Vrouw Holle
Er was eens lang geleden een weduwe die twee dochters had. De moeder hield veel van haar oudste dochter, maar de jongste behandelde zij heel slecht: zij liet haar al het zware werk doen en gaf haar alleen afgedankte kleren van haar oudere zuster om te dragen. De oudste dochter werd hierdoor zelfzuchtig, lui en dik; de jongste echter werd steeds mooier en, wat belangrijker was, zij had een goed karakter.
Het kan me niet schelen hoe je het voor elkaar krijgt, maar je zorgt er voor dat die spoel terugkomt". Het meisje sprong toen maar in de put. Daar zag zij tot haar verbazing een deur en toen zij die opende stond zij opeens in een prachtig landschap met uitgestrekte weilanden en een boomgaard. "Pluk ons, want we zijn rijp!" riepen de appels. Het meisje zag een mand staan en begon meteen te plukken. Toen zij daarmee klaar was hoorde zij roepen: "Haal ons eruit, anders verbranden wij!". Het waren broden die lagen te bakken in een oven. Het meisje haalde de broden uit de oven. Toen zag zij plotseling een huis. Een oude vrouw kwam naar haar toe en zei: "Ik ben vrouw Holle. Wil je bij mij blijven en mij helpen?" Dat wilde het meisje wel. Ze had het heel prettig bij vrouw Holle, deed allerlei werkjes voor haar en schudde elke dag de dekbedden goed uit zodat het op de aarde ging sneeuwen. Maar na een tijdje ging zij toch naar huis verlangen. Vrouw Holle liet haar gaan en als beloning voor haar ijver liet zij een gouden regen over het meisje vallen toen zij door de deur in de put naar haar eigen wereld terug keerde. De haan op het erf riep: "Kukeleku, daar is ons gouden meisje nu!"
De moeder en de oudste dochter waren natuurlijk verschrikkelijk jaloers. "Jij moet ook maar eens op bezoek gaan bij die oude vrouw", zei de moeder. Het oudste meisje wierp nu de spoel in de put, sprong naar beneden en ging de deur door. Zij had geen oog voor het prachtige landschap en toen zij de appels hoorde roepen, deed zij alsof zij niets hoorde; tegen de broden zei ze: "Verbrand maar lekker, ik heb echt geen zin om me uit te sloven". Ook zij ontmoette vrouw Holle en ging voor haar werken, maar ze bracht er niet veel van terecht want daarvoor was ze veel te gemakzuchtig, ze schudde de dekbedden niet uit en de mensen op de aarde klaagden over de slechte winter.Vrouw Holle liet haar na een tijdje terug naar huis gaan, maar toen het meisje bij de deur in de put op haar beloning stond te wachten, viel er geen goud over haar heen, maar inkt! En wat zij ook probeerde, zij kon het niet van zich af krijgen. "Kukeleku, daar is ons zwarte meisje nu!" riep de haan op het erf.
De moeder en het oudste meisje hadden nu een nóg grotere hekel aan de jongste; ze lieten haar nóg harder werken en ze dwongen haar het goud te verbergen onder oude lappen en lompen. Maar de mensen in het dorp hadden het gezien en praatten er met elkaar over. Ook de prins hoorde over dit gouden meisje en hij wilde haar wel eens met eigen ogen zien. Toen hij bij het huis van de weduwe kwam, probeerde de moeder haar oudste dochter naar voren te schuiven maar het jongste meisje wierp nu de lappen die haar bedekten van zich af. De prins zag haar in al haar stralend gouden schoonheid en werd meteen verliefd. Hij nam haar meteen mee naar het paleis, waar zij al spoedig trouwden en zo leefden zij nog lang en gelukkig.
De weduwe en haar inktzwarte dochter vertrokken uit het dorp en niemand heeft ooit nog iets van hen gehoord.
terug                                                                                                                                     grote afbeelding