<

Weekjournaal

 

Start

Info over mezelf

Interesses

Favorieten

Weekjournaal

Fotomap

 
(Laatste bewerking: zondag 12 februari 2012)
 

De week van 5 februari

Zondag dacht ik: “Frederik, doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg.” Ik heb dus normaal de full scan zijn werk laten doen (na de twee afgebroken pogingen van vrijdag werd die van vandaag helemaal voltooid; duur: 3:22:22, de snelste tijd sinds maanden), rijstwafels gegeten, het bed verschoond en een bamisoepje gegeten. Toen ben ik naar AH gegaan, met twee shirts en een overhemd aan en twee paar sokken. Het voelde niet aan als een poolexpeditie. Nu heb ik gelukkig weer brood in huis, groente en vlees, toetjes, koffiemelk, paddo’s, farfalle, tonijn in mayo, scharreleieren, beschuit, Kasteelbiertjes (voor de nieren), Doppeldouche, Doritos en kaaspuntjes. Terug van de boodschappen heb ik Wil gebeld voor haar verjaardag, ze vond het leuk dat ik eraan had gedacht. Daarna wilde ik de Werf bellen dat ik niet op de pasta-avond kan komen, omdat mijn kleinzoon (ik heb er maar een, dus dat is duidelijk genoeg) dan jarig is, maar de telefoon hield ermee op, batterij leeg, terwijl ik dat ding dag en nacht op de oplader heb staan.

Nou was ik écht contactarm, want mijn mobiel doet het dus ook niet meer. Allebei aan vervanging toe. Ik heb me keurig aangepast aan de weersomstandigheden, midden op de middag twee beschuiten met kaas en drie verse boterhammen met vleesbeleg. Elsevier uitgelezen, soep gegeten. Ondanks de beschermingsfactor die mijn baard mij biedt heb ik hem ’s avonds gekortwiekt, daarna een heerlijke warme douche om de korte haartjes weg te spoelen. ’s Maandags ben ik altijd laat (wat heet laat: om een uur of zes) uit school (en Bult), daarom heb ik vast kalkoenschnitzels gebakken en in de jus tomaten en een rode paprika gestoofd. Als de hongersnood bij thuiskomst hoog is kan ik snel eten, even puree maken en klaar is kees. Goed uitgedokterd allemaal.
Het is bij mij een gewoonte geworden de Wildemeisjes op maandag tegemoet te lopen als ze tussen de middag van school komen. Vandaag was ik aan de vroege kant en kwam ik onder sirenegeloei (1e maandag van de maand) bij de school aan zonder ze te hebben ontwaard. Na een minuut of tien bedacht ik dat ze misschien ziek waren. Het was Abigail die ziek bleek te zijn. De koorts was net zo’n beetje over, maar ze at nog niet en zag er pips uit, wallen onder de ogen. Ze had een tekening voor opa, opgerold en met een plakbandje verzegeld.

Opgerold staat netjes.

Rocket City.

Amara mankeerde niets, net zo ongezeglijk als altijd (totdat ze mag kiezen tussen doorgaan of straf). Lekker kind. Ze heeft koffie voor opa gemaakt, voor bij zijn boterhammetjes. Het broodje Duits gehakt smaakte haar niet helemaal zoals ze had gedroomd, ik mocht het zelf verder opeten. Abigail heeft er ook een paar hapjes van genomen, maar ze had gewoon niet veel eetlust. Een beker sap, een keelsnoepje, daar bleef het bij. Ik vertelde dat mijn opa (van moederskant; 6-2-1873—17-4-1960) op 6 februari jarig was. Om half twee ging ik naar school, waar Wim al bezig was met mijn vijfde klas, ten gevolge van het gewijzigde rooster. Toen ik was gearriveerd, heb ik het weer overgenomen, maar Wim deed volop mee. We hadden weer voldoende stof voor uitgebreid sectieoverleg bij Annie. Daar zat bij het raam in het zonnetje een goedgemutste dame thee te drinken. Voordat ze vertrok kwam ze even naar ons toe. “Bent u niet de vader van Neil?” Ik had haar niet zo gauw herkend, Jeanine (van de spelling ben ik niet zeker); ze had een tijd terug, tien jaar of langer geleden, op de Werf gewerkt, en gaat daar nog geregeld langs om de ‘kinderen’ gedag te zeggen. “Frits was het toch?” Ze geeft tegenwoordig les op een basisschool. Op de Werf heeft ze geleerd extra op lichaamstaal te letten, daar heeft ze nu in haar groep 3 veel profijt van. Omdat op haar school de waterleiding bevroren was, was iedereen naar huis gestuurd; je kon ook ergens anders heen, natuurlijk, bijvoorbeeld naar Annie. Dat was leuk, een oude bekende op een onverwachte plek. Binnen in het zonnetje was het lekker, buiten was het inmiddels bijtend koud geworden, zoals we merkten toen we het pand hadden verlaten en op de bus stonden te wachten. Onderweg van mijn uitstaphalte naar huis moest ik noodgedwongen het pissoir bij de taxistandplaats bezoeken, het water stond me tot aan de lippen.

Gelukkig kon ik me thuis verkwikken met een kalkoenlapje en wat er bij zat. En voor de lekkere gezondheid volle kwark met kersen toe.
Dinsdag had ik geen school, er stonden nog wat toetsen op het rooster. Omdat ik niets spannenders wist te bedenken heb ik De verraders uitgelezen en daarna de afwas gedaan. Later op de dag ben ik begonnen in Lolita, verguisd (en verboden) of juist bejubeld—vandaag de dag vrij algemeen beschouwd als een meesterwerk. De kalkoenschnitzels zijn vrij fors, ik had aan een halve genoeg (met natuurlijk paprika en tomaten; en extra erbij twee sjalotten en nog een paprika), deze keer met rijst. Daar bleef, afgezien van het tweede halve lapje, weer een heleboel van over.
Woensdag is het nu voor mij vroeg school geblazen, half zeven op, half acht naar de bus, half negen beginnen; er gold een verkort rooster, maar we hebben Sharina toch aardig weten te vermaken. Om half tien was ik al weer terug bij het winkelcentrum. Daar heb ik enveloppen en zakdoekjes gekocht bij de hema en hoestdranken bij de apotheek (alle whiske(y)s in de aanbieding). Op school had ik tijd voor één boterham, de andere drie boterhammen heb ik thuis getostificeerd.
Donderdag was Abigail nog thuis, ze hoestte te erg om weer naar school te gaan. Ik had al voordat ik erheen ging gedacht: voorzichtig met die kinderen, ze zijn nog zo klein!—en eerlijk gezegd ook wel verwacht dat ze nog thuis zouden zijn. Ze wilden een broodje salami (zo’n worstje met een wit vel eromheen, zelf snijden), maar waren niet te beroerd om ook wat van mijn brood mee te eten, Amara Duits gehakt, Abigail kaas. De meisjes waren aan het tekenen, met een mal. Abigail gaf me een tekening mee naar huis, maar Amara gaf de hare aan mama. (“Mag opa die hebben? Eh... Nee mama, die is voor jou.”)

