Veel gestelde vragen over medezeggenschap (WMS)

FAQ voor WMS (aanvulling 1- januari 2008)

1. Mag de oudergeleding van de MR zich bemoeien met de wijze waarop de leerkrachten over de groepen verdeeld worden?
De oudergeleding niet en de MR ook niet. In art. 10 t/m 14 worden geen onderwerpen en bevoegdheden genoemd die hier direct mee samen hangen. Indirect kan de MR proberen een bestaand onderwerp wat op te rekken. Bijvoorbeeld: De MR vindt dat dit onderwerp iets van doen heeft met de organisatie van de school en claimt adviesrecht volgens art. 11 onder f. Het bevoegd gezag kan dit bestrijden waarna de MR dit (zo nodig) als interpretatiegeschil kan voorleggen aan de geschillencommissie. 

2. Is het schoolbestuur verplicht om onder opgaaf van reden de algemene gang van
zaken op school met de MR te bespreken?
Ja, het schoolbestuur (of een of meerdere personen namens het schoolbestuur) is verplicht om de algemene gang van zaken met betrekking tot de school met de MR te bespreken. Er is echter een ‘maar’. De MR moet het schoolbestuur hiervoor uitnodigen met vermelding van een duidelijke reden.

3. Moet een GMR-lid tevens lid van een MR zijn?
In de Wms staat dat een GMR-lid geen MR-lid meer hoeft te zijn. Er is geen sprake van een verbod. Elk GMR-lid moet wel een binding hebben met één van de scholen die door het schoolbestuur worden beheerd.

4. Vertegenwoordigt een lid van de oudergeleding uit de MR alle ouders die een kind op
school hebben?
In de Wms staat dat een ouder uit en door de geleding ouders wordt gekozen. Er staat niet bij dat de ouders in de MR alle ouders vertegenwoordigen. Elk lid in de MR bepaalt zelfstandig hoe hij/zij zich zal opstellen tijdens een debat of stemronde in de MR. Natuurlijk kan hij/zij
zich laten beïnvloeden door de ouderraad of andere personen of organisaties. Maar uiteindelijk bepaalt hij/zij zelf welke argumenten worden gebruikt of hoe hij/zij stemt.
 
5. Kunnen de leden van de MR kosteloos de telefoon, de fax en de computer van de
school gebruiken?
De leden van de MR kunnen kosteloos alle voorzieningen zoals de telefoon, de fax en de computer van de school gebruiken. In het medezeggenschapsstatuut wordt uitdrukkelijk geregeld hoe de regeling van de faciliteiten van ouders in de MR er uitziet. En aangezien de
invulling van het medezeggenschapstatuut een zaak is van schoolbestuur en GMR moeten de leden in de GMR goed geïnformeerd worden hoe te handelen bij dit onderdeel, want daarna ligt de onderhandelingsruimte voor elke MR vast. De faciliteitenregeling die vervolgens als
instemmingsbesluit in de MR aan de orde (zowel voor de personeels- als de oudergeleding) komt niets meer dan een uitwerking van datgene wat in het medezeggenschapsstatuut staat.

6. Na een scheiding heeft één ouder het gezag over het kind gekregen. Moet de MR nu beide ouders een stembiljet uitreiken voor de verkiezingen van de MR?
De Wms zegt daar niets over. In de praktijk krijgt elke leerling slechts een gewaarmerkt stembiljet mee naar "huis". Wie het stembiljet invult, is een zaak van de ‘ouders’. In dit geval zou de met het ouderlijk gezag belaste ouder dit met de ex-partner kunnen bespreken.

 

7. Kan een deelraad ingesteld worden voor een school voor basisonderwijs?
In de Wms staat dat een deelraad ingesteld kan worden ongeacht het schooltype. In geval een deelraad wordt ingesteld, treedt deze in de bevoegdheden van de MR. Een deelraad kan ingesteld worden voor bijvoorbeeld de dislocatie onderbouw. Het initiatief voor de instelling van een deelraad komt van de MR en vereist een tweederde meerderheid van het aantal MR-leden. Tenslotte moet het schoolbestuur instemmen met een deelraad.

