De gelaarsde kat
Er was eens een arme molenaar die twee zoons had. Toen de oude man stierf was er dan ook niet veel om te verdelen: de oudste zoon kreeg de molen en voor de jongste bleef niets anders over dan de kat. Met de kat trok de jongeman de wijde wereld in.
Deze kat was een bijzonder dier; zodra zij de molen hadden verlaten, begon zij te spreken: "Meester, als je mijn raad steeds opvolgt zal ik je rijk maken en misschien trouw je dan nog wel met een prinses!" De verbaasde jongen besloot om te doen wat de kat zei.
Van zijn laatste geld kocht hij een rode cape, hoed en een paar laarzen voor haar. Intussen had de kat een konijn gevangen en uitgedost in haar nieuwe kleren bracht zij dat naar het kasteel van de koning: "zeg maar tegen de koning dat het een geschenk is van de markies van Karrabas," zei ze. Een paar dagen later bracht ze een mooie fazant naar het kasteel en weer zei: "Een geschenk van de markies van Karrabas". De koning was nu wel nieuwsgierig geworden naar deze onbekende markies en besloot hem een bezoek te gaan brengen. Samen met zijn dochter reed hij uit en al spoedig kwamen zij langs graanvelden waar boeren aan het werk waren. "Aan wie behoren deze graanvelden?, vroeg de koning. "Aan de markies van Karrabas", antwoordden de boeren. Even later kwamen zij langs weilanden waar koeien en schapen stonden te grazen. "Aan wie behoren deze weilanden en het vee?", vroeg de koning aan de herders. "Aan de markies van Karrabas", luidde het antwoord van d herders. De slimme kat was de koning vr geweest en had de boeren en herders precies verteld wat zij tegen de koning moesten zeggen als hij vragen zou stellen.
In werkelijkheid was een oude, lelijke reus de baas over de landerijen. Ondertussen was de kat terug gegaan naar de jongeman. "Als er een rijtuig aankomt, moet je je uitkleden en in het meer springen", zei ze tegen hem. De jongen vond dit wel vreemd, maar toen het rijtuig van de koning aan kwam rijden, deed hij toch precies wat de kat hem had opgedragen. "Help, help!", riep de kat nu, "Mijn meester, de markies van Karrabas verdrinkt!" De dienaren van de koning haalden de jongeman uit het water en gaven hem droge kleren. "Majesteit, wilt u mijn meester naar zijn kasteel brengen?", vroeg de kat nu aan de koning en wees daarbij naar het kasteel van de reus. Natuurlijk wilde de koning dat wel doen.
De kat rende nu langs een andere weg heel snel naar het kasteel van de reus. "Ik heb gehoord dat je een beetje kan toveren, maar dat wil ik wel s zien vr ik het geloof!", zei ze tegen de reus. De reus veranderde zichzelf in een leeuw. De kat deed of zij diep onder de indruk was: "Dat was heel knap van je, maar kan je je ook in iets heel kleins veranderen, een muis bijvoorbeeld?" Dat deed de domme reus. De kat ving de muis/reus en at hem op met huid en haar.
Net op tijd trouwens, want daar kwam het rijtuig van de koning al door de poort van het kasteel. De kat ontving de koning, de prinses en de jongeman en liet door de dienaren van de reus (die maar wat blij waren met een nieuwe meester) een feestmaal bereiden. Toen de koning alle rijkdommen in het kasteel zag, vroeg hij of de markies er niet wat voor voelde om met zijn dochter te trouwen. Dat wilde de jongeman maar al te graag want hij vond haar heel mooi en lief. De prinses was al verliefd geworden op de jongeman zodra zij hem zag en dus kon de bruiloft al gauw worden gevierd. De jongeman vergat nooit dat hij zijn rijkdom en geluk aan de kat te danken had en zorgde altijd heel goed voor haar. En zo leefden zij nog lang en gelukkig.
terug                                                                                                                                                                              grote afbeelding