Cambodja - Angkor tempelcomplex

Angkor Wat

Klik hier om alle foto's met vergrotingen te bekijken! - Klik hier om de DVD met diashows met muziek + beeldvullende foto's te bestellen!


Bezocht: Tonlé Sap meer en Angkor tempelcomplex.

We vertrekken om 7 uur met de speedboat vanuit Phnom Penh. De zon is net op, je kunt bijna de rivier niet overkijken tegen het felle licht in. We waren te vroeg weg uit het hotel om te kunnen ontbijten, achteraf gezien hadden we best een half uurtje later kunnen gaan maar onze reisorganisatie hier – Khiri Travel, die alles overigens uitstekend geregeld heeft – huldigt het motto “beter even gewacht dan de boot gemist”. Gelukkig komt er nog een verkoopstertje langs met een grote mand vol broodjes en kleine smeerkaas puntjes. Zo ontbijten we toch nog op de boeg van de boot.

Dit is de eerste boot die echt snel gaat. We varen tussen vissers door, die hele formaties van boten hebben liggen over de volle breedte van de rivier met netten ertussen gespannen. Hier komt geen vis meer doorheen lijkt me. De speedboat vaart gewoon over de netten heen. Langs de rivier staan weer de uit de Mekong delta bekende houten hutjes op hoge bamboe stokken. Ook hier zijn grote hoogteverschillen in de waterstand, enorme overstromingen zijn het gevolg. Na twee uur varen wordt de Tonlé Sap rivier steeds breder, tot we bij het meer uitkomen. We zitten op het dak, goed ingesmeerd met zonnebrand want het is warm maar door de wind prima uit te houden, heel verraderlijk dus. Beneden in de smalle kajuit is het zeer benauwd, maar hier boven is het zalig. Wel goed opletten als de boot plotseling zwenkt, op het dak zit je helemaal los, de ‘reling’ is 10 centimeter hoog dus daar heb je niet veel aan. Rondom de boot beneden is er overigens helemaal geen reling, alleen bij de boeg, verder heb je een 20 centimeter breed deel waar je op kan lopen en moet je je vasthouden aan de ‘reling’ rond het dak. Zou in Nederland niet door de arbo komen!

Tonle Sap

Het Tonlé Sap meer is zo groot dat we alleen maar water zien, heel in de verte zie ik aan één kant nog vaag bergen. Maar verder alleen water, met zo hier en daar een drijvend hoopje bladeren, waar soms vogels bij zitten. Het meer is het grootste zoetwater reservoir van Zuidoost Azië en wordt in zijn bestaan ernstig bedreigd door de enorme groei van de economie, die tot ontbossing en het bouwen van dammen leidt. Na ruim vijf uur varen komen we in de buurt van Siem Reap. De concentratie hutjes op palen neemt toe en we stoppen bij een piepklein dorpje, waar de bussen en taxi’s die de toeristen komen ophalen een totale verkeersopstopping veroorzaakt hebben. Onze taxi staat keurig klaar, het wachten is op het vullen van de voertuigen voor ons en dan zet de hele trein zich in beweging. In een half uurtje zijn we in Seam Reap.

Seam Reap is niets bijzonders, er wordt flink gebouwd maar het is een ronduit lelijk plaatsje. Wel is er een zeer uitgebreide markt, waar we goedkoop veel souvenirs bemachtigen, na veel onderhandelen. En er is een echt toeristenstraatje vrijwel alleen gevuld met restaurantjes. ’s Avonds wordt het weggetje afgezet zodat het voetgangersgebied is. We eten op een terras en twee maal op een balkon, alweer prima eten, onderwijl luisterend naar de serenade die ons gebracht wordt door het “minesweeper” orkestje beneden op de grond (sorry voor de term, maar ik kan geen accuratere beschrijving verzinnen). Het is nogal eentonige muziek die je overdag ook hoort bij de meest bezochte Angkor tempels. De orkestleden hebben plezier in het spelen, ze rouleren van instrument om het niet te saai te maken. Sommigen zitten zo makkelijk, eentje heeft z’n kunstbeen afgedaan en leunt er met z’n stompje op, dat het lijkt alsof normale benen alleen maar in de weg zitten. Tot zoverre onze beschouwingen vanaf het balkon.

