| < > |
Fritsy's diary |
|
|
Frits Waanders
Engels dagboek
ofwel
Fritsy’s diary
Cambridge 1971-1972
Digitally remastered (met tussen haakjes wat *noten erbij) te Amsterdam, onder auspiciën van Instituut Philomathes 2003 xxxxxxxxxxxx
Zondag 5 september 1971 Van huis met de bus van half drie. Thuis afscheid genomen van papa en Johnny, aan het station van Berna (John had een zere voet van het tennissen), Frieda, Huib, Johnny (weer) en last but not least Corry. Toen gingen we met de trein van één voor drie naar Hoek van Holland. We: mama, Reggy, Lidy, Peter en ik. We waren ongeveer kwart over vijf in Hoek, waar we niet in een Hoeks restaurant kabeljauw hebben gegeten. Ja, we zouden dat gedonder nog eens opnieuw aanhalen! Om half negen gingen de wegbrengers weer naar huis, er stond een paal langs de spoorbaan en toen was ik opeens bang dat er een zijn (haar) zwaaiarm verloren of bezeerd zou hebben. Afijn, in de tussenliggende tijd hebben we in de stationsrestauratie gezeten, waar ons de soep zowat uit de neusgaten kwam stromen (Lidy krijgt nog eens de wereldcup!). Daarna hebben we het dorp even bekeken, er was een onwelriekend putje vlak bij een boetiekje; een snackbar was er ook. Toen heb ik de wegbrengers uitgewuifd, in plaats van zij mij. Eerst heb ik nog koffie gedronken in de stationsrestauratie, een paar minuten over negen heb ik mijn biezen gepakt en er in gedachten een mat van gemaakt. Op het schip zat ik al een poosje te zitten toen ik tijdens een wandeling in de smiezen kreeg dat ik nog bij de purser moest komen. Mijn ruststoel had ik al ontdekt, twee miniflesjes Heineken (nog steeds helder, niet minder heerlijk) al achter de kiezen. Na het bezoek aan de purser heb ik maar koffie genomen, de nacht is nog lang. Straks ga ik met Koningin Wilhelmina aan de rol, als de zee woelig is; maar ik hoop dat de zeespiegel zijn gemak zal houden. ***** De nacht die nog lang was Om twaalf over half twaalf vertrokken we. De mensen liepen af en aan met sloffen sigaretten. Zien kopen doet kopen, dus ik ook maar bezweken voor een slof belastingvrije Benson and Hedges, moet nog zien of dat allemaal mag van de douane (ik heb namelijk ook nog sigaren en tabak bij me). Een tijd lang waren alle lichten uit, nu zijn ze weer aan, buiten is het ook al niet donker meer. Het is bijna tien over half zeven en het ziet ernaar uit dat we er zijn.
Maandag 6 september 1971 We waren er dan ook. Met bussen werden we naar het station gebracht, waar bij de passencontrole terecht werd besloten dat ik twaalf maanden in Engeland mag verblijven. Ik ben daarna met een glashard gezicht door de uitgang voor niets-aan-te-geven-hebbers gegaan. Een groepje voor me moest de koffers laten controleren, ik mocht zo doorlopen. Nou zijn die sigaretten tenminste echt belastingvrij. Met de trein ging het niet zo best, in Harwich heb ik er een gemist die ik waarschijnlijk niet had kunnen halen, nu ben ik eerst met een boemel naar Manningtree gereisd. Hier heb ik de trein naar Ipswich gemist, die ik wel had kunnen halen, als ik met de toestanden beter op de hoogte was geweest. Ik moest namelijk eerst ontdekken dat ik naar perron 3 door de subway moest. Het juiste perron heb ik van de kelner van de restauratie vernomen, vanwege de dorst ben ik namelijk direct bij het bordje “refreshments” naar binnen gedoken. Tonic en een krant, The Daily Telegraph (samen 10 p. = 2/–). Maar het onderdoortje … daar kwam ik net even te laat achter. Goed, de volgende trein naar Ipswich was de klos. In Ipswich was ik zelf de klos: op zijn minst anderhalf uur wachten op de trein naar Cambridge. Maar nou kon ik dan ook in één keer door. Ik heb een cryptogram in de krant proberen op te lossen, heb nog een paar woorden gevonden ook! Tussen haakjes, Ipswich was het eerste station waar ik een dienstregeling vond. Hoef je niet alles te vragen. Toen we in Cambridge aankwamen was het ongeveer kwart over twaalf, ik heb maar een taxi genomen naar 5 Warkworth Street. Daar werd ik hartelijk ontvangen door mijn landlady, haar man was mijn kamer nog aan het zuigen; Mrs D. Dale riep mijn buurman, Richard, die mij een kop koffie heeft gegeven terwijl de laatste hand aan mijn kamer werd gelegd. Het was een plezierige kennismaking, we hebben allemaal gezellig met elkaar gebabbeld. Richard vroeg me of ik al geluncht had, neen, ik had voor het laatst om ± kwart over zes vanmorgen gegeten, vlak voor de boot aanlegde. Hij zei me toen dat we samen konden gaan eten; hij zou wat werken totdat ik mijn koffers uitgepakt had en dan moest ik hem maar roepen. Zo gezegd, zo gedaan, we zijn in University Centre gaan eten, salad (lettuce, van die rare stugge sla; allerlei dingen erbij naar keuze; ik koos aardappelen in saladesaus, vruchten en noten in andere saladesaus, en tomaten; Richard nam er rijst met krenten of rozijnen–of beide–bij, geen aardappelen). Uit de kunst! (Ofte wel:
delicious.) Daarna ging Richard werken, ik heb eerst naar huis gebeld en toen de stad een beetje bekeken, enveloppen gekocht, op de markt een Kaaps viooltje voor op mijn kamer. Daarna bij ons in de buurt boodschappen gedaan: brood, boter, kaas, allemaal voor morgen, maar de kaas is al op, uit het vuistje; korrelkoffie, melkpoeder, thee, suiker, pale ale (maar ik had eigenlijk donkere bedoeld) om eens te proberen hoe dat nou eigenlijk smaakt. Nou, dat moet ik nog doen, je kunt niet alles tegelijk. Apropos (by the way), het is prachtig weer. Ik ben er even tussenuit geweest, Richard uitgenodigd om vanavond een glaasje rum te komen drinken, toen nieuwe kaas halen en brown ale en melk en tandpasta. Je wordt in deze winkel dichtbij ons nog persoonlijk geholpen, en volgens Mrs Dale zijn ze niet of nauwelijks duurder dan elders. In Amsterdam kocht ik trouwens ook het meeste in buurtwinkels. Dat is zo gemoedelijk: even naar het Melktrutje, even naar Jantje-van-alles. Mijn transistortje staat op de schoorsteen, ook de sigarettendoos, de drukkalender en het fotootje van Corry. Dat herinnert mij eraan dat ik vergeten ben pasfoto’s mee te nemen, nou moet ik er morgen maar een paar laten maken, want als ik me meld bij de politie (geen schrik, het houdt verband met mijn lange verblijf alhier) moet ik er twee afgeven. Al met al is Richard wel op visite geweest, maar hebben we geen rum gedronken: er waren geen glazen. Daarom hebben we de ale genomen, dus die is al weer op. Ik heb ook kennisgemaakt met George, hij is zeer behulpzaam en is bereid me alles uit te leggen. Ik heb wel gehoord en gelezen dat Engelsen je helpen als je erom vraagt, hier in huis doen ze het spontaan. Van stugheid is niets te merken, althans niet bij Mrs Dale, Richard en George. En de anderen moeten ook heel aardig zijn. Met Richard heb ik een paar uren zitten bomen over mijn vak, hij heeft me het hemd van het lijf gevraagd over wat ik al gedaan had en wat ik nu van plan was. En het werd hem niet eens te specialistisch, dat wil zeggen: hij schrok er niet voor terug diep op het onderwerp in te gaan. Ik geloof dat ik me aardig red met mijn Engels, ik versta de mensen redelijk goed en ik stuntel zelf maar weinig. Als ik me niet erg vergis ben ik goed terecht gekomen op dit adres.
Dinsdag 7 september 1971 Laat wakker geworden, aan één stuk door geslapen tot ongeveer kwart voor een. Brood met kaas gegeten, inkopen gedaan: handdoeken (*die heb ik nog steeds; de kleuren zijn intussen behoorlijk verbleekt), waslapje (flannel volgens George; washandjes hebben ze hier niet). Later heb ik bij Woolworth foto’s laten maken in zo’n apparaat, ze zijn heel aardig, niet zo boefachtig donker; bij Woolworth heb ik ook een boodschappennetje gekocht, gisteren merkte ik dat dat wel handig zou zijn. Vooral als je met meer dan één fles loopt. Ik heb nog maar eens ale gekocht, nou alleen bruine, zal ik er in elk geval een proeven. Net als gisteren ook weer melk, een pint per dag kan geen kwaad. Ook heb ik op de markt sinaasappels gekocht en bij John Cook (de buurtwinkel) pruimen. Ook een blik eten; binnenkort zal alles wel zover geregeld zijn dat ik zonder geleide kan eten in University Centre. Voor de aardigheid de prijzen van de handdoeken (afgeprijsd): hand towels 35 p. per stuk, bath towel 85 p. De melk kost 5½ p. per pint, als ik het wel heb ongeveer 48 ct voor een halve liter, lijkt me niet zo goedkoop. 9 p. voor een pound (ruim 4½ ons) pruimen. Het geld vliegt de pan uit, maar nou heb ik natuurlijk niet elke dag handdoeken nodig, en met de koffie en het melkpoeder die ik gisteren heb gekocht kan ik ook een aardig tijdje doen, evenals met de suiker en de thee. Van ale drinken zal ik geen gewoonte moeten maken, ik heb trouwens in Amsterdam ook nooit een gewoonte gemaakt van bier en jenever en meer van die troep drinken–al ben ik er toch echt niet vies van, laten de getuigen ervan getuigen. Afijn, geld moet rollen, voor zover het rollen kan: een stuk van 50 p. is zevenhoekig, dat gaat dan met horten en stoten. George kwam vragen hoe mijn tabak ook al weer heette, hij rookt zelf ook pijp en wil geloof ik proberen of hij hier Sail kan kopen. Hij heeft een pijpje tabak van mij geprobeerd en me aangeraden een blaadje sla in de tabakzak te doen om uitdrogen tegen te gaan. Toen ik’s avonds terug kwam van een brief wegbrengen (Richard heeft me het sorteerkantoor gewezen, kan vlugger gaan dan een brievenbus) vroeg Richard me of ik koffie kwam drinken. Hij had nog andere gasten: Rosemary van hier uit de buurt en Errol onze benedenbuurman. Rosemary dronk thee. Richard vroeg of we het Irish wilden hebben, ja, allemaal, dus whisky in de koffie en de thee. Gezellig wat gepraat, al heb ik wat meer moeite ze te begrijpen als ze met elkaar praten, dan gebruiken ze nog wel eens populaire bewoordingen. Maar ook dat zal wel wennen.
Woensdag 8 september 1971 Weer niet zo vroeg opgestaan, ongeveer elf uur. Als ik eruit kom ben ik nog wat moe in de benen, maar dat zal wel weer overgaan. Tegen enen belde Chadwick voor een afspraak, nu zal ik kennismaken met de grote mycenoloog en medeontcijferaar van het Lineair-B. Dat was wel een scheerbeurt waard, dus heb ik me lekker glad gekrabd, buiten de baardgrens dan. De ontmoeting met Chadwick was bijzonder prettig, hij heeft me de klassieke bibliotheek laten zien, daarna het Mycenologisch centrum aan Laundress Lane, waarvan ik sleutels heb gekregen, vervolgens University Centre, waar ik maandag geluncht heb. In de kamer van Chadwick lag een lidmaatschapskaart van University Centre voor me klaar. In kamer 13 kan ik gaan werken. Na het bezoek aan University Centre heeft Chadwick me het archeologisch museum, daarna de stad laten zien, niet vanaf de straat maar van binnenuit: onze tocht ging door de tuinen van een aantal colleges. We zijn ook de kapel van King’s College gaan bekijken, het is ronduit een prachtig gebouw. Heel toevallig kwamen we na een bezoek aan Heffer’s Bookshop Elseline Vester tegen, met enige verwardheid heb ik haar en Chadwick aan elkaar voor weten te stellen. Deze ontmoeting was wel heel erg onverwacht, vandaar mijn stunteligheid, ze zij mij vergeven! Welnu, bij Parker’s Piece hebben we afscheid genomen, Chadwick moest nog een boodschap doen en ik ben naar huis gegaan, melk halen, kaart van University Centre invullen.
Voordat ik naar Chadwick ging heb ik me laten registreren bij de politie, dus dat is nou ook voor elkaar. Thuisgekomen mocht ik van George een pijp van zijn tabak stoppen, dure tabak als je het mij vraagt. Maar lekker. Ook kreeg ik een beker citroenlimonade voor de dorst, even later kwam hij me een stuk Mars brengen. Hij zal me een goedkopere levensmiddelenzaak laten zien, Tesco. Het schijnt niet ver weg te zijn en het kan aanmerkelijk goed zijn voor mijn budget; al blijf ik buurtwinkels óók appreciëren. Morgen ga ik denk ik maar eens een bankrekening openen, als ze om referenties vragen mocht ik van Chadwick zijn naam noemen. Dat zit altijd goed. Omdat ik niet erg veel trek had, tenminste niet in een uitgebreide maaltijd, heb ik in de buurt fish and chips gehaald, Richard heeft uitgelegd waar het was. Chips is niks anders dan patat (wat ik allang doorhad) en de vis was cod; ik heb cod opgezocht in mijn woordenboek, ik blijk hier gegeten te hebben wat ik niet in Hoek van Holland heb gehad: kabeljauw.
Donderdag 9 september 1971 Vandaag ben ik een beetje grieperig of in elk geval verkouden, daarom heb ik een doosje Disprin gekocht. Maar eerst heb ik een bankrekening geopend bij de Midland Bank, niet ver van mijn huis. Op de markt heb ik nog een plantje gekocht, bij dezelfde man als de vorige keer, hij vroeg me waar ik vandaan kwam. Toen hij het vernam vertelde hij me dat hij studenten van allerlei nationaliteiten in huis gehad had, Scandinaviërs, Duitsers, Nederlanders; de Nederlanders vond hij altijd het aardigst, zulke vriendelijke mensen. Hij gaf me een paar appeltjes mee voor onderweg. Bij een ander stalletje heb ik een bakje gekocht voor onder het nieuwe plantje, aardewerk met craquelé glazuur op de bodem (*waarschijnlijk als asbak bedoeld; in ieder geval heb ik het na terugkeer in Nederland als zodanig in gebruik genomen, en ik gebruik het nog steeds–weliswaar niet helemaal ongeschonden); maar van dat glas zie je niet veel: het bloempotje staat erbovenop. Toch koop ik er misschien nog een bij, voor onder het eerste plantje. Je kunt ze dan gemakkelijker van onderen water geven, nu moet ik het kaaps viooltje op het schoteltje van mijn kopje zetten of de plantjes omwisselen en het bakje voor beide gebruiken. Afijn, dat zie ik later wel. Om kwart voor zeven of iets later ben ik de deur uit gegaan, eten in University Centre. Het smaakte best: een soort gehaktschijf met gebakken ei erbovenop, gebakken aardappelen en boontjes, schaaltje fruitcocktail toe, voor de somma van 40 p. Op de terugweg heb ik boodschappen gedaan bij Tesco in Regent Street; woensdag, donderdag en vrijdag zijn ze tot acht uur open. Ik heb er brood, eieren, zout en pinda’s gekocht. Die pinda’s waren natuurlijk nergens voor nodig, maar het is lekker voor een regenachtige dag. Momenteel is het (althans overdag) nog steeds zonnig weer. Apropos, deze Tesco-winkel is een andere dan waar George het over had: het filiaal dat hij bedoelt is precies de andere kant op, niet ver van ons vandaan. De brown ale heb ik nu geprobeerd, hij smaakt niet onverdienstelijk.
Vrijdag 10 september 1971 Vandaag ben ik naar het Department of Health and Social Security gegaan, alwaar ik een formulier moest invullen; ik krijg een Security Card of hoe dat heet thuisgestuurd. Op de terugweg liep er een man met me op, we hebben de bus genomen, mijn eerste ritje in Engeland. Het was een dubbeldekker, maar we zijn beneden gaan zitten. Ik heb weer in University Centre gegeten, daarna heb ik een rondwandeling gemaakt door een park aan de overkant van de rivier. George heeft me iets gegeven om mee te gorgelen; ik geloof nooit dat ik griep heb, dan was ik wel lamlendiger geworden. Misschien teveel tocht gehad, moet de deur maar achter me dicht doen zolang ik het raam wijd open heb staan. In de catalogi van Heffer’s heb ik boektitels zitten uitzoeken, als ik alles nam waar ik zin in heb zou mijn budget verhoogd moeten worden! Dat is trouwens nooit anders geweest, en daarbij: zal ik ooit alles wat ik heb gelezen hebben?
Zaterdag 11 september 1971 Gisteravond op mijn wandeling door het park en terug door de stad zag ik in een winkel vlak bij de markt Jumbo Pads liggen, schrijfblokken ter grootte van ons gelinieerd schrijfpapier. Vandaag werd ik er als het ware naar toe getrokken, vanmiddag ben ik eerst zo’n Jumbo Pad gaan halen (kan ik ook op typen). Toen ben ik voor de zoveelste keer de markt op geweest, kijken of ik nog zo’n bakje op de kop of elders kon tikken, maar die man was er vandaag niet. Ik heb op de markt toch wel het een en ander gekocht: The Concise English Dictionary (nieuw, ik heb er trouwens ook de nieuwprijs voor betaald), een boekje van Joseph Conrad en een vertaling van Xenophons Anabasis, aan (natuurlijk) een boekenstalletje; verder een fles shampoo en een ring voor mijn sjaaltjes. Thuis heb ik, zoals ik met alle nieuwe boeken doe, de bladzijden geteld, of er niets scheef gegaan was met drukken of binden; dat was een karwei van jewelste, vooral zo’n dunbladig woordenboek houdt je even bezig. Ik heb maar eens apart eten klaargemaakt–nou ja, apart …–: eieren met appels en kaas gestoofd in een steelpannetje. Het smaakte best en George vond het goed ruiken. Ik zie er nog van komen dat ik menig vrij ogenblik op de markt zal rondscharrelen. Het beste kan ik maar wat geld thuis laten, zal ik na acht jaren zelfstandig rondkomen nog eens een gat in mijn hand krijgen!
Zondag 12 september 1971 Vandaag heb ik een fijne lange wandeling gemaakt, langs de (lege) markt en Heffer’s (gesloten), over de brug in Bridge Street, door Magdalene Street, Northampton Street, Madingley Road, Grange Road, toen door Burrell’s Walk, waar een ingang van de University Library is. Vervolgens ben ik weer door het park gewandeld en van Silver Street de gewone weg naar huis. Aan de rivier was het verschrikkelijk druk, aanvankelijk leek alles zo rustig, maar colleges en bruggen trokken massa’s aandacht, ofwel aandachtige en andersoortige massa’s. In het park moest je bijkans op je beurt wachten om erdoor te kunnen. Op de Cam waren verscheidene mensen aan het punteren, het was dan ook een uitgelezen middag, stralend zomers septemberweer. Je had bijna naakt kunnen rondlopen, het politieverbod terzijde gelaten. Thuis heb ik wat zitten lezen, en omdat ik laat brood gegeten had ben ik pas laat eten gaan halen, omstreeks half negen. Voor de verandering Chinees, chicken chop suey uit een meeneemrestaurant (het gebouw moet je laten staan; het eten mag je meenemen, als je maar betaalt), tegenover de katholieke kerk. De chop suey met kip was uitstekend, nou (niet direct natuurlijk) de rest nog proberen, met varkensvlees zal ook wel lekker wezen. De TCP van George werkt goed, ook voor de opzwelling bij mijn rechter verstandskiezen (als ik ze allebei al heb). TCP is het desinfecterende spul waar ik mee gorgel. Het is ook te gebruiken voor muggenbulten en zere voeten, zo’n factotum-fles moest ik zelf maar eens aanschaffen. Op de terugweg vanmiddag heb ik ook nog een tijdje naar cricket zitten kijken op Parker’s Piece, rustig op een bank. Er zaten verscheidene andere toeschouwers. Maar het begon me na een minuut of tien al te vervelen, dat heen-en-weer-geren tussen twee witte lijnen. Ik had Richard gevraagd een flesje ale te komen drinken, Rosemary kwam ook aan en ik heb nu kennisgemaakt met de zojuist gearriveerde benedenbuurman Peter (*afkomstig van het mooie Kanaaleiland Guernsey), die een heel verhaal heeft opgehangen over boomgroei, dieren en meer natuurlijke zaken; of er geen driepotige dieren bestonden, en zo nee, waarom niet. De mensheid moest bij loting gehalveerd worden of anders gras leren eten. We hebben rum in de koffie gedaan (ik zei: hebben we ook geen glazen nodig), Rosemary natuurlijk in de thee. Ze zat een tijdje naar het paspoort van Momfert de Mol te kijken en moest het uiteindelijk van dichtbij zien, razend nieuwsgierig. En ze moest natuurlijk ook weten wie dat meisje was op het fotootje op de schoorsteenmantel.
