Dalat - Mui Ne

Mui Ne

Klik hier om alle foto's met vergrotingen te bekijken! - Klik hier om de DVD met diashows met muziek + beeldvullende foto's te bestellen!


Bezocht in Dalat: Xuan Huong meer, Dalat Flower park, de markt in het centrum, Crazy House, zomerpaleis Bao Dai.
Bezocht bij Mui Ne: Mui Ne beach met kite surfing, sand dunes, red canyon, vissersdorpje, Fairy stream.

Onze chauffeur staat keurig klaar op het piepkleine vliegveld van Nha Trang. Hij is ‘diepbedroefd’ dat we zijn stad niet bezoeken en neemt geen genoegen met onze uitleg dat we maar beperkte tijd hebben en dat Vietnam zoveel mooie steden heeft die we niet allemaal kunnen bezoeken. De chauffeur neemt uitgebreid de tijd – en die heeft ie, want het is vier uur rijden naar Dalat - om ons te vertellen wat we missen: Nha Trang is gezellig, mooi, prachtige stranden en je kunt er prima duiken.

Het is geen relaxed tochtje, we rijden jammer genoeg grotendeels in het donker - het wordt hier in november even na vijven al donker, om half zes is het pikdonker. Veel bochten, het is een beetje unheimisch zo in het donker in de bergen, rijdend vanaf een plaats die we niet kennen naar een plaats die we ook niet kennen. Onze chauffeur vertelt ons dat hij op 18-jarige leeftijd voor het eerst van zijn leven met z’n motorfiets op weg ging naar Dalat. Tot dan toe was hij altijd in de buurt van Nha Trang gebleven, aan de kust. Hij had een vriendinnetje, een Nederlands meisje toevallig, die het in haar hoofd gezet had dat ze Dalat wou zien (die Nederlanders ook). Zodoende gingen ze op een ochtend op weg naar Dalat. Een heel eind rijden dus, zeker op een motorfiets op de toen nog slechtere wegen. Onze chauffeur vertelt, en je hoort nu nog de verbazing in z’n stem, dat hij het op een gegeven moment koud kreeg! Nu is het in Nha Trang het hele jaar door bloedheet, het begrip ‘jas’ is daar onbekend. Zelfs als Nederlander heb je na een week aan de Vietnamese kust niet meer de reflex dat je altijd je jas mee moet nemen als je ergens heen gaat. Ik denk niet dat hij het ooit eerder in z’n leven echt koud had gehad. Maar toen dus wel. In Dalat kan het naar Vietnamese begrippen echt koud zijn. Onze chauffeur vertelt verontwaardigt dat hij een jas moest kopen omdat hij anders niet verder kon rijden! Met het meisje is het niets geworden, ze wou dat hij naar Nederland kwam maar hij kreeg al enorme heimwee naar Nha Trang toen hij een paar maanden in Ho Chi Min werkte, laat staan dat hij naar Nederland zou gaan. En natuurlijk, in Nederland heb je ook een groot deel van het jaar een jas nodig!

Om negen uur ’s avonds komen we aan. We hebben een mooi hotel (het Dalat Empress hotel) met uitzicht over het Xuan Huong meer, ook in het donker ziet het er leuk uit, overal lichtjes. We zien zelfs een mini Eiffeltoren, Dalat heette vroeger “Le Petit Paris”. We zoeken snel een LP – goedgekeurd restaurantje uit, wel relatief duur (dat heb je bij al die restaurantjes die door de Lonely Planet uitverkoren zijn) en kleine porties, maar goede kwaliteit (nou ja, behalve het vlees, als je een steak wil kan je voor zover Jac getest heeft alleen met een gerust hart bij “Grill 69” in Ho Chi Min terecht, fantastische porties, je kunt het vlees zelf aanwijzen en het komt direct uit Nieuw Zeeland). We drinken er heel gepast een Dalat wijn bij, de enige plaatselijke wijn die in Vietnam te krijgen is. De wijn is te drinken, maar Vietnam heeft geen wijn traditie.