De eerste dag dat we het Angkor complex bezoeken worden we rondgeleid door een gids. We nemen een drie dagen pas (40 euro!). De gids brengt ons om te beginnen naar de “Tombraider” tempel, Ta Prohm, de tempel waar een stukje van de Tombraider film opgenomen is. De tempel is deels overwoekerd, enorme wortels voegen zich naadloos naar de stenen zodat je niet ziet waar de tempel ophoudt en waar de boom begint. De wortels lijken op vingers of op gespierde benen, de wortels zijn zo duidelijk levend dat je ze bijna denkt te zien groeien, hierdoor lijkt de hele tempel levend te worden. Het is nog vroeg in de ochtend, de zon staat laag waardoor het licht prachtig is en diepe schaduwen tovert, waarin ik ingesponnen mummies denk te zien hangen. Onze gids heeft zo in het begin van de dag nog ietsje geduld met ons (vooral mijn) getreuzel en maakt een praatje met de plaatselijke bewaker, zodat ik me kan uitleven met foto’s maken.

angkor Thom Royal Palace

Vervolgens bezoeken we Angkor Thom, een versterkte stad vol tempels met een oppervlak van circa 10 vierkante kilometer. We lopen een eindje door het bos van de ene naar de andere tempel en komen langs een groot water reservoir, wat vroeger het zwembad voor de vrouwen was, er waren veel vrouwelijke dansers gezien de grootte van het zwembad, 250 meter lang! De mannen hebben hun eigen zwembad, wat aanzienlijk kleiner is. Ook hier zijn enorme bomen te bewonderen, van de gids moet er een foto gemaakt worden (hij wijst precies de juiste fotoplekken aan) dus gaat Jac braaf tussen de schuinstaande stammen staan. Op de foto valt Jac nauwelijks op, hij verdwijnt helemaal tussen de enorme wortels. Precies in het midden van Angkor Thom is Bayon, de tempel van de ‘216 smiling faces’. Van buiten ziet de tempel er een beetje puinhoperig uit, maar van binnen op de tweede verdieping aangekomen zie je opeens allemaal gezichten, immense gezichten. De koning Jayavarman VII, die zeer veel gebouwd heeft hier, heeft zichzelf als god vermomd 216 maal afgebeeld. Het effect is bijzonder imponerend, zelfs wij ongelovige westerlingen raken onder de indruk.

Het is inmiddels erg warm geworden en de gids vindt het tijd voor het middagmaal. Ik begin nog maar net op stoom te komen (letterlijk) en ben eigenlijk nog niet aan de lunch toe, maar de gids is onverbiddelijk. Er moet nu gegeten worden! Dus laten we ons braaf afvoeren naar een voor Cambodjaanse begrippen duur airco restaurant. De gids en de chauffeur ploffen buiten op het terras in de schaduw neer. Onze gids heeft twee kleine kinderen die vannacht een beetje ziek waren, zodoende heeft ie geen oog dicht gedaan. En dat begint zich te wreken.

Na de lunch gaan we naar Angkor Wat, waar het nu op het heetst van de dag als iedereen aan het lunchen is uitzonderlijk rustig is. We zien het van veraf al liggen. We hebben het zo vaak op foto’s gezien en nu zijn we er dan echt zelf! Angkor Wat is midden 12e eeuw gebouwd als tombe voor koning Suryavarman II ter ere van Vishnu, de Hindoe god waarmee de koning zich vereenzelvigde. Op aanwijzing van de gids maak ik braaf foto’s van Angkor Wat, spiegelend in de enorme slotgracht. Alleen jammer dat de vele lotusbloemen in het water niet open zijn. Volgens de gids zijn ze ’s ochtends vroeg wel open, het lijkt me de moeite waard morgen of overmorgen ’s ochtends terug te komen om dat te zien. Binnen in het complex beklim ik de steile trap naar het bovenste plateau. Jac blijft beneden, maar niet lang, want boven aangekomen vind ik het uitzicht zo de moeite waard dat ik hard naar beneden roep dat hij zelf even moet komen kijken. De gids blijft alleen beneden achter, rustig een sigaretje rokend en ondertussen op mijn fototas passend, waar veel geld en al onze papieren in zitten. Ik hoop dat ie niet indommelt!