Maandag 13 september 1971 Mrs Dale heeft vandaag een heel verhaal opgehangen over haar vroegere huurders. Haar grootmoeder was ook landlady geweest en sprak altijd over haar ‘gentlemen’. Ze joeg rumoerige kinderen weg met een bezem, wakend voor de rust van haar gentlemen. Mrs Dale zelf heeft een Rus in huis gehad, drie Chinese meisjes, vele anderen en ook een Birmaan, die in de zomermaanden ging hooien en thuis kwam met stukjes hooi in zijn haar. Hij bleek een prins te zijn, had zich in weelde kunnen baden in Cambridge; maar hij wilde onafhankelijk zijn en zich gedragen als een gewoon iemand. Hij is later nog eens terug geweest met zijn vrouw en een paar dotjes van kinderen. Hij hield van humor en je kon hem soms van verre horen bulderen van het lachen. Uiteindelijk heb ik dan maar eens glazen gehaald, en oranje plastic bekers (dunner dan ik had gedacht, maar wel fleurig), bij Woolworth. Langzaam maar zeker kom ik in mijn spullen. Bij Tesco heb ik Blue Band ontdekt, zachte in kuipjes, zal allicht voordeliger zijn dan roomboter. Ook maar eens een fles stout gekocht, maar nog niet geprobeerd. Je moet alles uitproberen wat een vreemd land je te bieden heeft. Nou ja, alles .. Toen ik George mijn sigaren liet zien vroeg hij me of hij een senoritas mocht proberen; hij wilde me er geld voor geven, maar die vlieger ging niet op, geen wind genoeg. Bij gelegenheid moet ik hem maar eens een pakje tabak geven, hij is altijd zo vriendelijk en goedgeefs. Rosemary kwam Richard bezoeken, hij was er nog niet, ze heeft toen bij mij thee met rum gedronken en we hebben gepraat over taalkunde. Vindt ze erg interessant.
Dinsdag 14 september 1971 Gisteren zou ik met George gaan lunchen, maar door de verhalen van Mrs Dale was het te laat geworden. Nou had ik niet goed begrepen dat het dan vandaag zou gebeuren. Ik vond het bijzonder rot voor hem dat hij voor niets heeft zitten wachten, hij is een man van zijn woord en gewoonlijk ben ik dat, in alle bescheidenheid, ook. Hij zou het tegenovergestelde kunnen gaan denken, maar ik geloof wel dat hij begreep dat het een misverstand was. Hij stond erop dat ik vandaag op zijn kosten in University Centre zou gaan eten en gaf me 50 p. Ik voelde dat ik dit moest accepteren. Hij had ook weer andere tabak en liet me een pijp ervan opsteken. Engelse tabak is lekker, maar circa 4& maal zo duur als Nederlandse. Sigaren en sigaretten zijn volgens zeggen ook zo duur, je komt hier veel niet-rokers tegen, wat eigenlijk geen wonder mag heten. Niet verder vertellen, straks gooien ze bij ons de prijzen ook omhoog, forser dan ooit tevoren! Ik heb blauwgeaderde Engelse kaas geprobeerd, met een beker melk erbij. Danish Blue vind ik eerlijk gezegd lekkerder, toch is deze Engelse variëteit niet onsmakelijk. Hoewel ik het gegeten heb voor ik in University Centre ging eten, heb ik toch met smaak mijn maaltijd verorberd, inclusief fruitcocktail als dessert. Fruitcocktail is zowat mijn vaste toetje, één keer heb ik een bekertje frambozenyoghurt genomen. Na het avondeten ben ik in de Coffee Lounge koffie (wat anders?) gaan drinken en de krant gaan lezen. Sigaretje gerookt, uitgekeken over het water, deze lounge biedt een mooi uitzicht. Er staat dan ook een hele rij fauteuils voor de ramen, om naar buiten te kijken. En omdat het op de tweede verdieping is wordt er vanaf het trottoir niet naar binnen gekeken. Eenzijdig gekijk dus. Als het wat lichter is, is het nog gezelliger, nu begint het al aardig te schemeren. George heeft me vanmiddag ook een sporttoto gebracht, je kunt nooit weten zei hij, dus heb ik een rijtje ingevuld om mijn geluk te beproeven. Als we een goeie mep winnen kan ik mijn familie enzovoorts Cambridge laten zien, zei George, dat zou reusachtig zijn. Nou, wie weet? Intussen heb ik schoteltjes onder mijn plantjes, het bakje is nu vrij en de glazige schoonheid beter zichtbaar. Met deze schoteltjes heb ik al die tijd dat Mrs Dale aan het vertellen was in mijn handen gestaan; ik had gevraagd om één schoteltje, ze haalde er drie op. Is altijd gemakkelijk voor als je visite hebt, dan kunnen ze hun oranje beker erop zetten (al vloeken de kleuren als ketters).
Woensdag 15 september 1971 Het is er eindelijk van gekomen: ik heb een wekker gekocht. Nou heb ik lang genoeg uitgeslapen en moet ik alleen al voor mijn fatsoen wat matineuzer worden; als ik met mijn werkzaamheden begonnen ben zal ik ook niet zo erg veel van mijn tijd kunnen verslapen, een jaar is zó voorbij en ik moet er zien uit te halen wat erin zit. Ik had nog meer boodschappen te doen: brood, koffiemelk en voor George suiker, bij Tesco. Naalden en garen bij Woolworth, waar ik ook Arabische gom gehaald heb. Natuurlijk had ik dat allemaal in Apeldoorn gelaten! De wekker heb ik bij Boots gehaald, en ook een fotolijstje voor Corry’s fotootje. George heeft het over mijn ‘young lady’, hij vindt dat ze er goed uitziet. Op de markt heb ik weer een paar boeken gekocht, een van Joseph Conrad (jawel, dezelfde) en een Tacitus-vertaling. Bij het postkantoor heb ik gevraagd om een blaadje met posttarieven, kreeg ik prompt. George heeft me een blikje gecondenseerde melk (gezoet) gegeven om te proberen, het is echt lekker in de koffie. Vanwege de dure dag heb ik fish and chips gehaald en een steak & kidney pie, is met mekaar een hele hap (maar ik had trek); ik deed het trouwens ook een beetje omdat het zo gemakkelijk dichtbij is. Mijn aanvraagformulier voor een Insurance Card heb ik teruggekregen, als ik mijn werkzaamheden begonnen ben moet ik opnieuw aanvragen. Dat zal ik dan maar doen, ik kan hier niet op goed geluk een jaar onverzekerd rondbanjeren. Ik dacht dat George een biertje bij me kwam drinken, maar hij kwam me er een brengen en wilde zelf niet hebben, had er al een gehad en drinkt er nooit meer dan één. Als ik het goed begrepen heb heeft hij mijn invitatie voor morgen aanvaard. George is de goedheid zelve, nou wil ik toch graag dat hij ook iets van mij aanneemt. Ik ben in elk geval een pijpje tabak en een paar pijpreinigers aan hem kwijtgeworden!
Donderdag 16 september 1971 Vanavond heb ik een heel gesprek gehad met George, hij weet zeker dat ik heel wat kennissen zal opdoen als ik eenmaal aan het werk ben, en dat ik dan altijd druk bezet zal zijn. Hij zal me te zijner tijd Stratford laten zien en Anne Hathaway’s Cottage. Hij heeft de gastvrijheid in Nederland erg weten te waarderen en vergoedt deze nu dubbel en dwars aan mij. Op hem zal ik altijd kunnen rekenen, daar ben ik zeker van.
Vrijdag 17 september 1971 Het is nog steeds mooi weer en ik heb vanmiddag dan ook aardig wat afgewandeld; onder andere op zoek naar multoblaadjes, ik heb ze nergens kunnen ontdekken. Wel heb ik pijpreinigers gehaald, en een krant, The Cambridge Evening News. Juist toen ik van plan was te gaan eten kwam George me vragen of ik zin had een biertje met hem te gaan drinken. Dat hebben we gedaan, in een bar bij de brug in Silver Street. We hebben daar een tijdje genoeglijk zitten drinken (brown ale) en praten, met een omweg zijn we naar huis gegaan. Ik heb later fish and chips gehaald en een pie, George wou niets hebben, hij drinkt ook niet zo veel, schijnt een niet al te ruime maag te hebben. Good old George, ik wou dat ik eens wat aan hem kwijt kon.
Zaterdag 18 september 1971 Nou, dat is dan vandaag gelukt. Ik vroeg George of hij zin had in bier. Nee. Rum dan. Nou graag. Hij vond de borrel goed pittig. Als we ooit de voetbalpool winnen schaffen we ons daar een paar flessen van aan om het te vieren. Deze week ging de droom niet door, we hebben geen prijs. Maar we blijven het proberen, winnaars zijn er meestal wel, and it could be us. Na de borrel heb ik zeven boterhammen met kaas verorberd (normaal vier), met twee bekers melk erbij. Ik heb weer van die goudgele Cheshire kaas, dit kon wel eens mijn lijfkaas zijn. Ik heb op de radio naar The Last Night of the Proms geluisterd, zoals altijd vond ik het weer een grandioze manifestatie. Ik kon het op mijn eigen radio niet ontvangen, George heeft me zijn radio geleend en heeft me nog even gezelschap gehouden, kopje koffie erbij en genoeglijk een pijpje toebak. Er werd een nieuw stuk gebracht, Stone Wall; wat mij betreft mogen ze dat volgend jaar weer uitvoeren. Het is echter de vraag of ze op mijn toestemming zitten te wachten. In de Cambridge Evening News staat een kruiswoordpuzzel, die op twee manieren (verschillend) kan worden opgelost: als cryptogram en als gewoon kruiswoordraadsel. Ik heb de cryptische weg gekozen, het gaat aardig goed. Hier schijnt dit vaker te worden gedaan, twee soorten omschrijvingen en twee verschillende oplossingen (het diagram is hetzelfde). Als je zo’n puzzel op de ene manier hebt opgelost kun je de woorden uitgommen en de andere oplossingen zoeken. Gezien mijn liefde voor cryptogrammen vind ik een en ander buitengewoon prettig. Het ga zo door.
Zondag 19 september 1971 De voetbalpool kun je hier op allerlei manieren invullen, vanmiddag heb ik de mogelijkheden eens bekeken, het is een hele heisa daar wijs uit te worden. Onderhand begin ik het door te krijgen. Vandaag heb ik pork chop suey geprobeerd, is ook goed spul. En het koelt niet gauw af, het zit in aluminium bakjes met een kartonnetje afgesloten en als je thuis bent brand je je klauwen er nog aan. Na het eten heb ik koffie gezet van coffee bags, echte koffie; ik heb George voor de koffie uitgenodigd, hij heeft me nog het een en ander van de voetbalpool uitgelegd. Hij denkt maar dat we een hele hoop zullen winnen en dat ik te zijner tijd rijker zal vertrekken dan ik ben gekomen. Dat we miljonairs worden, duur gaan doen in een hotel en grote sigaren zullen roken. Ik zou het hem van harte gunnen, ook als we niet zoals afgesproken de winst zouden delen.
Maandag 20 september 1971 Zo, dat viel me dan mee, ik had het hele cryptogram van zaterdag goed opgelost, op één woord (plaatsnaam) na. Het nieuwe cryptogram biedt me nog wat moeilijkheden. Op de markt heb ik weer een paar vertalingen gekocht, Penguin heeft er een uitstekende serie van, en afgeprijsd scheelt het aanmerkelijk. Mijn menu van vandaag: curried lamb slices met rijst (goed peperig!), patat en boontjes, fruitcocktail na.
Dinsdag 21 september 1971 Het is me gelukt, half negen opgestaan! Dit gaf me de gelegenheid eens een beetje bijtijds naar Laundress Lane (Mycenologische kamers) te gaan om te zien of ik nu iemand daar zou aantreffen. Wel, Mrs Black was er, ze gaf me koffie en presenteerde me een sigaret. We hebben een gezellig kennismakingspraatje gemaakt en ze heeft voor me proberen te informeren of ik wel een Insurance Card nodig heb, volgens haar kon ik me gewoon door een arts naar keuze laten registreren. Afijn, ambtelijke molens …. Morgen weet ik misschien meer. Daarna ben ik naar de Classical Library gegaan en heb daar een grammatica van het Sanskrit gepakt; alleen het schrift houdt je al even zoet, maar het is eigenlijk net een kolfje naar mijn hand, hoe meer gekke letters, hoe meer vreugde. En ge weet: schep vreugde in ’t leven (maar als je het wat langer uit wilt houden: níét met een kolenschep). Na het eten heb ik het cryptogram van gisteren verder opgelost; eerst zag ik er geen gat meer in, keek al bij de oplossingen, maar ik had nog maar net één nog niet gevonden woord gezien, of ik legde de oplossingen al weer weg en heb het ding toen op twee woorden na correct weten in te vullen (één woord fout, één woord onbekend). Het nieuwe cryptogram heb ik nog op geen stukken na, het lijkt wel alsof ze met de dag moeilijker worden. Ik heb nou echter maar één dag de tijd totdat de nieuwe krant er is, in het weekeinde ligt dat anders.
Woensdag 22 september 1971 Nou ben ik warempel al om kwart over zeven mijn bed uit gekomen, het moet niet gekker worden. De wekker heb ik voortijdig kunnen indrukken, straks kan ik hem weer verkopen. Edoch niet vooraleer de beer geschoten is! Ik ben weer naar Laundress Lane gegaan, Mrs Black had geïnformeerd bij Health and Security, ik hoef voorlopig niets te doen, ben automatisch verzekerd. Mrs Black heeft onder haar werk met me zitten praten, binnenkort moet ik eens langs komen. Ze vroeg me of ik met haar mee wilde lopen naar het postkantoor, ze had haar handen vol en daar kwam nog een postpakket bij. Of het echt niet te veel moeite was, of ik misschien andere plannen had (bijvoorbeeld Classical Library); ik had geen plannen, dus ben ik met haar meegegaan naar het postkantoor. Vanmiddag heb ik de voetbalpool ingevuld, nu op een andere manier, net als George. Ik heb er fiches voor gemaakt, die ik uit een plastic zak haal, het toeval beslist. Van dat moeilijke cryptogram van gisteren heb ik niet veel terecht gebracht, dat van vandaag heb ik helemaal opgelost (en goed naar ik hoop, zal morgen wel zien).
Donderdag 23 september 1971 Vandaag heb ik een groot kladblok gehaald, verder een vork en een lepel, vetvrij papier voor de kaas en inpakpapier voor als ik pakjes naar huis stuur. Om ñ kwart over acht was ik al op, dus wéér een fijne lange dag. Jan Maarten heeft wel gelijk gehad toen hij zei dat je de eerste weken fysiek afgeknapt bent elke avond (wat mij betreft: elke morgen), momenteel ben ik’s morgens fit en monter. De Classical Library was vanochtend dicht, ze waren aan het boenen. Vanmiddag was hij ook nog dicht, ik kwam een man tegen die zei dat de was tot zaterdag moest drogen of in de vloer trekken, ik moest de kans maar waarnemen en een paar dagen lekker niets doen. Ik ben toen in Laundress Lane wat gaan lezen in een boek over geheimschrift, ontcijfering, decodering enzovoorts, kortom een boek over cryptologie. De ontcijfering van Lineair-B wordt er ook in beschreven. Het cryptogram van gisteren had ik helemaal goed (de eerste keer!); ik gebruik er trouwens wel mijn woordenboek bij. In University Centre heb ik na de maaltijd eerst een kop koffie gedronken, daarna beneden in de bar een whisky op papa’s verjaardag. Thuis heb ik later op de avond koffie gedronken bij Peter, Errol was er ook en later kwam Richard erbij, net terug uit Londen. Ik heb mijn fles rum gehaald, een kleine traktatie in de koffie vanwege papa’s verjaardag.
Vrijdag 24 september 1971 Vandaag was het een rustige dag, ik heb kalm aan gedaan, verjaardagskaarten gehaald en een paar brieven geschreven. Ter ere van pa Kroezen’s verjaardag heb ik me andermaal verstout een whisky te drinken in de Granta Bar, University Centre, nu vanzelfsprekend op zíjn gezondheid. Ik heb Peter uitgenodigd, we hebben samen koffie gedronken bij mij; toen ik hem bier aanbood stelde hij voor om een pub op te zoeken, het leek me een goed idee. Richard had een paar gasten, maar die waren inmiddels vertrokken, dus hij is ook meegegaan. George is wat ouder en voelt misschien niet zoveel voor jong gezelschap, hij is in elk geval naar zijn kamer gegaan. Peter, Richard en ik zijn toen eerst in een Iers-achtige pub geweest, waar ze niet al te vriendelijk keken; daarom hebben we een ander café opgezocht, waar we naar biljarten hebben gekeken. In de derde kroeg, op kruipafstand (uitdrukking die Peter gebruikte) van ons huis was het een jofele boel, er zat iemand piano te spelen, een paar zongen er mee en op het laatst gingen ze dansen, dat was wel de gezelligste pub van vanavond–je moet het trouwens maar net treffen (onlangs schijnt er heibel te zijn geweest). Al met al was het een gezellige avond. Toen we thuis kwamen was Errol er ook (had late dienst), bij hem hebben we thee en koffie gedronken en televisie gekeken, de televisie is hier niet zo gauw afgelopen als in Nederland. Dit was de eerste keer dat ik hier televisie gekeken heb, ik kan niet zeggen dat ik het erg gemist heb. Maar het kan goed zijn voor mijn Engels, alle beetjes helpen. De klok is inmiddels gevorderd tot
Zaterdag 25 september 1971. Geen opzienbarende dingen, behalve dat ik voor het eerst mijn kachel aan gehad heb, het was kil na de motregen van gisteren. Maar we mogen niet klagen, tot gisteren is het zonnig weer geweest. De kachel brandt nog op een shilling van mijn voorgangster, ik ben al druk shillings aan het sparen voor als er een nieuwe in de meter moet. Op een gegeven moment was de kou uit de kamer en kon ik de kachel weer uitdoen. Na mijn fish and chips + pie kwam Peter aanwippen, hij kreeg de rambam van het getik van mijn wekker en vroeg of ik wat muziek wilde horen. Hij heeft toen beneden platen gedraaid, we hebben wat gepraat en gelezen. Ik heb een paar tijdschriften van hem geleend en The Carpetbaggers (Willy heeft me dat boek aangeraden, ze vindt Harold Robbins erg goed). Nou vraag ik me af: zou Willy’s baby er al zijn?
Zondag 26 september 1971 Vandaag heb ik char sue chop suey geprobeerd, is héél lekker! Het regenachtige weer houdt aan, de natte moesson. Richard vroeg me op de koffie, daarna heb ik hem gezelschap gehouden terwijl hij zat te werken; zelf heb ik het cryptogram van de Daily Telegraph voor de zoveelste keer bij de kladden gepakt, hoe duurder de krant, hoe moeilijker de cryptogrammen, zei Richard. Het gewone kruiswoordraadsel had ik in een minuut of tien opgelost, op één woord na.
Maandag 27 september 1971 Mrs Dale was een beetje overstuur, haar dochter leek vooruit te gaan, maar nu is ze weer erg zwaarmoedig. De bewoner van de voorkamer beneden is ook gearriveerd, zijn voornaam is me ontgaan, zijn achternaam is Foster of Forrester of zoiets. Vandaag heb ik nieuwe thee gehaald, kaas, een paar blikjes eten voor noodgevallen, en later nog meer soorten kaas. Als rode Cheshire mij het best blijft bevallen is het liefde op het eerste gezicht geweest, in elk geval zal het een van mijn favoriete Engelse kaassoorten blijven. Blue Stilton is toch ook werkelijk goed. Vanavond in Peters kamer gekeken naar Errols televisie (Errol heeft vanmiddag thee bij me gedronken; voor het eten heb ik voor George en mij koffie gemaakt, die we bij George onder genoeglijke kout hebben genoten), Steptoe and Son, was leuk! En nodig ook, want even tevoren was er een programma over afweersystemen, waarbij filmpjes van de Tweede Wereldoorlog werden vertoond (wagens met verstijfde lijken, en meer van die gruwelen). Peter en Errol leer ik nu ook wat beter kennen; Errol leek me eerst wat uit de hoogte, maar hij valt 100% mee. Richard heeft me een fotokopie geleend van een artikel Old Cambridge Days, hij dacht dat het me wel zou interesseren.
