Onderzoek naar de locatie en ontwikkeling van de pannenbakkerij te Hazerswoude van Arent Verhagen

 

(1674 - heden)

 

 

 

 

Vroegere pannenbakkerij van Arent Verhagen te Hazerswoude (foto voor 1940)

 

 

 

Over de aanvang en het verdere verloop van de pannenbakkerij van Arent Verhagen zijn de volgende vermeldingen bekend:

 

12 juni 1674

Pieter Coornwinder, provisioneel baljuw en schout en gehuwd met Barbara Veenbergen, dochter en erfgename van Hendrick Veenbergen, verkoopt aan Willem Hubrechtsz van Erckel (van Arckel) een uiterdijk gelegen buiten de Hoge Rijndijk, groot 4 hond, belend ten oosten Jonker Lantscroon, ten westen de kinderen van Dirck Claesz Rijnenburch, ten zuiden de Rijndijk en ten noorden de Rijn. Koopsom 250 gulden en 2 rozenobels als speldegeld.

(SRM, RA Hazerswoude, inv.nr, 34, folio 396)

 

27 februari 1675

Willem Hubertsz van Erckel (van Arckel), wonende aan de Hoge Rijndijk, verkoopt aan Jacob Verhagen, mede wonende aldaar, de helft van een uiterdijk gelegen buiten de Hoge Rijndijk waarop koper en verkoper tegenwoordig een pannenbakkerij hebben, groot 4 hond, belend ten oosten Jonker Lantscroon en ten westen de kinderen van Dirck Claesz Rijnenburg. Koopsom 125 gulden boven 1 rozenobel als speldegeld.

(SRM, RA Hazerswoude, inv.nr. 34, folio 476vs)

 

27 januari 1677

Maritje Willemsdr, weduwe van Dirck Claesz Rijnenburch en nu gehuwd met Gerrit van Rossen, wonende te Noordwijkerhout, het recht bij scheiding verkregen hebbende tot de navolgende partij, verkoopt aan Willem Huijbertsz van Arckel en Jacob Wolbrantsz Verhagen, beiden wonende aan de Hoge Rijndijk onder Zoeterwoude, een uiterdijk gelegen buiten de Hoge Rijndijk aan de Rijn, groot 2 hond, belend ten noordoosten de Rijn, ten zuidoosten de koper, ten zuidwesten de Hoge Rijndijk en ten noordwesten Pieter Jansz van der Mij met bruikwaar. Koopsom 200 gulden. De "caluwaerden" daarvan was reeds eerder door van Arckel gekocht.

(SRM, RA Hazerswoude, inv.nr. 35 folio 97)

 

21 september 1680

Opmaak van de inventaris van de nalatenschap van Jacob Wollebrantsz. Verhagen de oude en Jacomijntge Speelmans. Na het overlijden van Jacob (eind 1679 / begin 1680) werd Jacomijntge Speelmans boedelhoudster en na haar overlijden op 24 augustus 1680 gaat de nalatenschap over naar de kinderen van Jacob, namelijk Maertje Jacobs Verhagen en Willebrand Jacobs Verhagen. In de inventaris staat onder andere:

 

"hetgene volgt is gemeen tusschen den overledens erffgenamen ende alvoorn: van Arckel: Een huijs ende erve, meede pannebackerij inden uijtterdijck daer nevens met alle 't gene daer aen behoort, staende ende gelegen in Haserwoude aen den Hogenrijndijck, belent aen d'een zijde Joncheer Lantscroon, ende aen d'ander zijde ….. , streckende uijt den Rijn tot aen den Rijndijck, een vollen oven gebacken ende daerin omtrent 10.000 pannen ofte estricken, 14.000 gebacken pannen, estricken off vorsten, 4.000 vracke pannen, tussen de 40 a 50.000 pannen raeu off ongebacken, omtrent vierdehalve oven turff".

 

"Is opgedragen tussen den voogden over Willebrandus Verhagen ter eenre ende Jochem van Arckel ter ander zijde, dat in scheijdinge des boedels van wijlen Jacomijntgen Speelmans, wed: van Jacob Verhaegen sal werden aengenomen bijde voorn: voogden voor rekening van 't selve weeskind, de helffte van de pannebackerij ende de huijsinge met den gereetschappen daer toe behorende staende ende gelegen in Haserswoude tussen den Hogenrijndijck ende den Rijn, omtrent offte bijde huijsinge van de heer Lantscroon".