Uitzicht vanaf Angkor Wat

Van het bovenste plateau kunnen we heel Angkor Wat overzien. In de verte hangt de ballon, die regelmatig naar boven gelaten wordt met een hele lading toeristen eronder hangend in het bakje. Het is inmiddels een beetje bewolkt, en daardoor iets minder warm. Terug naar beneden pakken we de trap waar een touw langs gespannen is, toch wel prettig om goed houvast te hebben op zo’n steile trap, zeker als je naar beneden gaat. We maken de gids wakker, m’n tas is er gelukkig nog, morrend staat de man op. Hij heeft het inmiddels echt wel gehad. Hij laat ons nog een enorm bas-relief zien, een deel ervan beeldt “Hemel en Hel” uit, met een ruime nadruk op de hel. Heel opmerkelijk vind ik dat de afbeeldingen van de hel zo lijken op afbeeldingen van de Christelijke hel, het bekende werk met speren, vuur, wilde dieren, vertrappende laarzen, naar buiten puilende ingewanden en dergelijke. Ik weet niet of het ooit onderzocht is (een beetje in de richting van Jung?), maar het lijkt wel alsof de mensheid een universeel beeld van de hel heeft! Wat verder opvalt is dat de afbeeldingen van de hel aanzienlijk uitgebreider en geïnspireerder zijn dan de afbeeldingen van de hemel, iets wat ook in de Christelijke traditie doorgaans het geval is.

Angkor Wat maakt veel indruk op ons maar ik vind het wel jammer dat onze gids inmiddels zo’n haast heeft. Het is duidelijk dat hij naar huis wil, en zelf zijn we ook wel vermoeid, al zou ik nog makkelijk er een paar tempeltjes achteraan kunnen doen. We besluiten om morgen op eigen gelegenheid het ‘big circuit’ te doen, dat zijn de wat verder weg gelegen tempels, en dan overmorgen ’s ochtends nog even terug te gaan naar Angkor Wat om alles rustig op ons in te laten werken.

Terug bij ons hostel, wat de merkwaardige naam “Mekong Angkor Palace Guesthouse” draagt (ik heb zoiets van beslis nu of je een Palace of een Guesthouse bent, maar ‘Palace’ hoort natuurlijk bij ‘Angkor’), zijn we reuze blij met het kleine zwembad. Al is het water erg warm, het is na al dat rondslenteren in de hitte zalig om in het zwembad te liggen. Onze kamer is een beetje simpel, met weinig ruimte om dingen neer te leggen en het bed is nogal hobbelig. We hebben weer een “gronddouche”, zoals heel vaak deze reis, ik bedoel daarmee dat je gewoon op de badkamervloer doucht, niet in een bad of een aparte douchebak. Doorgaans is er ook geen gordijn, zodat je het wc papier (waar men hier zeer zuinig mee is) vooraf in veiligheid moet brengen. Ik heb een schimmelinfectie opgelopen, allereerst een soort zwemmerseczeem tussen de tenen, maar het wordt steeds erger en nu krijg ik ook rode bultjes op mijn armen en benen, die erg warm worden en enorm kietelen. Ik weet niet of het door de gronddouche komt, maar het was misschien beter geweest om op slippers te douchen. De schimmelinfectie blijkt zeer hardnekkig, na terugkomst in Nederland krijg ik ook last op mijn handen. Na een maand ben ik er nog niet van af en zelfs na een antimycotica kuur (net zoiets als antibiotica maar dan tegen schimmel) kuur duurt het nog een maand voordat het wat verbetert. Jac heeft last van schuurplekken van zijn broek op zijn benen en in zijn liezen, van die kleine dingen kunnen door de vochtige hitte heel hinderlijk worden.