Dinsdag 28 september 1971 Hopelijk heb ik de voetbalpool vandaag goed ingevuld!
Woensdag 29 september 1971 Dit was een ruige avond: zes pinten bier (rare sluitingstijd: half elf) in de Cellar Bar, met Peter en Errol, daarna koffie bij Peter (Alex kwam er ook bij), met hopies muziek en handgeklap, alles met mekaar ook hopies lawaai!
Donderdag 30 september 1971 Vandaag heb ik weer wat Sanskrit gedaan, nadat ik een money order voor het vervoer van mijn boekenkist (nog eens £11.60 boven op de ƒ 110,50) had laten verzorgen op het postkantoor. Gisteravond hebben we hedenavond dunnetjes overgedaan: drie pinten in de Cellar Bar. En een bak koffie bij mij na afloop. George schijnt hierom kwaad op me te zijn, kwam zijn woordenboek terugvragen.
Vrijdag 1 oktober 1971 Het zal misschien half negen zijn geweest toen ik opstond. Na het ontbijt ben ik met de tas in de hand naar Laundress Lane gegaan. Chadwick was weer terug en wilde me spreken over wat er op het collegerooster staat, als ik hem vertel welke colleges ik wil volgen buiten de zijne, zal hij de betrokken personen hiervoor toestemming vragen. Aangezien hij het druk had toen ik kwam vroeg hij of ik nog een poosje in de buurt zou zijn; ik zei ja en ben in kamer 13 gaan lezen in een boek van Gordon over ontcijferingen. Toen kwam een andere pupil van Chadwick binnen, een meisje uit Oostenrijk dat getrouwd is en hier met haar man verblijft; we hebben gezellig zitten praten over Mycenologie, zij is meer geïnteresseerd en gespecialiseerd in de historische kant van de Myceense beschaving. Ze vroeg of ik er ’s middags ook zou zijn, ik stemde toe, want dan konden we nog wat verder praten. Chadwick heeft me in het middaguur meegenomen naar Downing College, waar hij me het collegerooster en een boekenlijst heeft laten zien en met me doorgenomen. Hij gaf me ook een brief van een zekere Ian Davies, waarin staat dat ik zal worden uitgenodigd bijeenkomsten van de College Classical Society (van Jesus College) bij te wonen, waardoor ik met andere classici in contact kan komen. Jan Maarten heeft hiervoor gezorgd–mijn welgemeende dank! Vanmiddag heb ik inderdaad nog een tijdje gekeuveld met het Oostenrijkse meisje (als ik me niet vergis heet ze Sigrid) (*ze heet inderdaad Sigrid; haar meisjesnaam is Deger), als over een paar weken de grootste drukte in verband met het nieuwe collegejaar voorbij is moest ik haar en haar man eens komen opzoeken. Dat is de tweede uitnodiging die in de pan zit en die ik even graag heb aangenomen als die van Mrs Black (Betty, als ik Sigrid? goed begrepen heb). Thuis heb ik wat zitten pennen, ik ben in feite beginnen te werken en moet nu zien dat het onderzoek van de grond komt. Na mijn avondmaaltijd in University Centre heb ik in de Granta bar een whisky gedronken op mama’s verjaardag, ik moet al deze feestelijke bijeenkomsten missen. Intussen maak ik me ook al dagenlang zorgen over Willy, ik heb nog steeds geen heuglijk nieuws ontvangen.
Zaterdag 2 oktober 1971 Overdag is het de laatste dagen weer zonnig en soms tamelijk warm weer, je kunt nog zweten als je stevig doorstapt. ’s Nachts is het vochtig, het gras wordt nat, mijn meubels worden klam (open raam!), mijn was wil haast niet meer drogen. Maar het wordt niet zo koud dat ik behoefte heb aan de kachel. De margarine die ik nu heb is niet zo lekker, volgens mij proef ik hem boven de kaas uit (of de kaas–Red Leicester–heeft een apart smaakje); waarom dan andere margarine? Ze hadden geen Blue Band, Summer Country bevat 10% boter en leek me wel eetbaar. Ik zal nog eens Red Leicester proberen als ik weer Blue Band heb, nou wil ik het toch weten ook! Het brood dat Alex me donderdagavond heeft gegeven valt met het mes dat ik heb haast niet te bewerken, maar op zich is het geen onverdienstelijk brood. George deed nog stug vandaag, maar in elk geval zegt hij wel goedendag. En hij kwam me een krant brengen omdat ik misschien geïnteresseerd was in het cryptogram. Ik wil geen ruzie met George en eigenlijk is er toch ook geen reden voor.
Zondag 3 oktober 1971 George kwam me de voetbaluitslagen brengen, mijn pool was iets beter dan vorige week, maar niet goed genoeg! Ik kreeg ook The Sunday Times te leen, mijn goede kameraad is heus aan het bijdraaien. We gaan samen door met gokken, het is onze bedoeling wat te winnen en dan met ‘hun’ geld te gaan spelen. Het schijnt hier niet zoals bij ons voor een goed (goed? En AGOVV dan?) doel te zijn–als het bij ons terecht komt trouwens wel. Ik heb er maar een schrijfdag van gemaakt vandaag, nadat ik The Sunday Times had doorgeworsteld (92 pagina’s). Na chop suey te hebben gehaald ben ik een postzegelboekje gaan trekken uit de automaat, ik had een postzegel van 3 p. (of meer zegels met een gezamenlijke waarde als vermeld) nodig voor de brief aan Mr Ian Davies van Jesus College. Een boekje van 2/– bevat twee zegels van ½ p., twee van 1 p., twee van 1½ en twee van 2. Je wordt dus niet opgelicht. Verder bevat het boekje de posttarieven en iets over bejaarden of zo, ik heb geen zin dat te gaan lezen. Aangezien de waarde van de postzegels 10 p. is, is al die informatie gratis. Op het omslag staat een prentje van een van de drie ‘surviving’ brievenbussen uit de periode 1857-1859.
Maandag 4 oktober 1971 Een lange dag vandaag, ik heb niet eens tijd gehad om te lunchen. Sigrid kwam met een probleem, even dachten we dat ik een opzienbarende ontdekking had gedaan (théros ‘zomer’ van een wortel *dher-, misschien in verband te brengen met Nederlands ‘dor’, verder eventueel Nederlands ‘droog’, Duits ‘trocken’, Engels ‘dry’), maar naar het zich laat aanzien gaat de voorstelling niet door bij gebrek aan acteurs (een verband met ‘droog’, ‘dry’ blijft mogelijk; wel zou théros etymologisch los komen te staan van thermós ‘warm’, waarmee men het pleegt te verbinden). Verder heb ik een hele tijd met Professor W.S. Allen zitten praten over taalkunde, algemene taalwetenschap, aan te raden boeken enzovoorts. Prof. Allen is een zéér beminnelijk man, uiterst vriendelijk en voorkomend, naar het me toeschijnt erg goedhartig. Ook Dr J.T. Killen heb ik even gesproken, met hem zal ik eveneens wel goed kunnen opschieten, hij is een joviaal iemand; meer kan ik over hem voorlopig niet zeggen, daarvoor was de ontmoeting te vluchtig.
Dinsdag 5 oktober 1971 Mijn werk beperkt zich nog tot het lezen van inleidende lectuur, tijdschriftartikelen en zo meer. Hoewel de verwarming aan is, is het nogal koud in kamer 13, behalve als ’s middags de zon op de ramen staat. Tegen twaalven kwam Sigrids man, ze nodigden me uit mee te gaan koffie drinken in University Centre; daar hebben we wat gepraat over taalkunde (cantilena ista, maar ik zing graag mee). Mr Jalkotzy (*zo heette hij, en zij nu ook, in de vakliteratuur S. Deger-Jalkotzy) is een zeer geschikte knaap, hij heeft Duitse taal- en letterkunde gestudeerd.
Woensdag 6 oktober 1971 Gisteren heb ik mijn wekker niet horen aflopen en vandaag wéér niet! Niettemin ben ik er niet erg laat uit; maar als ik op een bepaald tijdstip ergens moet zijn is het toch maar beter als ik wèl gealarmeerd word door het voor het wekken van mijn persoon bedoelde gerinkel, op een de avond tevoren door deze persoon vastgestelde tijd. Deze tijd kan een tijd geldig blijven, maar dwingend is het niet. Als alles meezit ben ik morgen op tijd op college; anders zal Chadwick me vast missen. De Classical Faculty Library is nu langer open, ik vond het tijdbesparend om tot zeven uur daar te studeren (na mijn verblijf in Laundress Lane, waar ik van Sigrid een definitieve uitnodiging heb gekregen) en daarna in University Centre te gaan eten–dat is een wandeling van twee minuten. Zo gedacht, zo gedaan. Ik heb één ding wel bekeken: wil ik met mijn werk opschieten, dan kan ik me maar beter niet al te veel bezighouden met Armeens of Perzisch, maar bij voorkeur alleen met Sanskrit (naast het Grieks). Een klein beetje Perzisch kan trouwens geen kwaad, denk ik. Kon ik me tot nog toe veroorloven van tutto un pò te weten (was dat maar waar!), nu zal ik zo mogelijk van un pò molto te weten moeten komen, vandaar deze gedwongen zelfbeperking, waarin ik mijn meesterschap zal moeten tonen. Of ik daartoe in staat ben? Hopelijk.
Donderdag 7 oktober 1971 Mijn eerste twee colleges hier vond ik niet moeilijk te volgen, wat vorm noch wat inhoud betreft. Vorm: Chadwick en Allen spreken duidelijk; inhoud: hiermee ben ik in de loop der jaren tamelijk vertrouwd geraakt. Na de colleges ben ik naar Heffer’s gegaan om het dialectenleesboek te gaan halen, maar de zending is nog steeds niet gearriveerd. Wel heb ik er Macdonell’s Sanskrit grammatica gevonden (tweedehands voor 80 p.; nieuw kost hij £1.50), ik heb er meteen maar een ‘leesboek’ bij gekocht (voor slechts 50 p.): Sarva-darśana-samgrahah van Sāyana-Mādhavah, met een origineel commentaar in het Sanskrit; wat dat allemaal betekent mag Joost weten, als ik er zelf niet uit kan komen zal ik het hèm vragen. In elk geval ben ik blij dat ik Macdonell op de kop heb kunnen tikken.
Vrijdag 8 oktober 1971 Ons eerste college Mycenologie, waar aanwezig waren: een meisje en een jongen die ik niet bij name ken (de jongen volgt ook andere colleges waaraan ik deelneem), en ikzelf. Dr Chadwick geeft eerst een inleiding; hij verlangt van zijn studenten een elementaire kennis van de schrifttekens. Dit college zal erg leerzaam voor me zijn, vooral als ik hierdoor goed thuisraak in het schrift en verder zaken als classificatie. Na het college ben ik op de bus naar Sigrid gestapt. Ze woont bij ene Mrs Walton, een bijzonder aardige dame; verder wonen er Sigrids man Gottfried, een Amerikaanse, die Europese kunst of geschiedenis studeert, en een Italiaan die bèta-man is. Ook was er een Zweeds meisje (alfaïste), Catharina (*Catharina Blomberg, uit Örebro, bestudeerde Japan, o.a. de samoerai); later kwam er nog een echtpaar bij, maar dat was na het diner. Dit diner was een belevenis: soep vooraf, daarna Hollandse sla (vermoed ik) met gebakken aardappels, ham en pork (?), vervolgens een overheerlijke pudding: een soort pjoer-rol in custardvla, met frambozen en banaan; tot slot crackers met kaas. Na het diner echte koffie en een gezellig babbeltje rondom het open haardvuur. This is family life, een aangename afwisseling! Om elf uur hebben Catharina en ik de (laatste) bus naar huis genomen, zij woont in een college waar je tijdens het ontbijt bevriest: in de Hall aldaar wordt nimmer gestookt.
Weekeinde/weekbegin 9/10 oktober 1971 Als je je wilt oefenen in het lezen van Sanskrit moet je gewoon maar een boek kopen over onverschillig wat, als het maar in devanāgarī-schrift gedrukt is. Ik heb me een ongeluk zitten ‘ontcijferen’, maar nu heb ik het schrift althans ten dele onder de knie (de complexe tekens zullen nog wat meer energie vergen). George heeft een biertje bij me gedronken. We hebben nog steeds geen prijs in de voetbalpool, maar we zijn er niet ver af. Toen ik George vertelde dat ik nogal in de rats zat, verzekerde hij mij dat ik maandag direct goede berichten zou krijgen, en bovendien mijn boekenkist. Welnu, het is inmiddels maandagavond, maar géén geboortekaartje, géén post uit Nederland, géén boekenkist vandaag. Elke dag denk ik: misschien morgen, maar het accent verschuift steeds meer van ‘morgen’ naar ‘misschien’.
Dinsdag 12 oktober 1971 Regen, college over transformationeel-generatieve grammatica (TGG) (Dr Terence Moore, een jonge en moderne linguïst), nog meer regen. Verder met Sanskrit, daarna karbonade met patat en boontjes en een vreemdsoortig toetje (yoghurt met komkommer erin en tuinkruiden, waarschijnlijk onder andere zoiets als kervel). My chest hasn’t arrived yet, mijn borst is nog niet aangekomen. [Zie Nawoord.] Ik vraag me af: gesteld dat ik in mijn slaap zou praten, zou het dan Engels zijn of Nederlands?
Woensdag 13 oktober 1971 Het regent aan één stuk door en het is nu kouder, ik heb de kachel aan. Momenteel ben ik druk bezig met een eigen Sanskrit woordenboek aan te leggen (op de daarvoor gebruikelijke alsmede daartoe geëigende wijze: op fiches). Als kinderen spelen zijn ze zoet. No chest, no letters.
Donderdag 14 oktober 1971 Na het college van Prof. Allen (die ons heeft uitgenodigd voor volgende week donderdag, bij hem thuis) vroeg Charles Burnett, student klassieken (groep E: taalkunde), mij of ik vanmiddag bij hem kwam thee drinken; hij woont in St John’s College. Dat heb ik gedaan, er kwam nog een andere classicus en een zekere David (?)–namen!–, van wie ik niet weet wat hij doet. De thee is koffie geworden (géén gegoochel, ook geen wonder van Kana), het gesprek ging over laryngalen (ik werd aardig uitgehoord–ik heb dan ook enkele jaren voorsprong op het gebied van met name Griekse taalkunde en de Indo-europese achtergrond). Toen ik King’s Chapel noemde vroeg Charles of ik zin had mee te gaan naar St John’s Chapel, daar werd óók mooi gezongen (er is een zekere wedijver, zegt Charles, tussen King’s en St John’s). Inderdaad, er wòrdt prachtig gezongen door het koor. Tussen haakjes: dit was Evening Prayer, het avondgebed van half zeven. Voor wie dat wil kan de Alma Mater hier tevens Psalma Mater zijn (met zekere linguïstische vrijheden). No chest, no letters, little money.
Vrijdag 15 oktober 1971 Het eerste college kon ik niet halen, ik wilde toen naar het tweede gaan (11 uur), maar Mrs Dale hield me aan de praat, zodat ik thuis was toen mijn boekenkist om circa twaalf uur arriveerde. De vrachtrijder vroeg of ik kon helpen, want het ding was loeizwaar, wat ik er eigenlijk in had zitten. Afijn, Richard en Errol zijn ook komen helpen, en met vier vereende krachten hebben we hem het trapje op en in de gang gekregen. Daarvandaan kan ik de spullen beetje bij beetje upstairseren.
Zaterdag 16 oktober 1971 En zo geschiedde. Peter heeft me zijn schroevendraaier geleend, en nadat ik de schroeven had verwijderd heeft hij de spijkers eruit gehaald. Vervolgens heb ik het binnenwerk gedemonteerd en nu kon ik beginnen met sjouwen. George heeft me daarbij geholpen, zodat het binnen niet al te lange tijd bekeken was. Het inkasten was weer een hoofdstuk apart, maar alles heeft een plaatsje gevonden. Behalve de kist, die staat erg ongelukkig en in de weg.
Zondag 17 oktober 1971 De kist heeft nu ook een goed plaatsje gekregen, met de hulp van George en Richard. Ik kan er mooi nog wat boeken in kwijt. Als de draagbeugels eraf zijn past hij nog beter, maar voor het ogenblik staat hij best.
Maandag 18 oktober 1971 De lang verbeide brief uit Apeldoorn: Willy heeft een zoon (8 oktober) (Rudy ook)! En de wand is eruit, er is gewit, er wordt behangen, er komt nieuwe vloerbedekking, er komt een nieuw eetstel (*voor alle duidelijkheid: de opknapbeurt betrof het ouderlijk huis aan de IJsselstraat); en er is geld onderweg. Prof. Allen vroeg me aan het begin van zijn college of ik donderdag kon komen (hij heeft de taalkundegroep uitgenodigd), waarschijnlijk zou Eva Reichling er ook zijn. Toen ik met Prof. Allen kennismaakte vroeg hij me ’s middags terug te komen (4 oktober), en toen ik kwam was Eva net weg–hij zou ons bij gelegenheid aan elkaar voorstellen, wat donderdag dan misschien gaat gebeuren. Kan ik ook eens een keer Nederlands praten na ruim een maand angelsaksualiteit. Bij Errol heb ik vanavond Mogul en Steptoe and Son gezien. Steptoe &c. is om je defect te lachen, ook als het soms wat cru is.
Dinsdag 19 oktober 1971 Als Dr Moore college geeft is het heidens parapluweer, vorige week goot het en vanmiddag weer. Maar TGG is interessant genoeg om Zeus de Zeiker (pardon) te trotseren. En nu laat ik Aeolus’ winden nog buiten beschouwing.
Woensdag 20 oktober 1971 Om voor de verandering eens over het weer te praten: beestenweer. Toen het droog was ben ik naar Laundress Lane gegaan; Sigrid was er en ze heeft me namens Mrs Walton uitgenodigd voor een coffee party aanstaande zondagavond. Dat kan weer gesjellig worden. Morgen moet ik nog maar eens proberen of mijn geld al gearriveerd is, de brief aan de manager (of hij me bericht wilde sturen) is nog niet beantwoord, maar het zou er nu onderhand wel eens kunnen zijn.
Donderdag 21 oktober 1971 De borrel bij Prof. Allen was bijzonder gezellig, zijn vrouw is charmant en een goede gastvrouw (en haar man een goede gastheer); en Eva is een heel aantrekkelijk meisje (wat ik al van diverse kanten had gehoord). Na de colleges van vanochtend ben ik bij de bank gaan informeren, het geld was er en ik heb meteen wat contanten opgenomen, waarvan een deel al weer is verbrast aan kaas, appels, koffiemelk, een blikje tabak en een blikje vruchten op sap. Géén onkosten voor de bus: heen (naar Prof. Allen) heb ik gelopen, terug ben ik met de auto tot dicht bij huis gebracht. Nog even wat meer uitnodigingen en ik zal te zijner tijd terugkeren met veel nieuwe kennissen, maar weinig nieuwe kennis.
Vrijdag 22 oktober 1971 Het is ineens zomer, iedereen trekt zijn colbertje uit en zit nog te transpireren. Het weer kan zomaar ineens omslaan, wat een welbekende eigenschap van het weer is. Dr Chadwick heeft een introductiebrief voor de University Library voor me geschreven of laten schrijven, met een kaartje erbij: ‘Take this to the University Library and see if it will not get you in’, wat klinkt alsof de brief een soort stormram is. Lukt het niet, dan zullen we dynamiet moeten gebruiken. Ik heb voor het eerst sinds een week of langer weer in University Centre gegeten; ik dacht dat ik een pond in mijn portefeuille had, maar bij de kassa ontdekte ik dat ik niet kon betalen. De caissière, een heel aardige dame, die me altijd goedendag zegt en informeert hoe het ermee gaat, heeft toen een briefje gemaakt dat ik moest tekenen; ik heb dus op de pof gegeten!
Zaterdag 23 oktober 1971 Vanavond ben ik met Peter naar de film geweest, Death in Venice van Thomas Mann, met muziek van Gustav Mahler. De bioscopen trekken hier nog wel publiek: een rij van zo’n 50 meter toen wij kwamen, en weer zo’n rij achter ons, een uitverkochte zaal. De film had goede recensies gehad en ik vond het inderdaad een bijzonder goed stuk werk. Ik zou er graag wat over lezen, over de achtergrond en in hoeverre deze film alludeert aan de realiteit (wie was de componist in de hoofdrol?).