8. Dient de oudergeleding van de MR de ouderraad regelmatig te raadplegen?
Het woord ouderraad komt niet meer voor in de Wms. Een directe Wms relatie tussen de ouderraad en de MR bestaat dus niet meer. In de Wms staat wel dat de MR verplicht is om alle bij de school betrokkenen te informeren en in de gelegenheid te stellen zich te verstaan met de MR. En dat geldt ook voor de oudergeleding in de MR.

9. Heeft een nevenvestiging (locatie) een zelfstandige MR?
Een zelfstandige MR is niet mogelijk maar een deelraad wel. Een deelraad kan ingesteld worden voor bijvoorbeeld de dislocatie onderbouw. Het initiatief voor de instelling van een deelraad komt van de MR en vereist een tweederde meerderheid van het aantal MR-leden. Ten slotte moet het schoolbestuur instemmen met een deelraad.

10. Is de leeftijdsgrens voor leerlingen om gekozen te worden in de MR dertien jaar?
In zijn algemeenheid onjuist. Maar er is een uitzondering voor leerlingen die het speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs dan wel een instelling voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs. In die gevallen geldt een leeftijdsgrens van 13 jaar en niet voor de overige vormen van voortgezet onderwijs

11. Kan het overlegrecht (met het schoolbestuur) door een geleding van de MR worden uitgeoefend?
De norm is gezamenlijk overleg. Bij een tweederde meerderheid van de MR en een meerderheid van elke geleding kan afzonderlijk overleg per geleding plaatsvinden.

12. Komen de kosten van een ouder uit de MR die naar een cursus (of congres) over medezeggenschap wil voor rekening van het schoolbestuur?
De leden van de MR kunnen de kosten van een cursus bij de school declareren. In het medezeggenschapsstatuut wordt uitdrukkelijk geregeld hoe de regeling van de faciliteiten van ouders in de MR er uitzien. En aangezien de invulling van het medezeggenschapstatuut een zaak is van schoolbestuur en GMR moeten de leden in de GMR goed geïnformeerd worden hoe te handelen bij dit onderdeel, want daarna ligt de onderhandelingsruimte voor elke MR vast. De faciliteitenregeling die vervolgens als instemmingsbesluit in de voltallige MR aan de orde komt, is niets meer dan een uitwerking van datgene wat in het medezeggenschapsstatuut staat.

13. Mag de MR het (financieel) jaarverslag inzien?
De Wms is hierover heel duidelijk, de MR moet vóór 1 juli een (financieel) jaarverslag van het schoolbestuur ontvangen. En dat is sinds de invoering van de lumpsumbekostiging
ook meer dan nodig.

14. Mag de oudergeleding een interpretatiegeschil aanhangig maken bij de geschillen-commissie?
Sinds de invoering van de Wms kan ook een geleding een interpretatiegeschil aanhangig maken bij de geschillencommissie. Er moet natuurlijk eerst sprake zijn van een verschil van inzicht tussen de geleding en het schoolbestuur.

 

15. De verkiezingscommissie verklaart de kandidatuur van een ouder voor de MR ongel-
dig omdat de ouder de grondslag van de katholieke school wel respecteert, maar niet
onderschrijft. Is deze handelswijze correct?
In de Wms staan geen voorschriften die een dergelijk voorbehoud maken. Dat neemt niet weg dat in een medezeggenschapsreglement voorschriften kunnen worden opgenomen die een dergelijk voorbehoud maken.

16. Mag de MR praten over het functioneren van de leerkracht van een bepaalde groep?
Het gaat bij deze vraag om het vinden van een goede balans tussen openbaarmaking en geheimhouding. Ja de MR kan spreken over het functioneren van een leerkracht maar zal de privacy van die persoon afdoende moeten waarborgen. De MR is natuurlijk geen klachtencommissie.

17. Als tijdens de besluitvorming in de MR de stemmen staken, is het voorstel dan toch
aangenomen?
Daarover staat niets in de Wms. Doorgaans is voor het staken van stemmen een volgende vergadering nodig. Staken de stemmen wederom dan is het voorstel verworpen.