Angkor Wat beeldjes

’s Nachts horen we de Gekko: hij roept echt “Gèèèk-ko”, heel hard beginnend en dan steeds herhalend langzaam aflopend als een kinderopwindspeeltje. Gekko’s zitten in Vietnam en Cambodja overal, ook boven je bed en als je aan het eten bent en omhoog kijkt blijkt er eentje precies boven je bord aan het plafond te hangen! Eén geruststelling: ze kunnen zich kennelijk heel goed vasthouden want we hebben er geen één naar beneden zien vallen. Het klinkt heel onecht, de roep van het beest en het is onbegrijpelijk dat er zoveel geluid uit zo’n klein beestje komt. Wie ook heel onecht klinken en waar het helemaal onbegrijpelijk is dat er zo veel geluid uit komt is een kleine sprinkhaan. Die klinkt als een motorzaag. Wat meer tegen het einde van de middag hoor je ze overal bij de Angkor tempels. Eerst dacht ik werkelijk dat het een cirkelzaag was, maar toen ik het geluid bij een andere tempel weer hoorde (nee, het was niet zo’n minesweeper orkestje…) hebben we het gevraagd en bleek het dus een soort sprinkhaan te zijn. Ik heb nog nooit geluiden van dieren echt storend gevonden, maar hier kan je knettergek van worden, zo schel doordringend en monotoon.

De volgende dag gaan we met een ‘tok-tokje’ (een bromfiets met tweepersoons wagentje met overkapping erachter) het ‘big circuit’ doen. We hebben een hele lieve chauffeur, die rustig aan (het ding gaat niet harder dan een kilometer of 30 per uur) ons telkens naar de volgende tempel brengt, onverstaanbaar de naam van de tempel mompelt en zich dan terugtrekt in de schaduw om een tukje te doen tot wij weer terugkomen. Ideaal, zo komen we overal, we zien van alles onderweg, we kunnen rustig rondkijken zonder opgejaagd te worden door de gids en onze chauffeur kan ondertussen aan z’n slaaptekort werken, zodat hij niet halverwege de dag hoeft af te haken zoals onze gids. Alleen naar de “tempel van de vrouwen” (Banteay Srei) is het wat ver, we doen er een ruim uur over. Maar het landschap is erg mooi, veel groene vlaktes, kleine watertjes en palmbomen, langs de weg hutjes met voor ieder hutje een soort oven uit klei met erop een grote dampende schaal rijst (neem ik aan), overal spelende kinderen. En in zo’n tok-tokje zit je buiten, wat leuker is dan in een afgesloten auto. Je hebt dus geen airco, maar de rijwind is ook verkoelend. Banteay Srei is zeer de moeite waard, heel mooi gelegen aan het water en prachtig beeldhouwwerk overal, zeer fijnzinnig uitgevoerd. Jammer genoeg houdt net hier de accu van mijn fototoestel het voor gezien. Ik heb geen reserve accu maar wel een houder waar foto batterijen in kunnen. Maar ja, waar haal je zo snel de goede batterijen vandaan? Als ik zoekend om me heen kijkend uit de tempel kom word ik meteen aangesproken door een hulpvaardige jongeman, die foto batterijen helemaal geen moeilijke vraag vindt. Blijkt dat diverse stalletjes behalve beeldjes en andere souvenirs ook batterijen verkopen. Terwijl een man of 10 toekijken vul ik de houder met drie batterijen en probeer het uit. Helaas, het displaytje blijft donker. Ik begin net te zeggen dat de batterijen niet goed zijn als mijn persoonlijke assistent naar het display wijst: “Hij doet het wel hoor!”. Ik kijk en zie op hetzelfde moment het batterij indicatie balkje vol lopen. Het lijkt een wonder – ik kan weer fotograferen! Onderhandelingen over de prijs van de batterijen lopen voor ons niet gunstig af (les nummer 1: altijd vooraf onderhandelen), maar ach, ik kan er niet mee zitten en ga enthousiast door met close-ups maken van de prachtige poorten.

