Klaas (Claes) Verhagen
(1734 – 1783)
DTB
Klaas Verhagen is gedoopt op 17 oktober 1734 te Rotterdam en zijn overlijden is
aangegeven op 9 september 1783 te Zoeterwoude.
Klaas was bakker van beroep en huwde op 24 september 1756 met Marijtje Bijland te Hazerswoude. Marijtje is gedoopt op 26 december 1734 te Hazerswoude en op 5 april 1811 begraven in de kerk van Leiderdorp. Haar vader was Klaas Bijland en haar moeder heette Neeltje Hendricks Dobbe.
Uit het huwelijk van Klaas en Marijtje zijn vijf kinderen voortgekomen:
1. Jan Verhagen,
gedoopt te Leiderdorp 24 juli 1757 † Zoeterwoude 25 augustus 1757
2. Neeltje Verhagen, gedoopt te Leiderdorp 13 augustus 1758
† Leiderdorp 29 april 1811, begraven op 3 mei 1811
3. Johannes (Jan) Verhagen, gedoopt 4 april 1760 te
Leiderdorp † Alkemade 21 juli 1824
4. Klaas Verhagen, gedoopt te Leiderdorp 31 oktober 1762 †
Zoeterwoude 22 maart 1763
5. Jacobus Verhagen, gedoopt te Leiderdorp 27 juli 1766 †
Zoeterwoude 4 augustus 1819
Een broer en een zus
Klaas had één broer, genaamd Jacobus en één zus genaamd Maria.
Jacobus Verhagen is gedoopt te Rotterdam op 29 april 1731 en waarschijnlijk in 1764 overleden. Hij huwde op 31 mei 1761 te Koudekerk met Anna Overgauw, die in de week van 21 tot 28 april 1770 is begraven in de Pieterskerk te Leiden. Na het overlijden van Jacobus huwde Anna met Casper Nihot, die van beroep grutter was. Uit het korte huwelijk van Jacobus en Anna zijn geen kinderen voortgekomen.
Maria Verhagen is gedoopt op 23 februari 1738 te Leiden en begraven op het Papegaaysbolwerk te Leiden tussen 7 en 14 februari 1795. Zij huwde op 26 mei 1758 te Leiden met Johannes Rogcheling, zoon van Jurriaan Rogcheling en Johanna van Veen.
Bakker
Op 5 april 1755 legt Klaas de eed af voor bakkers:
"Op huijden den 5e april 1755 heeft Klaas Verhaegen als bakker zijn eed gedaan en zijn naam en merk doen aanteekenen in handen van Mr. Christoffel Kristiaan Brender à Brandis, stedehouder van den Hoog Ed: Hoog Wel Geb: Heer Bailliuw van Rhijnland ter presentie van de ondergeschr: welgeboorne mannen, zullende bakken en woonen aan den Hoogen Rhijndijk onder Zoeterwoude en gebruijken het nevenstaande merk".
(w.g.) Jan Schrier
Simon Boorsma
|
|
![]() |
|
|
|
|
Spiegel van het Menselyk Bedryf, De bakker, Jan Luyken, 1694 |
Testament
Op 29 maart 1758 laten "Klaas Verhagen, brootbacker ende Marijtie Beijlant, egtelieden, wonende aen de Hogenrijndijk om d´hoek van de Lavassloot onder d´ambachte van Soeterwoude" hun testament vastleggen bij notaris Pieter Hubertus Pla te Leiden. Zij verklaren "de langstlevende van hun beijden te stellen ende institueren, sulks sij doen bij desen, tot sijn of haar eenige algeheele ende universeele erfgenaam in alle de goederen so roerende als onroerende, egeene ter wereld uijtgesondert", waarbij "de langstlevende van hun testateuren gehouden sal sijn de kind of kinderen bij den anderen verweckt ofte nog te verwecken, eerlijk te alimenteren en op te voeden mitsgaders te kleeden en te reeden, ook te doen oeffenen en op te trecken in soodanigen stijl, neringe of hanteringe als de langstlevende tot nut van de kinderen bevinden sal te behoren." Verder leggen ze vast dat de ouders van degene die het eerst komt te overlijden, een bedrag van 100 gulden uitgekeerd krijgen, indien zij nog in leven zijn. Tot slot bepalen ze dat de langstlevende de voogdij over de kinderen behoudt en gerechtigd is hierbij een tweede voogd aan te wijzen, waarvoor hetzelfde recht zal gelden zolang de kinderen nog minderjarig zijn.
