Hanoi - Halong Bay - Sapa

Halong Bay

Klik hier om alle foto's met vergrotingen te bekijken! - Klik hier om de DVD met diashows met muziek + beeldvullende foto's te bestellen!


Bezocht in Hanoi: Old Center, One Pillar Pagoda, Temple of Literature, museum of ethnology (alleen foto's)
Verder bezocht: Halong Bay, Sapa.

Na een lange vliegreis met tussenstop in Kuala Lumpur (totaal 24 uur reizen) komen we mooi volgens schema midden op de dag in Hanoi aan. Lekkere temperatuur, 32 graden, beetje zon. Vanuit de lucht ziet het gebied rond het vliegveld er heel netjes uit, keurige rijstveldjes afgebakend met dammetjes. Vanaf de grond blijkt het in de stad heel wat minder net te zijn. In de LP (onze reisgids, de Lonely Planet) stond dat Hanoi een mix was tussen Parijs en een Aziatische stad. Hierdoor hadden we een ietwat verkeerd verwachtingspatroon opgebouwd over relaxed rondwandelen in het oude centrum van Hanoi. Hanoi is niet zo’n puinhoop als een grote stad in India, maar het verkeer in het oude centrum van Hanoi slaat werkelijk alles. Jac heeft in Taiwan ook veel brommertjes gezien, maar hier zijn de kleine straatjes voor 90% gevuld met brommertjes en grote delen van de “stoep” voor 100%, als er tenminste geen mensen op de grond zitten te eten of dingen te verkopen. Men toetert continu, oorverdovend, en de stank van alle uitlaatgassen is enorm.

Fietstaxies Hanoi

Veel Vietnamezen hebben mondkapjes voor. “Wandelen” in Hanoi is meer een soort survival tocht, waar je continu moet oppassen niet onder een brommer, taxi of bus (ja hoor, die baant zich gewoon al toeterend een weg door de smalle straatjes) te belanden. Oversteken is helemaal een uitdaging. Eerst wachtten we nog tot er “even niets aankwam” maar dan sta je er om drie uur ’s nachts nog. Ogen dicht en gewoon met een rustig tempo rechtdoor oversteken. Vooral niet inhouden of in paniek blijven staan. En dan word je nog achtervolgd door ijverige cyclo en brommer drivers, die je graag hun diensten aanbieden maar wat moeite hebben met het woord ‘no’, en door fruitverkoopsters, die, zich terdege bewust van hun fotogenieke waarde, met een juk over hun schouders uitgedost als Edammer meisjes (maar dan met fruit aan weerskanten ipv kaas helaas) onwaarschijnlijk snel tussen de brommertjes door laveren. Kortom, als je net uit Nederland komt en je loopt een half uurtje door het oude centrum van Hanoi, dan heb je het wel gehad. We zijn een biertje gaan drinken in een lokaal cafeetje (“bia hoi”), in een klein steegje, overal hele lage tafeltjes en piepkleine krukjes (Jac zal later klagen dat hij nog geen behoorlijke stoel is tegengekomen in heel Vietnam!). Het bier is heel licht, heel goedkoop en heel redelijk te drinken. Ook de stemming is heel goed in het steegje, als ik even een foto maak zwaait iedereen enthousiast.

De volgende dag zoeken we de rust op bij het Ho Chi Minh mausoleum (let op: het grootste deel van het jaar is het hier allesbehalve rustig maar boordevol Vietnamezen die de laatste eer aan “Vadertje Ho” willen bewijzen, Ho bevindt zich echter momenteel voor een opknapbeurt in Rusland), de schattige ‘One Pillar Pagoda’ en het door muren omheinde ‘Temple of Literature’, waar de eerste Vietnamese universiteit gehuisvest werd. Een (relatief) rustige plaats met mooie, zij het wat vervallen poorten, binnenplaatsen met enorme potten met keurig gesnoeide bonsai boompjes, een lotusvijver en tientallen keurig in het gelid staande schildpadden met steles met de namen en prestaties van vroegere studenten op hun rug. We strijken neer op een bankje in de laatste binnenplaats, lekker in de schaduw, en bekijken de tegenoverliggende tempel en alle toeristen. Tenminste, dat doe ik, Jac helpt twee knappe Vietnamese studentes met hun Engels (moet ook gebeuren). ’s Avonds lekker eten, het eten in Vietnam is goed, Jac was bang alleen rijst te krijgen maar ze hebben ook heel lekkere patat en voor mijn galblaas is het eten hier ideaal, helemaal niet vet en veel groente, alles wordt geroerbakt of gegrild en de combinatie van veel groente met rijst en verse vis is heel veilig.

