<

Indo-europese taalvergelijking

Start

Info over mezelf

Interesses

Favorieten

Weekjournaal

Fotomap

 

    Sir William Jones, opperrechter in Calcutta, oprichter van de Asiatic Society.

Rede gehouden voor de Society, 1786:

“... The Sanskrit language, whatever be its antiquity, is of a wonderful structure; more perfect than the Greek, more copious than the Latin, and more exquisitely refined than either, yet bearing to both of them a stronger affinity, both in the roots of verbs and in the forms of grammar, than could possibly have been produced by accident; so strong indeed, that no philologer could examine them all three, without believing them to have sprung from some common source, which, perhaps, no longer exists: there is similar reason, though not quite so forcible, for supposing that both the Gothic and the Celtic, though blended with a different idiom, had the same origin with the Sanskrit; and the old Persian might be added to the same family, if this were the place for discussing any question concerning the antiquity of Persia. ...”

Jones heeft een voorzet gegeven, niet zelf de bal ingeschoten.

 ***

August Schleicher, Eine fabel in indogermanischer ursprache, Beiträge zur vergleichenden sprachforschung 5 (1868), 206.

Avis akvâsas ka

Avis, jasmin varnâ na â ast, dadarka akvams, tam, vâgham garum vaghantam, tam, bhâram magham, tam, manum âku bharantam. Avis akvabhjams â vavakat: kard aghnutai mai vidanti manum akvams agantam.
    Akvâsas â vavakant: krudhi avai, kard aghnutai vividvantsvas: manus patis varnâm avisâms karnati svabhjam gharmam vastram avibhjams ka varnâ na asti.
    Tat kukruvants avis agram â bhugat.

Een schaap, dat geen wol had, zag paarden, het een een zware wagen vervoerend (trekkend), het ander een zware last, het derde snel een mens dragend. Het schaap sprak tot de paarden: “Het hart wordt me benauwd omdat ik een mens paarden zie drijven.”
    De paarden zeiden: “Luister, schaap, het hart wordt benauwd in (ons) die gezien hebben (weten): de mens, de meester, maakt wol van schapen voor zichzelf tot een warm kleed en de schapen hebben geen wol.
    Dat gehoord hebbend ontvluchtte het schaap het veld.

Duidelijk is de nog overheersende sanskriticiteit van de reconstructie: bijv. geen e en o, maar allemaal a’s (naast i en u), geen labiovelairen. De huidige reconstructie van het Indo-europees ziet er veel minder uit als een soort Oer-sanskrit.

*** 

Vergelijking

Door vergelijkenderwijs een stramien van systematische overeenkomsten en verschillen vast te stellen kan men proberen voor verschillende vormen in verschillende (verwante) talen een oervorm te reconstrueren; die oervorm hoeft niet per se de ‘grootste gemene deler’ te zijn, structurele overwegingen dienen ook een rol te spelen (dus geen ‘chaotisch systeem’ als het ook anders kan).

Aanvankelijk was de taalvergelijking betrekkelijk elastisch; daarin kwam verandering toen de Junggrammatiker (néogrammairiens) in de 19e eeuw een disciplinaire code opstelden: klankveranderingen (de hoofdmoot van de vergelijking) voltrekken zich zonder bewuste opzet van de sprekers, klankwetten (klankveranderingsregels) kennen daardoor geen uitzonderingen (Ausnahmslosigkeit). Een ‘uitzondering’ kan dan niet klankwettig zijn (vaak is er sprake van analogiewerking, of gaat het om leenwoorden). Van belang voor de formulering van klank-wetten zijn plaats (welke taal?), tijd en context (welke positie in een woord? welke klanken gaan vooraf en/of volgen?). Men moet zich afvragen welke ontwikkelingen ‘natuurlijk’ zijn en welke ‘onnatuurlijk’: een natuurlijke ontwikkeling is bijvoorbeeld ki > tsji (> sji of tsi > si) (palatalisatieproces: de k verandert door de volgende palatale klinker; anderzijds is depalatalisatie van tsj of sj voor een i acceptabel, omdat het complex tsji ietwat ‘overdreven’ is), omgekeerd zou si > ki als het ware een averechtse ontwikkeling zijn. De palatalisatie ki > tsji (en ke > tsje) is een voorbeeld van assimilatie, een natuurlijk verschijnsel.