 Dora en Boots in het zonnetje.

Mijn mobiel had ik meegenomen naar het Wildehonk, die gaf daar ineens weer beeld. Maar toen ik thuis een hernieuwde poging deed het beestje op te laden, was het weer van hetzelfde trillen een pak, ofwel: bekijk het maar. Nou heb ik onderhand wel héél sterk de neiging een nieuwe te kopen, ik kan niet eens meer elektronisch betalen, want ter bevestiging van de betaalopdracht moet ik een tan-code invullen, en die ontvang ik op mijn mobiel. Dat wordt binnenkort een electronicawinkeldag: nieuwe mobiel, nieuwe huistelefoon (heeft ook te veel kuren), misschien iets laptop-achtigs (de computer is soms nog trager dan het baasje). Ma sœur Frédérique artistique was vandaag jarig, ik dacht kom, een telefoontje is wel leuk, gezellig even bijpraten. Ze was lekker drumsticks en vleugeltjes aan het bakken, daar houden de kleine meisjes ook van (maar Huib niet). Later op de dag, na weer een paar keer mijn mobieltje te hebben geprobeerd, bedacht ik dat ik ook altijd nog gebruik kan maken van acceptgiro’s en overschrijvingskaarten, giro-enveloppen heb ik in voorraad. Gek hoe gauw je vergeet hoe het vroeger ging. En daar ging ze dan, de laatste portie kalkoenschnitzel met rijst en paprika. Ik moet maar eens wat restanten opmaken; om te beginnen heb ik de gigli uit de vriezer gehaald, als ik me goed herinner was dat best te eten. En zaterdag is er soep, al dan niet opgevuld met een restje pasta (als de gigli niet opraken).
Vrijdag was de temperatuur in de huiskamer, door de binnenschijnende zon en wat minder vorst, ’s morgens om half negen al opgelopen tot 22°, maar naarmate de zon zich westwaarts spoedde daalde het kwik geleidelijk weer wat (toch werd het minder kil dan een paar dagen lang het geval was geweest, 20° in plaats van een schamele 18°). Mijn vleeswaren waren op, maar vier boterhammen met tonijn in light mayo waren ook niet te versmaden. En ik heb ook nog kaas. Plotseling was het wasdag, een dagelijkse was en een beddengoedwas. Toen de pastalelietjes waren ontdooid en ik een bord vol schepte, zag ik weer wat erin zat: knakworst en de tamelijk smakeloze saus van Jamie Oliver (maar wat ketchup bracht er meer smaak aan). Kaas eroverheen en toen in de magnetron, een beetje zeezout, toch wel lekker. Ik heb zo’n beetje de ganse dag verdaan met lezen, ouderwets op papier gedrukt, Lolita en de kranten.
Zaterdag belde Michael, hij ging samen met Abigail met me mee telefoons uitzoeken, en voor Abigail naar Bart Smit om cadeautjes voor haar rapport uit te zoeken. “Ik kan niks vinden.” Dat betekende dat ze niet kon kiezen; uiteindelijk werden het Barbie en Ken in badkledij, nou nog een zonnig strand en dan hebben we het helemaal voor elkaar. Daarna zijn we naar de loempiakraam op de markt gegaan. Abigail wilde meteen aan de loempia’s beginnen, maar nee, we gingen de versnaperingen gezamenlijk thuis opeten, loempia’s en garnalennuggets (ook héél lekker). Na deze serieuze zaken zijn Shahbanou, Abigail en ik naar AH gegaan, Abigail had weer een muppet bij elkaar gespaard, Shahbanou had brood, sap en cola nodig (geloof ik), en ik moest brood en beleg hebben en een pakje koffiemelk. Natuurlijk werd het weer meer. (Nog wat Kasteeltjes voor noodgevallen, kaasbolletjes voor andere nood, en blikjes vis.) Op het Wildehonk hebben we de simsalabimkaart van mijn mobieltje overgezet; de accu bleek geladen te zijn, ik kon meteen constateren dat het apparaat deed wat ervan verwacht mocht worden. Ik ben nou telefonisch weer superbereikbaar; de huistelefoon aansluiten bezorgde me even wat problemen door het onontwarbare kabelbedrijf onder mijn bureau, maar ik heb de juiste kabel toch weten te vinden. Michael was zo kien me erop te wijzen dat de aansluiting op de modem van het oude toestel kon worden overgeplant naar het nieuwe, dat scheelde weer een kabel zoeken, alleen de stroomkabel moest ik nog zien te vinden. Afijn, alles werkt.

Nieuwe geluiden.

Het telefoonboek van het mobieltje staat op de simkaart, maar voor de huistelefoon moet ik opnieuw beginnen. Er kunnen meer nummers in dan in de oude, nou hoef ik helemáál niets meer te onthouden (deed ik toch al niet, opzoeken kan ook als het nummer niet is opgeslagen). Er was nog zo veel pasta over dat de soep in de wacht staat. Misschien maar goed ook, ik geloof nooit dat die nog genoeg was voor twee dagen (dat zien we morgen dan wel weer). Ik kon nu ook weer girobankieren, van de papieren versie was het nog niet gekomen.



Wat voorafging


De week van 1 januari

 

Op een bruisend 2012.