(GAL, not. I. Gerstecoren, inv.nr. 1155 akte 123 en 124)

 

28 februari 1681

Gedeelte uit de inventaris van de nalatenschap van Jacob Wollebrantsz. Verhagen de oude en Jacomijntge Speelmans, waarin ook Arent Jacobsz. vermeld staat:

 

Folio 13: "Betaelt aen Arend Jacobsz. over arbeijtsloon 26:6:0"

(GAL, notaris I. Gerstecoren, inv.nr. 1155 akte 26)

 

16 mei 1682

Gedeelte uit de boedelscheiding van de nalatenschap van Jacob Wollebrantsz. Verhagen de oude en Jacomijntge Speelmans:

 

"Reeckeninge, bewijs ende reliqua mitsgaders sumieren staet ende scheijdinge vanden boedel ende goederen van wijlen Jacomijntgen Speelmans die in haer leven wedue was van Jacob Wollebrantsz. Verhagen beijde in haer leven gewoont hebbende aenden Hogenrijndijc onder Soeterwoude gedaen ende gemaeckt bijde heer Nicolaes Nattenhooven als testamentaire ende administreerende voogt inden voors. boedel welcke reeckeninge hij doende is aende heer Cornelis Goderus med: doctor ende aen Jochem van Arckel sijn geadsumeerde meede voogden in plaets van de heer Marinus Goderus ende Jeremias Hollebeecke die meede geweest sijn voogden, doch als nu overleden over Willebrandus Verhagen als noch minderjarige soon van deselven overledene ende noch aenden selve Jochem van Arckel als getrout …… "

 

Folio 25: 'T restant vande aengekochte turff is verkocht aen Arent Jacobsz. Verhagen volgens taxatie van vier neutrale luijden voor 75:0:0, komt de helft voor den boedel, hier 37:10:0

Uijt den vierendetwintigh ovens ….. is tot halff octob: veel vervormt ende de rest vandien verkocht aen Arent Jacobsz. voornt. voor 141:0:0, komt de helfte voor den boedel 70:10:0"

 

Folio 27: "De hondert roe aerde 't sij min off meer opden inventaris bekent leggende op 't lant van de heer Doncan is aen Arent Verhagen verkocht jegens 1:9:0 de roede, te betalen op meijdage 1682."

 

Folio 31: "Betaelt aen Engel Jacobsz. van een schip turff opde steenplaets 163:0:0, komt voor de helfte 81:10:0, hier 81:10:0"

 

Folio 33: "Noch door deselve aen Arent Jacobsz. mede voor twee weecken arbeijtsloon de somme van 50:0:0.

Betaelt aen Arent Jacobsz. Verhagen den somme van 51:0:0 over sijn laesten verdiende weeckgelt tot den 22en augustij 1680, komt voor den boedel deselve 51:0:0.

Betaelt aen den voorn. Verhagen de somme van 68:17:0 over de laeste affleeveringe van steen vanden jaer 1680: ende anders reparatie volgens quitantie, hier deselve 68:17:0."

 

Folio 33 verso: "Betaelt aen Arent Jacobsz. Verhagen 46:0:0 over arbeijtsloon van affgeleverde pannen, komt voor den helfte 23:0:0.

(GA Leiden, Not. archief I. Gerstecoren, inv.nr. 1157, akte 57)

 

21 juli 1683

Gedeelte uit de boedelscheiding van de nalatenschap van Jacob Wollebrantsz. Verhagen de oude en Jacomijntge Speelmans:

 

Folio 2: "Volgens de rekeninge ende scheijdinge des boedels in dato den 16en meij 1682 op fol: 250 is Willebrand Verhagen aengedeelt den halve pannebackerije ende 't huijs onder Hasarswoude competerende de wederhelffte den boedel van Willem Huijbertsz. van Arckel is Verhagens helfft verhuijrt aen Arent Verhaegen voor 6 jaeren ingaand primo jan: 1681 ende expirerende anno 1687 voor hondert 25 gulden in 't jaer. Daer van is ontfangen 2 jaeren verschenen 2 jan: 1682 ende 1683, hier 250:0:0.

 

Betaelt aen Arend Verhagen over pannen gelevert opte pannewerck voor zijn rekeninge 4:0:0, hier 4:0:0 Op't lant van den heer Donkan was gelegen 99 roeden panaerde, die verkogt is aen Arent Verhagen volgens cedulle daer van zijnde, komt voor de helfte deses boedels 71:15:0, hier 71:15:0."

