De
herkomst
De
tamme cavia (Cavia porcellus) stamt af van de wilde cavia (Cavia apera)
die in Zuid-Amerika,
tot op 4200 meter hoogte in de bergen leeft. De wilde cavia komt voor in
Colombia, Venezuela, Brazilië, Argentinië, Paraguay en Peru. Daar leven ze tussen
het lange gras en struikgewas, in graslanden, bosranden, moerassen en in rotsige
gebieden. De cavia werd door de Indianen (Inca's) als
huisdier gehouden en gefokt voor hoofdzakelijk het vlees en het bont. Ze zijn
tussen 500 en 1000 na Christus gedomesticeerd. Ongeveer 400 jaar geleden hebben
waarschijnlijk Spaanse ontdekkingsreizigers enkele cavia’s aan boord
meegenomen naar
Europa, waar ze onmiddellijk een geliefd huisdier werden.
Sommige
mensen noemen een cavia “marmotje”. Dit is een foute naam omdat er geen
enkele verwantschap bestaat tussen een marmot en een cavia. De marmot behoort tot de familie van de
eekhoornachtige en is veel groter, hij kan wel 50-60 cm lang worden en heeft een staart van 15 cm lang.