Hue - Hoi An

Citadel poortjes - Hue

Klik hier om alle foto's met vergrotingen te bekijken! - Klik hier om de DVD met diashows met muziek + beeldvullende foto's te bestellen!


Bezocht in Hue: de citadel en langs de perfume river: Thien Mu Pagoda en de tombes: Tu Doc, Khai Dinh en Minh Mang. Bezocht bij Hoi An: My Son.

Na onze ‘hard seat’ treinreis vanuit Sapa waren we pas om 9 uur ‘s avonds in ons hotel in Hanoi. Flink moe en heel hongerig, maar we moesten voordat we konden gaan eten nog op de man wachten die de vliegtickets voor de vlucht naar Hue de volgende morgen (nou ja, voor die nacht, we moesten om half vijf al weer naar het vliegveld, dat kwam slecht uit) zou brengen. Daarna heel snel wat gegeten, veel te snel want ik kreeg meteen na het eten een galaanval. Enorm misselijk en veel pijn. Niet geslapen dus en vervolgens de taxi ondergekotst (voor alles is een eerste keer... we hebben de taxi chauffeur een ruime fooi gegeven) en het toilet op het vliegveld met diverse bezoekjes vereerd. Ik voelde me hondsberoerd maar gelukkig was het vliegtuig op tijd en na een klein uurtje vliegen en een flinke harde landing was het galsteentje losgeschoten en voelde ik me weer wat beter (interessante alternatieve behandeling voor galstenen, wordt echter niet vergoed door de verzekering). We konden in Hue meteen in ons hotel terecht en zijn gaan slapen. Die dag hebben we verder niets gedaan, dat kwam achteraf gezien overigens goed uit want het was slecht weer, wel heel warm en benauwd maar totaal bewolkt en regelmatig enorme plensbuien, het ene moment is het nog helemaal droog, een minuut later stortregent het.

Haven Hue

De volgende ochtend schijnt er een heiig zonnetje, nou ja, zo vanuit je airco hotelkamer gezien dan, zodra je een stap buiten zet voel je de hitte. Hue ligt ongeveer in het midden van Vietnam vlak bij de kust. Het is een oude koningsstad, in de periode 1800 - 1950 heeft de Nguyen dynastie hier gezeteld. We maken een tocht over de ‘perfume river’ (geen idee hoe ze aan de naam komen...) in een smalle boot, prachtig opgeschilderd met een drakenkop voorop. Jac is wat jaloers op de mensen in de grotere boten, maar ik vind het leuk om in eenzelfde boot te zitten waar de mensen hier ook in wonen en mee varen. Jac heeft wel gelijk dat we wat mindere aanlegplaatsen hebben dan de grotere boten, we moeten telkens door de modder baggeren. Maar goed, dat zijn we na de trekking wel gewend! Ook is het evenwicht wat precair, als een aantal wat zwaarder uitgevallen toeristen in onze boot tegelijk naar dezelfde kant loopt begint het ding vervaarlijk te kantelen. Luid geroep van de man aan het roer en de vrouw die bedient dirigeert iedereen weer naar de juiste plaats. Langs de perfume river bezoeken we achtereenvolgens de achthoekige 21 meter hoge “Thien Mu Pagoda” en drie tombes: “Tu Doc”, “Khai Dinh” en “Minh Mang”, in heel verschillende stijl. “Tu Doc” en “Minh Mang” doen meer oosters aan, “Khai Dinh” is meer westers, tevens de meest recente tombe, uit 1931, heel imposant. Iedere tombe bestaat uit diverse gebouwen, gescheiden door tempelhoven en omringd door lotusvijvers. “Minh Mang” vind ik de mooiste tombe, er zijn weinig toeristen, de eerste poorten zijn nogal vervallen, maar de tuinen zijn mooi bijgehouden en het geheel is uiterst sfeervol.

We hebben op de boot geluncht, het was weer een hele toestand om de lunch klaar te maken en toen ik zag hoe ze de afwas deden: pan en borden even dippen in het rivierwater (net zoals ze onze schoenen van de modder ontdeden: even dopen) hoopte ik er maar het beste van... Ik had de veiligste keuze hier: noedelsoep, soep met noedels en veel groente, moet gekookt worden dus dan zou het OK moeten zijn. Jac had spring rolls, een soort kleine loempia’s, wat hij met anderhalve dag diarree heeft moeten bekopen. Maar goed, je ontkomt hier toch niet aan wat diarree. Let overigens op bij het boeken van de tocht, de prijzen zijn ridicuul laag, zelfs voor Vietnamese begrippen (2 dollar pp), maar dan is ook werkelijk niets inbegrepen: niet de toegangsprijzen, niet de brommertjes die je moet nemen om “Tu Doc” en “Khai Dinh” vanaf de rivier te bereiken (uit protest heeft onze hele groep gelopen naar “Tu Doc”, leuk maar erg warm, naar “Khai Dinh” hebben we toch maar brommertjes genomen…), niet de drankjes, niet het vervoer terug naar je hotel en zelfs niet de lunch die officieel inbegrepen is, maar dan krijg je alleen wat rijst met sperzieboontjes (zoals de Nederlandse meisjes uit onze boot gemerkt hebben, Jac heeft ze maar wat spring rolls gevoerd ha ha).