18. Mag de MR zich bemoeien met de schoonmaak van de school?
De Wms bepaalt dat de MR over alle zaken mag spreken die met de school te maken hebben.

19. Kan een MR naar de kantonrechter als het schoolbestuur regelmatig de wettelijke
voorschriften uit de Wms niet toepast?
Naar de kantonrechter kan niet meer. In de Wms staat dat de MR bij niet naleving van de Wms naar de ondernemingskamer van het gerechtshof in Amsterdam kan.

20. Wie stelt het medezeggenschapstatuut vast?
Uiteindelijk stelt het schoolbestuur het medezeggenschapstatuut vast. Alvorens dit plaats vindt dient de GMR (en niet de MR) met een twee derden meerderheid daaraan te verlenen. 

Het vaststellen van het medezeggenschapsstatuut is een zaak tussen het bevoegd gezag en de GMR?

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

FAQ voor WMS ( januari 2007)

1 Wat betekent OMR,  PMR, LMR en OLMR?
OMR en PMR zijn respectievelijk de afkorting van ouder- en personeelsgeleding in de MR. LMR en OLMR zijn afkortingen van leerlingengeleding en gecombineerde ouder-/leerlinggeleding

2 Hoeveel mensen mogen er maximaal in een MR zitten?
De Wms schrijft niet voor hoeveel leden er maximaal in een MR mogen zitten. De MR kan daar samen met het schoolbestuur een afspraak over maken. Deze afspraak wordt vervolgens in het medezeggenschapsreglement opnemen. De Wms bepaalt wel het minimum. Dat is vastgesteld op vier leden per MR

3 Mogen alle ouders zitting nemen in de MR?
Elke ouder met een kind dat als leerling staat ingeschreven op de betreffende school kan zich kandidaat stellen voor de MR. Volgens de Wms mag een voogd of verzorger van een kind zich eveneens kandidaat stellen.

4 Mogen beide ouders van een kind zitting nemen in de MR?
Formeel heeft elke ouder die aan de eisen van het medezeggenschapsreglement voldoet het recht om gekozen te worden. Het zijn de keizers die uiteindelijk bepalen of de beide ouders van één kind in de MR terecht komen.  

5 Hoe is de samenstelling van de MR op een basisschool geregeld?
Het aantal ouders en personeelsleden is aan elkaar gelijk. Dit betekent dat altijd sprake is van een even aantal mensen in de MR. Voorbeeld: Een MR van acht leden bestaat uit 4 personeelsleden en 4 ouders.

6  Hoe is de samenstelling van de MR op een school voor voortgezet onderwijs geregeld?
In de MR van een VO-school zitten óók leerlingen. Het aantal personeelsleden moet gelijk zijn aan het aantal ouders en leerlingen samen. Daarnaast dient het aantal ouders gelijk te zijn aan het aantal leerlingen. Voorbeeld: Een MR van twaalf leden bestaat uit een zes personeelsleden, drie ouders en drie leerlingen. Als er onvoldoende ouders en/of leerlingen bereid zijn om zitting te nemen in de MR mogen beide groepen elkaar over en weer aanvullen. Voorbeeld: Een MR van twaalf leden bestaat uit zes personeelsleden, vier (vijf) ouders en twee (een) leerling(en) of twee (een) ouder(s) en vier (vijf) leerlingen.

7 Hoe komt een deelraad tot stand?
Een deelraad is niet verplicht. Het instellen van een deelraad gebeurt altijd op initiatief van de MR. Na instemming van tweederde van de leden van de MR én instemming van het bevoegd gezag kan een deelraad aan een deel van de school worden ingesteld. Voorbeeld: een deelraad voor een dependance van een basisschool of voor het voortgezet middelbaar beroeps onderwijs (vmbo) van een scholengemeenschap vwo-havo-vmbo

8) Welke personen mogen zitting nemen in een deelraad?
In een deelraad zitten zowel personeelsleden als ouders en in het voortgezet onderwijs óók leerlingen. Het aantal ouders en personeelsleden is gelijk aan elkaar en in het vo is het aantal ouders en leerlingen gelijk aan het aantal personeelsleden. Voorbeeld een deelraad van vier personen bestaat in het primair onderwijs uit twee personeelsleden en twee ouders. In het voortgezet onderwijs bestaat de deelraad uit twee personeelsleden en een ouder en een leerling. 

