|
Nymfomaan
't
Wordt je niet altijd echt van harte gegund. Allegro ma non troppo,
als ze me chagrijnig willen maken moeten ze dŕt zeggen. Dan luister ik
liever de andere kant op. Of ik maak zelf wat.
Allegro
immoderato
Tussen de linden
groeide het gras en sprinkhanen maakten sierlijke sprongen, — weg van mij; eventjes keek zij over haar schouder, glimlachte lieflijk, liep toen weer verder, — weg was zij. Diep in gedachten zag ik ze voor me, dartele wezens, meisjes met made- lieven en pinksterbloemen gevlochten in het haar, en deze meisjes maakten de lente toen ik daar neerzat onder de bomen voor mij waar.
Groen als het gras
is vroeg in het voorjaar, frisgeurend leven, buigzaam en lenig in de wei, waren die nimfen—en stralend fonk'lend keken haar ogen helder als bronnen op naar mij; dichtend en zingend vond ik een lied dat diep in mijn hart en snelstromend bloed ver- borgen gebleven was tot dit uur van eeuwigheid; dansend op ritmes vol van verlangen, snaarbegeleid vergat ik de zorgen van de tijd.
Veel soeps is het
niet, maar metrisch klopt het wel, en rijmen doet het ook nog. Ik kan
het zelfs zingen, maar tot nog toe heb ik mijn liederlijke kwaliteiten
redelijk goed geheim weten te houden en dat moet maar zo blijven.
_____
Gevleugeld ooft
De onbereikbare geliefde.
Eenzaam krijgt de zoete appel een blos aan de hoge tak, hoog aan de
hoogste; de appelplukkers zijn hem vergeten—nee, ze zijn hem niet geheel
vergeten, maar ze konden er niet bij. Een fragment, drie regels slechts,
maar drie regels die me in mijn diepste diepte hebben getroffen. DIt is
iets heel anders dan de verzen over Jantje:
Jantje zag eens
pruimen hangen,
werd vervuld van groot verlangen.
't Scheen dat Jantje wou gaan plukken,
maar het wilde niet goed lukken,
want hij kon ze niet bereiken—
dus kon hij alleen maar kijken.
Ook het volgende
gedichtje kan niet aan Sappho's eenzaam blozende woorden tippen:
Als een
vogel
Als een vogel
fladderend
in een hoge hemel,
te hoog om te grijpen,
te hemels
om te begrijpen,
fladderend
waar grauwe wolken
de voorboden zijn
van donder en bliksem,
van regen in duizend stralen
spattend op het asfalt
en de tegels van de troittoirs.
Als een vogel,
duikend van hoog,
bijna laag genoeg
om nu wčl te grijpen,
maar dan
in brede vlucht
omhoog,
naar de zon,
nog een schim
tegen de gloeiende vlek
die mijn ogen pijn doet,
te ver ...
Zo ben jij
voor mij.
Daarom laat ik
Sappho's verzen nog weer eens over me heen komen, en nog eens.
_____
Grensgevallen
Geďnspireerd door
Watership Down en Simon & Garfunkel heb ik, op een moment dat ik me zeer
gecomprimeerd voelde, tot onbedoelde hilariteit van mijn directe
omgeving een aanslag gepleegd op het lyrische subgenre dat men 'zéer
kort gedicht' zou kunnen noemen. Nota's zullen er nooit over geschreven
worden, misschien wordt er zelfs overheen gelezen:

de blik
verstard,
verdofte glans:
konijn is dood.
Drie jaar later had
ik er een van vier regels, garrulus Nestor (de praatgrage Nestor) is er niets bij:

Verlopen
pas,
verlopen kop—
hij kan zowat
geen kant meer op.
Over drie jaar of zo
misschien een wat vrolijker en minder breedsprakige creatie.
_____
Kleur bekennen
Van Alexander (geloof
ik) mag ik niet meer zo negatief doen. Daarom deze keer een gedicht van
uitzonderlijke schoonheid.
Compositie in blauw en
grijs
Een grijs tapijt is de ondergrond
waarop ik sta,
blauw,
verlangend naar jou,
naar je blauwe ogen
en je grijze haar;
uren van wachten
op de zachte krullen
van grijs,
onder een hangende klok
met grote blauwe cijfers
op een grijze wijzerplaat;
met wat bloemen
in mijn hand,
blauwe violen,
van de steel geknakt,
de groene steel,
die de kleuren zou verstoren
als on-toonbaar
in de Rhapsody in Blue (and Grey).