Zondag 24 oktober 1971 De coffee party was internationaal: een Canadees meisje, een Spaans echtpaar, nog een Spanjaard, Japanners, een Fin, een Turk, een Pool, Catharina uit Zweden, de andere buitenlandse bewoners, die ik de vorige keer ontmoet heb, en dat zijn de mensen van wie ik de nationaliteit gehoord heb; er waren nog meer landen vertegenwoordigd, maar er waren te veel mensen om met iedereen te praten. Eerst heb ik met Zena, het Canadese meisje, zitten praten, toen kwam Catharina een babbeltje maken en daarna het Spaanse echtpaar. Laatstgenoemden hebben me in hun auto naar huis gebracht, ze zijn van plan me een keer uit te nodigen, wat ik heel prettig vind. Ze schijnen een atlas uit Utrecht te hebben, met Nederlandse tekst.
Maandag 25 oktober 1971 Mrs Dale had vergeten de boiler aan te zetten, mijn bad liep daardoor wat uit: ik had het bedoeld als een ochtendbad, maar vandaag kon ik niet eerder de deur uit dan half vijf. Buiten dat om: ik word ook altijd eeuwen aan de praat gehouden, één woord van mij is genoeg voor een verhaal van enkele uren harerzijds. Ik vroeg haar een kop thee bij me te komen drinken, ik weet dat ze dat gezellig vindt. Prof. Allen scheen vandaag niet in amabilissima forma te zijn, al was hij bepaald niét ònvriendelijk, misschien wat wrevelig over de incomplete opkomst. Na afloop ben ik met Charles naar de UL gegaan, alwaar ik Chadwick’s brief heb afgegeven. Als ik morgen terug kom krijg ik waarschijnlijk een reader’s ticket, waarmee ik naar hartelust mag lezen in de UL. Je mag er je boeken zelf pakken en als houder van een reader’s ticket kan ik, tot een maximum van vijf, boeken reserveren voor drie dagen. Het is een grandioze bibliotheek.
Dinsdag 26 oktober 1971 Doordat ik vandaag voor de verandering een wit overhemd aan had (met das uiteraard) heb ik twee keer te horen gekregen dat ik er ‘smart’ uitzag. En ik peinzen: “Zie ik er anders altijd ‘un-smart’ uit?” (Hetgeen door Rosemary ontkend werd.) Vanmiddag tijdens het college TGG heb ik zùlke stoute schoenen aangetrokken dat ik aanbood de oplossing van het moeilijkste van twee vraagstukken op het bord te schrijven (correct); later heb ik met dezelfde schoenen aan een of twee vragen gesteld. Na afloop had ik nog iets te vragen (of liever: op te merken), Dr Moore was het wel aardig met me eens. Hij nodigde me uit in de kantine thee te gaan drinken. De thee is natuurlijk weer eens een keer koffie geworden, je snapt er gewoon niks van. Toen ben ik in Laundress Lane aan het ontcijferen geslagen, de lijst met tekens heb ik nog om de haverklap en gortdreun nodig, maar ook deze tekens zal ik wel de baas kunnen worden. Ik hèb een reader’s ticket gekregen!
Woensdag 27 oktober 1971 Op aanraden van Prof. Ruijgh heb ik me vandaag Palmer’s Interpretation aangeschaft en Frisk’s etymologische woordenboek besteld; dit laatste is wel een dure geschiedenis (± £20.–, waar te zijner tijd nog een registerband bij komt), maar het is dan ook een waardevol bezit. Even naar Tesco boodschappen doen (gewone dingen): weer een pondje lichter! Maar ik heb het wel zó bekeken dat ik sommige boodschappen uitstel tot een woensdag, want dan krijg je dubbel zegels–als je ’t een en ander tòch moet hebben …. Vanmiddag was het weer stralend weer, ik hoop maar dat het nog even aanhoudt. Ik zat me zowat een ongeluk te zweten toen ik voor de zoveelste keer probeerde de Myceense tekens te reproduceren –de ene keer kan ik niet op ta komen, dan weer niet op se, ri ontschiet me ook nog wel eens en pe jaagt me nogal eens de pé in door vergeten te zijn. Maar toch heb ik de tekens nu wel aardig onder de knie, kijk zelf maar.
Donderdag 28 oktober 1971 Vandaag géén college van Prof. Allen, wèl het college Griekse dialecten. Chadwick heeft lang uitgeweid over het Myceens, en terecht dunkt me. Volgende keer zullen we waarschijnlijk aan lectuur toekomen. Verder heb ik in kamer 13 zitten werken, onder andere de foto’s nog eens goed bekijken. Charles is meegegaan om ze ook te ontcijferen–soms valt het beslist niet mee, vooral niet wanneer de lichtval ongunstig is. Verder heb ik maar weer eens een artikel gelezen (voordracht van Risch in Gif-sur-Yvette), over de dialectpositie van het Myceens; dit is een bijzonder ingewikkelde zaak, je vraagt je af of je ooit uitgewikkeld raakt.
Vrijdag 29 oktober 1971 Het college Mycenologie begint steeds interessanter te worden, er wordt namelijk veel gediscussieerd over allerlei kwesties, wat ons (vooral mij) heel wat wijzer maakt. Vanmorgen heb ik een tijd met Dr Killen staan praten, hij heeft me het hemd van het lijf gevraagd over wat ik zoal dacht over allerlei zaken betreffende het Myceens. Op verscheidene punten zijn we het aardig eens, allebei zijn we voorzichtig, en ook een ‘ik weet het niet’ of ‘niet zeker’ kan overeenstemming betekenen! Mijn Sanskrit woordenboek telt nu ruim vierhonderd fiches.
Zaterdag 30 oktober 1971 Wassen in een tobbe is een heidens werk, dus eigenlijk niets voor een christenmens als ik; maar ik kan toch niet in okergele onderbroeken rondlopen, zolang de kleuraanduiding ‘vuile’ betekent. (Gekleurd ondergoed is in de mode, maar hiér kan ik geen muisjes mee lokken!) Een flesje chloor zou misschien goede diensten bewijzen. Straks (om drie uur a.m.) wordt de klok een uur teruggezet, de meeste mensen zullen het wel in de vooravond doen, als ze naar bed gaan; nachtvlinders kunnen er op de juiste tijd een ceremonie van maken. Vandaag bleken George en ik allebei 20½ punt in de voetbalpool te hebben, dat is een klein prijsje (misschien een knaak).
Zondag 31 oktober 1971 Ik kan zo maar in één keer honger krijgen. Vanmiddag heb ik stad en land afgelopen voor een pasteitje of hot dog, maar lau loene. Alles gesloten. Ik heb toen maar een boterham genomen en George heeft me een stuk vruchtencake gegeven. Dat hielp even. Ik ben toen bijtijds Chinees gaan halen. Zou ’t de overgang van zomertijd naar wintertijd zijn die zo hongerig maakt?
Maandag 1 november 1971 Voor wie Latijn kent zijn september, oktober, november en december rare maanden, je moet er twee bij optellen. Mijn bad leverde vandaag geen moeilijkheden op, behalve dat ik waarschijnlijk de koude kraan te wijd open heb gezet: ik kon het water daarna niet op temperatuur krijgen, het was niet bepaald een warm bad. Prof. Allen heeft vandaag een paar Kaukasische geluiden voortgebracht waar iedereen om moest lachen, hijzelf deelde in de hilariteit. De verkering met Corry is uitgeraakt.
Dinsdag 2 november 1971 Nu ik eenmaal als schaap over de dam gekomen ben vorige week, volg ik meervoudig. Het ging vanmiddag zó vlug bij Moore dat ik bijna de kluts en de draad en mijn greep op de stof kwijtraakte, maar ik heb me staande (zittende) weten te houden en heb me niet onder tafel laten praten of me anderszins terneer laten drukken. Dus: kop op en erbij.
Woensdag 3 november 1971 Mrs Dale heeft weer thee bij me gedronken en heel wat afgepraat over Kerstmis, gezelligheid met een open haardvuur, bouillon en geroosterd brood, samen speelgoed maken en allemaal van die dingen die je zó voor je kunt zien en je doen terugdenken aan je lagere-schooljaren, als je ’s winters thuis kwam en de thee op het theelichtje met de rode ruitjes stond. Toen ze wegging zei ze dat het een “nice refreshment” was geweest; ik denk dan natuurlijk eerder aan “verfrissing” dan aan “verversing”, maar hete thee en “verfrissing” gaan zo moeilijk samen. In de voetbalpool bleken we buiten de prijzen te vallen: dus zelfs die knaak gaat niet door!
Donderdag 4 november 1971 Over toeval gesproken: vorige week zat ik na te denken over de ontwikkeling van de labiovelairen; voor de dentale ontwikkeling dacht ik over een tussenstadium ü voor het labiale element–kort geleden stuitte ik op een probleem: hoe moet men Myceens su-qo-ta en qo-u-qo-ta verklaren naast qo-u-ko-ro? Analogiewerking? Welnu: vanmorgen besprak Prof. Allen de ontwikkeling van de labiovelairen, hij nam een tussenstadium ü aan voor het labiale element waar het uiteindelijke resultaat een dentaal is, en verklaarde qo-u-qo-ta en su-qo-ta als analoge vormen, zonder dat ìk mijn mond hierover had opengedaan. George Hewitt (*hij is sinds 1996 hoogleraar Kaukasische talen aan de School voor Oriëntaalse en Afrikaanse Studies, lees ik in het dankwoord in Single & Single van John le Carré; ik kan me althans niet voorstellen dat het om een andere George Hewitt gaat: ‘onze’ G.H. had indertijd al belangstelling voor Kaukasische talen), George Hewitt dus (de ‘andere classicus’ uit onze groep, die een poosje geleden bij Charles op de thee kwam) heeft me uitgenodigd om volgende week woensdag te komen lunchen, Mrs Walton heeft me weer gevraagd voor een coffee party, aanstaande zondag.
Vrijdag 5 november 1971, Guy Fawkes Day Als je in Engeland vuurwerk wilt zien moet je niet met Nieuwjaar erheen gaan, ook niet op koninginnedag (en zeker niet op onze koninginnedag), maar op 5 november. Al is het volgens Charles een aflopende zaak. Tijdens de colleges Mycenologie begint Chadwick van tijd tot tijd te lachen als hij iets aan het beweren is, vermoedelijk verwacht hij dan dat ik met allerlei bezwaren voor de draad kom en de mening van “mijn professor” deel (en als de argumenten van Prof. Ruijgh mij hebben overtuigd: ja, inderdaad), en zijn verwachtingen komen vaak uit, want ik wil tegenwoordig werkelijk àlles uitpluizen en beargumenteerd zien–daar is een specialistisch college ook uitermate geschikt voor! Na afloop van het college inviteerde Charles me bij hem te komen eten, daarna hebben we een geënsceneerde rechtszaak bezocht (tot en met de tweede spreker, wat toch ongeveer een uur duurde), en tot slot hebben we naar het vuurwerk gekeken.
Zaterdag 6 november 1971 Lekker zakje rozijnen met pinda’s, dacht ik; de pinda’s bleken ongebrand te zijn en smaakten als rauwe bonen. Weg met die troep, dacht ik. Nee, dat is jammer van de rozijnen. Rozijnen eruit sorteren. Weg met die pinda’s; of zou ik ze zelf kunnen roosteren? Nou, dat kon, en nou zijn ze lekker bruin en smakelijk. Zijn die zakjes misschien bestemd voor gebruik in de keuken? Maar ik weet nu voor een eventuele volgende keer: ongebrande pinda’s in een bakje op de gloeiende plaat en goed roeren, anders branden ze aan. (Dat wist ik van tevoren, zodat ze niet mislukt zijn vandaag.) Toch heb ik liever studentenhaver.
Zondag 7 november 1971 Bus 106 zit altijd vol mensen voor 16 Girton Road, wanneer er een coffee party is bij Mrs Walton, zo ook nu weer. Eindelijk heb ik bovenin gezeten! Met David Hester, die ook uitgenodigd was. Zoals de vorige keer was het erg internationaal en bijzonder gezellig; en niet alleen avondvullend, maar ook maagvullend: tot in de puntjes verzorgd. Mrs Walton, alle lof, het kan niet anders dan een succes zijn als u een avondje verzorgt!–Dr Chu heeft me thuis gebracht.
Maandag 8 november 1971 Gelukkig een goed warm bad, in ’t vervolg zal ik eerst de hete kraan een tijdje laten lopen, voordat ik met koud bijmengen begin. Waar ik al die eetlust toch vandaan haal! Ik eet zes boterhammen, en een paar uren later bij de thee een halve vruchtencake van een decimeter lang; van George kreeg ik een struik bleekselderij, die ik met kaas en crackers heb gegeten, en daarna de andere helft van de cake met een kop koffie. Peter kwam me halen voor een kop koffie en een babbeltje, ik geloof dat hij zich af en toe rot verveelt, vooral als Errol (zijn directe buurman) er niet is. Peter is toch een aardige ‘bloke’ (woord dat ik hier geleerd heb, de eerste de beste week al).
Dinsdag 9 november 1971 Nu begint het toch echt te winteren, het is lekker koud en ik heb dan ook de dikke jas en de wollen das te voorschijn gehaald. Bij Moore ben ik nog altijd actief, ik was er weer helemaal bij. Wat Richard tegen Rosemary zei over de ketel in zijn kamer houden (wat vaak gebeurt) heb ik niet goed gehoord, maar klaarblijkelijk is het geen verstrooidheid. Ik heb water warm gemaakt in een steelpannetje; de tweede keer riep Richard: “Ben je water aan het koken?” “Ja.” “Ik zal het in de ketel doen, dat gaat vlugger.” Mijn antwoord: “Possibly.” Als het pesterij is zal ik er de eerste tijd niet mooier op worden; zien wat hij nu verder doet, onenigheid hebben we tot nog toe niet gehad, maar dit maakt me nijdig.
Woensdag 10 november 1971 Gezellige lunch in St John’s, met George Hewitt, Val (*Collins; ze heeft me Portnoy’s Complaint van Philip Roth aangeraden) en Charles, soep met brood, ham, Ardenner pâté, Edammer kaas, hardgekookte eieren, sla, tomaten, cider. Het is geen exclusieve eigenschap van mij dat ik vaak over taalkundige dingen praat: zij hebben hetzelfde in zich, en ’t komt er dan ook altijd uit. Het is een onderwerp zonder grenzen, je raakt er beslist nooit over uitgepraat. Altijd is er wel iémand die weer iets nieuws/origineels weet te vertellen. Later hebben we koffie gedronken met een smakelijk chocoladebaksel van Charles. Omstreeks theetijd heeft Val nog thee gezet, George’s kamergenoot Stephen was inmiddels ook gearriveerd. Bij onze borden lag een uitnodiging:
De andere George (: George Lee, die van thuis) leent me zijn ketel; na een uur of zeven, acht drinkt hij geen koffie meer; zodat ik nu aan Richard geen ergernis meer beleef des avonds na den maaltijd, als ik uitgemalen ben en iets wil drinken.
Donderdag 11 november 1971 Met mijn dialectinscripties schiet ik al lekker op, bij een tweede lezing moet ik maar eens beginnen met materiaal te verzamelen. Als het niet zo koud was zou het wat warmer zijn; maar het is al zowat half november, dus is deze temperatuur geen wonderbaarlijk natuurverschijnsel.
Vrijdag 12 november 1971 Nou voel ik me toch echt grieperig, overal pijn. Kruip er vroeg in, na een kop heet water met suiker en rum. En dat na het wereldschokkende nieuws van de ontcijfering van Lineair A, niet de eerste Semitische oplossing. Wat is de positie van Lineair A binnen de Semitische groep? Hopelijk hebben de lettergreeptekens geen ‘zwevende koers’. De term ‘mengtaal’ maakt me huiverig. Hoe zit het met de morfologie van Lineair A? Dit is belangrijk, want een lexicaal uitgangspunt is gevaarlijk (kijk maar naar het Engels). Afijn, we zullen moeten afwachten tot de publicatie van het boek; bijval zonder kennis der data is niet te verwachten, uiteraard.
Zaterdag 13 november 1971 Voel me al weer een stuk beter na een weldadig lange nachtrust met warme verdunde rum—het lijkt wel een fles-zonder-eind; maar misschien was het niet de eerste fles, na ruim dertig jaar weet ik het niet meer zo precies—als ondergrond. De ketel staat geregeld in de keuken. Het is buiten niet zo koud meer, zodat mijn kachel de situatie ook weer wat beter aankan. Wie zich wil vermaken moet eens wat verslagen van wonderbaarlijke genezingen te Epidaurus lezen!
Maandag 15 november 1971 Tijdens het college van Prof. Allen kreeg ik zulke hoge nood dat ik me ten einde raad geëxcuseerd heb. Dit is me afgelopen vrijdag voor een week ook al gebeurd met Mycenologie, vermoedelijk komt het door het weer. Al vond ik het vandaag niet zo koud; misschien was ik in een koelbloedige, serpentiene toestand. Vanavond kwam Peter gezelligheid zoeken, met mijn twee luie stoelen in een kring om de kachel was het een behaaglijke bedoening. Het woord ‘knus’ laat ik aan de ladies. Welnu, Peter openbaarde me dat het hier wettelijk geoorloofd is sterke drank te maken. Hij heeft in het verleden wel eens bier gemaakt (zwaar bier: ± 15%), en het idee dit weer eens te gaan doen begon hem steeds méér aan te spreken, hij is het nu heilig van plan en als alles meezit kunnen we nog vóór Kerstmis een zwelg- en braspartij aanrichten. Het idee begon míj ook van minuut tot minuut aantrekkelijker voor te komen, huisvlijt heeft me altijd bekoord.
Dinsdag 16 november 1971 Vanmiddag heb ik weer thee gedronken met Moore, hij had een argument gebruikt dat ik niet begreep en ik vroeg hem na het college om opheldering. Na een lange discussie kwam er klaarheid, nieuwe argumenten legden bij mij meer gewicht in de schaal, die dan ook in zijn richting doorsloeg. Moore is een bijzonder sympathieke man en ik weid graag met hem uit over problemen. Na wat ik zo te hooi en te gras over de transformationele grammatica had gehoord en gelezen heb ik Prof. Allen’s ‘aanrader’, dit college, direct op mijn collegelijst gezet, en ik heb er tot nog toe beslist geen spijt van: er gaat een nieuwe wereld voor je open, vooral (denk ik) als je zoals ik altijd een zwak gehad hebt voor rekenkunde, en speciaal wiskunde. Wiskunde zuivert de geest, zeiden de oude Grieken; wiskunde is abstractie, en TGG maakt op mij een abstracte indruk (géén non-figuratieve!). ***** De huurders van het huis, tussentijds overzicht. Basement: Shirley (zie ik nooit). Beneden: Mr Foster; Poor Old Alex II (nieuwe Alex, in de kamer van de vorige Alex). Eerste verdieping: Peter; Poor Old Errol. Tweede verdieping: Poor Old George; Poor Old Richard; of ik zelf ook Poor en Old ben weet ik niet, want als Mrs Dale tegen me praat, praat ze niet over me, als ware ik er niet zelf bij.
Woensdag 17 november 1971 Dat de suiker maar 8½ p. per 2 lbs kost is een positief gegeven; toch was ik alles bij mekaar £1.81 kwijt voor een tas met boodschappen. Ik ben misschien nog altijd ingesteld op wat ik in Amsterdam kwijt was, dat was véél minder, maar ik had daar dan ook mijn koffie en thee vrij, wat tevens de daaraan toegevoegde melk en suiker inhield. Ik geloof ook dat ik hier meer kaas verslind dan in Amsterdam, al was ik daar ook al een kaasman. De kaas kost hier zo’n 30 p. per lb, dat is niet te duur. Richard zette vanmiddag de ketel in de keuken en zei dat hij net water gekookt had en dat er nog voldoende in zat. Zodat ik snel een kopje koffie had. Hij lachte er vriendelijk bij. Ik heb dan ook vriendelijk “Thank you” gezegd. Poor Old Richard. Later op de dag echter was het weer het oude liedje. Soms helpt het als ik een beetje in de keuken rondscharrel.
Donderdag 18 november 1971 Peter is aan zijn bier begonnen en het ruikt hier nu naar de Stadhouderskade, hoek Ferdinand Bol. Vanmiddag heb ik me reusachtig geamuseerd met de voortreffelijke schrijfselen van David Hester. Laat ik nou altijd hebben gedacht dat de Griekse letter psi de psi-Griekse variant was van de obsessie dergenen die het onmeetbare getal willen meten. David lardeert zijn kritische beschouwingen over de wilde substraattheorieën met uitdrukkingen die me telkens in de lach doen schieten. Hij is dan ook onze bron voor anekdotes en gezegden; zo citeerde hij eens een frase van een natuurkundige (of scheikundige?): “A virginal field, pregnant with possibilities”.