Halong Bay

Na een dagje sightseeing gaan we op excursie naar de Halong Baai, drie uur rijden ten oosten van Hanoi. Het inschepen is een grote puinhoop, eenvoudig zou zijn om alle mensen uit één busje naar dezelfde boot te brengen maar dat is natuurlijk veel te simpel. We worden over diverse boten verdeeld en onze paspoorten worden over diverse kapiteins verdeeld. En dan maar hopen dat we zelf op dezelfde boot terecht komen als de kapitein met onze paspoorten, die in rap tempo verdwijnt in de massa toeristen en schreeuwende toerleiders. Ik heb er eerlijk gezegd weinig vertrouwen in en tracht dat duidelijk te maken aan de vrouw die de scepter zwaait over onze (inmiddels verdwenen) paspoorten, maar ze maakt me duidelijk dat alles dik in orde gaat komen en na een uurtje relaxed in de zon liggen op het dak van onze jonk maak ik me er geen zorgen meer over. Geruime tijd later verschijnt braaf het speedbootje met de juiste kapitein èn onze paspoorten. We brengen de nacht door op de jonk, een voor toeristen mooi opgeschilderde boot bestaande uit een aantal verdiepingen, met circa 10 piepkleine (en bloedhete) kamertjes aan boord. Ieder kamertje heeft zelfs een eigen toiletje, er is alleen meestal geen water maar ach, ons kamertje staat in ieder geval niet onder water zoals dat van onze Belgische buurtjes (dat is dus de reden dat het water steeds uitstaat...).

De Halong baai is een uitgestrekte watervlakte met circa 3000 eilandjes. Het is hier heel mooi, de eilandjes bestaan uit kalkrotsen die op grillige manier geërodeerd zijn, ieder eilandje is dicht begroeid met struiken en bomen. We bezoeken een ruime grot en een door hoge rotsen omsloten meer, waar je alleen via een grot kan komen als het tij tenminste goed is. Op de rotsen zouden ook apen moeten zitten, maar die hebben we helaas niet gezien. De zon gaat vroeg onder, om even na vijven, erg mooi maar je moet goed opletten want hij is zo weg! In de schemering nemen we nog even een duik. Het water is verrassend zout, doordat je overal eilandjes ziet denk je dat je in een meer zwemt, maar er is echt open verbinding met zee. Het zeewater is warm, een mooie ervaring om zo te zwemmen met de eilandjes rondom donker afstekend tegen de lucht.

We krijgen uitstekend te eten aan boord, veel gerechten, onder in de kombuis is men vrijwel permanent doende met eten klaarmaken! Ieder gerecht wordt apart geserveerd, veel verse vis, we werken ladingen garnalen en zelfs krab (schalen openen mbv een notenkraker!) naar binnen. Heel lekker, alhoewel ik normaliter niet zo houd van veel handenarbeid is het resultaat het meer dan waard! Wel een beetje raar is dat men de rijst geheel apart als laatste gerecht serveert, maar dat doet men in Vietnam overal. De lunch is met name zwaar voor de bemanning: eerst krijgt de van de Halong baai excursie terugkomende groep toeristen lunch (wel erg vroeg geserveerd: om half 11!), dan wordt die groep zo snel mogelijk afgevoerd, de nieuwe toeristen aangevoerd en wordt voor hen de lunch geserveerd! Het lijkt voor ons vaak een chaos in Vietnam en lang niet alles is efficiënt geregeld, maar er zit wel degelijk systeem in. Terug op de kade is het weer een even grote puinhoop als bij aankomst, nu is de kunst om toeristen van verschillende boten in één busje te verzamelen en dan ook nog te weten in welke hotels ze afgeleverd moesten worden.