 

Folio 6 verso: "Jegens welcke voorgaende ontfang is gedaen navolgenden uijtgeeft. Betaelt aen Arent Verhagen voor pannen die gebruijckt zijn op de kalckoven volgens rekeninge ende quitantie 10:0:0, hier 10:0:0.

 

Folio 7: "Betaelt aen Arent Verhagen voor backen ende vorsten 2:0:0, hier 2:0:0.

(GAL, Notaris I. Gerstecoren, inv.nr. 1158 akte 117)

 

21 juli 1684

"Wolbrandt Verhagen, woonachtich aen den Hoogenrhijndijck onder de jurisdictie van Soeterwoude, dewelcke bekende mitsdesen voor hem, sijnen erven ende nacomelingen vercocht ende sulcx wel ende wettelijck opgedragen ende overgegeven te hebben aen ende ten behoeve van Arent Jacobsz. Verhagen, mede woonachtich aen den Hoogenrhijndijck in Haserswoude voors:, ofte ijemant sijns rechts ten deses vercrijgende de gerechte helfte van een huijsinge ende erve, item pannebackerije, tasvelt, estrickwerck, panhuijs, schuijr, potinge ende plantinge, aert ende nagelvast, mitsgaders de helfte van seker hoeckgen landts daer aen behoorende, staende ende gelegen aen den Hoogenrhijndijck, buijtendijcks in Haserswoude voors:, daer van sa: Willem Huijbertsz. van Arckel competerende is, in´t geheel verongelt werdende voor vier hondt, anders soo groot en kleijn als ´t selve tusschen de naevolgende belenden gelegen is, als ten oosten Joncheer Lantscroon, ten suijden den Hoogenrhijndijck, ten westen de heer Johan Hulshoudt ende ten noorden den Rhijn…." Arent moest voor deze helft van het huis met erf en pannenbakkerij 1100 gulden betalen.

(SRM, Rechterlijk archief Hazerswoude, inv.nr. 36 folio 294 verso - 295)

 

5 oktober 1686

"Pieter (Willemsz.) van Arckel als verhuijrder ter eenre ende Arent Verhaegen als huijder ter andere sijde ende bekenden sij comparanten over ende weder over verhuijrt ende gehuijrt te hebben de helfte van de pannebackerije als huijsing, schuijr, oven, staende ende gelegen ontrent de Hoogeveenschevaert inde heerlijckhijt van Haserswoude, waervan den huijrder de wederhelfts toecomt". Arent moest hiervoor 150 gulden per jaar betalen.

(GA Leiden, Not. Archief van L. van Overmeer, inv.nr. 978 akte 182)

 

7 februari 1688

"Mr. Johan van Leeuwen, Secretaris deeses ambaghts als bij den gerigte van Soeterwoude gestelde curateur over de boedel ende goederen van Pieter Willemsz. van Arkel, dewelke verklaerde volgens beschreve voorwaerden verkoft te hebben ende sulcks in vollen eygendom op te dragen ende over te geven by desen aan ende ten behoeve van Coenraet van Nes ende Claes Coole het jaarlijx vrugtgebruijck van seeckere halve pannebakkerije met de huijsinge ende 't land daerop staende, staende ende gelegen aen den Hogen Rhijndijk buijtendijks onder Haserswoude, ende daervan de andere helffte Arent Verhagen is toebehorende omme de voors: vrughten bij den kooper genoten te werden soo lange Pieter Willemsz. van Arkel leeft, nae welkers dood hetselve moet komen op de koopers van dezen eijgendom, met conditie dat de voors. koopers haer in het trekken van de vrughten voor den tijd van vier jaren, te rekenen van primo februari 1688 af, moeten reguleren nae de huercedulle van dato den 5 october 1686 ende verdere conditien met Arent Verhagen gemaekt, gedurende welke huerjaren de kopers de voors. pannenbakkerij waervan hij de vrugten sal trekken voor de helfte beneffens Arent Verhagen moeten in reparatie onderhouden ende ver-pondingh ende mergengeld ende meer betaelen ende int reguarde van de gereetschappen hun moeten reguleren volgens het contract daervan met gemelte Verhagen gemaekt". Coenraet van Nes ende Claes Coole betaalden hiervoor in totaal 915 gulden.