Zo netjes hebben we het niet ieder jaar, de eerste dag van de week, de maand en het jaar op een en dezelfde dag. Om half twee of zo was iedereen moe, ik zei “ga maar lekker slapen”. Wanneer ik thuis kom ga ik nooit meteen naar bed, ik heb nog tot half vier zitten lezen (het kan ook vier uur zijn geweest). De paling die ik had meegebracht ging erin als koek, maar de surimi viel niet in de smaak; die heb ik in mijn eentje zitten oppeuzelen en de rest kreeg ik mee terug naar huis. Toen ik om tien uur opstond heb ik even de e-post gecheckt en toen de full scan aangezet. Geroosterde boterhammen met surimi, daar een sausje overheen van mayonaise met ketchup, en nog een paar sticks met saus zonder brood. Lekker, voor wie ervan houdt. De afwas van vorig jaar stond er nog, eerst maar de borden en het bestek, de kopjes en schoteltjes, de pannen, niet meteen overdrijven, ook wat laten staan. Na vijf uur en vijf minuten was de scan klaar, toen kon ik het journaal van afgelopen week voltooien. Verder heb ik me niet al te druk gemaakt, die afwas was al mooi genoeg. Beetje Elsevier, bamisoepje om vier uur. Voor het eerste avondmaal van 2012 had ik de laatste slavink met witlof en aardappels uit de vriezer gehaald. ’s Avonds heb ik mijn jarige schoonzusje gebeld. Ook heb ik Wim gebeld, dat ik de nachtelijke boodschap—dat de reis bevestigd en betaald was—had beluisterd. Ik ben ook vast aan de kranten begonnen, daar is zaterdag natuurlijk niets van gekomen. ’s Nachts heb ik tomaten met uien en knoflook gestoofd en er een klein blikje linzen doorheen gemengd; de tomaten moesten spoedig worden gebruikt op straffe van verrotting. Ik had het al helemaal uitgestippeld: Catalaanse braadworstjes met puree en stoofpot.
Maandag (2e Nieuwjaarsdag) nog maar even geen quickstep, nee, slow slow slow. Kopje koffie, geroosterd brood, cryptogrammen van de kranten en Elsevier. Een klein afwasje (groter had ik niet). Bamisoepje om vier uur, ’s avonds puree met een worstje en prut, er bleef nog een portie over. De nieuwste Wau lag op tafel te lonken, daar had ik nu mooi tijd voor.
Dinsdagmorgen was het onstuimig weer, stormachtig mag ik wel zeggen. Kwestie van geduld hebben, het wordt vanzelf wel weer een keer stuimig. Vandaag nog niet, behalve storm kregen we ook flinke stortbuien. Boodschappen? Daar hadden we geen zin in. Voor de verandering ging ik vandaag lunchen bij de Wildemeisjes. Amara heeft bijna mijn hele sandwich opgegeten (mijn laatste brood), Shahbanou heeft me bijgevoederd met een tosti. De kleine dames maken om de beurt koffie voor opa, Abigail kan het helemaal zelf, Amara drukt alleen op de knopjes. En ze kunnen het allebei héél goed. Wonder boven wonder kwam Michael droog thuis, tussen de buien door gelaveerd blijkbaar. We hadden een verzopen kat verwacht. Toen het gezinnetje compleet was ben ik thuis poolshoogte gaan nemen. Ik geloof dat de pool een beetje verschuift, daar kan ik niet goed hoogte van krijgen. Als de fles eenmaal open is, is het hek van de dam, maar ik had reuze zin in een Corenwyn (uit een officieel glas, natuurlijk).

 Alsof engelencoren over je tong piesen.

Van de eenpansmaaltijd (gewoon alles bij elkaar gooien) bleef nog weer wat over, liter water erbij en twee bouillonblokken, nu heb ik (vleesloze) linzensoep in voorraad.
Geheel onverwacht was het woensdagochtend uitgesproken boodschappenweer, en dat kwam goed uit. Drie broden, van € 2,97 voor € 2 (‘volumebrood’), daar moet ik weer een paar dagen mee vooruit kunnen; achterham en jong belegen kaas, daar heb ik meteen tosti’s mee gemaakt; een rookworst voor bij de geplande stamppot spruitjes (niet de hele worst in één keer hoor; en ook nog niet vandaag: eerst is de quiche met spinazie en blauwschimmelkaas aan de beurt); een netje sjalotten, die zijn multi-inzetbaar; een paar bekers roomyoghurt—dat gaat zo hard dat ik er maar meteen twee heb genomen; twee Kasteeltjes, natuurlijk tripel, dat zet snel zoden aan de dijk. ’s Middags kreeg ik de aanvechting een ‘dagelijkse’ was te draaien, in het bijzonder overhemden en shirts, en de op Silvesterdag bepoedersuikerde pantalon.
Het is dan wel geen tornado, maar het is wel tornen geblazen, tegen de wind op. Het maakt niet uit welke kant je op gaat, de wind draait wel mee. Om wat contanten op zak te hebben ben ik donderdagmorgen naar AH gelaveerd. Abazyn kwam schoonmaken, Saffier is onbereikbaar. Met mijn nieuwe bezem is het balkon aangeveegd, wanneer het mooi weer is gaan we het grondiger doen, met een emmer sop erbij. Terwijl Abazyn bezig was ben ik weer aan de drukproeven gaan werken, die moeten nou maar eens af. Daarna ben ik met de Wildemeisjes gaan winkelen, naar de Big Bazar voor bamisoep, het vaste bezoek aan H&M, bij C1000 voedzame zaken zoals (op mijn bon) vlamtosti’s, kaaspuntjes, kaasvlinders en (nieuw!) Asian Crisps (luchtige cassavecrackers), om te proberen eerst maar eens Thai en Teriyaki. Toen hadden we geen zin meer en zijn we naar huis gegaan. Door de wind gedreven ging Abigail op de terugweg Sinterklaas- en Kerstliedjes zingen. Ik was in een serieuze bui en ben thuis stamppot spruitjes met spekkies en rookworst gaan maken. Voor mijn doen zat ik vroeg te eten, na slechts een half aperitiefje. Omdat de kwaliteit van kunstlicht niet goed genoeg is voor drukproeven heb ik me weer vermaakt met het boek waar ik al een tijd in zit te lezen.
Vrijdag was het ineens rustig en zonnig weer (niet continu, maar ja). Toen ik het gisteren over Driekoningen had, begon Abigail spontaan over de rommelmarkt. Eerst begrepen we niet waar dat zomaar ineens vandaan kwam, maar toen ging Shahbanou een lichtje op. Driekoningen dus, en ook nog de verjaardag van Manoula, oma auto en Kariem.
Zaterdag liet de zon zich ook weer even zien. Na twee tosti’s ham-kaas ben ik gaan afwassen, daarna heb ik boodschappen gedaan, om niet ineens te worden verrast door padloosheid of een nijpend gebrek aan koffiemelk. En de quiches waren in de aanbieding, tweede gratis, dus heb ik mijn assortiment uitgebreid. Drukproeven gelezen zolang als het licht voldoende helder was. VN had ik al uit, ik kon me bij het invallen van de schemering met volle overtuiging op de kranten storten. Lekker aperitiefje erbij, ik had nou echt zin in Father Christmas Vanilla Cream Liquor en Asian Crisps (Thai, om te beginnen). Wat er onderhand allemaal in de linzensoep zat weet ik niet meer, ik heb het laatste kliekje stamppot spruitjes erbij gedaan en plakjes rookworst, het kon net allemaal in de pan. Na drie kommen van die fantasiesoep had ik geen behoefte meer aan een toetje, al kon ik dat met mijn bmi wel lijden (ik bedoel, ik ben nog niet te zwaar).
 

