<

Proëtica

Start

Info over mezelf

Interesses

Favorieten

Weekjournaal

Fotomap

 

Nymfomaan

't Wordt je niet altijd echt van harte gegund. Allegro ma non troppo, als ze me chagrijnig willen maken moeten ze dŕt zeggen. Dan luister ik liever de andere kant op. Of ik maak zelf wat.

Allegro immoderato

Tussen de linden groeide het gras en
sprinkhanen maakten sierlijke sprongen,
      — weg van mij;
eventjes keek zij over haar schouder,
glimlachte lieflijk, liep toen weer verder,
      — weg was zij.
Diep in gedachten zag ik ze voor me,
dartele wezens, meisjes met made-
lieven en pinksterbloemen gevlochten
      in het haar,
en deze meisjes maakten de lente
toen ik daar neerzat onder de bomen
      voor mij waar.

Groen als het gras is vroeg in het voorjaar,
frisgeurend leven, buigzaam en lenig
      in de wei,
waren die nimfen—en stralend fonk'lend
keken haar ogen helder als bronnen
      op naar mij;
dichtend en zingend vond ik een lied dat
diep in mijn hart en snelstromend bloed ver-
borgen gebleven was tot dit uur van
      eeuwigheid;
dansend op ritmes vol van verlangen,
snaarbegeleid vergat ik de zorgen
      van de tijd.

Veel soeps is het niet, maar metrisch klopt het wel, en rijmen doet het ook nog. Ik kan het zelfs zingen, maar tot nog toe heb ik mijn liederlijke kwaliteiten redelijk goed geheim weten te houden en dat moet maar zo blijven.
_____

Gevleugeld ooft

De onbereikbare geliefde. Eenzaam krijgt de zoete appel een blos aan de hoge tak, hoog aan de hoogste; de appelplukkers zijn hem vergeten—nee, ze zijn hem niet geheel vergeten, maar ze konden er niet bij. Een fragment, drie regels slechts, maar drie regels die me in mijn diepste diepte hebben getroffen. DIt is iets heel anders dan de verzen over Jantje:

Jantje zag eens pruimen hangen,
werd vervuld van groot verlangen.
't Scheen dat Jantje wou gaan plukken,
maar het wilde niet goed lukken,
want hij kon ze niet bereiken—
dus kon hij alleen maar kijken.

Ook het volgende gedichtje kan niet aan Sappho's eenzaam blozende woorden tippen:

Als een vogel

Als een vogel
fladderend
in een hoge hemel,
te hoog om te grijpen,
te hemels
om te begrijpen,
fladderend
waar grauwe wolken
de voorboden zijn
van donder en bliksem,
van regen in duizend stralen
spattend op het asfalt
en de tegels van de troittoirs.

Als een vogel,
duikend van hoog,
bijna laag genoeg
om nu wčl te grijpen,
maar dan
in brede vlucht
omhoog,
naar de zon,
nog een schim
tegen de gloeiende vlek
die mijn ogen pijn doet,
te ver ...

Zo ben jij voor mij.

Daarom laat ik Sappho's verzen nog weer eens over me heen komen, en nog eens.
_____

Grensgevallen

Geďnspireerd door Watership Down en Simon & Garfunkel heb ik, op een moment dat ik me zeer gecomprimeerd voelde, tot onbedoelde hilariteit van mijn directe omgeving een aanslag gepleegd op het lyrische subgenre dat men 'zéer kort gedicht' zou kunnen noemen. Nota's zullen er nooit over geschreven worden, misschien wordt er zelfs overheen gelezen:


de blik verstard,
verdofte glans:
konijn is dood.

Drie jaar later had ik er een van vier regels, garrulus Nestor (de praatgrage Nestor) is er niets bij:


Verlopen pas,
verlopen kop—
hij kan zowat
geen kant meer op.

Over drie jaar of zo misschien een wat vrolijker en minder breedsprakige creatie.
_____

Kleur bekennen

Van Alexander (geloof ik) mag ik niet meer zo negatief doen. Daarom deze keer een gedicht van uitzonderlijke schoonheid.

Compositie in blauw en grijs

Een grijs tapijt is de ondergrond
waarop ik sta,
blauw,
verlangend naar jou,
naar je blauwe ogen
en je grijze haar;
uren van wachten
op de zachte krullen
van grijs,
onder een hangende klok
met grote blauwe cijfers
op een grijze wijzerplaat;
met wat bloemen
in mijn hand,
blauwe violen,
van de steel geknakt,
de groene steel,
die de kleuren zou verstoren
als on-toonbaar
in de Rhapsody in Blue (and Grey).