(NA, RA Zoeterwoude nr. 37, folio 160)

 

18 februari 1688

De erfgenamen van Willem Huyberts van Arckel verkopen middels een veiling aan Claes Coole en Coenraedt van Nes "de helfte van het eijgendom van een pannebackerij, als huijsinge ende erve, pannebackerij, estrickwerk, panhuijs ende schuren, item den blocken delen ende verdere gereetschappen, daer toe zijnde, mitsgaders het campje lants daer aen gelegen, staende ende gelegen aen den Hooghrijndijck buijtendijcks in Haserswoude voors:, in't geheel verongelt werdende voor vier hont, belent ende belegen hebbende ten noorden den Rhijn, ten westen de heer Johan Hulshout, ten suijden den Hooghrijndijck ende ten oosten jonckheer Lantscroon, al ende sulx het selve tusschen sijn belenden gelegen is, gebruijct ende bewoont met alle het geen daer op aert ende nagelvast is en vercopers toebehoorende, daer van Arent Verhagen de wederhelfte is toebehoorende, dese opte sullen moeten preseteren ende naercomen soodanige vierjaren huijr als Arent Verhagen te rekenen van primo februarij 1688 daer aen noch is hebbende recht, wijders gedurende voors: verhuijring moeten reguleren naer de huijrcedulle van dato den 5en october 1686 en het accort wegens de gereetschappen met de voors: Arent Verhagen gemaeckt". Deze helft van de pannenbakkerij werd verkocht via een veiling voor een bedrag van 904 gulden.

(SRM, RA Hazerswoude, inv.nr. 37 folio 112 verso-113)

 

In een nadere beschrijving van de inventaris van de pannenbakkerij wordt in een aparte akte een paar bladzijden verderop nog opgesomd: "Alsoo de meerderjarige ende de voogden van de minderjarige kinderen ende erffgenamen van za: Willem Huijbertsz. van Arckel in't openbaer hebben vercoft aen Coenraedt van nes ende Claes Coole de helft van den eijgendom van een pannebackerie als huijsinge ende erve, pannebackere estrikwerk, panhuijs ende schuijren met alle 't gene tot de selve pannebackerie was behoorende bestaende. In sevenhondertnegen tweeduijms balkplanken, sestienhondert blockplancken, sesduijsent blockjes, twee molens, noch eenigh gereetschap als klopbancken, vormtaeffels, kruijwagens etc:. Ende dat t'samen om een somme van negen hondert vier gulden, soo hebben wij ondergeschreven schout ende schepenen van Haserswoude de helft van de voors: losse ende meubile goederen naer onse beste kennis en wetenschap ende bij den eedt op't stuk onser respective dienst gedaen sijn, getacxeert ende in gereede gelde geestimeert de helfte van dien waerdigh te wesen een somme van vierhondert eenentnegentigh Carolij gulden te xl grooten 't stuk ende 14 stuijvers omme deselve somme van de voors: negenhondert vier gulden affgetrokken sijnde van de resterende vier hondert twaelff gulden 6 stuijvers den 40e penningh bij onse secretaris aen't Gemeenelant van Hollandt ende Westvrieslant verantwoort te werden, actum den 18 februarij 1688."

(w.g.) J: de Zeeuw, 1688

(SRM, RA Hazerswoude, inv.nr. 37 folio 114 verso)

 

5 november 1695

In een akte met getuigenverklaring opgemaakt bij notaris Johan den Blaeuwen staat: "Arent Verhagen, pannebacker, oud 51 ende Dirkgen Jacobs van der Let, oud 53 jaren, offt beijde daar ontrent, t' samen echteluijden, woonende aan de Rhijndijk, onder de heerlijkheijt van Haserswoude".

(GAL, Notaris J. den Blaeuwen, inv.nr. 1342 akte 107)

 

31 januari 1711

In een akte met een extract van de boedelscheiding van Arent Jacobsz. Verhagen staat: "Extract: Op huijden den 31en January 1711 compareerden voor mijn Pieter Spoors notaris publijcq, bij den Ed: Hove van Hollant op de nominatie van de Hoogh Edelen Heer van Haserswoude geadmitteert ende voor de nagenoemde getuijgen Jacobus, Cornelis, Wollebrand, Klaas, Willem en Maarten Verhagen, mitsgaders Hendrik Holienhoek, als in huwelijk hebbende Maria Verhagen, alle nagelate meerderjarige kinderen en erfgenamen van zaliger Arend Verhagen, sijnde mijn notaris bekend, te kennen gevende de comparanten dat sij met den anderen in aller minnen en vrindschappen hadden gescheijden, gesepareerd en gedeeld den boedel en goederen bij hun voornoemde vader zaliger metter dood ontruijmd en nagelaten, in manieren navolgende, te weeten dat de voornoemde Klaas en Maarten Verhagen eerstelijk is aenbedeeld en te beurd gevallen de gerechte helfte in een huijsinge, erve etcetera."