9) Welke bijzondere bevoegdheden heeft een deelraad?
De deelraad beschikt bij instelling onmiddellijk over (bijna) dezelfde bevoegdheden als de MR. Overdracht van bevoegdheden van de MR naar de deelraad is niet nodig. Een deelraad krijgt natuurlijk niet de beschikking over een bevoegdheid die slechts op de totale school van toepassing is. Voorbeeld: het vaststellen of wijzigen van het aanstellings- of ontslagbeleid zal ook andere delen van de school (scholen) raken en zal daarom nooit door een deelraad kunnen worden uitgeoefend. De wijze van besteding van het deel(raad)budget van het totale schoolbudget is wel een zaak van de deelraad.

10) Beschikt een deelraad over een medezeggenschapsreglement?
Een deelraad beschikt ook over een medezeggenschapsreglement dat door het bestuur wordt vastgesteld, nadat het de instemming van tweederde van het aantal leden van de deelraad heeft verworven.

11) Aan elke school moet een MR verbonden zijn maar wat verstaat de Wms onder een school? 
De Wms verstaat onder een ‘school’ een eenheid voor onderwijs waaraan de wetgever een BRINnummer heeft toegekend. Deze afkorting staat voor Basis Registratie INstellingen. Een school met een Brinnummer kan meerdere gebouwen tot zijn beschikking hebben. Omgekeerd kunnen in één gebouw meerdere scholen met elke een Brinnummer voorkomen.  Voorbeeld 1: Een basisschool bevindt zich in één gebouw m.a.w het Brinnummer hoort bij één gebouw. Voorbeeld 2: Een basisschool bevindt zich in drie gebouwen. Gebouw A is de hoofdvestiging en B en C zijn twee nevenvestigingen. Gebouw A, B en C horen samen bij één Brinnummer. Voorbeeld 3: In één gebouw zitten een school voor speciaal onderwijs en een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs. Elke school heeft een eigen Brinnummer m.a.w er zijn meerdere Brinnummers in één gebouw. Het Brinnummer speelt een belangrijke rol bij de lumpsumbekostiging.  

12) Kan een lid van het bevoegd gezag lid zijn van de MR?
Formeel wordt met het bevoegd gezag het bestuur van de rechtspersoon (stichting of vereniging) bedoeld. In het katholiek onderwijs wordt de school (=brinnummer) doorgaans beheerd door een stichting waarbij het bestuur de stichting in- en extern vertegenwoordigt. . Een persoon die deel uitmaakt van het bevoegd gezag kan géén lid zijn van de MR. Ook een personeelslid dat opdracht krijgt om het bevoegd gezag te vertegenwoordigen kan niet tegelijkertijd lid zijn van de MR.

13) Is de GMR verplicht?
Ja een GMR is een verplicht orgaan. Elk bestuur met meer dan één school is verplicht tot het instellen van een GMR. Voorbeeld 1: een bestuur beheert twee basisscholen en een speciale school voor basisonderwijs. Dit bestuur stelt een GMR in waaraan drie scholen deelnemen. Voorbeeld 2: een bestuur beheert acht basisscholen en twee scholen voor voortgezet onderwijs. Dit bestuur stelt twee GMR-en in: één voor de acht basisscholen éé voor de twee vo-scholen.

14) Is er een maximum aan het aantal GMR-leden gesteld?
Nee, er is geen maximum gesteld. De GMR en het schoolbestuur kunnen samen overeenkomen hoe groot/klein de GMR kan zijn. Deze afspraak over de omvang van de GMR wordt vastgelegd in het GMR-reglement. De Wms kent wel een minimumeis. Het minimum aantal moet in ieder geval vier bedragen.