Metrisch is het zeer vrijzinnig; rijmen doet het niet, en zingen kan ik het ook niet.
_____

Metarealisme in de dichtkunst

Geen beschouwing door Frits Waanders

Doe je ogen dicht en probeer je wat voor te stellen bij het volgende vierspan; tijdens het lezen de ogen uiteraard even open houden.

De man
en zijn paard
dolend in
hitte;
hun keel
is als kurk,
leeg zijn hun
magen.

Men kan
hier op aard'
vrolijk en
fit zijn,
maar geel
is de jurk,
vlees om te
knagen.

De pan
is bejaard,
jolig en
blinkend,
vol meel
de augurk,
hees door de
vragen.

De kan
heeft een baard,
mooi om te
knippen;
te veel
drinkt de Turk
regen bij
vlagen.

Als je daar niets van begrijpt heb ik nog wat anders:

Met poten aan het hoofd
en oren aan het gat
sprak Duizendstraaltje schalks:
" 'k Ben gek—wie doet me wat?!"

_____

Brevitas

De directe stijl is overbekend. Uit brieven van liefdadige instellingen. En andere instellingen. Korte, krachtige zinnen. Die voor iedereen begrijpelijk zijn. Goed opgeleid of niet. Zo zouden gedichten ook. Moeten zijn. Niet voor een elite. Maar voor ieder. Een. Ik heb de boodschap. Ter harte. Genomen. Kijk maar:

Ik.
Ben.
Me.
Er.
Terdege.
Van.
Bewust.
Dat.
Vuur.
Niet.
Met.
Benzine.
Wordt.
Geblust.

_____

Broeikaseffect

Jij en ik
dicht tegen elkaar aan,
we krijgen het er warm van.

Alles uit
behalve het licht
en onze verkering.
_____

Creatie

Haar lippen en ook rode haren
verdienen wat grijsgroen: haar ogen.
God heeft haar geschapen
naar zijn evenbeeld;
dat is aardig gelukt,
naar mijn idee,
op éen aspect na, godzijdank—
als Hij althans een hij is.
_____

Muziek

Een stroom van tonen,
aaneengeregen
tot een hemel op aarde;
een trilling
streelt
mijn sidderend hart,
een koele warmte
omklemt mij,
terwijl ik
mijn vreugde schreeuw
zonder stemgeluid.
    De klanken grijpen
    in mijn ziel;
    ik grijp niet
    naar de muziek,
    ik voel
    alleen
    de overweldigende macht,
    die vreugde brengt
    en dan weer pijn.
    Kom over mij, verover mij,
    jij, die men niet kan zien,
    slechts voelen
    zonder te tasten,
en horen in oorverdovend geluksgevoel.

Felix Rits (1994)
_____

Lentevuur (maart 1993)

Het voorjaar nodigt altijd weer uit tot het openen van dichterlijke spataderen (niet met ieders instemming, sommigen kunnen niet tegen bloed):

Een nieuwe lente,
een oud geluid:
pomp pomp spuit spuit.

Een stier zag in de lentemaand
een koe staan grazen in de wei,
besprong haar en zei brullend toen:
"Een harde stoot hč? Was van mij!"
(Zingbaar op een melodie van de schrijver.)

Zaagt gij de adder tussen ’t groen,
op vrouwenjacht in ’t vroeg seizoen?
Hij hoorde niet Pastoors sermoen,
want deze zei: "Niet doen, niet doen!"

Kom Marjolein met haren rood,
kom, maak je blanke borsten bloot,
reeds gloort de ochtend pimpelpaars,
en in de weide stoeit de vaars.

Zie de bosviooltjes groeien
en de hyacinten bloeien;
lentebloesem
op haar boezem.

(Misschien klopt dat botanisch niet.)

Twee tortels van ’t eedle ras der duiven
verdwenen uit de til en werden kluiven,
voor ’t feest bereid met pepersaus en kruiden,
toen ’s morgens vroeg de paasklok hing te luiden.

Kwink’len de vogels in groene bomen,
dan is misschien de lente gekomen,
eeuwig voor ’t warme, open hart,
en zonnestralen in milde gulheid,
gouden gave tegen alle smart.

Zo, dat ben ik kwijt.

 

Start | Info over mezelf | Interesses | Favorieten | Weekjournaal | Fotomap | Pandora