Haven Hue

De volgende ochtend maken we een wandeling rond het meer. Het is fris en nogal winderig, ik doe een trui aan en Jac een t-shirt met lange mouwen. Het meer doet merkwaardig niet-Vietnamees aan, meer een beetje Oostenrijks of zo. Kleine huisjes rondom het meer, aan onze linkerhand ligt een groot golfterrein. We zien veel bloemen, die hebben we tot nu toe nergens in Vietnam gezien, behalve lotusbloemen in watertjes, en die waren allemaal dicht (het is November). Halverwege het meer is het “Dalat Flower Park”, leuk aangelegd alleen jammer dat ze het extra sfeervol willen maken door levende (nog) paarden voor mooi versierde karren neer te zetten. Men is niet erg diervriendelijk in Vietnam. De paarden staan de hele dag in de hitte, want het is nu tegen twaalven en het is bloedheet. Jac heeft veel spijt van zijn lange mouwen, mijn trui is allang uit en dat hemd onder m’n t-shirt had ook wel achterwege mogen blijven. Toch teveel naar onze chauffeur geluisterd! Wel is dit een droge hitte, het is niet vochtig zoals in het midden en zuiden van Vietnam aan de kust. Op een heuveltje liggen een aantal kassen. De inhoud valt Jac nogal tegen na de warme klim, want het is een beetje een puinhoop overal binnen. Maar als ik eenmaal de kas met de orchideeën waar de LP over rept gevonden heb, maak ik diverse mooie foto’s van levensgrote orchideeën. Jac wacht ondertussen buiten de kas (want binnen is het nog warmer dan buiten!) op een plekje waar een beetje wind staat.

’s Middags bezoeken we de markt. In tegenstelling tot het gebied rond het meer weet je hier meteen dat je in Vietnam bent, overal zitten verkoopsters met conische hoeden met sjaals op de grond met voor zich grote schalen lychees, mango’s, ananas, een soort kool en broodjes en in de stalletjes kan je werkelijk alles kopen, vanaf loodgieters benodigdheden tot levende kippen (in een piepkleine gazen kooi gestapeld, geen leuk gezicht, de verkoopster zit er rustig naast te eten), groentekraampjes, brommeronderdelen, aardbeien en bramen (kunnen alleen in Dalat gekweekt worden omdat het daar wat frisser is), spaarpotten, opengesneden varkenspootjes, slippers (de varkenspootjes hangen deels over de slippers heen), gereedschap en de onvermijdelijke ‘life fish’, een ingenieus pijpenstelsel ververst het water van de bakken van alle naburige viskraampjes, waar je allerlei vissoorten, paling, schelpdieren en kleine tot eng-grote garnalen kunt krijgen.

Dalat flower park

Onze tweede en laatste dag in Dalat willen we wat van de omgeving zien. Volgens de LP moet het hier heel mooi zijn (“meren, altijdgroene bossen, tuinen, watervallen, het gematigde klimaat en de parkachtige omgeving maken Dalat tot één van de mooiste plekken van Vietnam”). Aangezien de plaats Dalat alleen al heel uitgestrekt is willen we een fiets huren, volgens de LP een goede manier om de omgeving te verkennen. Ergens staat wel iets over de heuvelachtige omgeving, maar dat zal wel meevallen denk ik in één van de optimistische momenten die mij wel vaker op vakantie overvallen. Fietsverhuur stalletjes genoeg, daar ligt het niet aan, maar het blijkt niet eenvoudig om een goede mountainbike te krijgen. We zien wel goede fietsen staan, maar die worden niet los verhuurd, worden alleen gebruikt bij geboekte tours, waar je gezamenlijk dus een tocht maakt. Een verhuurster denkt Jac wel te kunnen interesseren in een tochtje en vertelt als ze hoort dat we morgen doorgaan naar Mui Ne en daarom dus morgen geen tour bij haar kunnen doen, dat er nog ruimte is in de tour naar Mui Ne, 200 kilometer cross country! OK, het is steeds bergaf, maar Jac heeft al na 20 kilometer fietsen in het vlakke Nederland enorme last van z’n kont dus je begrijpt dat hij niet vol enthousiasme de bus afgezegd heeft!