Handtekening van Klaas Verhagen en Marijtje Bijland, 29 maart 1758
Rechtzaak tussen Cornelis van Eden en Klaas Verhagen
Op 1 maart 1764 moet Klaas Verhagen voor de rechtbank verschijnen in verband met een achterstallige betaling van de bakkersknecht. Cornelis van Eden, de vader van de knecht, eist de betaling van 25 gulden voor 1 jaar "huur" van zijn minderjarige zoon en nog eens 26 gulden en 5 stuivers voor het volgende jaar en bovendien nog eens 6 gulden voor "1 nieuwe jaar en kermis". Daarvan moet nog wel 10 gulden en 10 stuivers voor een lening worden verrekend. De rechtbank stelt dat Cornelis voor het 1e jaar nog recht heeft op 18 gulden en dat Klaas de rest conform de eis moet gaan betalen.
Nalatenschap en boedelscheiding van Jan Verhagen
Uit de nalatenschap van zijn vader Jan heeft Klaas Verhagen in 1777 de volgende (on)roerende goederen toegewezen gekregen:
"Eerstelijk een huis en erve zijnde een broodbakkerije en winkelhuis met een thuin daaraan, staande ende geleegen aan de brugge op de hoek van de Lavassloot of Kopperwatering en Hoogenrhijndijk onder den ambachte van Soeterwoude, belend ten noorden en oosten Frans van de Klucht, ten zuiden den Hoogenrhijndijk en ten westen de Laan of gangpad naast de Kopperwatering.
Nog de helft in een huis en erve, staande ende geleegen aan de Laan of gangpad naast de Kopperwatering op den hoek van den Inkel, belend ten noorden Barend van´t Wout, ten oosten Casper Nihot, ten zuiden den Inkel en ten westen de Laan of gangpad naast de Kopperwatering.
Nog een obligatie ten laste van ´t Gemeeneland van Holland en Westvriesland ten comptoire binnen de stad Leijden, staande ten name van Daniel Jans, groot in capitaal tweeduizend vijfhondert guldens van dato den 2e augusti 1695, no. 3. folio 110 verso, geaggt. den 14e november 1695. Nummero 3869. Regt. folio 418.
Nog een obligatie ten laste van´t Gemeeneland van Holland en Westvriesland ten comptoire binnen de stad Leijden, staande ten name van Johan de Hartoge van Onsmael, groot in capitaal elfhondert gulden van dato den 25e augustus 1760, no. 2 folio 96 verso, geaggt. den 9e januarij 1761. Numero 12314. Regt. folio 1286. In de kantlijn staat: Vernieuwde obligatie, zijnde d´oude geweest van dato den 25e augustus 1656 no. 2 folio 96 verso, geaggt. den 13e junij 1657. Regt. folio 212.
En laatstelijk nog een obligatie ten laste van´t Gemeeneland van Holland en Westvriesland, ten comptoire binnen de stad Leijden, staande ten name van Johan de Hertoge van Onsmael, groot in capitaal eenduizend gulden van dato den 9e maart 1649 no. 4 folio 125 verso, geaggt. den 4e augusti 1649 folio 288 verso".
Schuldbekentenis
Op 14 juli 1792 legt Marijtje voor schout en schepenen van Zoeterwoude een schuldbekentenis af ten behoeve van Abraham Hartevelt, werkzaam bij de firma Hartevelt en zoon te Leiden. Marijtje bevestigt dat zij nog zevenhonderd gulden schuld heeft uitstaan bij Hartevelt voor geleverde sterke dranken en belooft dit bedrag direct terug te betalen indien Hartevelt dit minimaal drie maanden van te voren aanvraagt. Voor de lopende schuld dient zij jaarlijks 3½% rente te betalen. Als onderpand moest Marijtje haar huis op de hoek van de Hoge Rijndijk en de Lavassloot, inclusief al haar goederen inzetten. Op 25 oktober 1809 geeft Marijtje samen met haar zoon Jacobus een machtiging af aan Adrianus en Johannes Hartevelt voor een openbare veiling van haar huis. De afspraak is dat Jacobus in ieder geval nog tot 30 april 1810 vrij van huur in het huis mag blijven wonen. De gebroeders Hartevelt bedingen dat van de verkoopsom eerst de openstaande schuld van zevenhonderd gulden aan hen moet worden afbetaald. Zij zijn de enige rechthebbende erfgenamen van Abraham Hartevelt, hun vader, bij wie Marijtje deze schuld nog had uitstaan. Op 19 december 1809 wordt het huis in een openbare veiling verkocht in het rechthuis te Zoeterwoude. Op 21 maart 1810 vindt voor schout en schepenen van Zoeterwoude de overdracht van het huis plaats.