Bij terugkomst voelt Hanoi al helemaal vertrouwd, het verkeer went toch snel. We kunnen nu ook makkelijk de weg vinden, eerst stonden we steeds vertwijfeld op de kaart te turen – je moet goed opletten want “Cong” is niet hetzelfde als “Cang” of “Ciong” etcetera en alle varianten komen in een klein verspreidingsgebied voor. Zodra je eventjes stilstaat om op de kaart te turen schieten de cyclo’s uit alle hoeken te voorschijn om al je problemen op te lossen, wat aardig afleidt bij vinden van de weg.

Sapa wandeltocht

De volgende dag vertrekken we met de nachttrein naar de bergen helemaal in het noorden van Vietnam, tegen de Chinese grens. De heenreis is heel redelijk, we hebben goed geslapen al maakten de wagons een onganse herrie, het leek wel of we continu over wissels reden. Daarna nog een uurtje met de bus naar Sapa, 1000 meter omhoog nog verder de bergen in, waar we bij ons hotel afgezet worden. Het is fris en bewolkt. In ons hotel vertelt de receptionist (een Vietnamees met blauwe ogen, heel merkwaardig om te zien, kennelijk ergens US genen?) ons vriendelijk doch beslist dat we pas morgen een kamer hebben. Onze trekking gaat zo beginnen, overnachting in een zogenaamde ‘homestead’ bij mensen thuis in een bergdorpje. Dit is niet wat we geboekt hebben, we zouden ’s middags een korte wandeling maken, overnachten in het hotel en dan de volgende dag nog een wandeling. Ik heb weinig zin in een ’homestay’, heb na een wandeling altijd zin in een douche en ook wel fijn om op een behoorlijke wc te zitten en niet boven een gat in de grond te hangen. Jac is nog minder enthousiast, hij is bang dat het een hele zware wandeling gaat worden en dan morgen weer. Maar goed, er zijn geen kamers vrij dus gaan we toch maar op pad. Eerst nog even ontbijten, we krijgen friet voor het ontbijt, dat gaat zelfs Jac toch te ver!

Onze gids is een uiterst charmante vrouw van 19 jaar, heel vriendelijk. Jac stemming klaart een beetje op. Gelukkig gaat de route voornamelijk naar beneden (dat kon ook niet anders, want Sapa is het hoogst gelegen dorp) en afgezien van wat slippartijen en balanceren op zeer smalle paadjes op de rand van een terras tussen de rijstvelden (verder dan anderhalve meter kon je niet vallen maar een modderbad lokte niet zo, meer iets voor de buffels!) is de wandeling goed te doen. We hebben steeds ruim uitzicht over de vallei, alleen jammer dat het zo mistig is, je kunt alles wel goed zien maar op foto’s komt het niet over. We komen door kleine dorpjes met huisjes uit hout, bamboe en stro, heel donker binnenin, als enige meubels het bed, soms best wel ruim met veel opslagruimte op een open zoldertje, maar een deprimerend idee om daar te moeten wonen. Veel mensen zijn niet echt arm volgens onze gids, ze hebben geiten en buffels en in de dorpjes vlakbij Sapa ook elektriciteit. Verder weg van Sapa komen we een huis tegen dat zichzelf mbv snelstromend water uit de bergen -aangevoerd door een halve bamboestam - van een klein beetje spanning weet te voorzien, voldoende voor wat licht ‘s avonds. Onze gids spreekt engels maar de uitspraak leidt hier vaak tot problemen. Zo versta ik op een gegeven moment als ze op een huis wijst dat daar een bicycle is, terwijl ze bedoelde te zeggen dat daar de black HMong leefden. Ze kwam niet meer bij van het lachen (ze houden hier erg van lachen!). Mocht je dit een onwaarschijnlijk verhaal vinden dan hier nog een voorbeeld: Jac verstaat dat een man in sommige dorpjes hier ‘many wives’ heeft, terwijl de gids bedoelde dat men hier in de dorpjes een ‘wide view’ had. Dat vond de gids een beetje gênant. Ze begrijpt helaas niet voldoende Engels om samen te kunnen lachen over “de wens die de vader is van de gedachte”, waar ik overigens zo snel niet het Engelse equivalent van weet. Na een ruime pauze voor lunch in een eenvoudig cafeetje met een terras hoog boven de rivier lopen we nog een uurtje door en komen al aan in het dorp waar we vannacht slapen.

