsen. Allereerst bij een museum in Pucara met ter plekke gevonden monolieten met snijwerk van de Pucara cultuur. Vervolgens bij de Abra La Raya pas op 4300 meter hoogte, het is er koud en zoals overal hier op de Andes hoogvlakte, heb je vanaf passen geen bijzonder uitzicht. We stoppen ook bij een mooie Jezuïeten kerk in Andahuaylillas, overal waar je kijkt zie je goud, maar er mag helaas niet gefotografeerd worden (nou ja, een klein fotootje vanaf de ingang mag wel hoor).

In de buurt van Cuzco bezoeken we de Raqchi, Inca ruïnes met de hoogste tempel, helaas zonder dak, de houten daken gingen niet lang mee. Men is bezig met restaureren, wellicht zet men ooit nog wel eens het dak weer terug op de tempel, dan pas zal je je goed kunnen voorstellen hoe het vroeger geweest is. Maar het uitzicht op de hoge pilaren en muren, afstekend tegen de blauwe lucht, heeft ook wel iets bijzonders.

De laatste stop is de onvermijdelijke koopstop, compleet met lama’s en alpaca’s om mee op de foto te gaan. We moeten de beesten voeren, dan zet de gids ons op de foto. We hebben er niet zo’n zin in, wordt natuurlijk een genante foto. Maar de gids houdt aan, nou ja, dan geven we de gids en de alpaca maar hun zin!

Doorreizen naar Peru - Cuzco en Machu Picchu! >>>


Terug naar Virtual Traveling home