15) Hoe zit het met de samenstelling van de GMR?
De GMR is paritair samengesteld d.w.z dat de personeelsgeleding even groot is als de oudergeleding en in het voortgezet onderwijs de personeelsgeleding even groot is als de ouder- en leerlinggeleding samen. Daarnaast dient het aantal ouders gelijk te zijn aan het aantal leerlingen. Voorbeeld: Een GMR van twaalf leden bestaat uit een zes personeelsleden, drie ouders en drie leerlingen. Als er onvoldoende ouders en/of leerlingen bereid zijn om zitting te nemen in de MR mogen beide groepen elkaar over en weer aanvullen. Voorbeeld: Een MR van twaalf leden bestaat uit zes personeelsleden, vier (vijf) ouders en twee (een) leerling(en) of twee (een) ouder(s) en vier (vijf) leerlingen.

16) Wie kiezen de leden van de GMR?
De leden van de GMR worden door de leden van de afzonderlijke MR-en gekozen. Elk personeelslid, elke leerling (voortgezet onderwijs) en elke ouder waarvan een kind staat ingeschreven aan een van de scholen kan zich kandidaat stellen voor de GMR. Een GMR-lid kan tevens lid zijn van een MR van een van de scholen van dat bestuur maar verplicht is dat niet.

17) Wat zijn de voor- en nadelen van een grote/kleine GMR?
In de Wms staat dat elke MR vertegenwoordigd dient te zijn in de GMR. Hoe dat geregeld wordt is aan de GMR en het bestuur. Bij directe vertegenwoordiging is elke MR in de GMR vertegenwoordigd (doorgaans de optie van de afzonderlijke MR-en) door één of meerdere personeelsleden en ouders (en in het vo ook leerlingen). In dat geval zal de omvang van de GMR toenemen en snelheid van de besluitvorming (mogelijk) afnemen. Wanneer men kiest voor indirecte vertegenwoordiging (doorgaans de optie van het bestuur) zal niet elke MR direct zitting hebben in de GMR. De omvang van de GMR zal beperkt blijven, hetgeen de snelheid van de besluitvorming ten goede zal komen. Deze laatste variant vereist een plan voor de communicatie tussen de MR-en (die geen zitting hebben) in de GMR en de leden de MR-en vertegenwoordigen. Door het inbouwen van een (twee)jaarlijks evaluatiemoment kan men de gemaakt keuze handhaven of bijsturen.

18) Welke bijzondere bevoegdheden heeft de GMR?
De GMR heeft feitelijk twee soorten bijzondere bevoegdheden. Een set adviesbevoegdheden die over het algemeen betrekking hebben op de financiën op  bestuursniveau krijgt de GMR direct uit de Wms. De andere set (alle bijzondere bevoegdheden waarover de MR-en ook beschikken) treedt pas in werking op het moment dat een voorgenomen besluit betrekking heeft op alle of een meerderheid van de scholen. Deze laatste set heeft ook betrekking op een geleding van de GMR. Voorbeeld: een schoolbestuur heeft een GMR ingesteld voor alle 13 scholen die zij beheert. Een voorgenomen besluit heeft betrekking op negen van de 13 scholen. In dat geval betreft het een voorgenomen besluit dat voorgelegd dient te worden aan (een geleding van) de GMR. De afzonderlijke MR-en komen niet in beeld. In geval het voorgenomen besluit betrekking heeft op zes van de 13 scholen hebben de afzonderlijke MR-en voorrang op de GMR.

19) Heeft een GMR ook algemene bevoegdheden?
De GMR heeft exact dezelfde algemene bevoegdheden als de MR. Dat wil zeggen: het recht van initiatief, het recht op overleg en het recht op informatie. Het recht van initiatief wil zeggen dat de GMR over allerlei zaken die alle of een meerderheid van de scholen betreffen met initiatieven kan komen en daarover in overleg kan treden. De NKO is voorstander van gezamenlijk overleg waaraan beide geledingen tegelijkertijd met (een delegatie van) het bestuur aan deelnemen. Het informatierecht spreekt voor zich maar dient door het bestuur veel actiever dan voorheen ingevuld te worden.