De week van 8 januari

Ook zondag kwam de zon even gedag zeggen. Meteen maar de full scan laten draaien, die deed er deze keer zes uur over (+ 30 seconden, om precies te zijn). Ik wacht dan maar geduldig tot alles gecontroleerd is, reageren op wat ik wil doet de computer in die tijd toch niet of nauwelijks. Ruimte genoeg voor Elsevier, vlamtosti’s, drukproeven, bed verschonen, een paar sjalotjes in de soep snipperen. Een goed gevulde dag dus.
Maandag in de ‘grote’ pauze organiseerde Wim een nieuwjaarsborrel (fris met chips, Dorito’s, popcorn, zoute stokjes enz.) voor de gymnasiumleerlingen; Pauline had met derdeklassers inkopen gedaan bij Dirk, die zit vlak in de buurt van de school. Zita was er ook, al had ze het druk met tentamenvoorbereiding. Na de pauze had de vijfde klas Latijn van Wim, grammaticaoverzicht, daarna oefende hij wat extra Latijn met Jennifer, terwijl ik Sharina zoet hield (of zij mij) met Grieks. Pauline was een paar uur weg, maar kwam later terug, met een prachtig boeket voor mij, toen Wim en ik sectieoverleg voerden bij Annie.

  

Aan mij werd gevraagd om met meerderheid van stem te beslissen waar we zouden eten. “Ik ben nog niet bij de Thai geweest.” Dat is natuurlijk geen antwoord, maar we gingen daar wél heen. Het is maar een paar minuten lopen bij Annie vandaan, aan de Via Caprifolii; dus Thai (restaurant Pasoek) of San Remo is een reëel dilemma, allebei dicht bij Annie. De Thai was heerlijk. Pauline en Wim hadden indertijd de hele buurt afgezocht, toen Pracco ermee ophield. Sanremiëren vergt heel wat van de maag, tenzij je de helft laat staan; bij Pasoek heb ik mijn schaaltje “31. Kai Nam Man Hoi—Kipfilet in oestersaus met groenten” helemaal leeggegeten zonder er maagbezwaren aan over te houden. Met een taxi gingen we ten slotte naar huis.
Dinsdagmorgen was het opnieuw zonnig, meester Fred L. zat ervan te juichen in de docentenkamer. Er was niet veel meer over van Sharina’s pensum Herodotus, we hebben het binnen een lesuur uitgelezen. De rest van de tijd heb ik haar een proef-proefvertaling laten maken. Omdat het volgende week toetsweek is en er geen lessen zijn, heb ik dan alwéér vakantie. Op weg naar huis ben ik bij C1000 langs gegaan voor beleg en koekjes. Om vijf uur, nadat ik aan het keukenraam een poosje met Emran en zijn vriendje had staan praten, belde buurvrouw Farida aan om me twee dubbelgeslagen met prei gevulde pannenkoeken te geven. Ik wilde ze warm opeten en zat daardoor op een voor mij ongewone tijd te tafelen (moet ruim worden opgevat, ik had het bord op schoot, want de tafel valt niet meer te dekken door alle stapels die ik nergens anders kwijt kan). Het was te veel voor een keer, ik hield nog een halve pannenkoek over.
Woensdagmorgen heb ik, met niet al te helder daglicht, weer drukproeven gelezen. Voor een was had ik geen daglicht nodig, ik moest nodig de voorraad schone sokken aanvullen en overhemden en shirts. Ik ben nou helemaal aan de tosti, vandaag weer twee. Abazyn probeerde al tijden Saffier te bereiken, die weer bij mij zou komen schoonmaken. Als het gelukt was om haar te pakken te krijgen, zou Abazyn vandaag langs komen om haar opgespaarde verdiensten op te halen, anders zou ze volgende week weer zelf komen schoonmaken. Ze belde dat ze contact had gehad met ‘het meisje’ en dat ik haar (Abazyn) dus kon verwachten. Ze had een kilo geitenschenkel in stukken voor me meegenomen, cadeautje. ’s Middags heb ik nog een was gedraaid, ik liep achter. Voor het avondeten heb ik stukjes geit gebraden en een paar ervan bij de preipannenkoek gedaan. Er stond in de koelkast een quiche te lorrainen, maar die komt heus nog wel aan de beurt. Ik kan niet alles tegelijk.
Donderdag ging ik weer eens lunchen op het Wildehonk. Amara wilde Dora kijken terwijl Shahbanou Abigail van school haalde. Een verhaal van Dora dat ik nog niet kende, de Sneeuwprinses. Het bleek dat Abigail dat verhaal niet zo leuk vond en het altijd oversloeg (de verhalen erna kwamen me wél bekend voor), terwijl de Sneeuwprinses op het ogenblik juist Amara’s favoriet is. Zo kwam het dus dat ik het indertijd gemist heb. Toen Abigail weer om drie uur weer van school gehaald moest worden, ben ik naar huis gegaan om nog wat aan de drukproeven te doen. Toen het licht te slecht werd waren de kranten er inmiddels, en VN was ook bezorgd. Vandaag wéér geen quiche. ’s Nachts had ik het vlees van de geitenstukjes gesneden en verder laten stoven met sjalotten, een laurierblad en groene pepers uit een pot. Daar heb ik een scheut ketchup bij gedaan en het gegeten met puree.
Vrijdag had ik om half een een afspraak met de tandarts, voor een bespreking van de voorgenomen ingrepen en de medicatie. Er werd nog niets gedaan verder, ik kon zonder stijve mond naar het etentje van Irene ter gelegenheid van de verschijning van haar commentaar op boek 22 van de Ilias. We waren uitgenodigd om half zeven bij Hemelse Modder, Marietje, Bas, Rutger en ik. Irene had nog pas één exemplaar, dus kon ze nog niets uitdelen. Nadat de voorgeschiedenis van het boek uitgebreid was verteld, kozen we houtduif vooraf en als hoofdgerecht wild zwijn; bij het nagerecht liepen we meer uiteen. In 1997 heb ik bij Hemelse Modder (op grond van een eerdere hemelse ervaring) een etentje voor collega’s gegeven n.a.v. mijn 25jarig ambtsjubileum, daarna was ik er niet meer geweest.
Zaterdag is het me gelukt de drukproeven klaar te krijgen. Ik heb deze week trouwens al weer een nieuwe stapel ontvangen. Spontaan heb ik ’s middags de héle afwas gedaan, maar er bleef nog genoeg tijd over voor de kranten. Intussen kon er mooi wat pruttelen; na lange tijd kan ik wel weer zeggen ‘voor de verandering’: kippen-groentesoep.
 