Vrijdag 19 november 1971 Frisk is aangekomen, totaal £28.00, nog meer dan verwacht. Het is nogal koud en er lag vanmorgen wat sneeuw, zo te zien hangt er nog meer in de lucht–mooi laten hangen, hebben we er ook geen last van. Met Mycenologie werden er weer dia’s vertoond; de uiteenzettingen van Killen zijn zeer instructief. Veel dingen heb ik al van Prof. Ruijgh gehoord, maar een herhaling kan geen kwaad. Killen’s begeleidende tekst is goed systematisch, hij behandelt het wel en wee van schapen en wol op Kreta en belicht zo een belangrijk economisch aspect. (“Belichten” is niet zo’n kwaad woord, als het gaat over projectie.) Charles zat te slapen, Chadwick zag ik ook een keer met de ogen dicht. Toen hij binnenkwam gaf hij me een paar krantenknipsels; het ene knipsel was uit de Volkskrant (hetzelfde als het mijne, dat ik de vorige keer liet zien), het andere uit Het Vaderland. Het vaderlandse artikel boezemt meer vertrouwen in, en als Jan Best op het rechte spoor is kan dat héél interessant zijn voor de bestudeerders van Voorgriekse woorden!
Zaterdag 20 november 1971 Ten langen leste heb ik een paar bekers met oor gekocht, paarsachtig met oranjeachtige bloemen en groenachtige stengels en blaren (*daarvan heb ik er nog één over, de theelepeltjes staan erin; tegenwoordig zou ik die bekers ‘mokken’ noemen). Naar ik bemerkte heeft een van de bekers een stukje uit z’n oor, jammer, maar hij is niettemin bruikbaar. Ten even langen leste heb ik bleekwater gekocht voor mijn ondergoed, het is er nog wit van geworden ook. Met een zakje blauwsel zou ik het wit verder kunnen voeren tot een optische kwaliteit, maar aangezien ik geen brillenmaker ben zie ik het nut er niet van in. Het weer: minder koud, maar natter. Hoop voor morgen: nog warmer en minder nat. Verwachting voor morgen: niet zo best.
Maandag 22 november 1971 Schuimbaden zijn lekkere dingen, en je kunt er fijn bij blijven liggen, niet steeds dat gedoe met inzepen. Prof. Ruijgh heeft me Harm Pinkster’s proefschrift gestuurd. Prof. Allen vroeg me later of ik Mr Pinkster kende.
Dinsdag 23 november 1971 Grote moeite om uit mijn bed te komen: ik heb tot een uur of vier vannacht in On Latin Adverbs zitten lezen. Sommige mensen kunnen, wanneer ze een wetenschappelijk werk lezen, evenmin ophouden als wanneer ze een spannende detective lezen of een andere goede roman. Tot overmaat van ramp heb ik na het college van Moore een boek van Chomsky gekocht en een van Lyons. Weer een paar slapeloze nachten erbij!
Woensdag 24 november 1971 Weer laat naar bed geweest: het boek is nog niet uit. Zodoende was ik er ook wat later uit dan gewoonlijk,’s woensdags zijn er geen colleges. Ik was echter wel op tijd voor de voorstelling: David heeft ons (Mrs Walton, Sigrid + Gottfried, Catharina, Mrs Moeilijke Naam uit Korea geloof ik, en mij) getrakteerd op Ruddigore van Gilbert en Sullivan (*per ongeluk liet ik me Gilbert O’Sullivan ontvallen). Het was fantastisch, we hebben genoten van de muziek en ons kostelijk vermaakt om de tekst. David had een doos bonbons meegenomen voor tijdens de pauze. Dit was de eerste keer dat ik in het Arts Theatre ben geweest, het is een heel aardig theater.
Vrijdag 26 november 1971 De projector was niet in orde; we hebben alles geprobeerd, ik heb een stekker losgeschroefd en weer in elkaar, hielp niet. Ik zei tegen Killen dat het ook de lamp kon zijn, dus heb ik die eruit gehaald–het wàs de lamp. Killen een nieuwe lamp halen (£2.40 geloof ik), toen konden we projecteren. Chadwick kon vandaag niet, dus heb ik zijn taak als diaman, zonder t dus, overgenomen (zo bikkelhard zijn we nou ook weer niet!). Het ging over o-pi. De Myceense cursus schijnt ten einde te lopen, tenzij ik een ‘paper’ voor elkaar kan krijgen, wat misschien nòg maar een enkel college meer betekenen zou, vermoedelijk.
Maandag 29 november 1971 Wine and cheese. Veel gepraat. Wijsheid in de kan na verloop van tijd. (Het was géén dronkemanstroep, maar ik heb geloof ik voor het eerst hier in Cambridge eens lekker droog geouwehoerd zoals ik dat zo graag doe.) Ik dacht dat Val mijn kant op moest, ik zei dus: “How are you?–I don’t mean ‘How do you do?’” Ze was lopes, op z’n Hoognederlands, en wou een taxi bestellen maar had niet genoeg geld, en als ik ook van plan was te gaan lopen zou zij ook gaan lopen; afijn, ik zou dus met haar oplopen. Wat erop neerkwam dat ik haar naar haar college heb begeleid, precies de verkeerde kant op (vanuit het oogpunt van ‘hoe kom ik zo gauw mogelijk thuis’, dit slaande op schrijver dezes). We zijn gewoon door blijven praten, Val was een beetje teut maar dat gaf niet. De eenzame terugtocht naar mijn huis was een lange weg, nu zonder aanspraak. Ik was dan ook pas om half vier’s nachts terug op 5 Warkworth Street.
Dinsdag 30 november 1971 Laatste collegedag. George Hewitt vroeg me hoe laat ik thuis was gekomen. Heb ik hem dus verteld. Kernachtige opmerking mijnerzijds: “Wekker liep om acht uur af. Ik dacht: dat is te vroeg. Toen ik voor de tweede keer wakker werd was het te laat” (voor het eerste college). Niettemin was het nog een prestatie dat ik vroeg genoeg was om naar het college van elf uur te gaan!
Donderdag 2 december 1971 Zo langzamerhand begin ik, met het jaar, op m’n eindje te lopen, dat heb je ervan als je dag en nacht blijft doormalen! Toch heb ik vandaag nog wat aan mijn laryngalen gedaan. Veel meer heb ik vandaag niet kunnen bereiken: het studenten-reisbureau was gesloten, zodat ik nog geen boeking heb kunnen verrichten. Maandag nog maar eens proberen. Al met al wordt het hoe langer hoe later, als er geen vliegplaats meer vrij is wordt het weer de boot, als de boten vol zijn wordt het lopen. Het begint al wat rustiger te worden in het goede, oude Cambridge, het beste kan ik dit merken als ik in University Centre ga eten. George Lee kwam me verrassen met een glas cognac (limonadeglas vol) en een blikje tabak. Nog iets wat we zo langzamerhand beginnen te doen: in de donkere dagen voor Kerstmis geraken. Nog een paar weken, en de kortste dag is alweer achter de rug en dan gaan we van lieverlede weer naar de lente! Dit is de jaarcyclus, periplovmenoi ejniautoiv, periplómenoi eniautoí ‘de ronddraaiende jaren’, en daar komt zowaar mijn wortel *kwel- opduiken!—Op de een of andere manier is dat mijn favoriete wortel, net zoals 7 mijn lievelingsgetal is.
Vrijdag 3 december 1971 Toen ik haar maandagavond (of dinsdagmorgen, voor de ‘realisten’) naar Girton College bracht, vroeg Val me of ik haar eens wat wilde komen vertellen over Nederlandse fonologie. We hebben toen afgesproken voor vanavond. Met de bus is het maar een klooteindje (het is een honderd meter bij Mrs Walton vandaan), al vond ik het de eerste keer dat ik naar Girton Corner karde een roteind, maar toen zat ik in spanning waar ik eruit moest–de 1e Wormenseweg (*in Apeldoorn) vond ik eerst óók zo’n onmenselijk lang ding, de bekende weg schijnt echter wat te krimpen. Goed (~ zo, alles ~ en wel, kort en ~, etc.), ik ging dus over Nederlandse ‘noises’ (zoals Val zegt) praten, maar daar is niks van terecht gekomen, we hebben gepraat over Spaans en Italiaans en Portugees en Val heeft Spaanse en Portugese en Indiase muziek gedraaid en een Engelse snarenplaat en Beethovens Vijfde Symfonie, en toen was het 1 uur en dat is de tijd dat bezoekers eruit getrapt dienen te worden. Natuurlijk is dat te laat om nog met de bus terug te kunnen (laatste bus: 11 uur), het werd dus weer lopen. Te voet is de tocht wèl een roteind, maar ook in dit geval leek de weg wat gekrompen te zijn en ik heb nu een omweg vermeden; toch kost het je nog zo’n vijftig minuten, wat trouwens geen kwaad kan: een beetje lichaamsbeweging houdt m’n lichaam in beweging en voorkomt verstilling des vlezes (indolentie der spieren).
Zondag 5 december 1971 Vanavond (coffee party bij Mrs Walton) heb ik een landgenoot ontmoet, maar we hebben nauwelijks met elkaar gesproken: Gottfried boomt graag met een linguïst tussen, voor het merendeel, bèta-mensen, en ik converseer graag met Gottfried. Later ben ik aan de praat geraakt met Lawrence, die zuivere wiskunde studeert–als dàt nog geen purgatorio della mente is, wat dan wel? Al met al was het weer een heerlijke avond; Rego Yamanushi (?)–Mrs Moeilijke Naam–heeft Davis, Lawrence en mij thuisgebracht. ***** Intussen heb ik afgelopen zaterdagavond in mijn eentje Sinterklaasavond gevierd; rokerij heb ik gekregen van de goede Sint, en vullingen voor mijn multo-cahier, en chocolade met hele hazelnoten, en een theemuts, en sokken (lekkere geitenwollen en mooie groenachtige). De theemuts staat leuk, Mrs Dale heeft hem al staan te bewonderen. Het uitgeknipte plaatje van een Kaaps viooltje staat/ligt op mijn boekenkist/kast. Het uitpakken heb ik ingeleid met een paar glazen cognac (van George gekregen).
Zaterdag 11 december 1971 Het toppunt van brutaliteit: ik had een ketel water opstaan om thee te zetten. Richard komt thuis, pakt de ketel en gaat koffie maken–sta ik daar voor aap met de pot in mijn handen, weg ketel, weg water. Het Engelse woord voor ‘hufter’ ken ik niet.
Maandag 13 december 1971 Gisteravond heb ik in Laundress Lane een briefje gedeponeerd voor Chadwick, of hij een bewijsje voor me kon schrijven dat ik tot september 1972 full-time research-student ben, dit om het me mogelijk te maken als student te reizen. Vandaag, na mijn bad, ben ik gaan kijken of er een briefje voor me klaar lag–dit was het geval. Nu heb ik een vlucht kunnen boeken en heb meteen al de zenuwen. Het kostte me £5.50, waar dan nog vervoer naar Londen en vanaf Amsterdam naar Apeldoorn bij komt, maar alles bij elkaar is dat geloof ik beslist niet méér dan de bootreis plus treinreizen. Dat is dan mooi geregeld! Zelfgemaakt bier smaakt voortreffelijk, dat was ook mooi geregeld!
Dinsdag 14 december 1971 En ik heb erdoor geslapen als een roos, we gingen om ongeveer half drie uiteen en ik was er om negen uur al weer uit. In Laundress Lane heb ik toen Chadwick gesproken, hij informeerde naar de stand van zaken en of het eerste trimester me bevallen was enzo. Ook heeft Mrs Black, die me tijdens ‘term’ nauwelijks gezien heeft vanwege de colleges, me nu definitief uitgenodigd voor zondagmorgen, ze komen me met de auto halen. Mijn ticket heb ik nu ook, dat verdorische vliegtuig vertrekt’s morgens in alle vroegte, ik zie er nog van komen dat ik de avond tevoren moet vertrekken en tot het inschepen, dus de hele nacht, maar een beetje rondlummelen in de vertrekhal–tenzij ik’s morgens vroeg genoeg uit Cambridge kan vertrekken, in welk geval ik de dag ervoor maar vast wat moet gaan slapen om er midden in de nacht uit te kunnen komen; ik zal me trouwens niet zó gemakkelijk kunnen verslapen met een reis voor de boeg die geen laatkomerij duldt.
Zondag 19 december 1971 Om even over twaalven kwamen Mr Black en zijn zoon Duncan me ophalen, we zijn toen naar hun huis gereden en hebben Mrs Black en Julia opgehaald. Gevijven zijn we toen wat gaan drinken in de ‘Coach and Horses Inn’, een heel gezellig restaurant (en het was er tamelijk druk). Vervolgens zijn we thuis wat gaan babbelen en hebben toen geluncht, een heerlijke pastei met champignons, nier en lever, en bloemkool erbij en in de schil gebakken aardappels, een heerlijk frambozentoetje toe. We hebben daarna nog wat gepraat. Duncan zit op de toneelschool en gaat een stuk over Indianen schrijven, hij is bezig maskers te maken en wil ook zoiets als een totempaal. Het stuk gaat een goede strekking uitbeelden: de fundamentele liefde en verbondenheid der mensen, die door allerlei oorzaken steeds verder onder de oppervlakte geraken.
Dinsdag 21 / woensdag 22 december 1971 De reis van Cambridge naar Gatwick Airport heeft me bijkans méér blood, sweat and tears gekost dan mijn doctoraal, althans vooraf (dat was bij mijn examen voornamelijk hetzelfde: eenmaal onderweg begint het allemaal mee te vallen). Afijn, half vier’s middags van huis, zowat half vijf uit Cambridge, toen in Londen met de ondergrondse (cirkellijn). De hele dag weinig eetlust gehad, maar op weg naar Londen heb ik een broodje ham naar binnen weten te werken, met een beker koffie. Daarna een glas pale ale. De cirkellijn bracht me naar Victoria, waar ik met meer eetlust twee hot dogs heb verslonden–ik dacht: vóór ze míj verslinden. Toen een beker thee. Kaartje naar Gatwick en hup, weg. Ik denk dat het ongeveer half acht was toen ik daar aankwam. Later op de avond (ik zag het volk al schoner worden), ñ elf uur, ben ik aan het buffet sandwiches met koffie gaan halen; vier halve sandwiches (van die punten) heb ik toen verorberd, en voor alle zekerheid heb ik er nog eens vier meegenomen naar beneden, waar op mijn bagage gelet werd. Daar lag een meisje half en half op mijn plaats. Ik zag ‘Amsterdam’ op het label aan haar koffer staan, en na een tijdje heen (naar haar) en weer (andere kant op) te hebben gekeken vroeg ik haar uiteindelijk maar of zij óók ‘morgenochtend’ zou vertrekken. Ze moest helemaal acclimatiseren, het was een onverstaanbaar soort Engels dat tot haar gericht werd, maar als Nederlands goed verstaanbaar (en dat het Nederlands was moest eerst tot haar doordringen). Zodoende hebben we wat geconverseerd, ik kon het gewoon niet verdragen een landgenote onaangesproken de hele nacht in mijn nabijheid te hebben. Toen ze slaap kreeg heeft ze ruimte gezocht om te gaan liggen, maar ik ben niet meegegaan, kon toch niet slapen. Na een paar uren kreeg ik inderdaad weer trek en heb ik twee halve sandwiches opgegeten. Ja, wat doe je zo’n klokje rond in de hal van een vliegveld? Lezen, eten, koffiën, roken, kijken. Niet alles tegelijk, smaakt niet en maakt schele ogen. Ik was niet de enige overblijver, de hele hal lag vol pitters en schillers, het leek wel een vluchtelingenbarak. In de hal stond een mooi versierde kerstboom. Uit een transistor klonk Johnny Reggae. Om kwart over zes wéér trek, andere twee halve sandwiches, en toen boven nog eens twee met koffie, dat is met elkaar voor 70 p., bijna ƒ 6,- aan boterhammetjes! Het vliegtuig vertrok aardig mooi op tijd, ik heb echt van de vlucht (± 35 minuten maar!) genoten, heb me vanaf Victoria Station niet meer zenuwachtig gevoeld–het was dus niet het vliegtuig, maar wat eraan vooraf moest gaan! Het Nederlandse meisje heet Mies, we zijn met elkaar opgetrokken tot de aankomsthal van Schiphol. In de KLM-bus kwam er een Curaçaose naast me zitten, bood me een sigaret aan en we hebben tot het Centraal Station zitten babbelen.
Tweede deel
Donderdag 13 / vrijdag 14 januari 1972 Onder de hoede van Engelands beschermheilige, St George, ben ik deze keer naar Harwich gevaren. Het schip heeft een gezellige bar met (o.a.) bier uit de pomp en muziek uit een verdekt opgestelde jukebox. Van slapen komt niet zo veel, misschien heb ik twee of drie uurtjes gepit. Bij passencontrole en douane ging het allemaal aardig op rolletjes; de treinreis verliep ook vlotter, ik wist nou van wanten. Wat ik erg frappant vond: toen ik met de verfrisser in Manningtree stond te praten zei deze: “Net als vorige keer”–hij herkende me nog van begin september, één keer gezien! Mrs Dale stond net te denken dat ik griep had, toen ik binnen kwam stappen. Nou, en toen heb ik acht boterhammetjes met sardientjes geluncht, ben in Laundress Lane gaan kijken, toen in University Centre, om te bellen. Mijn pond kon niet gewisseld worden; dan maar naar de markt, boek kopen, met wisselgeld weer naar het Centre om te bellen. Was een hele heisa voordat ik Apeldoorn aan de lijn had, maar ik heb niet hoeven te betalen: de telefoniste vroeg niks en de gleuf bleef dicht. Wie zal dat betalen, wie heeft zoveel geld? Na het bellen boven een kopje koffie drinken –daar zat Cynthia (*Shelmerdine, uit de Verenigde Staten, hield zich o.a. bezig met Pylische geografie), leuk wat gepraat voor het raam. Nog maar eens kijken in Laundress Lane, nog steeds geen bekende. Toen ik weg wilde gaan kwam juist David binnen, dus tòch een keer beet. Ik geloof vast dat ik ze allemaal wel weer terug zal vinden.
Dinsdag 18 januari 1972 Als je college loopt, loop je iedereen ineens tegen het lijf. Ze zagen me dus weer terug zijn; Chadwick lachte, misschien omdat hij dacht (àls hij al om mijn aanwezigheid lachte): zie je wel, you survived! Dat is namelijk wat hij en Killen altijd doen als ze vliegen. Ik was blij ze allemaal weer te zien. Er zijn nu niet zo veel colleges meer voor mij, nog maar drie per week. Maar het weer werkt niet erg mee om me de zeeën van verdere tijd optimaal te doen benutten–maar ik lees toch aardig door in Lyons en Chomsky.
Donderdag 20 januari 1972 Afijn, inmiddels heb ik van David een uitnodiging plus kaartje voor een musical op 28 januari, en van Mrs Walton een uitnodiging voor een coffee party op 30 januari. En een uitnodiging van Val voor een nieuwjaarsborrel (kan nog steeds–al was het juli!) aanstaande zaterdag.
Maandag 24 januari 1972 Met Errol word ik steeds betere maatjes, tegenwoordig schaken we en vandaag hebben we samen zijn grammofoon met platen verpatst in een tweedehands winkel. Eerst zou ik mijn bad nemen voordat we gingen, maar onze conversatie met Mrs Dale duurde nogal geruime tijd, zodat we eerst maar op de koopmanstoer zijn gegaan. Mijn bad liep dus uit (gelukkig niet voortijdig leeg); schoon als ik op een gegeven moment was kon ik de bank niet meer halen en dientengevolge geen boodschappen doen (maar ik had nog eten in huis), kortom (short around): een dagindeling maken heeft geen enkele zin.
Dinsdag 25 januari 1972 Momenteel begint het wat op verkering te lijken (*met Val; maar het is op niets uitgelopen), maar dat neemt niet weg dat George Hewitt ons heeft getracteerd op fish and chips–ik weet gewoon niet meer wat iedere nieuwe dag voor mij in petto heeft. Lange tijd heb ik gedacht dat ‘in petto’ een leuke manier was om ‘in de pet’ te romaniseren, doch later (van nu uit gezien vroeger) ben ik erachter gekomen dat het meer overeenkomt met het Latijnse ‘in pectore’. De manier waarop ik dit stel laat geloof ik wel duidelijk genoeg uitkomen dat ‘pectus’ beslist niet ‘pet’ betekent.