Minh Mang tombe

De volgende dag bezoeken we de Citadel in Hue, inclusief de verboden stad waar de koning zetelde. Helaas hebben de Fransen hier bij hun vertrek enorme verwoestingen aangericht en wat nog overeind stond is platgebombardeerd door de Amerikanen. Een paar gebouwen zijn gerestaureerd, maar een groot deel is dus geheel weg. Heel raar als je midden op een uitgestrekte grasvlakte staat, brandend in de zon, en voor je een bordje ziet met ‘Central Palace’. Ik zie alleen nog wat blauwe tegeltjes tussen de graspollen. Onvoorstelbaar.

’s Middags reizen we met de bus naar Hoi An, 150 kilometer ten zuiden van Hue, ook aan de kust. De bus rijdt langzaam, mag volgens de borden niet harder dan 50 kilometer per uur en gezien de uren die we nodig hebben voor het tochtje houdt ie zich daar prima aan (de snelheidsmeter van de bus doet het niet, we hebben overigens geen enkele bus gehad waarin de meter het deed, misschien vanwege de koppeling met de kilometerteller?). Het is ook verstandig niet te hard te rijden, want de weg is smal, huisjes liggen direct aan de weg en natuurlijk krioelen overal weer brommertjes tussendoor.

We hebben een prachtig hotel, het “Dong An beach hotel”, compleet met zwembad, vlak bij het strand waar ons hotel ook een stukje privé strand heeft compleet met bewaker. Hoi An is een relaxt stadje, heeft veel oude huisjes (het oude centrum is een Unesco World Heritage site) maar is wel erg vervallen. Hier kan je wel rustig rondslenteren (in tegenstelling tot het oude centrum van Hanoi), heel gezellig. We komen steeds bekenden tegen, toeristen die we in Halong Bay of in Sapa ontmoet hebben. Het is zondag en op de rivier worden roeiwedstrijden gehouden, iedereen heeft reuze veel plezier. De regels lijken niet erg strikt, het is ons niet duidelijk waar het keerpunt is maar sommige boten lijken toch wel erg de binnenbocht te nemen! Tussendoor steken bootjes met toeschouwers (compleet met kleurrijke parasolletjes) over die de race nogal hinderen, maar niemand neemt er aanstoot aan. Net als in het verkeer, we hebben nog geen enkele keer meegemaakt dat iemand zich opwind over het rijgedrag van een ander (en dat is dus niet vanwege gebrek aan aanleiding!).

Hoi An

Ondanks dat we onze reis vanuit Nederland geboekt hebben (www.vietnamonline.nl , je kunt heel flexibel van alles boeken maar hou er rekening mee dat er in Vietnam ook enige flexibiliteit van je verwacht wordt) moeten we toch steeds naar plaatselijke reisbureautjes om de volgende etappe te regelen. Als we de busreis naar Dalat, 600 kilometer naar het zuiden in de bergen gelegen, willen regelen, blijkt deze tocht niet binnen 1 dag te kunnen (foutje van vietnamonline, vanuit Nederland denk je er niet aan dat 600 kilometer 20 uur reizen kan zijn...), we zouden de nachtbus moeten nemen en dan overstappen en dan nog eens 7 uur in de bus. Jammer van het al geboekte hotel en na de Sapa treinreis compleet met galaanval zag ik het ook niet zitten om 20 uur in de bus door te brengen. We vragen de receptioniste om een alternatief. Ze begrijpt weinig Engels, maar het grootste probleem is dat ze zich niet voor kan stellen dat we iets anders willen dan de bus. Uiteindelijk komt ze met een vliegvariant, waarbij we via Ho Chi Minh vliegen. Een beetje duur, maar in ieder geval kunnen we nu tijdens daglicht reizen. Maar bij terugkomst in het hotel blijkt er gebeld te zijn: het vliegtuig gaat niet op de dag dat wij willen reizen. Vier telefoontjes en uitgebreid overleg in het hotel later hebben we een oplossing: we vliegen het eerste stuk naar Nha Trang en gaan dan de resterende 200 kilometer met een taxi. Zo is het totaal maar 7 uur reizen en zien we ook nog veel onderweg. En deze oplossing is zelfs nog iets goedkoper dan vliegen via Ho Chi Minh. Opgelucht gaan we lekker wat eten naast het zwembad in het prima restaurant van het hotel.