20) Heeft de GMR ook taken te verrichten?
De GMR houdt zich met dezelfde taken bezig als de MR maar dan op bestuursniveau. Een eerste taak betreft het naar vermogen bevorderen van openheid en onderling overleg. Een tweede taak betreft het waken tegen discriminatie en de gelijke behandeling van mannen en vrouwen en de inschakeling van gehandicapten en allochtonen. Een derde taak betreft de communicatie. De GMR is verplicht om alle betrokkenen schriftelijk te informeren over haar werkzaamheden en zonodig overleg te voeren. De GMR kan deze taken alleen verantwoordelijk uitvoeren indien de middelen en bevoegdheden toereikend zijn. Achteraf dient de GMR zich te verantwoorden over de wijze waarop de GMR zijn taken heeft uitgevoerd.

21) Op welk moment treden de bijzondere bevoegdheden uit de nieuwe Wms in werking?
De bijzondere bevoegdheden van zowel de MR als de GMR zijn met ingang van 1 januari 2007 in werking getreden. Deze nieuwe bevoegdheden hebben vanaf die datum voorrang op de bevoegdheden die in de medezeggenschapsreglementen staan. Toegevoegde onderwerpen en bevoegdheden die toegevoegd zijn blijven van kracht tot het nieuwe medezeggenschapsreglement is vastgesteld. Voorbeeld: de MR bezit al toegevoegd onderwerp: ‘het verplaatsen van de school’ met adviesbevoegdheid. Dit onderwerp plus bevoegdheid blijft zijn waarde behouden totdat een nieuw medezeggenschapsreglement is vastgesteld (waarin het niet meer voorkomt). Ook de GMR beschikt direct over een nieuwe set adviesbevoegdheden en treedt onmiddellijk in de bevoegdheden van de afzonderlijke MR-en op het moment een voorgenomen besluit van gemeenschappelijk belang een meerderheid van de scholen betreffende aan de orde is.

22) Wat gebeurt er met het oude medezeggenschapsreglement?
Het oude reglement (exclusief de bijzondere bevoegdheden) blijft net zolang intact totdat de een nieuw medezeggenschapsreglement is vastgesteld. Dit is een klus die de huidige (G)MR in samenspraak met het bestuur tot een goed einde moet brengen. Het bestuur heeft tot 1 mei de tijd om de huidige (G)MR een nieuw reglement voor te leggen. Dat is inmiddels bij de meeste scholen gelukt. Op www.infowms.nl staan model medezeggenschapsreglementen met toelichtingen daarop. Daarna moet de (G)MR binnen vier reageren  (tot 1 september 2007). Dit reglement moet met een tweederde meerderheid van de leden van de (G)MR worden vastgesteld.

23) Wat gebeurt er met geschillen waarop op een 1 januari 2007 nog niet is beslist?
Als de geschillencommissie op een 1 januari 2007 nog niet over een geschil heeft beslist is de geschillencommissie verplicht het geschil te toetsen aan de nieuwe wettelijke voorschriften. De nieuwe toetsingsgronden bij instemmings- en adviesgeschillen  zijn voor de (G)MR  namelijk gunstiger.

24 Wat moet er gebeuren als een school geen MR of een bestuur geen GMR heeft?
De MR en de GMR zijn verplicht. Het komt bijna niet voor dat een school geen MR of een bestuur geen GMR heeft opgericht. Voorbeeld: nieuwe school in een Vinexwijk, een nieuwe school na een scholenfusie, etc. In dat geval wordt binnen een half jaar een voorlopige (G)MR in het leven geroepen. Binnen drie maanden dient het schoolbestuur een voorstel van een medezeggenschapsreglement aan de (G)MR voor te leggen. De voorlopige (G)MR moet zich op haar beurt,  binnen drie maanden daarover uitspreken.

25) Kan de lijst van bijzondere bevoegdheden worden uitgebreid?
De lijst van onderwerpen waaraan de bijzonder bevoegdheden zijn gekoppeld kan uitgebreid worden met onderwerpen die (G)MR en bestuur relevant vinden. Voorbeeld: In de lijst van onderwerpen komt: ‘verplaatsing van de school’ niet voor terwijl de (G)MR dit onderwerp zou willen opnemen, inclusief het instemmingsrecht daarbij. Indien het bestuur dit initiatief honoreert heeft de (G)MR een extra bijzondere bevoegdheid. Als het bestuur het initiatief niet honoreert loopt het initiatief daar dood. Een gang naar de geschillencommissie is uitgesloten.