(NA, RA Valkenburg nr. 14, folio 50 verso - 51)

 

1 februari 1711

"Jacobus Verhagen q:q: Opdragt. Ik Lourents van Dijksloot, provisioneel Bailjuw en Schout der vrije heerlijkheijt van Haserswoude, oirconde dat voor mij en voor Karel de Heij en Cornelis Dobbe, Schepenen der zelver heerlijkheijt als getuijgen hiertoe verzogt, gekome en personelijk gecompareerd is Jacobus Verhagen, als speciale last en procuratie hebbende van Maarten Verhagen zijn broeder, zijnde dezelve gepasseerd voor den notaris Pieter Spoors en zeekere getuijgen op den 31e januarij 1711, ons Schout en Schepenen op´t passeren deezes vertoond en geregistreerd, welken Maarten Verhagen bij onderlinge schijding en deeling van den boedel van wijlen Arend Verhagen, zijn overleden vader, het navolgende is aanbedeeld en te beurd gevallen, den welken bekende in die qualite mitsdeezen verkogt, zulks wel en wettelijk opgedragen en overgegeven te hebben aan ende ten behoeve van Nicolaas Verhagen, zijn broeder, de vierdepart van een pannebakkerije als huijsinge ende erve, panhuijs ende schuren, pannewerk, estrikwerk, item de bloksdeelen en verdere gereedschappen daar toe behorende, mitsgaders het kampje land daar aan gelegen, staande ende gelegen aan den Hogen Rijndijk buijtensdijks in de heerlijkheijt van Haserswoude, in´t geheel verongeldt werdende voor vier hond, belend ten oosten Kors Willemsz. Kraan, ten zuijden den Hogen Rijndijk, ten westen de heer Nicolaas Klinjet en ten noorden den Rijn …." Maarten kreeg hiervoor 1000 gulden van zijn broer Nicolaes.

(Streekarchief Rijnlands Midden, Rechterlijk archief Hazerswoude, inv.nr. 39 folio 370)

 

14 mei 1725

"Ik Mr. Jan Jacob van Dijksloot, Bailjuw en Schout, der vrije heerlijkheijt van Haserseoude, oirconde dat voor mij en voor Nicolaas Boom en Tomas van der Neut, Schepenen der zelven heerlijkheijt, als getuijgen hier toe verzogt, gekomen en personelijk gecompareert zijn, Huijbert van Jeven, in huwelijk hebbende Jannetje van Vliet, te voren wed: van Klaas Verhagen, mitsgaders Vrank Koole, item de heer Pieter Hubertus Pla, notaris binnen Leijden en Dirk van Zuijen, Mr. timmerman te Leijderdorp, als last en procuratie hebbende van Katharina Koole, verleden voor den notaris Jan Buijk en zekere getuijgen binnen Leijden in dato den 30e april 1725, ons Schout en Schepenen op't passeren deezes vertoond en geregistreert beijde meerderjarige kinderen en erfgenamen van wijle Klaas Koole, dewelke bekenden agtervolgens zekere beschreve voorwaarden verkogt, zulks wel en wettelijk opgedragen en overgegeven te hebben aan en ten behoeven van Cornelis van Rijn, een pannebakkerije, bestaande in woonhuijzinge, oven en panhuijs, mitsgaders estrikwerk en schuren, alsmede een stukje weijland daar aan gelegen, alle staande en gelegen aan den Hoogen Rijndijk onder de heerlijkheijt van haserswoude, in't geheel verongeld werdende voor vier hond, belend ten oosten de heer Lanskroon, ten zuijden den Hoogen Rijndijk, ten westen de heer Mr. Robbert Nieuwstad de Neufville en ten noorden den Rijn. Zijnde 't verkogte vrij als buurgoed, belovende de comparanten 't zelve te vrijen en waren als regt is, onder verband van den eersten comparant zijn persoon en generale goederen en den tweede comparanten onder verband van den boedel en goederen van den voornoemden Klaas Koole, geen exemt ter executie van alle regten en regteren en specialijk den Ed: Hove van Holland. Eijndelijk bekenden de comparanten ter zake deezen verkoopinge al wel voldaan en betaald te zijn, den eersten penning met den laatsten, dat met een somme van drie duijzent twee hondert zeven en twintigh guldens contant ontfangen, zonder argh in oiconde der waarheijt, zoo heb ik Bailjuw en Schout voors: deezen ten verlijden van de voornoemde comparanten met het zegel ter zake van 't Schoutampt van haserswoude verordent, uijthangende bevestigt en met de voornoemde Scheepenen onder de plijcque als mede ten registere geteijkent op den 14e meij 1725".