De volgende dag gaan we op excursie naar My Son, het centrum van het oude Champa koninkrijk (van de vierde eeuw tot en met de dertiende). Dit koninkrijk had veel contacten met Java. My Son ligt verscholen in een afgelegen dal, midden in het oerwoud. Jammer genoeg heeft de oerwoudsfeer wat te lijden onder de hordes toeristen. Ook is jammer dat nog maar één gebouwengroep gespaard is, de rest is platgebombardeerd door de Amerikanen toen de ‘Vietcong’ zich hier verschanst had. Na luide protesten wereldwijd hield Amerika hiermee op, maar zo te zien was dit aan de late kant. Ik poog een toeristloze foto te maken van het enige tempelcomplex dat nog overeind staat, maar na een half uur wachten is duidelijk dat dit niet meteen gaat lukken. Een uur later lopen we terug en dan lukt het wel, al is het nog steeds een kwestie van snel zijn. Dit tempelcomplex is misschien wel mooier dan de koningstombes in Hue, maar door de enorme massa toeristen kom ik niet echt in de sfeer.

My Son

Terug gaan we met de boot, alleen is het zoals gewoonlijk totaal onduidelijk waar we ons moeten melden en hoe alles verder gaat. Maar, ook zoals gewoonlijk, loopt alles vanzelf toch goed. We stappen in de laatste bus die er staat, we hadden begrepen dat we direct van My Son met de boot terug zouden gaan (de rivier loopt erlangs), maar nee, we gaan de eerste helft met de bus. Daarna is het boottochtje niet bijzonder, alleen een bezoek aan een houtbewerkers eiland bij Hoi An is wel de moeite waard. We kopen ladingen souveniers, die bij aankomt in de haven van Hoi An daar op de markt een stuk goedkoper blijken te zijn maar ach, het was al zo goedkoop dus we klagen niet.

Dia avond eten we in Hoi An aan de rivier op een romantisch terras, verlicht met olielampjes (romantisch maar niet zo handig, tijdens ons verblijf sneuvelen er twee). Serveersters rennen aan en af, letterlijk, dat schijnt hier te getuigen van inzet maar is niet erg bevorderlijk voor de rust op het terras (en voor de hoeveelheid olielampjes). Ik breng een bezoekje aan de wc of eigenlijk meer aan de keuken, want de wc is een afgeschermd hokje in de keuken. De keukenvloer staat vol met borden met voedsel, het is mij niet meteen duidelijk of dit verse ingrediënten zijn of afgeruimd voedsel. Ik hoop dat het keukenpersoneel het verschil wel weet. De keuken is ronduit smerig, er staan geen tafels, alleen twee grote walmende fornuizen. Na het wc bezoekje ben ik wel enigszins geneigd tot aftaaien, maar ach, de wijn is net ingeschonken en we moeten aan onze weerstand werken! En verder is het op het terras allesbehalve saai, met de af en aan rennende serveersters, de commanderende opperober en alle tafels propvol toeristen, zo te zien en te horen afkomstig uit de hele wereld, dit alles begeleid door Engelstalige romantische muziek op de achtergrond.

Jacs’ eten valt tegen. Hij heeft natuurlijk vlees met friet en heeft een ‘medium’ portie vlees besteld, achteraf niet zo slim. Tip: bestel geen vlees in Vietnam (ook geen kip, dan krijg je zo’n uitgemergeld haantje, wel heel biologisch verantwoord, “vanmorgen scharrelde hij nog”). En als je je toch niet kan beheersen, ga dán ook maar voor de ‘extra large’ indien beschikbaar. Vis is ook wat eng, je moet je visje zelf life aanwijzen in de tobbe die vóór aan het terras bij de menukaart staat. Ze noemen het hier ook “life fish”. Een man raakt met de opperober in een diepgaande beschouwing van het beschikbare repertoire. Mij iets te life dus. Ik ga voor veilig en bestel garnalen gestoomd met citroengras en kruiden in bananenblad. Veel gepiel bij het pellen, maar na de Halong Bay ben ik wel iets gewend en mijn eten is bijzonder lekker. Enig nadeel is dat het pas geserveerd wordt als Jac z’n eten al op heeft (wat wil je ook met zo’n medium stukje vlees!). We hebben overigens nooit in Vietnam gelijktijdig ons eten geserveerd gekregen, dus vooral niet wachten met beginnen met eten tot je allebei iets hebt! Meestal bestellen we gewoon wat extra gerechten, iets met gebakken rijst met groente of geroerbakte groente (erg lekker vaak), kost bijna niets (1 euro) en dan heb je zeker genoeg. De wijn, normaal al een niet te verwaarlozen deel van ons vakantiebudget, loopt hier relatief echt de spuigaten uit, alhoewel de wijn in normale restaurants in Vietnam vrijwel niet duurder is dan in Nederland in de winkel.

Om negen uur nemen we de shuttle terug naar ons hotel. ’s Ochtends nog uitgebreid ontbijten en lekker relaxen bij het zwembad en dan vertrekken we met de taxi naar het vliegveld in Danang, op weg via Nha Trang naar Dalat.

Doorreizen naar Dalat en Mui Ne >>>


Terug naar Virtual Traveling home