Woensdag 26 januari 1972 Zo, dat was weer normaal werken, vandaag heb ik gezorgd dat ik morgen of overmorgen aan de teksten in Documents kan beginnen. David heb ik vandaag op een lunch getracteerd (salad, waar hij zo gek op is) om hem te laten blijken dat ik hem bijzonder waardeer. Daarna zijn we koffie gaan drinken, toevallig kwam ik naast Dr Moore te zitten. Terwijl David een jongetje hielp met een Latijns kruiswoordraadsel heb ik wat met onze tranformationalist zitten praten, hetgeen ik (wat eerder gebleken moet zijn) graag doe. Zijn colleges begint hij altijd met “Right”, en dat maakt mijn sympathie voor hem nog ééns zo groot. Wat ik ook zo leuk vind is zijn uitdrukking “good news” als iets klopt, en als er iets scheef gaat bij de toepassing van regels is het “bad news”. Ik geloof beslist dat hij zijn andere studenten net zo enthousiast weet te maken als mij, vooral door ons in de uiteenzettingen te betrekken en zo te stimuleren tot het stellen van vragen en het maken van opmerkingen. Vanmorgen kwam er een brief van Ian Davies, bevattende het programma van de JCCS (voor uitgewijden: Jesus College Classical Society) voor dit trimester, als je tien weken een trimester kunt noemen, met een begeleidend schrijventje. De eerste bijeenkomst was vanavond, en ik ben er ook prompt heen gegaan. Mr E.J. Kenney sprak over de klassieke auteurs en hun boekdrukkunstige wellen en weeën. Vooraf werd er koffie geschonken, na de causerie bier.
Donderdag 27 januari 1972 Na de laryngalen (wat had ik een moeite uit mijn bed te komen: tot diep in de nacht doorlezen, wakker liggen en dan op tijd ffft – eruit; maar ik wist toch nog het college te halen, ruimschoots zelfs) een babbeltje met een paar medestudenten; zij hadden nog een ander college en zagen mij waarschijnlijk met lede ogen in de koffiekamer verdwijnen. Daar tochtte het evenwel als de neten en de klapdeur stond bol van de druk. Als ik zeg: vandaag was het winderig, dan overdrijf ik niet. De voor gisteren voorspelde sneeuwstorm in uitgedraaid op regen, die nog steeds voortduurt, met zo nu en dan een korte onderbreking. Ik heb Richard verteld dat we dat in het Nederlands ‘rotweer’ noemen of ‘klereweer’. Desalniettemin beïnvloedt het nauwelijks mijn goede humeur. Vanmiddag heb ik moederziel alleen in kamer 13 zitten werken–David was vandaag naar Londen, Sigrid is gistermiddag om één uur gaan lunchen en is sindsdien niet teruggekeerd. Ik geloof dat ik wel lekker opgeschoten ben. Toen ik koffie ging drinken in University Centre zag ik Catharina, met wie ik een poosje heb zitten praten. De algemeen beschaafde Zweedse r is een lichtelijk rollend geval (*zoals Catharina röd zei, met rollende r en stevig geronde ö! dat was krachtig rood), wat ik, voor zover ik weet, nooit in mijn grammatica’s heb gelezen; maar daar is de Zweedse r niet minder rollend om geworden. Behalve koud is het ook eetlustopwekkend, als ik me goed herinner heb ik na mijn gebruikelijke portie brood nog twee crackers met blauwe kaas gegeten, en terwijl ik gewoonlijk een blikje bonen zonder iets erbij eet, heb ik het nu gecombineerd met een stuk of vijf boterhammen. Peter kwam eens even kijken of ik nog leefde, had me ongeveer een week niet meer gezien. Zijn bier wil niet gisten en staat nou voor de kachel, die hij vannacht aan laat. Z’n psychedelische lichtapparatuur is ongeveer klaar, op het ogenblik zit hij op de lenzen te wachten. Dat wordt dan dubbel genieten van de muziek. Dit bracht het gesprek op kleuren, warmte, fotografie, straling in het algemeen en golven in het nog meer algemene. Ik was juist van plan een brief naar huis te posten, had mijn schoenen aangetrokken en toen … klop klop, hallo, Peter. Dus een gezellige teutebellade in plaats van sorting-official action. Schijnbaar is het zelfs zinloos om op de kortst mogelijke termijn iets te plannen. Toch komt er nu meer terecht van mijn voornemens, en dat is de enige manier om je werk gedaan te krijgen. Intussen vreet de kachel maar stroom, want ik lijd liever armoe dan kou en heb daarom beide staven aan. Met dat armoe lijden zal het trouwens wel loslopen, zolang ik niet vastloop.
Vrijdag 28 januari 1972 Vanmiddag was er een Mycenaean Seminar over maten en gewichten; en het was het drukste college Mycenologie dit academisch jaar, want ook eerderejaars Mycenologielopers waren er: Sigrid, Cynthia, Alan Sainer; verder kwam Charles, de spreker was in eerste instantie Chadwick, Killen was er ook. Het was een gezellig college. Daarna moest ik me haasten, want David tracteerde Mrs Walton, Sigrid, Catharina, Gottfried en mij op Salad Days, een musical, die bijzonder goed uit de verf kwam en ons meermalen de lachstuipen op het lijf joeg. Na afloop zijn we in twee taxi’s naar Mrs Walton’s huis gegaan, alwaar we koffie hebben gedronken en tot slot een borrel. David heeft Engelse volksliedjes gezongen, sommige samen met Sigrid; Sigrid heeft een paar Oostenrijkse liedjes ten beste gegeven en Catharina Zweedse, ook ik moest iets vaderlands doen, en wat werd het? Juist, in een groen, groen, groen, groen knollen-knollenland. Want De jongens van plezier leek me te recent om een indruk te geven van oud volksgoed, en is bovendien van Vlaamse origine. Dit was Davids afscheid: hij gaat eerst een paar weken naar zijn moeder en dan terug naar Australië. We zullen hem bepaald missen.
Zaterdag 29 januari 1972 Poem, by Double You. A wilful widow wagging her womb for the will-o’-the-wisp which was withering away . Whamm!
Zondag 30 januari 1972 De coffee party van vanavond was wel zeer bijzonder; eerst heb ik een gesprek aangeknoopt met een Indonesiër, die ik de vorige keer had gezien, maar met wie ik toen niet aan een gesprek toegekomen ben–we hebben onder nadere over nasi, bami, kroepoek, loempia’s en sambal gepraat. Om de mensen zoveel mogelijk met elkaar in contact te laten komen wordt er na een tijdje altijd een verschuiving teweeggebracht. Deze keer werd ik naar een Zwitsers meisje gebracht, Vreni, die bij Mrs Adams werkt als au-pair en’s middags naar school gaat. Ze zei dat ze uit een dorp in de buurt van Luzern kwam. Na een tijdje vroeg ik haar: “Ken je Willisau?” “Daar woon ik”, zei ze. We hebben toen wat over Willisau gepraat, over ‘Zum Schlüssel’, Willisauer Ringli, en de familie Gut. Ze zei me dat ik maar een groet op een stukje papier moest schrijven, ze zou het dan opsturen aan haar vader, die de heer Gut goed kent, en het dan wel zou doorgeven. ’t Is een verrukkelijk meisje en haar Engels is ontwapenend. Toen iedereen weg was hebben we (Mrs Walton, Sigrid, Catharina, Gottfried en ik) nog wat nagepraat en een borreltje gedronken, de katten hebben ons vermaakt met touwtjespringen. Toen zijn Catharina en ik gaan lopen; haar college ligt op mijn gebruikelijke route, alleen is zíj al thuis als ìk pas halverwege ben. Ik had haar gevraagd of ze het Zweedse volkslied nog eens voor mij wou zingen– “Onderweg”, zei ze. En zo geschiedde.
Maandag 31 januari 1972 Poem, by Double You. Good girls bad boys mad mothers fussy fathers … Whamm! Aangezien Peter nog een paar lege flessen nodig had voor de laatste liters eigenbrouw, waren we genoodzaakt gezamenlijk enige liters andermansbrouw tot ons te nemen, hetgeen oergezellig is geworden.
Dinsdag 1 februari 1972 Try this: baked beans with baconburgers. Gelukkig begint het minder koud te worden. Peter kwam een kop koffie drinken en Rosemary werd door Richard naar mij gedirigeerd voor een kop thee (Frits maakt wel thee voor je–want Errol en Frits waren gisteravond met Rosemary aan het flikflooien, tot genoegen van R., tot ongenoegen van R.–maar hij was gewoon vriendelijk en goedgehumeurd vandaag). Zo verhuist de club elke dag naar een andere kamer, wat de gezelligheid alhier beslist ten goede komt.
Woensdag 2 februari 1972 Na mijn lunch bracht Mrs Dale me een half blik pudding (een soort vochtige cake met rozijnen), smaakte voortreffelijk. Daarna ben ik mijn ondergoed gaan wassen, na een halve week weken in Biotex moest het onderhand doenlijk zijn. Peter heeft zijn geestverrukkende filters ontvangen, vanavond heeft hij het uitgeprobeerd en we werden er 5½ à 6 ft high van. Voor de overlapping van rood en groen had ik oranje voorspeld, eventueel geel. Geel is volgens Peter de moeilijkste kleur om door lichtmenging te verkrijgen, maar we waren het erover eens dat we af en toe “definitely yellow” zagen. Er zal nog meer geëxperimenteerd worden, en als de fuif (verboden, daarom gaan we het een ‘social evening’ noemen) daar is en Peter heeft de absoluut finale formule gevonden, dan kan het wel eens een supersocial night worden.
Vrijdag 4 februari 1972 Errol gaat morgen naar huis, op vakantie. Daarom hebben we vanavond een paar kroegen bezocht, waar we géén water gedronken hebben. Nadien hebben we te mijnent koffie gedronken, Richard kwam er ook bij (kroeglopers: Errol, Peter, Me; koffiisten: Errol, Peter, Richard, Me); het stoorde George, die zijn radio aanzette en demonstratief pisnijdig was. Tot overmaat van ramp vergat ik de ketel in de keuken te zetten; hij zette een pannetje water op (net als ik indertijd), ik heb toen gauw de ketel geremplaceerd en sorry gezegd–geen antwoord. Anyway, Errol kan altijd goed vertellen en is er uren druk mee; ook nu is het over tweeën, het is in feite gekkenwerk het nog de 4e februari te noemen.
Zaterdag 5 februari 1972 Val heeft iets lekkers klaargemaakt: rijst met champignons en uien en erwten en wortelen en rode paprika.
Zondag 6 februari 1972 Nou weet ik het wel zeker: mijn Kaaps viooltje is reddeloos verloren. Maar dat vermag me niet radeloos of redeloos te maken.
Maandag 7 februari 1972 Er is grote vooruitgang te bespeuren in de ontwikkeling van Peters psychedelische lamperie: grotere lichtgaten, sterkere lampen, fellere kleuren (paars, rose, oranje, geel, rood, blauw, groen); het is een lust voor het oog. Het bier is ook aardig aan het opklaren–Peter is hier wel de grootste doe-het-zelver, en met succes!
Dinsdag 8 februari 1972 Poems, by Double You. 1. Fun first love later 2. Flamboyant physical fitness frightens funny frêle freules.
Woensdag 9 februari 1972 Vandaag ben ik naar Londen geweest, alwaar ik niet zo gauw kon ontdekken welke kant ik op moest met de ondergrondse. Toen ik, na weer opgedoken te zijn, ook nog de verkeerde richting insloeg en daardoor terug moest lopen–waarbij ik mijn bestemming verder zonder moeite vond–, was ik ongeveer vijf minuten te laat voor het college over schachtgraven en Myceense origines, het doel van mijn reis. Ik ben evenwel glashard naar binnen gestapt en heb het grootste gedeelte kunnen beluisteren. Na afloop verrekte ik van de honger en heb ik mooi een paar pasteitjes met een kop koffie geïnterneerd alvorens de terugreis te aanvaarden. Een retour kost niet eens zo gek veel meer dan een enkele reis, althans als je een dagretour hebt: £1.40 tegen £1.20. Ik heb de hand op de portemonnee gehouden, iedereen heeft me gewaarschuwd voor zakkenrollers, pinching pick-pockets in mijn assonantiële idioom. Deze keer had ik geen gelegenheid Londen te bekijken, ik moet er maar eens een hele dag rondkuieren en de belangwekkende plekken aanschouwen; vanuit Cambridge is het doenlijker dan vanuit Amsterdam of nog verder het continent in.
Donderdag 10 februari 1972 Tussen de middag was er geen elektriciteit: er werd overgeschakeld op 240 volt. Gelukkig had ik een thermosfles vol (heet) water, zodat ik tòch thee had bij mijn boterhammetjes. Nou doet alles het weer, de lamp geeft meer licht, het water raakt sneller aan de kook en de kachel geeft meer warmte. Leve het juiste voltage! Maar . het uitvallen van de elektriciteit was misschien een van de ‘power-cuts’ die het land teisteren.
Vrijdag 11 februari 1972 Allemaal bultjes en zweertjes in mijn baard, op mijn wangen, op mijn armen. Het begon zo’n acht dagen geleden, ik dacht dat het misschien vitaminegebrek zou zijn. Nou moest ik het weten ook, en wat eraan te doen, mijn baard is een grote puinhoop aan het worden. Naar de dokter dus. Het is een infectie, ik heb een receptje voor een antibioticum, dat me er waarschijnlijk in een week tijds vanaf zal helpen. De dokter is gratis, de apotheek kost 20 p. per recept.
Zaterdag 12 februari 1972 Het smeersel verzacht direct al, na één dag meen ik vooruitgang te kunnen bespeuren. Mijn baard is op geen stukken na meer zo korsterig.
Maandag 14 februari 1972 Leuke grappenmakers! We zitten met z’n allen in het donker, zonder kachel (de gaskachelaars hebben geluk); gelukkig heeft Mrs Dale me een kaars gegeven, voor alle zekerheid, zodat ik nu op z’n middeleeuws zit te schrijven. Die powercutjes die om twaalf uur’s middags voorbij zijn doen me niet zo veel: ik ben uit werken of ik slaap; maar nu kan ik geen bliksem beginnen. Peter nodigt ons uit ons te warmen bij zijn gaskachel. Goed idee, warmte kan ons redden. Paar uur later: om kwart voor twaalf floepte het licht weer aan. ***** Lovely ladies: Miss Giving, Miss Print, Miss Cellany, Miss Take, Miss Conduct, Miss Carriage, Miss Trust.
Woensdag 16 februari 1972 Mrs Dale wordt soms bij het poetsen en vegen geholpen door Florrie, die getrouwd is met een Nederlander. Zo’n 25 jaar geleden heeft ze een tijdje in Landsmeer gewoond, bij haar schoonouders; haar man was op zee (voer voor de KNSM). Vandaag heb ik met haar kennis gemaakt, ze is wel wat van haar Nederlands vergeten, maar weet toch nog het een en ander te zeggen, kan nog tellen, kent nog veel woorden zoals ‘tafelkleed’, ‘tafel’, ‘stoel’, zei tegen me “Frits, opstaan” (toen ik nog in bed lag), en “Dag” toen ze later naar beneden ging. Ze deed Mrs Dale perplex staan door te vertellen dat ze in Nederland twee keer per jaar grote schoonmaak houden. Ze wist ook uit eigen ervaring dat Nederland erg onder de oorlog geleden heeft, dat de Duitsers koper kwamen opeisen en voedsel, dat radio’s in beslag genomen werden, dat mannen getransporteerd werden en nooit meer terug kwamen. De Nederlanders zijn grote koffieleuten, het Nederlandse slagroomgebak is een van de wereldwonderen. Op verjaardagen komen alle familieleden het feestvarken feliciteren en brengen bloemen mee en chocola. Ik zei tegen Mrs Dale: “Als u het niet gelooft, kom zelf eens kijken!”
Donderdag 17 februari 1972 Toen ik vanmorgen om acht uur opstond was er geen stroom; zo, dacht ik, power-cut van zes tot negen. Ik heb mijn brood klaargemaakt, de theepot omgespoeld, voor die tijd een brief gelezen onder het genot van een sigaretje, na de voorbereidende werkzaamheden het licht ‘aan’ gedaan en in bed eerst een paar brieven gelezen, daarna liggen wachten tot het licht ècht aan zou gaan–wat dan ook omstreeks negen uur geschiedde. Ik heb toen thee gezet, gegeten en me maar weer eens geschoren, ik ben nu vrijwel genezen en dacht dat het wel weer kon. Onderhand had ik al begrepen dat we van twaalf tot drie weer zonder stroom zouden zitten en dan weer van zes tot negen. Dat geklojo! Volgens zeggen is er over een paar weken helemaal geen stroom meer, zal wel een bevolkingsexplosie teweeg brengen: geen licht, geen elektrische verwarming .. Afijn, om twaalf uur viel de stroom inderdaad uit, zo ook om zes uur des namiddags. Ik had alvast mijn kaarsje aangestoken. ‘High risk’ betekent momenteel zoveel als: reken maar van yes. Nou heb ik van de cut van 18.00 tot 21.00 uur niet zoveel last gehad: Sigrid vroeg me gisteren of ik zin had vanavond met haar en Gottfried naar de Johannes-passie in King’s Chapel te gaan, Mrs Walton was grieperig en ze hadden de kaartjes al. Het trok me erg aan en ik zei “ja graag”, dus heb ik vanavond kunnen genieten, en toen ik thuis kwam was het licht aan (wat ik me op weg naar de uitvoering al realiseerde: het is een kwestie van al dan niet aan de schakelaar denken). En de kachel kon weer aan, en Richard kon me uitnodigen voor koffie, omdat de ketel het natuurlijk ook weer deed, en nou zijn we (hopelijk) veilig tot aanstaande maandag, de ‘high-risk’-dag voor ons district.
Vrijdag 18 februari 1972 Peters fuif was een mini-fuif: Val is er niet in kunnen slagen een paar vrouwelijke gasten te lokken. Daarom hebben we onder ons wat bier geproefd en naar muziek gekeken. Het was t•ch een gezellige avond.
Zaterdag 19 februari 1972 Vanavond was er een party in Girton College. Val was uitgenodigd en wou niet alleen gaan, dus heeft ze mij als partner gevraagd. We hebben witte wijn gedronken en ons geamuseerd met het observeren van de andere gasten, na eerst wat met die en gene gepraat te hebben. Afijn, de fuifjes zijn nog steeds ’s avonds, zodat ik overdag gewoon kan werken, des te ontspannener door wat afleiding nu en dan.
Zondag 20 februari 1972 Wat heet veilig? Geen high risk, desalniettemin kaarslicht en kilte. De mijnwerkers moesten eindelijk maar eens een behoorlijk loon krijgen en niet een aalmoes beneden het minimum-niveau. Naar ’t schijnt vangen ze nog meer als ze in de werklozenwet lopen; alleen is dat maar tijdelijk, en dan zitten ze weer in de narigheid. Excuse me, Great Britain–maar men WEET het. ***** Broken pieces bring prosperity.
Maandag 21 februari 1972 Vandaag heb ik maar een lantaarn gekocht; een bevredigende zaklantaarn kon ik niet vinden, het is een fietslamp geworden. Nou hoef ik mijn nek niet meer te breken, en als de kaarsenvoorraad niet aangevuld kan worden in de winkels hoop ik in geval van nood nieuwe batterijen te kunnen kopen. The best thing to do during a power-cut is to go out for a drink, the Cellar Bar (Turk’s Head) was really crowded, more people seemed to have to cope with the problem of cold and darkness. Ofte wel: doe d’r wat aan.
Donderdag 24 februari 1972 Als het niet een van de huisgenoten is, is het wel wat anders: vanavond is er een poes op bezoek, kwam binnen toen Richard de deur open deed (zal wel niet de kat zijn geweest, die belde), heeft zijn kamer bezichtigd, de keuken geïnspecteerd, en toen was mijn kamer aan de beurt. Ik heb in de keuken een gesprek met haar aangeknoopt en ze dacht waarschijnlijk: zijn kamer moet ik hebben. Dus heb ik een bakje melk klaargemaakt, en daar had ze nou nèt zin in. Toen kwam ze bij mij op schoot. Afijn, ik moest even in de soep roeren, en madame heeft natuurlijk mijn stoel in beslag genomen, waar ik het maar bij gelaten heb. Oost, west, thuis best; bij een ander is het daarentegen ook wel eens gezellig. Vooral poezen schijnen een voorkeur te hebben voor een tweede huis, of in modernere bewoordingen: alternatieve symbiose (wat echter niet wil zeggen dat ik muizen heb).
Zondag 27 februari 1972 Dronken bedelaars moeten altijd míj hebben. Zo ook vandaag weer. Mijn sigaretten waren op, ik had één penny in mijn portemonnee, en toen hij me om geld vroeg vertelde ik ‘m dat ik maar één penny had, en daarna vroeg hij om een sigaret, waar ik hem ook niet aan kon helpen. “You’re Dutch”, zei hij, en had het over schijthuizen en zo. We schijnen hier de gierige naam te hebben die de Schotten bij ons te beurt gevallen is (als ik me niet vergis ben ik hierover eerder ingelicht, maar toen was het meer anekdotisch bedoeld, nu als een belediging, waaraan toegevoegd: “Bugger off”). George Lee zei tegen me: “Trek je dáár maar niks van aan”. En een van de laatste power-cuts: de mijnwerkers gaan morgen weer aan het werk, dus het moet gauw weer normaal zijn.