Bij een volgend stalletje zien de fietsen er ietsje beter uit en willen we even een proefritje maken. Ik poog een eindje te rijden maar heb geen enkel idee hoe het schakelen werkt, de verkoopster heeft zelfs nog minder idee dus die kan me niet helpen. Al rijdend kom ik er wel uit denk ik, maar de straat waarin de fietsverhuurders zitten heeft een gemiddelde hellingshoek van zo’n 15 procent en nu ik er over nadenk is er ook in de buurt geen straat te vinden die minder steil loopt dan 10 procent! Naar beneden toe ga ik al snel zo hard dat ik niet toekom aan schakelen maar alleen aan hopen dat de remmen het voldoende goed doen om de bocht te halen. Terug naar boven krijg ik geen beweging in de pedalen en moet ik lopen. Jac mompelt voorzichtig (hij kent me) dat het misschien toch niet zo’n goed idee is, dat fietsen. Maar ik geef zomaar niet op en wil de volgende verhuurder ook nog vragen. Die weet wel hoe het schakelen werkt, maar als hij het demonstreert loopt meteen de ketting van de fiets. De verhuurder kijkt niet bepaald verbaasd en slaat meteen lekker aan het sleutelen.

Zelfs ik geef nu het fietshuur plan op. Jac wil graag een scooter huren, iets wat ik niet zo zie zitten maar nu het fietsen niet lukt moeten we toch iets. Al snel vinden we een aardige scooter die we voor een bijzonder laag bedrag kunnen huren. We vragen aan de verhuurster hoe het met de verzekering zit. Een andere vrouw moet bij de vertaling helpen, maar dan vertellen ze ons beide stralend dat we ‘fully insured’ zijn. Maar helemaal zeker weten ze het niet, dus wordt de expert er bij gehaald. Even weg op een brommertje en vijf minuten later is ze al weer terug, compleet met expert. De expert bevestigt dat we ‘fully insured’ zijn, maar na doorvragen blijkt dat tegen schade aan de motor, alle beschadigingen aan de buitenkant van de scooter en bijkomende kosten moeten we zelf betalen. Dit vinden we toch wel wat eng. We zoeken het nog even na in de LP en daar staat inderdaad dat je vrijwel nergens in Vietnam een verzekerd brommertje kan huren.

We hebben geen zin om een taxi te huren of achterop een brommertje te gaan dus blijft er maar één optie over: te voet. We zetten koers richting het zomerpaleis en na een paar kilometer gelopen te hebben kan Jac het niet nalaten nog even op te merken dat dit toch geen erg geschikte fietsroute was geweest. Inderdaad, de wegen zijn druk en bijzonder steil. Al lopend zien we opeens een merkwaardig gevormd gebouw, dit blijkt het zogenaamde ‘Crazy house’ te zijn, gebouwd (het is nog niet af overigens) door de dochter van de president na Ho Chi Min, ze heet Dang Viet Nga. Het bouwwerk doet ons veel denken aan de bouwwerken van Gaudi in Barcelona, net zo vreemd gevormd en hetzelfde streven naar natuurlijke vormen of beter, vormen die in de natuur voorkomen. Ze is echter nooit in Barcelona geweest, wel heeft ze jaren in Moskou architectuur gestudeerd. Het ‘Crazy house’ is een hotel en tegen geringe vergoeding kan je het bezichtigen. Zeker een aanrader als je in Dalat bent.