De week van 15 januari

Zondagmorgen begon de full scan tien minuten nadat ik de computer had aangezet (dat heb ik zo ingesteld, ’s zondags om 9 uur [of later], tien minuten nadat de computer is opgestart). Tijdens het scannen kan ik niet veel e-doen, maar ik had de gebruikelijke alternatieven om me niet te vervelen: VN uitlezen en de puzzel maken, brood roosteren (en opeten), eindelijk eens het wasgoed opbergen. Na VN kwam Elsevier aan de beurt (volgorde van binnenkomst). Na 5 uur, 20 minuten en 55 seconden was de scan voltooid, geen dreigingen gevonden. Daar moet ik dus echt een vrije dag voor hebben, want ik ga nooit de deur uit terwijl de computer aan staat (of de wasmachine), of wanneer er een pan op het vuur staat. Na de scan had ik geen zin meer om alsnog de deur uit te gaan, de boodschappen konden wel wachten tot maandag, dus ik heb ze de wacht aangezegd.
Maandagmorgen rustig begonnen, gedoucht, tasje ingepakt, naar het Wildehonk voor de lunch. Onderweg heb ik een volle vuilniszak in de container gedumpt, ik doe toch niks meer met die ouwe troep. Toen ik boven was merkte ik dat de meisjes nog niet thuis waren; vanaf de galerij zag ik de dames aan komen lopen, naar de lift, en ze zagen mij ook. Ik ging ze boven staan opwachten. “Opa!” (bis). Abigail wilde een tosti chorizo-kaas, mijn boterhammen werden ook getostificeerd, Amara had liever (aanvankelijk liever niet) een boterham met K3-hagelslag (‘hartjes’). Toen Shahbanou vroeg of zíj die boterham moest klaarmaken of opa (die vroeger altijd Abigails broodjes klaarmaakte wanneer mama naar fysio was), was de uitkomst dat opa het moest doen. Voor wat hoort wat, Amara had opa’s koffie gemaakt. Dus toen Abigail naar school werd gebracht ging opa een broodje hartjes voor Amara klaarmaken (en die opa strooit er veel meer op dan mama). Die kleine kleuter is razend goed in Mini Loco, ik weet niet voor welke leeftijd de puzzels zijn die ze nu maakt, maar ze is nog niet eens drie jaar. Toen ze Abigail weer van school gingen halen, ben ik boodschappen gaan doen, suiker en koffiemelk, groente en vlees, zakdoekjes, koekjes, knakworstjes (2e blik gratis), boerenyoghurt met bosvruchten en een zak Doritos (cool American, al heb ik het niet zo op Amerika). Vandaag heb ik de tweede portie geitenschenkelstukken gebraden, met een tomaat, een sjalot, kruiden, olijven en groene pepers uit een potje. Stukjes vlees uit de pan, wilde spinazie in de jus, pannetje rijst erbij, alles bij elkaar weer goed voor twee dagen.
Zoals afgesproken kwam Saffier dinsdagmiddag weer schoonmaken. Bij vlagen lees ik verder in een boek waarmee ik (soms al een hele tijd) bezig ben. De nieuwe stapel drukproeven mag nog even blijven liggen, ik ben nauwelijks bekomen van de vorige stapel. Ik kon vandaag zowaar een uitgelezen boek wegzetten en aan een nieuw boek beginnen, De verraders van Baldacci (gewonnen bij de BankGiroLoterij). Voor het diner had ik nog geit met tomaat, sjalot, groene pepers, olijven, wilde spinazie en rijst én van vorige week geit met sjalot, groene pepers, ketchup en puree. Die konden best bij elkaar, maar machtig was het wel. Zo hield ik weer een maaltje over voor barre tijden.
Na een paar tosti’s ben ik woensdagmorgen naar de apotheek gegaan met het recept van de tandenkliniek, voor een preventieve antibioticakuur (ze gaan snijden en boren), pijnstillers als er pijn gestild moet worden, en mondspoeling (voor eigen rekening); de herhaalservice werkt nog niet, daarom moest ik alsnog de huisarts bellen voor nieuwe diskussen. Na de medicijnen heb ik bij AH mijn OV-product opgehaald, zoals dat heet, en heb ik bij die andere apotheek een verjaardagscadeautje voor broeder Odlaniger gekocht. Thuis ben ik de afwas gaan doen, het was niet veel, zodat hij gauw af was. Pánta rheî, ik heb ook nog een was gedraaid, beddengoed. In de tussenliggende vrije tijd heb ik in De verraders zitten lezen, ik houd nog steeds van spannende boeken. Van de geit heb ik nóg weer wat overgehouden, dat moet dan maar een keer soep worden. Nu eerst karbonade, voordat ik begin te mekkeren.
Donderdag ben ik op herhaling geweest bij Amara, jeugdsentiment uit de studio’s van Walt Disney: Alice in Wonderland, Bambi, nog een keer Alice in Wonderland. Amara was hoesterig en raakte vermoeid. Op een gegeven moment lag niet alleen Alice te slapen, maar ook Amara; of Amara ook zo’n wonderlijke droom had als Alice, weet ik niet. Toen iedereen weer netjes thuis was tegen half vier, ben ik naar mijn paddenstoeltje gegaan, via de apotheek (voor de diskussen). Toen het etenstijd werd heb ik de karbonades gebakken en daarna in de jus champignons en een tomaat (er had ook nog een sjalot bij gekund, maar daar had ik niet aan gedacht). Met puree (smaak: kaas). Tegen elf uur ’s avonds stak er een storm op en barstte een onweer los—dat wil zeggen, een flits en een knal. Het kan ook een stuk ruimtepuin zijn geweest, dat met veel geraas en een flits en een knal neerdaalde. Maar het wild geraas keerde na een betrekkelijke stilte terug, dus ik houd wel een slag om de arm wat dat puin betreft. De hoofdstukken van De verraders zijn kort; als het (mijn) bedtijd is, denk ik: “Nog één hoofdstuk.” (En ook nog maar even iets inschenken.) Wanneer het hoofdstuk uit is ga ik verder met het volgende hoofdstuk, want mijn glas is nog niet leeg. En zo verder. Zoals gezegd, ik vind het een spannend boek. Dat neemt niet weg dat ik ook bezig ben geweest met de toets voor aanstaande maandag; eerst de teksten uitzoeken, dan komen de vragen en opdrachten. ’s Nachts ben ik bovendien nog aan de slag gegaan in de keuken, extra bijlagen voor de tweede karbonade bakken: de andere helft van de bak champignons en dan toch nog een sjalot. Vrijdagmorgen liet de zon zich bewonderen (zolang als het duurde, een uur misschien). Nadat ik een paar geschikte passages had gevonden, ben ik verder gegaan met de toets; tussendoor ben ik aan de nieuwe VN begonnen. Tussen de middag een smakelijke uitsmijter kaas-ontbijtspek, eerst de kaas in de pan, dan het spek en als laatste de eieren, geen boter nodig op deze manier. Het balkon ging steeds meer op een duivenmestvaalt lijken, daarom heb ik het een beetje schoongemaakt, maar de duiven kwamen al snel weer terug om mijn inspanningen teniet te doen. De trommel van de wasmachine was voldoende gevuld met ‘dagelijkse’ was om er een draai aan te geven. Zo werd mijn leven voor even weer wat schoner. Nog meer VN, toets en verraders, en voor het diner karbonade met champignons en sjalot en puree (zo’n zakje is voor twee personen, daar kan ik in principe dus twee keer mee doen, al lukt dat niet altijd). Als er nog wat was overgebleven, zou het een ingrediënt voor de toekomstige kliekjessoep zijn geweest, samen met de schamele resten van de geit; maar ik heb mijn bord helemaal leeg gegeten. Geen nood, voor zaterdag had ik nog een emmertje kippen-groentesoep in de vriezer.
De vrijdagavond voltooide toets heb ik zaterdag nog even gecontroleerd en op een paar puntjes gewijzigd, daarna in drievoud afgedrukt (een exemplaar voor Sharina, een voor Wim en een voor mijzelf). Het leek me goed dat vast klaar te hebben, want met het verjaardagsfeest van mijn broer in het zondagse verschiet was het niet zeker of het later nog goed zou komen (ik dacht daarbij aan problemen met de computer of de printer, die zich soms op de meest ongelegen momenten kunnen voordoen). Zo kon ik ook rustig VN en de kranten te lijf gaan. Met de sudoku’s wilde het niet erg vlotten, nou, dan niet.
 