Sapa

Het huis is ruim en gelukkig beter verlicht dan de huisjes die we eerder bezocht hebben. We slapen op matrasjes op de houten vloer van de rondlopende bovenverdieping, in het midden kijk je op de begane grond. Oppassen met manoeuvreren, want overal loeren grote houten balken. De vrouw des huizes, een buurvrouw en een leergierige toeriste zijn in het keukentje al bezig met het eten voor die avond. Wat een gedoe, om hier te moeten koken. Alles speelt zich af op de grond, je hebt geen fornuis en geen stromend water om maar te zwijgen over koelkasten ed. Het toilet, een bamboe hutje 30 meter verderop, is overigens wel voorzien van stromend water zo grap ik tegen Jac die nog geen bezoek aan de wc gebracht heeft: het stroompje is deels omgeleid zodat het onder het wc gat door loopt. Heel handig. Het hutje is overigens wel schoon en er is zelfs wc papier (wat je natuurlijk niet te veel moet gebruiken want anders blijft het steken in het stroompje buiten, rara hoe ik dat weet...). Even terug naar het eten koken: eerst moet je hout hakken, dan al het eten snijden (veel groente), een vuurtje maken (enorme rookontwikkeling, in Vietnam doet men niet aan schoorstenen, het bamboe kiert al genoeg vindt men) en dan successievelijk alles koken en roerbakken. Verder veel gesleep met teilen met water. Met z’n drieën zijn ze ruim drie uur aan het koken, maar nu staat er dan ook een feestmaal klaar!

Wij hebben ondertussen een wandeling door het dorp gemaakt, achtervolgd door bijzonder vriendelijke maar ook bijzonder vasthoudende souvenirverkoopsters, vaak compleet met baby op de rug. “You buy from me!” Iedereen in prachtige kleding, onderweg zijn we vijf verschillende stammen tegengekomen, de zwarte HMong waren wat saai in het zwart zoals je al raadt, maar de anderen hadden allerlei kleuren, met name op een soort schort, op de band rond het middel en op de steeds anders gevormde hoofddeksels. Men is flink aan het bouwen in het dorpje, we zijn niet de enige toeristen en het is duidelijk dat de inkomsten meteen geïnvesteerd worden in betere onderkomens. Kinderen spelen hier in de bergen spelletjes die men vroeger (en deels nu ook nog) hier in Nederland ook speelde: tollen (jonge jongetjes snijden met enorme messen hun eigen tol), hoepelen (heel aardig met het hoogteverschil), hinkelen en een meisjesspel waarbij in voorgeschreven volgorde stenen opgegooid en gevangen moeten worden en stokjes verplaatst.

