De nieuwe kleren van de keizer
Er was eens een keizer die zó ijdel was, dat
hij zich wel zeven keer per dag ging verkleden en zichzelf dan úren voor de
spiegel stond te bewonderen. Op een dag kwamen er bij het paleis twee mannen die
beweerden kleermakers te zijn, niet zó maar een paar kleermakers, maar hele
bijzondere: zij waren in staat om kleding te maken van een weefsel dat alleen
door intelligente mensen kon worden gezien.. De ijdele keizer nam hen meteen in
dienst om voor hem van deze bijzondere stof een kostuum te maken.
De twee kleermakers trokken zich terug in een speciaal voor hen ingerichte
torenkamer. Zij bestelden prachtige zijden en gouden garens, flonkerende
diamanten, smaragden en nog veel meer kostbaarheden, alles op kosten van de
keizer natuurlijk en gingen aan de slag.
Na een paar weken stuurde de keizer één van zijn dienaren naar de torenkamer
om te zien of het werk al vorderde. De kleermakers waren druk in de weer op het
weefgetouw en lieten de man zien wat zij al klaar hadden. De arme dienaar zag
helemaal niets, maar omdat hij bang was zijn baan te verliezen als zou blijken
dat hij niet intelligent genoeg was om de stof te zien, deed hij maar net alsof.
En aan de keizer vertelde hij dat het werkelijk prachtig werd. De tweede
dienaar, die een week later werd gestuurd, verging het niet beter; ook hij
verzon maar wat en prees het werk van de kleermakers om de keizer toch vooral
niet te laten merken dat hij niets had gezien.
Daarna was het de beurt van de eerste minister. Overtuigd van zijn intelligentie
was hij helemaal niet bang de stof niet te kunnen zien. Hij schrok dus vreselijk
toen hij de kleermakers druk aan het werk zag bij een ogenschijnlijk leeg
weefgetouw. Hij liet echter niets merken en was zo slim om een heleboel vragen
te stellen zodat hij de keizer goed zou kunnen informeren.
Een paar weken later moest de keizer zelf komen om te passen. Net als zijn
dienaren en minister zag hij geen stof, geen kleding, helemaal niets! En net als
zij, liet ook hij niets merken. In zijn onzichtbare kleren stond hij voor de
spiegel te draaien, mompelde iets over een plooitje hier en een rimpeltje daar
en ondertussen vroeg hij zich af of hij wel geschikt was om keizer te zijn nu
bleek dat hij niet eens intelligent genoeg was om de stof te kunnen zien.
Na een paar dagen was de kleding klaar en de keizer besloot om een grootse
rijtoer door de stad te maken in zijn nieuwe kostuum. Alle mensen hadden al
gehoord over de speciale eigenschap van de stoffen en iedereen wilde dat wonder
wel eens met eigen ogen aanschouwen. Toen de keizer uitreed stonden er dan ook
heel veel mensen langs de route te kijken en iedereen roep "Oh!" en
"Ah!", en "Wat prachtig!" want niemand wilde toegeven dat
hij helemaal niets zag en dus niet erg slim kon zijn. Alleen een klein jongetje
op de schouders van zijn vader riep: "Kijk ’s pappa, de keizer zit
helemaal in zijn blootje!" Aangezien kleine kinderen altijd de waarheid
spreken durfden enkele mensen nu wel toe te geven dat ook zij helemaal geen
kleding zagen, daarna nog een paar, en nog een paar, en tenslotte stond iedereen
hard te lachen om de blote keizer. De keizer schaamde zich nu vreselijk en reed
zo snel mogelijk terug naar het paleis. Hij had zijn lesje wel geleerd!
En de twee kleermakers? Die twee oplichters waren er al lang vandoor, mét alle
kostbaarheden én het hoge loon dat de keizer hen had betaald voor zijn mooie
nieuwe onzichtbare kleren!
terug
grote afbeelding