De week van 22 januari

Zondag ging ik met de trein van 12:27 naar Apeldoorn, op verjaardagsvisite bij mijn broer (“Ave frater Odlaniger”, wanneer ik hem mail). Lilo’s moeder was er als eerste (ze hadden haar net opgehaald), toen kwam ik als tweede, klokslag twee uur (niet dat ik iets hoorde slaan; wel aanslaan: Bobby himself, maar dat geblaf imponeert me niet, we zijn toch altijd de beste maatjes). Frédérique, Huib en Bul kwamen daarna, en Larissa met Janwouter en de drie kindertjes, Sitia alleen; de inwonenden waren er al, dus die hoefden niet meer te komen. Ik had maar weer eens mijn cryptogrammenboekje meegenomen voor onderweg, en laat Reggy nou hetzelfde nummer van Cryptotaal krijgen! (Nog veel meer, maar dat ga ik niet allemaal opnoemen.) Het was gezellig de familie (niet compleet, maar toch) weer eens bij elkaar te zien. Natuurlijk ging ik als laatste weg, dat weet onderhand iedereen. Haastige spoed is slecht voor de gezondheid.
Maandag: Wildelunch; Amara heeft mijn broodje gekookte worst opgegeten (en haar eigen broodje hartjes alleen maar kaalgeplukt, de hagelslag opgegeten, niet de boterham zelf); maar aan de andere kant heeft ze ook koffie voor me gemaakt. Ik ben de meisjes om twaalf uur tegemoet gelopen toen ze uit school kwamen; zodra ze me zagen hoefde Amara ineens niet meer gedragen te worden. Op weg naar huis zagen we een regenboog, Abigail was helemaal enthousiast: “Voor het eerst van mijn leven! Een regenboog! De eerste keer!” Om kwart voor twee moest ik opstappen, naar mijn schooltje met grote kinderen. Ik heb me laten misleiden door de kleur van bus 109, die was niet geel maar rood. De 109 reed dus gewoon mijn neus voorbij, ik had mijn hand niet opgestoken. Maar nu was ik erop bedacht, ook de 105 was rood, die heb ik dus wel voor me laten stoppen. Sharina kreeg een prachtige toets Herodotus, over de geboorte van Cyrus, zijn tevondelinglegging (die niet doorging, zie hierna), zijn opvoeding door de koeherder en zijn vrouw Tevelien dan wel Honda—zij had een doodgeboren kind gekregen, en die baby hadden ze te vondeling gelegd. Na school viel er voor Wim en mij heel wat te overleggen bij Annie, over de teloorgang van de klassieke talen aan school en universiteit, waardoor onze hele westerse cultuur op de rand van de afgrond komt te balanceren. Een glaasje bij De Bult vermag onze smart nauwelijks te verzachten. Voorbereidend kokkerellen was er ’s nachts niet meer van gekomen; gelukkig had ik nog twee quiches in de vriezer, daarvan heb ik er een uitgekozen (kaas & broccoli) en een kwartier in het oventje opgewarmd. Daarna heb ik de afwas gedaan, ik gebruik bordjes en bestek bij de vleet, en dat wreekt zich.
Dinsdagmorgen in het schemerdonker opgestaan, niet helemaal voor dag en dauw, maar vroeg genoeg voor mij als pensionado. De derde schoolperiode is begonnen, met mijn vijfde klas ben ik begonnen met een verdedigingsrede van Lysias, die hij heeft geschreven voor Euphiletus. Deze had de minnaar van zijn vrouw doodgeslagen, en hij vond dat dat rechtmatig was. Dat moest voor de jury worden hardgemaakt. Op de terugweg naar huis ben ik bij Shahbanou een zachte worst uit de sterren- en planetenbuurt op gaan halen, als ze naar de kapper/nagelstudio gaat neemt ze altijd zo’n worst voor me mee. Gerookte vleesworst denk ik dat je hem kunt noemen. Toen Shahbanou en Amara Abigail en een schoolvriendinnetje gingen ophalen, ben ik naar AH gegaan om mijn paddo’s en koffiemelk aan te vullen. Er stond nog meer op mijn verlanglijstje: kuipje margarine, toiletpapier, Wetties, brood, “chips” (deze keer kaaskoekjes en dry roasted pinda’s, barbecuesmaak). Ik heb ook even gekeken hoe het met Galli ging, want ik was door mijn Russisch watertje heen. Alles uitgepakt en opgeborgen, bamisoep gegeten, toets nagekeken, kranten uit de bus gehaald, watertje erbij. Buurvrouw Wil belde, de laatste keer was maanden geleden. Ze zit nu in Almere in een verzorgingstehuis, in afwachting van een aanleunwoning daar. Zo erg buur is ze dus niet meer. Buurvrouw Gerda belde aan, of ze bij mij even een taxibusje mocht bestellen om haar woensdagmorgen naar het ziekenhuis te brengen voor onderzoek, de batterij van haar telefoon was leeg. Ik had net aardappels geschild, maar het eten kon nog wel even wachten. Na Gerda’s vertrek heb ik de aardappels en spruitjes tezamen gekookt, daar heb ik geen twee pannen voor nodig. Als vlees had ik Toscaanse worstjes (puur rundvlees, maar wel in varkensdarm). Het was inmiddels acht uur, mediterrane etenstijd (dan ben je trouwens nog aan de vroege kant). ’s Avonds nog wat Elsevier en Verraders, zo werd het drie uur of half vier, hora ruit.
Woensdag kalm aan gedaan, gegeten, gelezen, cryptogrammen opgelost. De aardappels met spruitjes die waren overgebleven werden wederom gemediterraniseerd met een paar Toscaanse worstjes, anders was het gewoon Hollandse kost geweest. Op het transactieoverzicht van mijn OV-chipkaart zag ik dat ik dinsdag bij school was ingecheckt en op het Buikslotermeerplein uitgecheckt en meteen wéér ingecheckt. Pogingen om € 4 instapgeld terug te krijgen, terwijl ik toch echt was uitgestapt, faalden jammerlijk.