Metrisch is het zeer
vrijzinnig; rijmen doet het niet, en zingen kan ik het ook niet.
_____
Metarealisme in
de dichtkunst
Geen beschouwing door
Frits Waanders
Doe je ogen dicht en
probeer je wat voor te stellen bij het volgende vierspan; tijdens het
lezen de ogen uiteraard even open houden.
De man
en zijn paard
dolend in
hitte;
hun keel
is als kurk,
leeg zijn hun
magen.
Men kan
hier op aard'
vrolijk en
fit zijn,
maar geel
is de jurk,
vlees om te
knagen.
De pan
is bejaard,
jolig en
blinkend,
vol meel
de augurk,
hees door de
vragen.
De kan
heeft een baard,
mooi om te
knippen;
te veel
drinkt de Turk
regen bij
vlagen.
Als je daar niets van begrijpt heb ik nog wat anders:
Met poten
aan het hoofd en oren aan het gat sprak Duizendstraaltje schalks: " 'k Ben gek—wie doet me wat?!"
_____
Brevitas
De directe stijl is
overbekend. Uit brieven van liefdadige instellingen. En andere
instellingen. Korte, krachtige zinnen. Die voor iedereen begrijpelijk
zijn. Goed opgeleid of niet. Zo zouden gedichten ook. Moeten zijn. Niet
voor een elite. Maar voor ieder. Een. Ik heb de boodschap. Ter harte.
Genomen. Kijk maar:
Ik.
Ben.
Me.
Er.
Terdege.
Van.
Bewust.
Dat.
Vuur.
Niet.
Met.
Benzine.
Wordt.
Geblust.
_____
Broeikaseffect
Jij en ik
dicht tegen elkaar aan,
we krijgen het er warm van. Alles uit
behalve het licht
en onze verkering.
_____
Creatie
Haar lippen en ook rode
haren
verdienen wat grijsgroen: haar ogen.
God heeft haar geschapen
naar zijn evenbeeld;
dat is aardig gelukt,
naar mijn idee,
op éen aspect na, godzijdank—
als Hij althans een hij is.
_____
Muziek
Een stroom van tonen,
aaneengeregen
tot een hemel op aarde;
een trilling
streelt
mijn sidderend hart,
een koele warmte
omklemt mij,
terwijl ik
mijn vreugde schreeuw
zonder stemgeluid.
De klanken grijpen
in mijn ziel;
ik grijp niet
naar de muziek,
ik voel
alleen
de overweldigende macht,
die vreugde brengt
en dan weer pijn.
Kom over mij, verover mij,
jij, die men niet kan zien,
slechts voelen
zonder te tasten,
en horen in oorverdovend geluksgevoel.
Felix Rits (1994)
_____
Lentevuur (maart 1993)
Het voorjaar nodigt altijd weer uit tot
het openen van dichterlijke spataderen (niet met ieders instemming,
sommigen kunnen niet tegen bloed):
Een nieuwe lente,
een oud geluid:
pomp pomp spuit spuit.
Een stier zag in de lentemaand
een koe staan grazen in de wei,
besprong haar en zei brullend toen:
"Een harde stoot hč? Was van mij!"
(Zingbaar op een melodie van de
schrijver.)
Zaagt gij de adder tussen ’t groen,
op vrouwenjacht in ’t vroeg seizoen?
Hij hoorde niet Pastoors sermoen,
want deze zei: "Niet doen, niet doen!"
Kom Marjolein met haren rood,
kom, maak je blanke borsten bloot,
reeds gloort de ochtend pimpelpaars,
en in de weide stoeit de vaars.
Zie de bosviooltjes groeien
en de hyacinten bloeien;
lentebloesem
op haar boezem.
(Misschien klopt dat botanisch niet.)
Twee tortels van ’t eedle ras der duiven
verdwenen uit de til en werden kluiven,
voor ’t feest bereid met pepersaus en kruiden,
toen ’s morgens vroeg de paasklok hing te luiden.
Kwink’len de vogels in groene bomen,
dan is misschien de lente gekomen,
eeuwig voor ’t warme, open hart,
en zonnestralen in milde gulheid,
gouden gave tegen alle smart.
Zo, dat ben ik kwijt.
Start |
Info over mezelf
|
Interesses |
Favorieten |
Weekjournaal |
Fotomap |
Pandora
|