Het huis staat beschreven als "een hegt en weldoortimmert huis, erve en schuur, op 't quohier van verponding gequoteerd met no. 494, item boomgaart en moestuin, groot of verongeldende voor 188 roeden, wordende het voors. huis in twee gedeeltens verhuurd, zijnde in het eerste gedeelte de grossierderij in sterke dranken veele jaren gedaan en het andere gedeelte tot een broodbakkerij geapproprieerd, staande en gelegen aan de Hogen Rhijndijk neven de Lavassloot of Kopperwatering onder dit ambacht, belend ten oosten zekere gemeene sloot, ten westen de Hogen Rhijndijk, ten zuiden Pieter van der Klugt en ten noorden de Laan of Gangpad langs de Kopperwetering, zijnde het eene gedeelte van het voors. getransporteerde verhuurd aan Jacobus Verhagen, welke hetzelve om niet zal blijven bewonen en gebruiken tot den laatsten van grasmaand (april) dezes jaar 1810, terwijl het andere gedeelte meede tot den laatsten van grasmaand aanstaande is verhuurd aan Bastiaan van der Ploeg om en voor een somme van dertig gulden 's jaars". Het geheel is voor 1331 gulden verkocht aan Jacob van Leeuwen, wonende te Leiden.
In 1780 kocht Abraham Hartevelt de distilleerderij "De Fransche Kroon" aan de Langegracht in Leiden en geeft deze distilleerderij de naam Hartevelt mee. Abraham overleed in 1793 en liet alles na aan zijn zonen Adrianus en Joannes. Zij bleken, behalve het bedrijf, ook zijn streven naar expansie te hebben geërfd. Het bedrijf bleef succesvol in familiehanden totdat Jacobus Hartevelt Abrahamszoon, enig lid van de firma en de laatste van het geslacht dat sinds 1780 onafgebroken het bedrijf had bestuurd, in 1917 overleed. In 1918 werd het bedrijf omgezet in een naamloze vennootschap. Het vanouds bekende Hartevelt en Zoon bleef echter bewaard in naam van de NV: Distilleerderij De Fransche Kroon, voorheen Hartevelt en Zoon. Naast de landelijke "prima jenever" maakte Hartevelt het zogeheten "Leids type", speciaal voor de Leidenaren die een iets hardere en scherpere smaak wensten. In 1967 werd het bedrijf overgenomen door de firma Bols.
Overlijden van Klaas
In het register van de begraveniskosten van de kerk van Leiderdorp staat op 5 september 1783 vermeld:
"Classis 3 gulden.
In de kerk op ’t middelpand no. 63 begraven Nicolaas Verhagen.
Komt alleen voor ‘t openen van ‘t graf, een uur luijden en beste kleed:
Begraven f 3: - : -
Luijden f 1: 10: -
Kleeden f 2: 10: -".
Op 9 september doet Jacob Adieghem aangifte bij de gaarder van Zoeterwoude van het overlijden van Klaas Verhagen. Klaas is 48 jaar oud geworden.
Overlijden van Marijtje
Op de "Lijst der dooden" van de kerk van Leiderdorp staat beschreven dat Maria Bijland, weduwe van Klaas Verhagen op 5 april 1811 is begraven.
In het register van de begraveniskosten van de kerk van Leiderdorp staat vermeld:
"5 april 1811.
Is in de kerk middelpand no. 63 begraven
Maria Beijland, wed: van Klaas Verhagen.
Voor ’t openen van ‘t graf, luijden en beste kleed:
Begraven f 3: - : -
Luijden f 1: 10: -
Kleeden f 2: 10: -".
Marijtje (Maria) Bijland is 76 jaar oud geworden.