Bao Dai's summer palace

Iets minder een aanrader is het zomerpaleis van Keizer Bao Dai (rond 1930). Het moet hoog op een heuvel tussen de pijnbomen liggen en inderdaad gaat de weg gestaag omhoog (Jac begint ondanks de wat koelere wind alweer flink te zweten), maar het aantal pijnbomen is beperkt en het paleis zelf lijkt meer op een wat groot uitgevallen huis, nogal blokkerig, er is niets paleizerigs aan. Van binnen is het toch wel bijzonder, het is nog helemaal intact, er is niets veranderd en je kan je goed voorstellen hoe het geweest moet zijn op een officiële ontvangst. Heel statig ingericht met veel gevoel voor decorum maar zeer stijf. Boven zijn de privé vertrekken van de keizer, hier is het ietsje gezelliger en een stuk lichter dan beneden. Er zijn geen westerse toeristen, alleen maar Vietnamese en Chinese toeristen, en die zijn minstens zo geïnteresseerd in ons als in het zomerpaleis!

Op de terugweg willen we een snelle route nemen (ik ben berucht om mijn afsnijdertjes…). We steken de rivier over (zoveel troep hebben we nog nooit gezien, men gooit hier echt alles ongegeneerd weg) en houden de “Eiffeltoren” als baken aan. We belanden in steeds kleinere straatjes en komen midden in de arme buurt uit. Niet dat het eng is of zo hoor, net als overal in Vietnam is men heel vriendelijk en we hebben geen enkel moment het idee dat er iets zou kunnen gebeuren, wel heel anders dan bv in armere buurten in Peru of in Kenia, waar we ook rondgebanjerd hebben. We volgen een heel smal straatje met aan weerskanten piepkleine winkeltjes vol contrasten: veel levensmiddelen, vis, houtskool (echt, je weet niet wat je ziet!), kappers, café’s waar iedereen tv kijkt, meubelmakers met prachtige houten staande klokken en zelfs een PC ruimte vol gamers: eeuwenoud en supernieuw dwars door elkaar. Het straatje komt op het plein bij ons meer uit, we zijn al diverse  keren over dit plein gelopen de afgelopen twee dagen maar dit straatje hebben we niet gezien.

Al met al een geslaagde dag, maar het was wel leuk geweest hier nog een dag te hebben en dan per taxi of met een tour (iek) de mooie omgeving te bekijken, een paar van de watervallen en de beroemde ‘valley of love’, alhoewel dat wel erg toeristisch schijnt te zijn, een heel circus.

Maar de tussenstops van de bus zijn de moeite waard

De volgende ochtend vertrekken we naar Mui Ne met een ‘Open tour’ bus (en dus definitief niet per fiets). De ‘Open tour’ bus is bijzonder handig, je kiest vooraf voor een traject door Vietnam. Veel te kiezen is er overigens niet, òf je reist van Ho Chi Min naar Hanoi of omgekeerd. Alleen tussen Hoi An en Ho Chi Min zijn er wat alternatieven, je kunt via Dalat of via Mui Ne of rechtstreeks. Je wordt bij je hotel afgehaald, soms met de hele bus, vaker met een kleine bus die je naar de grote bus brengt. Het is dus wel veel wachten, soms ben je al een uur onderweg voordat je daadwerkelijk vertrekt! In Hue zaten er mensen voor ons in de bus die klaagden dat ze nu een uur verder waren en dat hun hotel vanuit de bus alweer in zicht was. Als ze dat geweten hadden dan hadden ze die honderd meter zelf wel gelopen, maar dan een uurtje later! Maar verwacht nooit in Vietnam dat je vooraf geïnformeerd gaat worden over de planning! Bij aankomst word je keurig bij je hotel afgeleverd, doorgaans, maar ook hier is enig geduld vereist, want eerst bezoek je alle hotels waar men provisie van krijgt, zodat toeristen die nog geen hotel hebben in de gelegenheid zijn zich hier te laten afzetten (in ieder geval letterlijk).