tuk tuk benzine tanken

Op de terugweg komen we zonder benzine te zitten. Gelukkig blijken diverse hutjes benzine te verkopen en onze chauffeur investeert in een hele liter benzine, die met een slangetje overgeheveld wordt. We lunchen op een terras van een bijzonder eenvoudig restaurantje, geen airco vandaag! Het eten is redelijk en de prijs is na een kritische blik mijnerzijds laag (er bleken diverse menu’s in omloop te zijn met heel verschillende prijzen…). Ik moet alleen goed op Jac passen, want de vrouw die het naburige restaurantje beheert heeft haar oog (zeg maar beide ogen) op Jac laten vallen en het lijkt erop alsof ze niet alleen geïnteresseerd is om hem een maaltijd aan te bieden, maar al hele ‘huisje boompje beestje’ fantasieën aan het uitwerken is. Jac ligt hier sowieso goed in de markt hebben we al eerder gezien, dat ligt natuurlijk aan zijn charme maar misschien ook een beetje aan zijn grijze haar en goedgevulde buik, wat men hier met een goedgevulde portemonnee associeert.

Nadat we klaar zijn met eten en Jac zich heeft losgerukt (letterlijk) bekijken we “Eastern Mebon”, een tempel piramide tegenover de restaurantjes. Een beetje vervallen met gras op de torens, maar heel sfeervol en met schattige olifantjes op de uitkijk op iedere hoek van de buitenmuur. Het is heel rustig en bijzonder sfeervol. Ik klim maar weer eens naar boven en heb een prachtig uitzicht, rondom over de uitgestrekte jungle. Zo bezoeken we nog diverse tempels van het ‘big circuit’, we zien in de jungle verscholen liggende poorten, compleet met enorme koppen, prachtig beeldhouwwerk, met name heel mooie vrouwfiguren en veel door wortels en hele bomen omstrengelde poorten en muren (ik dacht eerst dat men alleen bij de tombraider tempel de natuur zijn gang had laten gaan, maar er zijn nog een heel aantal tempels met prachtige overwoeker taferelen). Het ‘big circuit’ is bijzonder de moeite waard, mede omdat het veel rustiger is en je de sfeer van vroeger heel goed kunt voelen.

We zijn pas om vijf uur weer terug bij ons Palace Guesthouse en spreken met de tok-tok driver af dat we morgenochtend nog Angkor Wat en Bayon zullen bezoeken. Dat zijn de tempels die we alle twee het mooiste vonden, samen met Ta Prohm, de tombraider tempel, maar die hebben we al heel goed kunnen bekijken omdat onze gids toen nog geen haast had en we daar ’s ochtends vroeg waren en prachtig licht hadden.

Lotusbloemen voor Angkor Wat

En inderdaad: ’s ochtends zijn de lotusbloemen voor Angkor Wat wel open! Een mooi gezicht, al heb je tegenlicht omdat Angkor Wat op het westen uitkijkt (de enige tempel die op het westen uitkijkt). We kijken op ons gemak rond, ik zie veel details die ik de eerste keer helemaal niet opgemerkt heb. En natuurlijk wil ik toch weer even naar boven, Jac heeft geen puf maar ik kan trappen nu eenmaal niet weerstaan. Het uitzicht is helderder dan twee dagen eerder. Alleen is Angkor Wat ’s ochtends zeer druk en als ik via de enige trap met touw-leuning naar beneden wil zie ik dat zich op het bovenplateau een rij gevormd heeft van zeker een uur lang, vol mensen die ook naar beneden willen. Ik zie Jac al stomen dus ga voorzichtig op mijn kont, treetje voor treetje, aan de achterkant naar beneden via een geheel verlaten, ook heel steile trap. Ik heb geen hoogtevrees, maar een beetje eng is het wel.

Tenslotte gaan we nog naar Bayon, rustig de “smiling faces” bekijken. Foto’s maken doe ik bijna niet, bij het eerste bezoek was het licht veel mooier. Nu kijk ik op m’n gemak rond, dit is misschien wel de meest bijzondere tempel die ik ooit bezocht heb.

’s Middags bivakkeren we bij het zwembad, even relaxen voor de lange terugreis. De volgende morgen vliegen we direct vanaf het nieuwe vliegveld van Siem Reap naar Kuala Lumpur en vandaar door naar Schiphol. Het is een prachtige reis geweest, vol afwisseling!

Begin van voren af aan >>>


Terug naar Virtual Traveling home