Van een systematische aanpak getuigt de Wet van Grimm (Jacob Grimm sprak zelf van Lautverschiebung: de Germaanse klankverschuiving): 

Cyclusdiagram 

A = aspirata, M = media, T = tenuis.

Niet dat het helemaal klopt, maar het schema is elegant: de Indo-europese obstruenten schuiven in de ontwikkeling naar het Germaans allemaal een plaats op, zoals in het diagram aangegeven.

Voorbeelden:

IE                   Latijn              Grieks              Germaans
*bher-             fer-re              pher-ein          *ber-anan (Ned. baren)
*dhę-, dhô-     fę-cî                e-thę-ka          *dô- (Ned. doe-n)
*sed-              sed-ęre            hezesthai        *set-janan (Ned. zitten)
*gen-              gen-us            gen-os             *ken-
qan > *kinqan (Ned. kind)
*patęr             pater               patęr               *fa
qęr (in feite *fadęr, Ned. vader)
*trejes            tręs                 treis                *
qrejes (Ned. drie)
*ku(o)n-         canis               kuôn                *cun-qas (in feite *cundas, Ned. hond)

Een probleem vormden gevallen met b, d, g waar men f, q, c zou verwachten (bijv. *fadęr, *cundas). Voor dit probleem is een contextuele verklaring gevonden door de Deen Karl Verner: wanneer het Indo-europese accent niet op de voorafgaande klinker lag, krijgt men b, d, g (en z) i.p.v. f, q, c (en s); in de Germanistiek spreekt men van grammatische wisseling. Met *z > r (rhotacisme) in het Westgermaans (en het Noordgermaans) heeft men zo bijv. Ned. vriezen (jongere z < s) ~ gevroren, kiezen ~ uitverkoren.

 ***

Interne reconstructie

Naast reconstructies met behulp van vergelijking van verschillende verwante talen pleegt men ook reconstructies aan de hand van onregelmatigheden binnen een taal, eventueel binnen een gereconstrueerde taalvorm (bijv. het Proto-Indo-europees). Een klassiek voorbeeld hier-van is de laryngaaltheorie, gelanceerd door Ferdinand de Saussure, een paar decenniën later in essentie bevestigd door het zojuist ontcijferde Hettitisch, en in de loop van de 20e eeuw verder uitgewerkt en verfijnd.

Een Nederlands voorbeeld: de afwisseling tussen k en ch als in zoeken ~ zocht is begrijpe-lijk (allebei velair), die tussen p en ch als in kopen ~ kocht niet (labiaal tegenover velair; men verwacht eerder p ~ f). Men kan hieruit een klankverandering in het Nederlands afleiden: *ft > cht (wat wordt bevestigd door bijv. Duits en Engels, zodra men over de taalgrens heen kijkt).

Een voorbeeld uit het Grieks (met enige voorkennis m.b.t. labiovelairen): theinein ‘slaan’ en phonos ‘doodslag’ doen, als ze bij elkaar horen, een wortel *kwhen- vermoeden, zelfs als men geen vergelijkingsmateriaal buiten het Grieks zou hebben. In verscheidene gevallen zijn oude vermoedens bevestigd door het Myceens (ontcijferd in 1952), waar de labiovelairen nog intact waren.

***
 

Radiaaldiagram

De Indo-europese familie


Anatolisch: o.a. † Hettitisch en † Luwisch

Italisch: Latino-Faliskisch († Faliskisch, Latijn ® Romaanse talen), † Sabellisch (Oskisch, Umbrisch en enkele ‘kleine’ talen van oud Italië)

Keltisch: o.a. † Gallisch, Iers

Germaans: Engels, Nederlands, Fries, Duits, Skandinavische talen (Zweeds, Deens, Noors, ® IJslands; niet het Fins en Laps!)

Balto-Slavisch: Baltische talen († Oudpruisisch, Lets, Litouws; niet het Ests!); Slavische talen (o.a. Pools, Tsjechisch, Servisch, Macedonisch, Bulgaars, Russisch)

Tochaars: twee uitgestorven nauw verwante talen (A en B = Oost~ en West~) waarvan handschriften met Boeddhistische teksten zijn gevonden in een westelijke provincie van China (Xinjiang).

Indo-Iraans: Indische talen (o.a. † Sanskrit, Hindi); Iraanse talen (o.a. † Avestisch, † Oud-perzisch, Modern Perzisch, Koerdisch, Pašto)

Een betekent 'uitgestorven'.

 

Terug naar ® Info over mezelf