Mui Ne Beach is een tien kilometer lange straat langs het strand, met veel beach resorts. Maar verwacht geen Spaanse toestanden, alles is ruim opgezet, met mooie tuinen en weinig hoogbouw. Ons hotel heet “Mui Ne Beach Resort” (hoe komen ze er op). Het ligt direct aan zee en heeft een prachtig zwembad. Het is in Mui Ne heel vochtig warm, een graad of 35, dat is weer even wennen! Op het strand zijn ze aan het kite surfen, op een plank voortgetrokken door een vlieger. In de loop van de middag steekt de wind op en zijn de omstandigheden ideaal voor kite surfen. Het is spectaculair om te zien, men bereikt hoge snelheden en als een surfer in de branding komt moet hij keren, degene die het goed kunnen maken dan enorme sprongen, degene die het nog niet zo goed kunnen vallen van de plank en moeten uiteindelijk het stuk tegen de wind in terug lopen, hun vlieger dobberend achter zich aan trekkend.

Werklui zijn een trap naar het strand aan het aanleggen, gewoon op het heetst van de dag. Er zijn ook veel vrouwen bij. Iedereen is geheel gekleed, de vrouwen compleet met zo’n conische hoed met een sjaal vastgebonden, de sjaal ook nog grotendeels voor hun gezicht tegen het stof. Er lopen wat gezette oudere toeristenvrouwen in bikini vlak langs de werkers, dit geeft een wel heel merkwaardig contrast!

Vissers

In Mui Ne genieten we twee hele dagen van het strand en het zwembad, maar ik wil ook graag de zandduinen bekijken, dus de derde dag, een maandag, doen we de ‘sunrise tour’. Sunrise is hier helaas vroeg, dus moeten we om vijf uur op. Maar het is alleszins de moeite waard, we zien inderdaad de zonsopgang boven zee vanaf de zandduinen, een prachtig moment als het rood van de zonsopgang nèt over de zandduinen scheert, zodat een paar plekken rood oplichten en de rest nog donker is. Meteen na de zandduinen bezoeken we de ‘Red canyon’. De zon schijnt loodrecht op de wanden precies de kloof in en ik heb eerlijk gezegd nog nooit zulke felrode rotsen gezien. Op de foto’s lijkt het net of ik voor de eerste maal met Photoshop in de weer ben geweest om m’n fotootjes op te leuken! De sunrise tour (bestaande uit Jacques en mij en onze chauffeur) doet vervolgens een dichtbijgelegen vissersdorpje aan, of tenminste het strand, waar nu de vangst binnengehaald en verkocht wordt. Een prachtige fotogelegenheid, we zijn de enige toeristen en kunnen ongestoord met onze neus op de vangst staan. Ter afsluiting brengen we nog een bezoekje aan de ‘Fairy Stream’, een riviertje dat door de zandduinen heen naar zee stroomt. Geleid door een paar kinderen waden we door het watertje tegen de stroom in. Helaas ligt er weer veel troep aan weerszijden van het water, maar als we voorbij het bewoonde gebied zijn wordt het schoon en komen we tussen de rotsen. Kalkrotsen, heel merkwaardig, de onderste helft is wit en de bovenste helft alweer felrood. Mooi om te zien. Bij terugkomst gaan we meteen ontbijten. We hebben hier iedere ochtend een fantastisch buffet ontbijt met verse vruchten (is in Vietnam standaard), met name dragonfruit, mango en ananas. Verder eitjes, omeletten en flensjes, precies naar wens gemaakt. Ze hebben zelfs kaas! Daarna gaan we lekker naast het zwembad zitten lezen in de schaduw en regelmatig zwemmen om af te koelen, al is het water zo warm dat het maar eventjes verkoeld. Ik heb wel eens mindere maandagochtenden meegemaakt!

Doorreizen naar de Mekong Delta >>>


Terug naar Virtual Traveling home