Het eten mag je gerust een “diner” noemen. Het is heel gezellig, een paar gidsen, onze gastvrouw, een buurvrouw en vijf toeristen. Tijdens het eten praten we over de situatie in Vietnam, de invloed van het toetreden van Vietnam tot de Wereld handelsorganisatie (waar men heel positief over is maar ook de nodige problemen voorziet, oa als iedereen makkelijker een auto kan kopen omdat je geen subsidie meer hoeft te betalen, ik zie het al voor me in het oude centrum van Hanoi), onze gids legt uit dat je hier nog uitgehuwelijkt wordt door je ouders en dat je alleen binnen je eigen stam trouwt, je ouders weten het tenslotte toch het beste, vervolgens vraagt een toerist of je al dan niet alles mag zeggen in Vietnam (de andere gids legt uit dat je alles mag zeggen wat je wilt, als de toerist protesteert dat hij wel anders gehoord heeft legt de gids uit dat je vervolgens best in de gevangenis kan belanden natuurlijk, je mag zeggen wat je wilt maar de regering heeft zijn eigen verantwoordelijkheid) en tenslotte bespreken we de voor- en nadelen van het één partijen stelsel zoals Vietnam dat nu hanteert (dit voorkomt volgens diezelfde gids dat China zich inkoopt in de Vietnamese politiek, een niet sluitend argument vind ik maar ik begrijp de angst wel en die lijkt me ook niet onterecht). Na het eten zingt onze gastvrouw een lied, gevolgd door onze gids (ze zingt heel mooi). Geholpen door steeds nieuwe rondes rijstwijn (je ontkomt er niet aan om mee te drinken, dat is echt heel onbeleefd), dragen wij ook ons cultureel erfgoed uit (“De uil zit in de olmen” en “Vader Jakob”, sorry hoor, maar men is erg onder de indruk van het canon effect). Als we even allemaal stil zijn is het ook echt stil, je hoort buiten alleen de krekels.

Oude verkoopster in bergdorpje bij Sapa

We slapen heel redelijk (Jac had een wat dunne matras en ik moest er natuurlijk weer midden in de nacht in de donkerte uit om naar de wc te gaan, een hele expeditie...) en krijgen ‘s ochtends al weer een prima ontbijt. De eerste verkoopsters zijn ook al weer vroeg present, inmiddels kennen we de meesten en vooral een klein oud vrouwtje is erg komisch, ze houdt enorm van grapjes en heeft reuze plezier. Om tien uur gaan we weer wandelen, nu gaat het wel wat meer omhoog en omdat de zon schijnt is het flink warm. Maar het uitzicht is erg mooi en we doen rustig aan. We bekijken nog diverse dorpjes en bezoeken ook weer een “huis”. De gids legt ons uit dat je aan takjes die boven de deur hangen kan zien dat je niet binnen kan komen. Dan is er bv iemand ziek. Jac grapt over ‘making love’, wat de gids vlot begrijpt. Nee nee legt ze hem uit, making love gebeurt altijd buitenshuis, dan ga je samen de bergen in. Binnenshuis slapen man en vrouw in aparte bedden.

De wandeling is niet zo lang, na de lunch nog maar eventjes lopen en dan worden we alweer teruggebracht naar ons hotel. Eigenlijk bestaat de trekking meer uit eten dan uit lopen als ik het zo opschrijf! Jac is erg opgelucht dat de wandelingen zo meegevallen zijn (hij is mijn wandelingetjes gewend...). We nemen roerend afscheid van onze gids, de volgende morgen zien we haar nog even en nemen we weer roerend afscheid! Afscheid nemen is hier sowieso belangrijk, ook het hotelpersoneel neemt de tijd om je een goede reis te wensen, men is echt hartelijk.

Het hotel in Sapa is uitstekend, na zo’n tochtje is het luxe om een douche te kunnen nemen – en lekker op de wc te zitten! De volgende dag gaan we met de dagtrein terug naar Hanoi. Deze tocht valt tegen, we hebben een ‘hard seat’ ticket en als men het in Vietnam over ‘hard seat’ heeft dan mag je dat best letterlijk nemen. Het zijn houten banken en dan is 12 uur heel lang. Kennelijk waren de soft seat tickets op? Men zit enorm te roken in de trein en zo af en toe komt er oorverdovende muziek uit de luidsprekers. Verkoopsters lopen af en aan met drankjes, eieren, maar ook met allerlei obscure artikelen. Een bijzonder authentieke ervaring dus...

Doorreizen naar Hue en Hoi An >>>


Terug naar Virtual Traveling home