(w.g.) J:J: Dijcksloot N: Boom T: van der Neut

(SRM, RA Hazerswoude, inv.nr. 41 folio 127verso-128)

 

12 mei 1757

De weduwe van Cornelis van Rijn verkoopt de pannenbakkerij aan haar zonen Pieter en Gerrit.

(SRM, RA Hazerswoude, inv.nr. 45)

 

30 september 1776

De weduwe van Gerrit van Rijn verkoopt de helft van de pannenbakkerij aan haar zwager Pieter van Rijn.

(SRM, RA Hazerswoude, inv.nr. 108)

 

1781

In 1781 kocht Jan van der Mark uit Koudekerk voor f 9.000 de pannenbakkerij, huis, erf, ovens en ovenhuizen, estrikwerk, bloksdelen en een weiland dat in 1768 bij de pannenbakkerij gevoegd was van Gerrit van Rijn.

(SRM, RA Hazerswoude, inv.nr. 49 folio 194)

 

10 februari 1800

Op 10 februari in het jaar 1800 vond in de Hazerswoudse lokaliteit 'De Posthoorn' aan de Hoge Rijndijk de publieke verkoop plaats van "een zeer wel gesitueerde pan, en extricbakkerije, met deszelfs huisinge, knegtswoninge, erve, barge, schuuren en verdere getimmerten, ovens en lootsen [...], waarin sedert een onheugelijke tijd, zoodanige affaire met goed succes is geëxerceerd". Jan van der Mark uit Koudekerk had namelijk "sedert een geruime tijd met veelerhande teegenspoeden en disfortuinen.geworsteld" en zich genoodzaakt gezien zijn boedel, inclusief de pannenbakkerij, over te geven aan zijn schuldeisers. Zo kwam zijn bedrijf, dat op dat moment verhuurd was aan Jacob van Rhijn, in bezit van Pieter Reijnaard. Hij betaalde er f 2.320 voor.

(SRM, RA Hazerswoude, inv.nr. 106 folio 89)

 

Oktober 1804

Ruim vier jaar heeft Pieter Reijnaard het bedrijf geëxploiteerd. In oktober 1804 verkocht hij het pan- en estrikwerk aan Adrianus van Diemen, panbakker van origine, maar op dat moment grutter te Noordwijk-Binnen. Het leverde Reijnaard f 2.400,- op met een bescheiden winst van f 80.

(SRM, RA Hazerswoude, inv.nr. 53 folio 377)

 

1824-1840

Adriaan van Diemen overleed in 1824 in Hazerswoude en zijn vrouw Jannetje van Ginhoven twee jaar later. Het echtpaar Van Diemen had drie kinderen, allen geboren en gedoopt in Katwijk, te weten Maria (1782), Nicolaas (1784) en Neeltje (1789). Maria woonde als ongehuwde dochter bij haar ouders op de pannenbakkerij. Na het overlijden van haar ouders nam Maria de bedrijfsleiding over. In 1834 deden haar broer Nicolaas en zus Neeltje afstand van hun aandeel in de fabriek en alles wat daartoe behoorde, inclusief de schulden, en gaven het bedrijf over aan Maria.

 

Het is niet uitgesloten dat het familiebesluit tot de overdracht verband hield met de oprichting van De Nijverheid vlak naast de pannenfabriek. Deze aardewerkfabriek, die nieuwe producten introduceerde en pottenbakkers van heinde en ver naar Hazerswoude bracht, heeft een belangrijke impuls gegeven aan het oude pan- en estrikwerk, dat we van nu af aan met de naam 'Werklust' zullen aanduiden. Deze naam is vermoedelijk in 1834 of daaromtrent bedacht door Maria van Diemen, als tegenhanger en ter onderscheiding van De Nijverheid.