Lang leve EBS.

Donderdag had ik een paar boterhammen belegd met een uitsmijter met ontbijtspek. Toen ik bij de Wildemeisjes ging lunchen, vroeg Shahbanou aan de kleintjes of ze een uitsmijter (Abigail noemt het een “plat ei”) op brood wilden. Toen haalde ik mijn lunchzakje te voorschijn. Óók uitsmijter! Zulke dingen gebeuren wel vaker. Abigail was niet naar school, ze was niet helemaal lekker. Na de boterham hebben we naar Assepoester gekeken (opa’s favoriete Disney-film, zei Shahbanou). Dibberdie dabberdie doe. Dat doet me aan een jaar of zestig geleden denken. Toen ik naar huis ging was het over vieren, ik had geen zin meer in boodschappen doen. Sjalotjes bakken voor wéér een mediterrane maaltijd? Nee, ik had nog een quiche met spinazie en blauwschimmelkaas. De twee resterende Toscaanse worstjes heb ik in de vriezer geworpen, die komen volgende week aan de beurt, wanneer ik ook weer groente en aardappels in huis heb. Van vrijdag tot en met zondag ben ik al onder de pannen, vrijdag Hellenistendag met diner, zaterdag en zondag in Apeldoorn voor Tietjes verjaardag. Ik noem mijn jongste zusje al een tijd zo, maar die naam ben ik ook een keer in de krant tegengekomen. En dat sloeg niet op haar (het was een rouwadvertentie).
Vrijdagmorgen met bus en metro naar het Letterengebouw van de VU, waar deze keer de jaarlijkse Hellenistendag (Graecidag mag ook) plaatsvond. Ik begon met mijn beker koffie om te stoten, zodat het hele dienblad dreef. Met de tweede beker ging het goed.

De kosten voor koffie, lunch en thee vielen mee, € 20 i.p.v. € 25. De organisatoren hadden het niet op een akkoordje weten te gooien met Koetjes en Kalfjes, daarom gingen we dineren in het restaurant van de VU. Bij de halte bij de VU dacht ik, toen ik huiswaarts ging, in de metro (lijn 51) te stappen, daarom heb ik op het perron ingecheckt; maar toen ik vreemde haltes hoorde omroepen, besefte ik dat ik in de tram (lijn 5) was gestapt. De rit duurt iets langer, maar ik hoefde niet te wachten. Bij het uitchecken zag ik ‘goede reis’, alsof ik instapte, dus nog een keer scannen (ritprijs 55 cent), en de aansluitende bus gaf ‘overstap’ aan. Nou maar hopen dat ik bij de afrekening niet weer te zien krijg dat ik duur uit geweest ben. Deze keer is het dan wel door mijn eigen onoplettendheid, als ik er € 4 bij ingeschoten ben (dat scheelt een plaatje met sarcastisch onderschrift). Maar het was een genoeglijke dag, dus geen gezeur.
Januari is een drukke verjaardagenmaand voor de familie. Het begint meteen al op 1 januari met ons schoonzusje Lilo, dan komt ons nichtje Larissa op 7 januari, broeder Odlaniger op 23 januari, nichtje Karin op 25 januari en zuster Tietje op 29 januari. Dan sla ik nog een nicht (Minie, 2 jan.) en een neef (Jan, 3 jan.—neef Jan, niet Jan van Lidy) over. Lidy vierde het op zaterdag, maar ik had haar al bij voorbaat gewaarschuwd dat ik op ‘de dag zelf’ er nog zou zijn om haar heuselijk te feliciteren. Zo gezegd, zo gedaan. Met de trein van 14:57 was ik naar Apeldoorn gegaan, zodat ik om half vijf bij Lidy was. Later kwamen Ma (Jans moeder), Arno en Ivania (‘Ivo Niehe’) en Reggy. Jos en Ton kwamen niet, die waren vertrokken voor een cruise van Genua naar Casablanca, en Wendy en Aaron zaten in Karinthië om te skiën (als ze de sneeuw konden vinden). Daisy zou zondag komen, maar de kleine Anouar was ziekjes (dat wisten we trouwens zaterdag nog niet, ik speel hier een beetje vals). Ma, Arno en Ivania vertrokken vóór middernacht, maar Reggy en ik waren er om 12 uur nog, en toen was ons zusje echt jarig. Lidy en ik hebben nog even doorgehaald tot half drie, drie uur, dat wisten we later niet precies meer.
 