Dinsdag 29 februari 1972 Dr Moore vervolgde vandaag zijn betoog over een principe. Op een gegeven moment zat ik hevig te fronsen en te doen, ik weet niet meer of het vóór of n mijn sluipgang naar het toilet was. Na het college ben ik dan ook op het podium geklommen en heb ik hem mijn bezwaar voorgelegd. Het duurde even voor hij doorhad waar ik heen wilde, maar toen zei hij: “Je hebt gelijk, ik zal er een aantekening van maken en er nog eens op broeden”. Deze keer was ik vlug genoeg om hèm thee aan te bieden, de eerste keer dat het me gelukt is–meestal nodigt hij mij uit als ik hem om opheldering heb gevraagd en er verder niemand meer is. Geen enkel meisje heeft me een huwelijksaanzoek gedaan, ik zal bij gelegenheid zelf de koe bij de horens moeten vatten of anders vier jaar wachten; het is trouwens beter om eerst de ware te vinden.
Woensdag 1 maart 1972 Vandaag kreeg ik het heuglijke nieuws te horen dat we geen power-cuts meer te verduren krijgen. Het weer wordt trouwens ook wat beter en ik heb krokusjes gekeken.
Dinsdag 7 maart 1972 Dat was me toch een lange dag; hoewel ik Chadwick’s college gemist heb–maar de teksten die hij behandelt heb ik toch al gelezen, en ik zal ze nog wel een paar keer herlezen ook. Welnu: eerst Moore’s college, daarna lezen in de Classical Faculty Library, daarna werken in Laundress Lane (ik ben druk bezig met het verzamelen van teksten, op briefjes; deze teksten ga ik dan eerdaags op foto bekijken), daarna eten in University Centre en tot slot werken tot kwart over tien.
Woensdag 8 maart 1972 Een bjoetiefoel dee, met een heleboel sunsjain. Vanmorgen heeft Florrie me weer geroepen, wat een woensdagse gewoonte is geworden; in het Nederlands: “Frits, opstaan!” En dan roep ik “Jóéhoe!” De meisjes verschonen samen mijn bed, dat is gemakkelijker dan wanneer Mrs Dale het in haar eentje moet doen. Ik heb ze toen een lekkere kop koffie aangeboden met een koekje erbij. Het zijn gezellige teutebellen, zo met z’n tweetjes. Ik heb een vlucht geboekt voor 24 maart, daarna wat boeken gekocht bij Heffer’s, Allen’s Vox Graeca laten signeren door de auteur, tabletten gelezen en mijn schat aan briefjes uitgebreid, in University Centre gegeten, en nou zit ik naar de Engelse uitzending van de voetbalwedstrijd te luisteren. Ik herken Croiff, Kaiser en andere namen. Nu is het afgelopen, Ajax met 2-1 gewonnen van Arsenal; nou nog uit, wat wel moeilijker zal zijn. Later: Peter kwam me een paar postzegels brengen en ik zei: koffie?, en hij zei: goed idee. Zijn moeder had voor zijn verjaardag een vruchtencake gebakken en opgestuurd, die heeft hij opgehaald. Ik moet zeggen: het was lekkere cake. Peters moeder wint vaak een prijs in bakwedstrijden, en zijn vader heeft eens tegen hem gezegd dat hij niet moest zoeken naar een móóie vrouw, maar naar een die goed koken kan–schoonheid vergaat, zei pa, en dan kun je je altijd nog troosten met een lekkere hap.
Vrijdag 10 maart 1972 Bad vergeten. Nou, dat gebeurt dan maandag maar (Mrs Dale kon zich na ruim een maand opeens niet meer herinneren dat mijn baddag vrijdag is geworden toen de badkuip bevroren was). Ik ben mijn ticket gaan halen, vervolgens ben ik in de Classical Faculty Library gaan lezen; buiten was het een hels lawaai door de spreekkoren van de demonstrerende studenten, die van de proctors willen worden bevrijd. Er waren verscheidene politieagenten om de boel in de gaten te houden en de ingang van de Classical Faculty werd goed bewaakt, aan iedereen die naar binnen wou werd gevraagd of hij/zij naar de leeszaal ging; zo ook aan mij. De avond heb ik nuttig besteed met het uittikken van mijn verzamelde Myceense teksten, zodat het corrigeren ervan gemakkelijker is dan wanneer ik me door de stapel briefjes heen zou moeten werken.
Zaterdag 11 maart 1972 Vandaag heb ik ook heel wat afgetikt. Het is een heidens werk, met al die sterretjes en streepjes, en tweetjes en drietjes half gezakt, verder nog punten onder sommige lettergrepen–al met al een constant op-en-neer-draaien van de rol.
Zondag 12 maart 1972 Na enkele dagen regen is het vandaag weer lekker zonnig, maar daar is het dan ook zondag voor! Ik heb nu (diep in de nacht, eigenlijk is het al niet meer vandaag) alle bijeen gezochte Myceense teksten uitgetikt en aan de hand van de briefjes gecorrigeerd, en bovendien heb ik nog een woordindex samengesteld, getikt en gecontroleerd; maar dat is nog niet alles: tot slot heb ik een index van de tabletten gemaakt, volgens hetzelfde procédé.
Maandag-woensdag 13-15 maart 1972 Het blijft mooi weer; hopelijk verbruiken we onze tien zomerse dagen niet te rap. De voor woensdag gemeten temperatuur in deze streek is 18,7º C.
Vrijdag 17 maart 1972 Sigrid heeft me vanmiddag kennis laten maken met een tijdelijke huisgenoot van haar, de Groningse econoom Andries Nentjes, met wie ik een hele tijd heb zitten praten in de Coffee Lounge van University Centre. Hij is afgelopen maandag gearriveerd en blijft vijf weken, zodat ik hem na de paasvakantie niet meer terug zal zien; we hebben voor dinsdag afgesproken samen te lunchen (zo’n fabuleuze salad). Andries is wetenschappelijk medewerker en is ook aan zijn proefschrift bezig. Sigrid heeft me al verteld dat hij een vrouw en twee zonen heeft, van wie hij Mrs Walton, Sigrid en Gottfried foto’s heeft laten zien. Wij hebben nog niet over zijn gezin gepraat, want we hadden voorlopig genoeg aan economie, sociologie, filosofie en taalkunde. Vanaf het eerste moment konden we goed met elkaar opschieten, zodat het gesprek heel gemakkelijk op gang kwam; onder het genot van koffie hebben we van ñ tien over half vier tot vijf uur aan één stuk door gepraat. Op weg naar huis kwam ik Aïda tegen, die na mijn opmerking over tien zomerse dagen in maart uitrekende dat we er nog vier tegoed hebben; waarop ik zei dat ik op een paar dagen extra hoopte, omdat de belofte niet elk jaar gehouden wordt–als het er in zit, dan mogen we wel wat compensatie van tijd tot tijd. Naar aanleiding van het boek van Gregory Nagy dat ik momenteel aan het lezen ben heb ik ineens zin Litouws te gaan leren!
Zondag 19 maart 1972 Voor de afwisseling zijn Catharina, Gottfried en ik vanavond kebab gaan eten in de kelder van Souvlakia, waar in een open oven het nodige verhit wordt; we hebben de kebab vergezeld doen gaan van retsina. Dit is voor herhaling vatbaar. Sigrid had al verscheidene dagen hoofdpijn en is daarom niet meegekomen, zodat er al geopperd is dat we het nog een keer over moeten doen met haar erbij. Na afloop hebben we bij Catharina in New Hall groene thee gedronken–ze noemt het altijd ‘gunpowder’, een officiële benaming overigens. Deze thee is erg kalmerend. En het was–ook weerlijk–een heerlijke avond.
Maandag 20 maart 1972 Vandaag heb ik de in aanmerking komende Knossos-tabletten op foto bekeken, het is leuk werk, vooral als je een toevallig gleufje tegenkomt en denkt dat het een teken in aanleg is. Soms is het inderdaad moeilijk uit te maken of iets bedoeld is door de klerk of niet. Ik heb ook kennisgemaakt met de Belg Duhoux, die in Leuven zijn proefschrift heeft geschreven onder de (verre) leiding van Lejeune.
Dinsdag 21 maart 1972 Na de Knossos-tabletten volgen op mijn lijst die uit Mycene, maar daar hebben we geen foto’s van; dus moet ik Olivier maar op zijn (gedrukte) woord geloven, wat ik trouwens met een gerust hart kan doen, naar Killen me gisteren verzekerde. Daarom ben ik met de Pylos-tabletten begonnen; de heisa die ik daarbij verwachtte valt nogal mee, alleen is het een heel geblader in de albums. Tegen enen ging ik kijken of Andries al in aantocht was; hij kwam juist de trap op. Eerst heeft hij een paar foto’s bekeken, wou wel eens weten hoe de kleitabletten er uitzien. Hij vond het erg interessant. Daarna zijn we gaan lunchen, wat we met koffie afgerond hebben. Misschien komt hij van de zomer nog wat hier werken, en dan wil hij een huisje huren en vrouw en kinderen meebrengen. Toen ik in Laundress Lane terug kwam was het inmiddels tegen half drie, maar ik was toch nog de eerste; Chadwick en onze Belgische gast kwamen een half uurtje later, we hebben samen een interessant praatje gehad. Toen Chadwick weg was heb ik nog wat met Duhoux gepraat, die Nederlands met me spreekt, omdat hem dat gemakkelijker afgaat dan Engels. Morgen vertrekt hij weer. Nadat we ten afscheid elkaar de hand geschud hadden zijn we nog een poosje door blijven praten, zodat we de hand nog maar een keer hebben laten wapperen na beëindiging van het gesprek. Misschien ontmoeten wij elkaar nog wel eens op een Mycenologische bijeenkomst.
Woensdag 22 maart 1972 Vanmiddag heb ik met Chadwick enige lezingen van tabletten doorgenomen om mijn vraagtekens zo mogelijk te elimineren, maar dat gaat niet altijd zo maar een, twee, drie, zelfs niet vier, vijf, zes. De nieuwe uitgave van de Pylos-tabletten, die PTT gaat heten (*The Pylos Tablets Transcribed) (naar alle waarschijnlijkheid), zou een beter uitgangspunt zijn geweest dan IP (*Inscriptiones Pyliae) van Gallavotti en Sacconi; maar PTT is er nou eenmaal nog niet. Overigens was het vandaag weer mooi weer, wat zich uitte in druk gepunter en massa’s toeschouwers op de brug van Silver Street en op het terras bij de Anchor Bar, waar op allerlei manieren aangelegd wordt; maar men gaat er eerder voor de bijl dan voor anker. Jammer genoeg heb ik niemand in het water zien vallen.
Donderdag 23 maart 1972 Newcastle Exhibition was het afscheidsbier. Met veel pijn en moeite heb ik ook nog de was droog en ingepakt weten te krijgen.
Vrijdag 24 maart 1972 Deze keer verliep de reis nogal vlot, ik had geen moeite om Gatwick te bereiken, ook op dit terrein is ervaring prettig. Ik was nog mooier op tijd dan ik geraamd had: de aangegeven tijd was GMT, ik moest nog een uur langer wachten vanwege de zomertijd. Op Schiphol waren de afhalers net aangekomen, ze waren al bang dat ze me gemist hadden, maar uiteindelijk was dat uurtje later dus niet zo’n ramp; ik had ook al zitten denken: het is zo ongeveer spitsuur als ze op weg zijn, dat kan wel wat oponthoud geven. Peter (*de Apeldoornse Peter) wilde met alle geweld langs Utrecht, maar al met al waren we toch niet zo gek laat thuis.
Derde deel
Maandag 24 / dinsdag 25 april 1972 Vanwege de was die er nog niet was kon òf mama òf papa me naar het station brengen. Het is mama geworden; bij de trein kregen we gezelschap van Frieda en Belinda, die nèt op tijd waren: zij en de trein kwamen (uit verschillende richtingen) tegelijk naderbij. Ik heb ook wat meegekregen: kaas, Deense pâté, dubbelzoute drop, sigaretten en studentenhaverchocola. In Hoek van Holland heb ik een kop soep gegeten en een paar broodjes met koffie, op de boot (wederom de St George) een paar tosti’s met ‘bitter’ (pale ale). Er was wat meer deining dan de vorige malen, net een lift die leuk wil zijn en tussen twee verdiepingen op en neer gaat zonder je de kans te geven eruit te gaan, en daaraan toegevoegd een voorwaartse beweging, die het effect minder rottig maakt–ik heb me ondanks de 2½ pint bij elkaar weten te houden. We vertrokken om ongeveer half twaalf en circa half zeven waren we er. De passencontrole en douane hebben nauwelijks oponthoud veroorzaakt, ik was ruim op tijd voor de Manchester-express (heb nog zo’n half uur of meer moeten wachten), die om drie over half acht vertrok; in Bury St Edmunds moest ik overstappen op het treintje naar Cambridge, dat ruim een kwartier later vertrok; om acht over half tien was ik op het station, daarvandaan ben ik naar huis gaan lopen. Na mijn tas te hebben uitgepakt en er de gebruikelijke mappen in te hebben gestopt ben ik naar Laundress Lane gegaan om te laten zien dat ik er weer was. Ik was wel een beetje duf en zweverig, zodat er van werken niets is gekomen. Chadwick heeft een tijd met me zitten praten en Mrs Black ook. In University Centre ben ik een salad gaan eten. En wie zat daar? Catharina! We hebben, zoals dat heet, bijgepraat; haar broer heeft uitgezocht welke uitgave van Nils Holgersson er verkrijgbaar is in Zweden (ik had er bij Catharina naar geïnformeerd), ik heb gezegd dat het me bijzonder zou verheugen als het boek opgestuurd zou worden. Dit hebben we vóór mijn vakantie zitten bekonkelen, ik zal nu gauw de Wonderlijke Reis in de oorspronkelijke taal kunnen gaan lezen. Mijn onkruid is niet veel soeps meer.
Woensdag 26 april 1972 Ik heb nou een bijzonder dagschema: werken in Laundress Lane, werken in de Classical Faculty Library, om een uur of zeven eten in University Centre (vandaag heb ik me door mezelf laten verleiden tot een stukje tam konijn + toebehoren), en in de UL (tot tien uur open!) lezen tot ik geen zin meer heb. Afgezien van de etenstijd kan ik de verschillende bezigheden net zo door mekaar flansen als ik wil, behalve dan dat ik na zeven uur niet meer in de CFL terecht kan (en na tienen niet meer in de UL, maar zó lang houd ik het toch niet vol!).
Zaterdag 29 april 1972 Nou ben ik al verscheidene avonden bezig een artikel van Prof. Ruijgh uit te trekken voor Chadwick, nu ben ik dan zover dat ik het merendeel al uitgetikt heb; het is trouwens niet gemakkelijk om een vrij bondig Nederlands artikel in het Engels te comprimeren, maar het móét mijn schrijfvaardigheid wel ten goede komen–als Chadwick me maar met mijn neus op eventuele taalfouten wil drukken.
Maandag 1 mei 1972 Vanmiddag ben ik op ziekenbezoek gegaan bij Sigrid, die tijdens mijn afwezigheid een middenooroperatie heeft ondergaan. Vandaag (prachtige dag!) voelde ze zich voor het eerst weer wat beter, zij, Gottfried en ik hebben daarom een wandelingetje gemaakt door de tuinen van Girton College. Mrs Walton heeft me meteen uitgenodigd voor een coffee party komende zondag, en voor een Schots dansfeest in juni (de muziek zal dan worden verzorgd door een doedelzakkist en een accordeonist, tevens zullen de dansen gedemonstreerd worden voordat we ons er zelf aan gaan wagen). We hebben gezellig thee gedronken.
Dinsdag 2 mei 1972 Ondanks de Andromeda Strain (*van Peter geleend; hij houdt van goede SF en heeft me ook Dune van Frank Herbert laten lezen), die me uit mijn slaap houdt, was ik er vanmorgen om acht uur uit. Na alle vijven en zessen, aan het opstaan en ontbijten verbonden, ben ik in Laundress Lane weer tabletten gaan controleren. Chadwick had ook een serie Thebaanse tabletten voor me klaargelegd, die ben ik eerst gaan ontcijferen; er blijven nog een paar moeilijkheidjes over. Toen ik later, om ñ kwart voor twee, in de koffiekamer van Sidgwick Site wou gaan lunchen, was de boel al dicht. Ik heb toen wat in de zon zitten luieren tot Moore’s college. Na afloop ben ik weer naar Laundress Lane gegaan, waar ik Mrs Black op de gang tegenkwam–ze ging juist weg–; “Chadwick is very pleased with your translation”, zei ze. In feite is het geen pure vertaling, maar echt wel een samenvatting geworden. Ik vroeg Chadwick nog of het wel kort genoeg was–het was dik in orde. Soms verzorgde Lydia Baumbach de Engelse versies van Nederlandse en Zuidafrikaanse artikelen; dit bracht het gesprek op Zuid-Afrika, nieuwe steden aldaar en in ’t algemeen. Daarna werd er een Homerisch probleem aangesneden: Chadwick was vanmiddag beslist ‘in the mood’, en ik hou wel van een praatje. De selectie tabletten heb ik nou helemaal gecontroleerd; enkele vragen erover heb ik nog wel, een dezer dagen zal ik de hulp van Chadwick maar inroepen, wanneer ik ook de Thebaanse problemen aan hem voorleg–ik kon te allen tijde bij hem aankloppen. Afijn, tussen Moore en Mycenologie in heb ik in University Centre een paar broodjes met koffie verorberd, mijn verlate lunch, en nadat ik na de Myceense foto’s nog wat laryngalen had bestudeerd ben ik goulash gaan eten. En toen was de lange (gelukkig warme) dag me lang genoeg en heb ik lijn 11 naar huis genomen. Zoals ik altijd weer zeg: ik hoop dat het mooie weer aanhoudt! Peter kwam vragen of ik zin had een biertje te gaan drinken; we zijn naar Le Chien II gegaan, een pas heropend café, dat gedreven wordt door Sammy. Sammy is een vriend van een vriend van Peter, hij loopt heen en weer te kuieren en maakt een praatje met de klanten–hij wil ze allemaal persoonlijk kennen. De dames achter de bar zijn ook heel aardig en de sfeer is er gezellig, dus voor continuering vatbaar. Ik zal er vast nog wel eens komen, voordat ik van het Cambridgese toneel zal zijn verdwenen.
Vrijdag 5 mei 1972 Ik weet niet of het op de brug regent, maar bij ons in de straat giet het. Gisteren hebben we een paar spatjes gehad, als voorproefje. Ik denk dat ik maar mooi bevrijding ga vieren vanmiddag.– –Dat heb ik dan gedaan in de vorm van laryngalen; eindelijk heb ik Beekes uit, na zo’n half jaar.
Zaterdag 6 mei 1972 Hoe het ook zij, Leeds heeft de Engelse cup gewonnen en Arsenal vist achter het net. Vanwege mijn boodschappen heb ik de eerste helft niet gezien, maar dat gaf niet zó veel, want het doelpunt viel in de tweede helft. Peter en ik zijn vanavond maar eens gaan kijken of Sammy’s tent nog overeind stond. Welnu, dat was het geval, en omdat we er nu toch eenmaal waren hebben we een paar flesjes bier gedronken. Sammy krijgt het steeds drukker, waarschijnlijk een kwestie van recommandatie.
Zondag 7 mei 1972 Vanavond was er een coffee party bij Mrs Walton. Ik heb een tijd met Catharina zitten praten, en we hebben afgesproken te gaan corresponderen om mijn vaardigheid in het Zweeds te activeren. Ook heb ik een hele tijd met een Roemeen gepraat, en later met een Engelsman en een Japanner over het Japanse en andere schrijfsystemen uitgeweid. Zo was het half twaalf voor we er erg in hadden. Bij het afscheid zei ik tegen Mrs Walton dat ze zulke mooie seringen op de vaas had staan. Ze gaf me een prachtige tak mee en nu heb ik mijn kamer in de bloei staan. Lente in mijn kamer heeft me altijd een heel apart geluksgevoel gegeven, net of ik zelf meebloei.
Woensdag 10 mei 1972 Vanmiddag zag ik Chadwick lopen, ik heb hem meteen aangeklampt en gevraagd of hij me kon helpen. Tegenwoordig valt het niet mee de mensen te pakken te krijgen, er zijn nog colleges en bovendien staan de examens voor de deur. Chadwick wilde met alle genoegen mijn problemen te lijf, zodat die nu uit de weg geruimd zijn en ik aan het uittikken van een herziene versie heb kunnen beginnen. Toen ik mijn gastheer vroeg of hij het Lampas-artikel al gelezen had en of ik nog erge taalfouten had gemaakt, kreeg ik een compliment voor mijn Engels, dat “extremely good” was; alleen als hij het zou publiceren zou hij een of twee dingen iets anders zeggen: theoretisch, zei hij, kan het wel, maar in de praktijk komt het erop neer dat ‘men’ het niet zo zegt. Zo langzamerhand moet ik maar eens gaan uitzien naar iemand die in de toekomst mijn Engelse geschriften wil corrigeren, een geboren Engelsman lijkt me toch het beste, een ongeboren Engelsman zal er nog niet zo veel van terecht brengen.