 

19 december 1840

Op 19 december 1840 verkocht Maria, dan 58 jaar oud, voor f 6.000,- de helft van al haar bezittingen aan Paulus Jacobus Klaverwijden, particulier aan de Hoge Rijndijk onder Zoeterwoude. In de verkoopakte wordt de naam Werklust (thans een fabiek van suikervormen, bloempotten, eesttegels enz.) officieel gevoerd. Er is sprake van bijbehorende huizen en knechtshuizingen, schuren, loodsen en verdere getimmerten en grond. Voorts werd Klaverwijden voor de helft eigenaar van een uiterdijkje, dat Maria van Diemen in mei 1840 van Pieter Reijnaard had gekocht en waarop zij een huis had laten bouwen, dat in zes gedeelten werd bewoond: knechtswoningen dus, in navolging van De Nijverheid. Met deze Klaverwijden (een zoon van notaris Cornelis Klaverwijden in Zoeterwoude en op dit moment 23 jaar oud) sloot Maria een vennootschap, om vanaf 1 januari 1841 het bedrijf voor gezamenlijke rekening te gaan voeren onder de naam 'Van Diemen en Klaverwijden'.

(SRM, Notaris Thesingh, Hazerswoude, 1840, akte 59)

 

3 januari 1856

Maria woonde in haar huis bij de fabriek, Klaverwijden, die ongehuwd bleef, bij zijn ouders in Zoeterwoude. Op 3 januari 1856 verkoopt Maria van Diemen haar deel van de pannenbakkerij aan haar compagnon Paulus Jacobus Klaverwijden, die tevens de resterende schulden voor zijn rekening nam en van Maria van Diemen tot haar dood een lijfrente uitkeerde van f 500,- per jaar. In het najaar van 1860 verliet Maria de plaats waar ze meer dan vijftig jaar heeft gewoond en gewerkt; ze ging naar Veur, waar haar neef Dirk van Diemen woonde, en overleed enkele weken later.

(SRM, Notaris Thesingh, Hazerswoude, 1856, akte 3)

 

24 december 1878

Na het vertrek van Maria van Diemen in de herfst van 1860 stond het woonhuis op Werklust een aantal jaren leeg. Haar voormalige vennoot, Paulus Jacobus Klaverwijden, vestigde zich eerst na de dood van zijn ouders op het fabrieksterrein te Hazerswoude, in het jaar 1865. Klaverwijden overleed op 29 oktober 1878 op 61-jarige leeftijd. De erfgenamen lieten Werklust in december 1878 publiek veilen en kregen, inclusief de opbrengst van de fabrieksvoorraad, het ongeëvenaarde bedrag van ruim f 45.000,-. De nieuwe eigenaar werd Johannes van Coevorden. Hij komt uit Amsterdam en is 26 jaar oud. Naast de fabriek van dakpannen, bloempotten, eesttegels, tegels enzovoort, genaamd Werklust, kwam hij in het bezit van een herenhuis, stal, koetshuis, een arbeiderswoning, loodsen, nog acht arbeidershuizen, schuren, tuinhuis, koepels, enz. en nog wat wei- en hooiland, aldus de notariële akte. De jonge fabrikant betaalde er f 37.550,- voor en moest nog voor ruim f 8.000,- de voorraad gebakken en ongebakken pannen, potten, tegels, eesttegels en andere gefabriceerde voorwerpen, gereedschappen, turf, klei en paardemest overnemen.

(GAL, Notaris Kaiser, 1878)

 

1891

Van Coevorden trouwde in april 1879 in Amsterdam met Sandrina Cornelia van der Weyden en het jonge echtpaar vestigde zich op Werklust. Zij krijgen twee dochters en een zoon. Dan vindt er in de barre winter van negentig een tragisch ongeval plaats. Berichten in de Leidse kranten vermelden dat Van Coevorden op 23 december 1890 zijn woning heeft verlaten en sindsdien spoorloos is. Pas op 5 januari 1891 wordt hij, dood en bevroren, gevonden op een afgelegen gedeelte van het bouwterrein 'Vreewijk' te Zoeterwoude, waar hij opdracht had tot het leveren van buizen. Wat er precies gebeurd is wordt uit de krantenberichten niet duidelijk. Aldus werd andermaal, veertien dagen na het officiële overlijden, de boedel van Werklust geïnventariseerd voor de verkoop. Niet lang daarna werd Werklust publiek geveild en voor ruim f 17.000,- aangekocht door Cornelis Filippo, op dat moment timmerman te Leiden. Sandrina van der Weyden ging met haar kinderen terug naar Amsterdam, waar in april nog een dochtertje werd geboren.

