| < > |
In de
schoolbank |
|
|
De lagere school die
ik doorlopen heb was de Sint Jozefschool in Apeldoorn. Meester Tanke heb ik drie
jaar lang als meester gehad, van de 4e t/m de 6e klas. Dat was "mijn meester"
bij uitstek. Na het gymnasium ben ik klassieke talen gaan studeren in Amsterdam,
waar ik in 1971 slaagde voor mijn doctoraalexamen. Na een jaartje in Cambridge,
Engeland ben ik wetenschappelijk medewerker Griekse taalkunde geworden aan de
UvA, met als specialisatie de historische taalkunde. Vreemde en minder vreemde
talen zijn altijd mijn hobby geweest, en in mijn beroep heb ik me ook steeds
kunnen uitleven in Griekse dialecten, waaronder het Myceens, en in de
Indo-europeïstiek. Ik ben gepromoveerd op een dissertatie over de etymologie en
geschiedenis van de Griekse woorden telos en teleo. Sinds 1 november 2006 ben ik
met de FPU, een soort VUT. Hoe ze eruit zien? Klik op ® Fotomap ****** St. Jozefschool, Apeldoorn, 1951 - 1957 Toen ik als zesjarige naar
school ging (de kleuterschool hoefde toen nog niet), heette deze school 'St.
Jozefschool'; de Mariaschool moest nog gebouwd worden. In de eerste klas hadden
we juffrouw Bruins, met mooi weer gingen we wandelen, daarnaast zullen we ook
wel taal en rekenen hebben gehad. We begonnen met schuin schrijven, later (in de
derde of vierde klas) moesten we rechtop gaan schrijven. In de tweede kregen we
meester Jacobs. Ik ben bang dat ik me af en toe verveelde, in elk geval moest ik
nog wel eens nablijven omdat ik niet oplette. 'Glupo de boze kabouter' was
misschien nog wel spannend, maar 'Klaas en grootje' beslist niet. Als ik moest
nablijven kwam mijn zusje me halen, en dan mocht ik mee. In de derde klas begon
ik een beetje op te bloeien, bij meester Voskuilen. Van mijn zusje had ik al
gehoord dat dat een leuke meester was. Voor tekenen kregen we soms les van
meester Straus, de hoofdmeester; toen hij mijn kleine paddestoeltje zag zei hij:
"Dat héle blad is van jou!" Het mocht dus best wat groter. In de vierde tot en
met de zesde klas hadden we meester Tanke, die na het overlijden van meester
Straus hoofdmeester werd. Ik had het bij meester Tanke echt helemaal naar mijn
zin. ***** Apeldoorns Gymnasium, 1957-1963 Favoriete leraren? Eerlijk gezegd heb ik aan allen goede herinneringen, aan meneer Staal die zijn geschiedenislessen doorspekte met rare poepharken en ons heeft ingewijd in het middeleeuwse sagengoed, en die ik in de hogere jaren als leraar Nederlands had; aan juffrouw Hingst, voor wie we drie schriften moesten reserveren, waaronder één voor chansons et devinettes; aan meneer Seligmann met zijn piepende zolen, van wie ik graag een hoop algebra leerde en die tijdens repetities half (helemaal?) zat te slapen; aan juffrouw Iansen, van wie ik nu nog de overzichten van literaire genres en stijlmiddelen heb; aan meneer Van Niejenhuis, die ik 6 jaren lang heb gehad voor Latijn; aan meneer Klijn, die mij eens een luie hond heeft genoemd, maar ik had ècht moeite met geschiedenis; nou moet ik natuurlijk doorgaan! meneer Jellema, die mijn schelpenverzameling mooi vond; meneer Kuiper, die met plezier een boek van huis meenam waaruit ik Griekse accenten kon leren; meneer De Vries, die (daar ben ik nog altijd blij om) ons fonetisch schrift heeft geleerd meteen aan het begin van het onderricht in het Engels; mevrouw Otto die vroeger beroemd was geweest en ons vergastte op gezang, een keer de hele klas strafwerk gaf, en dat toen ingeblikt overhandigd kreeg; mevrouw Jellema, die ons à travers les styles leidde en ons prachtige proefvertalingen gaf (maar daarmee waren we al eerder begonnen, bij juffrouw Hingst); juffrouw Tans, die niet altijd even blij was met mijn mots et tournures en vond dat ik maar eens een 7 moest hebben op mijn rapport, maar die even blij was als ik toen ik voor het eindexamen Frans een 10 kreeg; meneer Schaier, die een inhaalslag Duits heeft moeten leveren en daar wonderwel in geslaagd is; meneer Van Dijk, die soms gezellig wat ochtendpap in zijn snor meebracht naar school, en mij er een keer van betichtte dat ik me er met een Jantje van Leiendakje had afgemaakt, dat vind ik nou leuk; meneer De Jong, Lambert zeiden WA en ik, of hij nou zo heette of niet, van wie we in de 4e Oude Geschiedenis kregen, ik was ineens goed in geschiedenis!; meneer Heyboer, die een heel ander soort Engels sprak dan meneer De Vries, maar wel correct geloof ik; juffrouw Boekhoff, die we eerst hebben gehad voor natuurkunde, en in 5 en 6 voor wiskunde, een schat van de bovenste plank; meneer Habraken, ome Bram zeiden WA en ik, bij wie ik ineens goed werd in meetkunde; meneer Noordenbos, die ons alle hoeken van de hemel liet zien; meneer Harmsen, die ons leerde scheiden en reageren en dat de klemtoon in Lisboa op de o ligt, zijn dochter had geloof ik ook een Portugese naam; in de 5e klas leerde mevrouw De Maar ons van alles over benzine en andere koolstofdingen; meneer Bottinga, die waarschijnlijk een paar grijze haren heeft gekregen omdat ik maar niet wilde leren zwemmen, dat is later toch nog goed gekomen; meneer Post Greve, bij wie ik me heb kunnen uitleven in kleuren mengen; en van dominee Steenbeek heb ik samen met WA Hebreeuws gehad, als ik me goed herinner zei hij consequent Steenbergen, en dan zei WA 'Van Steenbergen'. Mijn toenmalige boezemvriend Willem Anne en ik hebben de afkorting OH (ge-OH, OH-en enz.) gelanceerd, en voorwaar!, na een paar jaar was dat gemeen taalgebruik. Wat we nog meer op ons geweten hebben weet ik niet, in elk geval hadden we een hoop lol. Ik stop nu maar, lijk Nestor wel wanneer die het op zijn heupen had. Start | Info over mezelf | Interesses | Favorieten | Weekjournaal | Fotomap
|