Zaterdag 13 mei 1972 Vanmiddag kwam Errol me roepen voor de voetbalwedstrijd Duitsland-Engeland. Al met al was het niet zo’n beste wedstrijd, we willen doelpunten zien en dat is er niet van gekomen. Natuurlijk was ik voor Engeland, ik vind het dan ook jammer dat ze uitgeschakeld zijn. Als we de cijfers van de datum omdraaien komen we terecht op de laatste dag van de maand, waarop een voor mij nog veel belangrijkere gebeurtenis zal plaatsvinden; wat zal dàn het resultaat zijn, droefschap of blijdenis?
Woensdag 17 mei 1972 Zo, de gecorrigeerde Myceense teksten heb ik nu uitgetikt, dit moet het definitieve materiaal zijn voor zover het het tweede millennium betreft. Errol kwam bij mij zijn soep opeten, hij kwam laat van zijn werk en was zowat aan het verhongeren. Hij was ook erg moe. Tegenwoordig komt hij wat vaker binnenwippen dan vroeger, hoewel we toch al lang goede kameraden zijn.
Vrijdag 19 mei 1972 Vanmorgen kwam er een brief van Prof. Ruijgh; de inhoud is misschien hoopgevend: de mij toegezegde medewerkersplaats kan worden vervuld. Als het nou maar doorgaat! ***** One cannot use ‘counter-argument’ to mean ‘quarrel about price’ without the risk of being misunderstood.
Woensdag 24 mei 1972 Vandaag was er een ‘Mycenaean Seminar’ in Londen; Chadwick sprak over de topografie van het Pylische rijk, met lichtbeelden. Sigrid en ik hadden gisteren afgesproken dat we bijtijds zouden gaan en dan in Londen wat rondlopen. We zijn vanmorgen met de trein van half twaalf vertrokken en in Londen aangekomen hebben we de ondergrondse naar Piccadilly Circus genomen. Na een blik op Eros te hebben geslagen zijn we Soho ingedoken. Eerst was er een Albert-Cuyp-achtige markt, alleen smaller, maar daardoor ook intiemer. We zijn vervolgens in een Turks restaurant gaan lunchen, vleesballetjes in wingerdbladeren vooraf, daarna rijst met spinazie en lamsvlees, waarbij we droge rode wijn gedronken hebben. Tot slot hebben we een kopje Turkse koffie gedronken. Inmiddels was het tijd om ons naar het ‘Seminar’ te spoeden, langs de marktkramen naar de ondergrondse, toen mollig naar Euston Square, vervolgens naar Gordon Square en met de lift naar boven. We waren mooi op tijd en konden nog een kop thee drinken voordat het begon. Toen we de heenreis aanvingen kwam Alan Sainer de trein binnen, en hij heeft ons gezelschap gehouden tot Londen. Toen we na afloop in de trein naar huis stapten zagen we Chadwick en Killen zitten, met wie we teruggereisd zijn. Chadwick heeft ons in Cambridge een lift gegeven. Al met al was het een geslaagde dag, doordat we tijd hadden een stukje van Londen te bezichtigen heb ik er meer van genoten dan de vorige keer, toen ik niet eens op tijd was.
Vrijdag 26 mei 1972 Het was werkelijk stormachtig weer vandaag. Parker’s Piece lag vol afgewaaide takken en ik voelde me niet helemaal veilig toen ik er liep, maar ik heb geen letsel opgelopen. Toen Sigrid en ik van University Centre kwamen, waar we onze namiddagse verversing hadden genoten, zag ik in Laundress Lane een klein musje in de wind liggen wapperen. Eerst dacht ik dat het dood was, maar toen zag ik spartelingen en heb ik het opgepakt. Het was uit zijn nestje gewaaid. Sigrid en ik zijn toen eerst Killen gaan raadplegen. Hij ried ons aan om het Blauwe Kruis te bellen; zij zeiden ons dat we het niet konden voeden, de enige oplossing was om het in de buurt van het nest te deponeren en er maar het beste van te hopen, of anders het beestje in slaap te brengen. Mr Richards, wiens telefoon we mochten gebruiken, vertelde dat het nest boven het uithangbord van de Anchor Bar was, we konden er evenwel niet bij komen. Uiteindelijk hebben we het vogeltje op een kartonnen schaaltje in een hoekje neergezet, in de hoop dat de moeder het zou vinden en er verder voor zorgen. Al die tijd had het musje rustig in mijn hand gezeten, waar het zich schijnbaar best op zijn gemak voelde, een paar keer deed het de oogjes dicht voor een dutje. Toen ik naar huis ging was het arme ding verdwenen, ik zag het nergens in de buurt liggen, vliegen kon het nog niet; of iemand het misschien mee naar huis genomen heeft?–ik weet het niet.
Vrijdag 2 juni 1972 Onlangs hoorde ik van Peter dat Mrs Dale zulke mooie verhalen wist te vertellen; ik zei dat ik al heel wat van haar gehoord had, maar nooit de funny stories. Vanmorgen was het echter raak, Richard en ik stonden ons te barsten te lachen. Een prachtig verhaal over de non die bliksemsgauw het klooster verliet toen haar tantes hun testament gemaakt hadden; de jongedame zei dat het niet om het huis en het geld ging, ze kwam voor de oude dames zorgen. En dan het beruchte verhaal over het feestje van de verpleegsters en de dokters; ze hadden een goeie schuif op en toen liepen de dokters spiernaakt over de straat heen en weer te rennen, en er werd met rollen closet geserpentineerd. Een andere keer waren de studenten hier druk bezig voor hun examens en door een feestje aan de overkant, met de ramen wijd open, konden ze zich niet concentreren. Mrs Dale met een klein buurvrouwtje erheen gestapt, in de nachtpon, het huis binnen en de trap op. Op de bovenste verdieping kwamen ze een dokter tegen, die zei: “U hebt niets te drinken? Wat mag het wezen?” Mrs Dale en de buurvrouw hebben een glaasje gedronken en toen vertelden ze die dokter waarvoor ze kwamen. Alles kwam netjes in orde, de ramen gingen dicht en bij het afscheid van de gasten werd er niet over de straat gegalmd. Mrs Dale zegt wel eens: “Ik moest er eigenlijk over schrijven, boekdelen zou ik kunnen vullen”. Maar dat komt er natuurlijk van zijn levensdagen niet van.
Zaterdag 3 juni 1972 Vanmiddag zijn Peter en ik naar een openluchtconcert op het grasveld achter King’s College gaan luisteren (en kijken); we waren niet de enige belangstellenden. En vanavond zijn we maar weer eens een biertje gaan drinken, ik was al een hele tijd niet uit geweest en dacht dat een beetje ontspanning geen kwaad zou kunnen. Weer waren we niet de enige belangstellenden. Het toeristenseizoen begint aardig op gang te komen.
Dinsdag 6 juni 1972 Gisteren ben ik begonnen met de voorbereidingen voor mijn vertrek: Pickfords opgebeld, of ze m’n boekenkist konden komen halen; ze zouden een schatting van de onkosten sturen, maar die is vandaag nog niet gekomen; verder alvast wat ingepakt. Vanmorgen ben ik mijn vliegreis gaan boeken, voor volgende week woensdag, daarna ben ik in University Centre gaan lunchen, in de hoop Catharina aan te treffen. Ze zat er, met Sigrid, en toevallig had ze juist vandaag Nils Holgersson meegebracht. Na de lunch moest Sigrid als de bliksem naar het archeologisch instituut, Catharina en ik zijn koffie gaan drinken. Ik was van plan naar huis te bellen om te zeggen dat ik moed genoeg verzameld had om spoed achter mijn vertrek te zetten en mee te gaan naar Oostenrijk, en welke dag ik zou komen; laat nou Peter (*de Apeldoornse Peter) uiteindelijk tóch vrij gekregen hebben, zodat ik níét mee kan! Mama en ik hebben geloof ik wel een kwartier op kosten van University Centre staan bellen, ik kon het niet helpen, maar er waren moeilijkheden met het doorverbinden en toen het ten langen leste gelukt was ging de gleuf weer niet open. Ik weet nou dat er verscheidene brieven naar me onderweg zijn, met onder andere het nieuws dat ik niet mee naar Oostenrijk kan–maar ik zal in elk geval Frieda en Frits kunnen feliciteren met hun 10-jarig huwelijk. Afijn, morgen zal de gang wel geblokkeerd zijn door alle post die ik verwacht. Na het bellen heb ik in Laundress Lane op de deur van kamer 16 geklopt en heb ik Chadwick mijn verzameling Myceense woorden laten zien. Hij vond dat ik grondig werk had gedaan. Ik heb hem ook een paar van mijn wilde ideeën verteld, die hij geloof ik best interessant vond, al zijn alle andere niet klaarblijkelijk verkeerde ideeën zo goed als de mijne. We hebben een tijd zitten praten en zijn om ongeveer tien over vier naar de Coffee Lounge gegaan, waar ik met Sigrid afgesproken had voor vier uur. Ze was er niet en ik heb een hele tijd zitten wachten, toen heb ik maar aan Maria gevraagd of Sigrid soms al geweest was; welnu, dat was het geval. Na een kop koffie ben ik naar huis gestiefeld. Het weer begint aardig op te knappen, al is het nog steeds niet volop zomer: de goede wil is misschien aanwezig, maar de overtuiging ontbreekt. Wat zal de dag van morgen brengen?
Woensdag 7 juni 1972 Allereerst kreeg ik vanmorgen post van Pickfords (schatting £39), mama, Lidy en Peter. De formulieren voor Pickfords heb ik ingevuld en daarna ben ik als de gesmeerde bliksem bij de bank gaan informeren of mijn £100 er al waren; dit was niet het geval. Ik met de handen in het haar. In Laundress Lane ben ik om raad gaan vragen, Chadwick zei dat ik maar naar de directeur moest stappen en vragen of ik mocht overdisponeren, hij zou voor mij garant staan. Terug naar de bank en een gesprek met de directeur aangevraagd, die me na enkele minuten ontving en aan wie ik de situatie heb uitgelegd. We hebben ook nog over Mycenologie gepraat! De directeur vertrouwde de zaak en zei dat ik gerust een cheque kon uitschrijven en dat ik me geen zorgen hoefde te maken. Deze goede gang van zaken ben ik direct aan Sigrid en Chadwick gaan berichten. In University Centre zat Catharina te lunchen met een jongeman waar ze niet bepaald op gesteld is, hij heeft haar een keer gewoonweg aangesproken en maakt zo af en toe een praatje met haar. Ze had hem verteld dat ze op een vriend zat te wachten (we hadden gisteren afgesproken elkaar weer bij de lunch te treffen) en ze keek dan ook hevig om zich heen en zwaaide toen ik eraan kwam. Ze heeft ons aan elkaar voorgesteld (zijn naam ben ik alweer vergeten) en na de lunch zijn we koffie gaan drinken en hebben we tot tegen half drie zitten teuten. Ik heb Nils Holgersson betaald en Catharina uitgenodigd voor de lunch aanstaande zondag, op voorstel van Sigrid en Gottfried, om mijn afscheid te vieren. Bij Pickfords heb ik de formulieren ingeleverd, een verzekeringsformulier ingevuld en een cheque uitgeschreven, vrijdagmiddag worden de boeken gehaald; het meisje heeft een aantekening gemaakt over een eventuele metalen band als de kist niet helemaal safe lijkt (al is hij bijzonder stevig, toch zijn boeken rare zware dingen), en over het gewicht van het obstakel, dat zeker vier man vergt om het te disobstaculeren. Ik hoop niet dat iemand intussen zijn nek of wat dan ook erover breekt. Na even thuis mijn tas te hebben gedeponeerd als voorlopig overbodig voorwerp ben ik mijn ticket gaan halen: vertrek woensdag 14 juni om kwart voor één. In University Centre ben ik toen met Sigrid thee/koffie gaan drinken, ik heb haar verteld dat ik nou niet mee kon naar Oostenrijk; had ik dan mijn vlucht niet kunnen uitstellen–maar nu ik eenmaal zover was had ik daar echt geen zin meer in. Afijn, ik heb na die tijd naar huis gebeld en mama vertelde me dat ik tóch wel mee kon, mag ik niet in de bungalow, dan valt er altijd nog wel een andere mouw aan te passen, mouwen genoeg! En ik kan met Huib en Johnny mee in de auto reizen. Was ik even blij dat ik stug genoeg geweest was om mijn vlucht niet te verschuiven! ’t Is toch al zo’n haastwerk, en om haastige veranderingen in haastwerk aan te brengen heeft veel van haastige spoed en is dan ook zelden goed. Intussen lijkt het hier wel een serie in afleveringen, zodra iemand iets weet krijgt hij de volgende dag een volkomen ander verhaal te horen, maar in Engels idioom is het nu ingekookt tot: ik ga en ik ga mee.
Donderdag 8 juni 1972 Vanmorgen heb ik mijn kist ingepakt. Het was, zoals te verwachten was, een heel karwei. Vanmiddag heb ik stad en land afgeschuimd op zoek naar veters van de juiste lengte, maar nee hoor, niet te vinden. Ik heb met Sigrid koffie gedronken en haar verteld dat ik uiteindelijk t•ch meega. Ook heb ik Prof. Allen gedag gezegd. Iedereen schijnt al te weten dat ik nog wel een keer terug kom, ze zeggen het tenminste allemaal. En vanavond heb ik de kist dichtgeschroefd; de binnenbeveiliging heb ik niet kunnen aanbrengen, in ’t hele huis was geen hamer aanwezig. Nou maar hopen dat de boel niet gaat schuiven. Als Mrs Dale een hamer heeft kan ik morgen nog wel even een paar spijkers in het deksel jenzen. Ondertussen heb ik al wel een paar foto’s van mijn kamer gemaakt, maar nog geen buitenopnamen. Dat moest ik dan morgen maar eens gaan doen. Verder kan ik ook nog wat mooie ansichtkaarten kopen van enige monumentale bezienswaardigheden, als ik goeie uitzoek weet ik bij voorbaat dat ze gelukt zijn.
Vrijdag 9 juni 1972 Met zulk zeikweer foto’s maken betekent: de lens nat, en dat betekent: slechte foto’s. Ik had er veel eerder mee moeten beginnen. Enfin, ik heb lekker gebaad, koffie gedronken met Mrs Dale, een nieuwe fitting bevestigd in de gang beneden, mijn kist dichtgespijkerd, gewassen, mijn pijpen schoongemaakt, kortom: wat heb ik níét gedaan?! (Nou, ik zou een heleboel kunnen opnoemen als ’t moest.) Tegen vijven kwamen de mannen van Pickfords mijn kist ophalen, ze moesten ‘m met z’n vieren dragen. Ik had het meisje van Pickfords al gewaarschuwd. Nou, dit is één zorg minder, en dat is altijd meegenomen. Met dat langzaamaangedoe en de stiptheidsacties en verdere geintjes bij de spoorwegen zal ik misschien dinsdag al Cambridge moeten verlaten, hoewel het vliegtuig pas woensdag om kwart voor één vertrekt. Dan kan ik Gatwick nog eens goed, en op het doodste gemak dat ik heb, bekijken.
Zaterdag 10 juni 1972 Vandaag ben ik er met mijn camera op uit gegaan; niet dat er nou in heel Cambridge geen plekje meer te vinden is waar ik geen foto van gemaakt heb, maar in elk geval heb ik nu toch wàt, al is het dan niet veel. Het geijkte rondje: kiekje van dit college, kiekje van dat college, plaatje van de ronde kerk, enzovoorts–dat rondje heb ik niet gemaakt. Wel heb ik, na lang aarzelen, foto’s gemaakt in de buurt van King’s College en Chapel; ik hoop dat ze gelukt zijn, het was moeilijk weer. Nog een keer een rondje door de stad en langs de rivier, en dan heb ik misschien een aardige serie opnamen. St George be with me, hoewel hij niet de schutspatroon der fotografen is naar mijn beste weten.
Zondag 11 juni 1972 Het was vandaag een heerlijke dag. Sigrid, Catharina, Gottfried en ik hebben geluncht in het Curry Centre op Castle Hill. De dames en ik hebben Bhuna Prawn (als ik me goed herinner) met witte rijst gegeten, Gottfried had een ander gerecht. Het was werkelijk uit de kunst. We hebben het afgerond met koffie. Het was een hele tijd zonnig geweest, maar toen we onze wandeling aanvingen regende het even; gelukkig niet erg lang. Onze bestemming was een theehuis buiten Cambridge; het was een prachtige tocht door echt Engels landschap, gras, bomen, struiken, heggen, over het Voetpad (op de plattegrond “The Footpath”). Het theehuis heeft een theetuin, gras met bomen, tafels en stoelen. Inmiddels was het allang weer zonnig geworden en de theetuin zat vol bezoekers, die ook van de mooie zondag wilden genieten. En toen hebben we een hele echte Engelse thee gehad: sandwiches met zalm, met ei, met jam, broodjes met room en jam, gebak, en niet te vergeten een pot thee. Catharina had verder voor de hele dag genoeg. Het staat in sommige boeken geschreven: dat de Engelsen een stevig ontbijt nuttigen (als er iets gebeurt, òns kan vandaag niets meer gebeuren), tussen de middag geen zin hebben en daarom maar een lichte lunch gebruiken, omstreeks theetijd rammelen van de honger en van de tea een maaltijd maken, met het gevolg dat ze’s avonds weer geen zin in eten hebben, wat de Engelse keuken bepaald geen hoog aanzien heeft weten te geven op het vasteland. Niettemin hoef je echt niet bang te zijn dat je verhongert, als je het op de Engelse manier doet. Eerlijk gezegd heb ik altijd al gevoeld voor vier of vijf maaltijden per dag, als je er maar de tijd voor hebt.
Terug hebben we een idyllische ‘shortcut’ genomen, die niet bepaald ‘short’ was, maar wel heel plezierig. Dit was het afscheid van Gottfried, misschien ook van Catharina (maar het kan zijn dat we elkaar nog ontmoeten in Laundress Lane, en dan nemen we gewoon opnieuw afscheid); Sigrid zie ik morgen nog. Catharina heeft een paar foto’s gemaakt en ik ook, als ze gelukt zijn sturen we Sigrid en Gottfried ook afdrukjes.
Maandag 12 juni 1972 Good-bye Dr Killen, good-bye Dr Chadwick, good-bye Sigrid, good-bye Catharina, good-bye.
Dinsdag 13 juni 1972 Koffers gepakt. Errol heeft er een gepakt zoals hij dat in het leger geleerd heeft. Er waren spoorwegbesprekingen, de mogelijkheid bestond dat de stiptheidsactie niet door zou gaan; de kansen op een accoord werden steeds beter, en uiteindelijk is het in orde gekomen. Mrs Black kwam me halen. Omdat ik nog niet ging, hebben we aan het station alleen de bagage in een kluis gedeponeerd, wat een hele ontlasting is voor als ik morgen naar het station ga. Good-bye Mrs Black, good-bye Mr Black. Good-bye Peter, Anna, Errol, Richard.
Woensdag 14 juni 1972 Om vijf uur op, aankleden, eten, wachten. Om half zeven de deur uit. Laat ik nou net in de trein zitten of hij ging al! Ik blijk op het uiterste nippertje een vroegere trein te hebben gehaald, niet die van 8 over 7 maar die van 2 vóór. De reis naar Gatwick is vlot verlopen, al begaf ik het zowat onder de bagage. Het moet ongeveer tien uur geweest zijn toen ik op het vliegveld arriveerde. Na met het laatste restje energie de bagage tot in de hal gezeuld te hebben ben ik als de bliksem een karretje gaan halen. Een heer heeft er een tijdje op gelet, ik kreeg onderhand weer trek (drie geroosterde boterhammen om half zes is niet genoeg tot lunchtijd) en ben een paar sandwiches gaan eten met een kop thee erbij. Het hielp. Om kwart voor elf kon ik mijn bagage al kwijt, ik ben daarna nog wat gaan eten. Daarna de passencontrole, belastingvrije sigaretten, kop koffie, inschepen. Vaarwel Engeland.
Nawoord Mijn ‘chest’ bleek geen chest te zijn, maar een trunk. Men leze derhalve: ‘my trunk hasn’t arrived yet, mijn slurf is nog niet aangekomen’. (Later kwam hij dus tòch.)
|