(SRM, Notaris Hengeveld, Hazerswoude, 1891, akte 31 en 32)

 

1900-heden

Een jaar na de aankoop van Werklust door Cornelis Filippo werd er een stoommachine geplaatst, die de kleimolen en waarschijnlijk ook de persen aandreef. Dakpanfabrikanten uit de omgeving hadden die stap deels al eerder gezet. Bloempotten en buizen werden in toenemende mate door middel van persen in plaats van op de draaischijf vervaardigd. In 1904 leverde de Leidse machinefabriek van der Rotte de eerste dakpannenpers voor Filippo op Werklust.

 

Cornelis Filippo en zijn vrouw Cornelia van Wijngaarden hadden drie zonen, die werden voorbereid op een functie in het bedrijf: Johannes Willem (1889), Arnoldus Teunis (1894) en Cornelis Arnold Ebbo Dirk (1898). In 1917, enige maanden voor zijn dood, droeg Cornelis Filippo zijn bedrijf over aan de volgende generatie, waarbij ook de juridische structuur werd gewijzigd.

 

Zo ontstond de 'N.V. Electrische Kleiwarenfabriek Werklust' , waarvan Johannes (28 jaar) directeur werd en Cornelis jr. (19 jaar) procuratiehouder. Hun moeder, Cornelia van Wijngaarden, werd een van de vijf commissarissen. Van dat vijftal maakten ook Pieter Boot sr. en Pieter Boot jr. deel uit. De laatste was tevens plaatsvervangend directeur. In de tweede helft van 1924 woedde een korte machtstrijd in het bedrijf. Directeur Johannes Willem Filippo meldde Dirk Koning aan als procuratiehouder. Kennelijk liep de samenwerking niet goed, want twee maanden later werd Koning door Filippo ontslagen. Tien dagen daarna werd Filippo door zijn onderdirecteur Pieter Boot jr. met steun van diens medecommissarissen geschorst en Koning in zijn functie hersteld. De Filippo's werden aan de kant geschoven; het bedrijf werd ingrijpend gereorganiseerd en gesplitst.

 

Eind 1925 ontstond de NV. Nieuw Werklust met Jan Blotkamp als directeur. De Filippo's kregen (vermoedelijk op grond van hun aandelenbezit in de vorige N.V.) nu De Nijverheid toegewezen en in 1926 werd de N.V. Kleiwarenfabriek Nijverheid opgericht met Arnoldus Teunis Filippo als directeur. In de crisistijd, in 1931, ging De Nijverheid failliet; de bedrijfsgebouwen en de bijbehorende woningen zijn verdwenen. Nieuw Werklust overleefde de economische malaise wel.

 

Vanaf 1926 waren er leden van de familie Blanken als commissaris aan Nieuw Werklust verbonden en vanaf 1934 maakte Dirk Blanken deel uit van de directie, eerst als adjunct onder Blotkamp, vanaf 1941 als directeur en eigenaar van de meeste aandelen. Onder de leiding van Dirk Blanken en later die van zijn zoons werd Nieuw Werklust als dakpannen- en bloempottenfabriek voortgezet. Vernieuwend was het bedrijf niet meer. Wanneer gekozen moest worden voor een bedrijfsstrategie, en collega's de weg opgingen van fusies, schaalvergroting en verdere mechanisering, sloeg de familie Blanken een andere richting in. Er vonden nog slechts bescheiden aanpassingen van het productieproces plaats, terwijl er de laatste decennia nauwelijks nog werd geïnvesteerd. De pannen en bloempotten vonden via de traditionele kanalen hun weg naar de markt, totdat omstreeks de laatste eeuwwisseling de productie geheel tot stilstand kwam.

 

Het is de conserverende werking van deze bedrijfsstrategie geweest, die ervoor heeft gezorgd dat er nu aan de Rijndijk een uniek complex staat, in talloze kleine stappen gebouwd en verbouwd in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. Het is een van de laatste tastbare herinneringen aan een voor de Rijnstreek zo belangrijke bedrijfstak. Inmiddels heeft Nieuw Werklust de status van rijksmonument verworven en krijgt het hopelijk een functie, die of door de uitoefening van een bedrijf, of door voorlichtende of museale activiteiten, naar de keramiek blijft verwijzen.

 

 

Bron: Bovenstaande tekst is voor de periode 1800-heden ontleend aan het artikel "Werklust en De Nijverheid" uit het jaarboek 2002 van de Dirk van Eck Stichting, geschreven door Adri van der Meulen en Paul Smeele.