De week van 29 januari

Zondag was ik nog bij Lidy en Jan. Lidy had voor het ontbijt brood in de oven gedaan, zodat het een lekker knapperige korst kreeg, en daar een uitsmijter bij gebakken. Jan ontdekte een paar eksters, die druk in de weer waren met nestbouw, takje hier, takje daar, in een hoge boom. Zelf ontdekte ik ook iets, namelijk dat mijn mobiel het niet meer deed. Na het avondeten, groentesoep met broodjes, begon ik over de terugreis na te denken. Trein van half tien, dan was ik om elf uur thuis. Kwart voor negen naar de bushalte, twintig minuten door en door verkleumd raken op het station, Amersfoort overstappen (korte kleum), in Amsterdam nog even genieten van de pittige kou totdat de bus kwam, en toen was ik inderdaad om elf uur thuis. Wim had al een paar dagen verwoede pogingen gedaan om me te bellen, maar ’s avonds na elf uur wil ik niet meer terugbellen, niet iedereen heeft een boodschap aan mijn achterlijke bedtijden.
Maandag begonnen met een warme douche, toen met mijn boterhammetjes naar de Wildemeisjes. Ik ben ze weer tegemoet gelopen toen ze van school kwamen. Amara mocht niet naar me toe hollen van Shahbanou, het was plaatselijk glad en ze valt toch al vaak (te onstuimig bij het klauteren). Toen was Amara gepikeerd, ze wilde geen ‘dag opa’ zeggen; en Shahbanou vond dat niet in de haak, ‘ga dan maar naar bed’. Het heeft een hele tijd geduurd voordat Amara eindelijk ‘dag opa’ zei. Toen was het goed, we hebben samen op de bank televisie gekeken terwijl Abigail weer naar school werd gebracht. Op de gebruikelijke tijd ging ik naar de bus om naar school te gaan. Daar was Wim al bezig met mijn klasje Grieks: het rooster is gewijzigd en dat had hij me Diets willen maken, maar hij had me dus niet aan de telefoon gekregen. Pauline had geconstateerd dat er nog geen nieuw weekjournaal was. Zou er iets met me zijn? Nou nee, gewoon weg. Door de roosterwijziging hebben we nu iets meer tijd voor sectieoverleg, wel zo rustig, al moeten we toch nog de tijd in de gaten houden—voor je het weet heb je je ingesteld op de extra tijd. Thuis heb ik mijn laatste kliekje geit opgegeten, door alle uithuizigheid had ik al een poosje geen boodschappen gedaan, zodoende had ik weinig meer in huis. Ik was al een tijdje van plan een jeanswas te draaien, maar omdat dat wat magertjes was heb ik er nog een paar andere spullen bij gestopt. Door gedommel heb ik de machine niet horen centrifugeren. Nou, dat was mooi, zo raak ik misschien over mijn trauma heen. Door alle verkilling van de laatste dagen ben ik natuurlijk weer ten prooi gevallen aan verkoudheid, de neus loopt zo hard dat ik hem niet kan bijhouden. Shirt drijfnat, hup in de wasmand.
Dinsdagmorgen was het weer frisjes, de verwachting is dat het nog frisser wordt. Pakje zakdoekjes mee naar school (die heb ik altijd bij me, maar niet altijd nodig; nu wel). We zijn goed opgeschoten met de overspelige vrouw van Euphiletus. De goede man had in het begin niets in de gaten. Onderweg naar huis heb ik boodschappen gedaan bij C1000, daar kwam ik toch langs. Beleg, aardappels en groente, de rest komt volgende keer wel. Saffier was laat, ik was bang dat ze misschien had proberen te bellen naar mijn mobiel dat ze niet kwam, en mijn mobiel doet het niet; maar nee, ze had op school een gesprek gehad en was daarom wat later. Toen ik haar een mok thee gaf om wat warmer te worden, wilde ze graag een potje dammen (ze had het bord zien staan). Raden wie er gewonnen heeft: Saffier. Daarna is ze ijverig aan de slag gegaan. Ik vond het te koud om het balkon te schrobben, anders wordt het een ijsbaan; maar de duiven hebben deze locatie gekozen als openbaar toilet, dus wordt het iedere keer weer een troep van jewelste. Leuk dat ze het bij mij zo gezellig vinden. Met de laatste twee Toscaanse worstjes en de verse boodschappen heb ik een diner in elkaar gedraaid, sperziebonen, aardappels en die worstjes. De jus moest ik improviseren, een scheut vloeibare margarine en kookvocht met een lichte tinteling van Worcestersaus en Tabasco. Aan bedjes van rucola of zo doe ik niet.
Woensdag vroeg naar school, door het nieuwe rooster (1e uur: 8:30-9:20), en zo was ik ook vroeg weer thuis. Vreemde gewaarwording, om een uur of tien al terug van school. We hebben weer een stukje van het overspelavontuur gelezen, Euphiletus moest het van een oud wijf op straat horen, want hij had zelf maar steeds niets in de gaten. Op school had ik een paar stukjes van mijn brood opgegeten, op dat uur van de dag kon ik het zelfs ontbijt noemen, maar ik had nog wat over, waarvan ik thuis tosti heb gemaakt. Tegen de middag belde een medewerker van Smederij Goedhart aan, de borstweringen van de balkons worden dezer dagen in het hele complex beveiligd met stalen hoeklijnen. Gelukkig was ik thuis, anders had ik telefonisch een afspraak moeten maken, nu is het maar mooi gebeurd. (Let maar niet op de duivenpoep, het is nu geen weer om er wat aan te doen.) Alleen moeten de schroeven nog worden aangedraaid door een speciale aandraaier. Voor een afspraak word ik gebeld. ’s Middags ben ik kippenpoten gaan braden met sjalotten, knoflook en champignons, en daar heb ik na enige weifeling pasta bij gekookt (rijst had ook gekund). Verder had ik weer een mooie ‘dagelijkse was’ bij elkaar (die duurt korter dan ‘donkere kleding’; wat mij betreft kan een dagelijkse was ook donker zijn, of een donkere was dagelijks). Het wilde bij mij thuis maar niet behaaglijk worden, de hete radiator verloor het van de kou buiten. Dat leidde tot het wonderlijke tafereel dat ik een trui aan had.
Donderdag ben ik met mijn boterhammetjes naar het Wildehonk getogen, waar Amara naar ‘K3 in de sneeuw’ zat te kijken. (“Nee opa, K3 met de sneeuw.”) Als ik op tijd ben hoeft ze niet mee Abigail van school halen; ’s ochtends had ze lopen huilen van de kou. Die kleintjes zouden eigenlijk vorstverlet moeten hebben, al lijkt Abigail, goed ingepakt, er wel aardig tegen te kunnen. Ik ben gebleven tot Abigail ’s middags weer terug was van school, dan kon Amara verder binnen blijven. Als ik niet per ongeluk langs een supermarkt kom, doe ik even geen boodschappen. Ik had nog maar weinig in de provisiekast, maar er valt altijd wel wat te combineren. Shahbanou gaf een paar potten pastasaus mee, die de kleintjes (en de groten, geloof ik) niet zo denderend vinden. Ik heb dus om te beginnen pasta gekookt en verse knakworstjes in stukjes gesneden door de saus geroerd. Inderdaad zat er niet bijzonder veel smaak aan de eerste pot (d.w.z. de inhoud ervan, tomaat-olijf-knoflook). Een beetje ketchup, Maggi, chilisaus en mayonaise erdoor en kaas eroverheen hielp wel wat, maar door het restant (voor morgen, en dan houd ik misschien nog weer wat over) heb ik een flinke scheut sojasaus van Kikkoman gegoten.
Vrijdag belde Shahbanou dat ik via de website van EBS moest proberen het teveel betaalde terug te krijgen. Het lukte op die manier inderdaad om een aanvraagformulier voor restitutie te downloaden en uit te printen. Dat moet dan ingevuld en met een transactieoverzicht worden opgestuurd. Noutje vertelde dat het had gesneeuwd toen ze Abigail naar school bracht; later zag ik met eigen ogen dat er nog meer sneeuw viel, er spreidde zich een heuse witte deken uit over straat en tuin. Om de kippenpoten niet overstuur te laten raken heb ik vast kippen-groentesoep gemaakt, voor zaterdag en zondag. Het was hoog tijd voor een afwas, zowat alle bestek was gebruikt en nog wel wat meer. Al twee zondagen had ik niet full gescand wegens uithuizigheid, ik dacht kom jongen laten we dat vandaag maar doen. Twee keer werd de scan afgebroken, ik weet niet waardoor. Gewoon even wat vloeken en dan overgaan tot de orde van de dag, voor zover er van orde sprake is. Ik wilde de pasta wat opsieren. Kuiltje olijfolie in de wadjan, toen die heet was knoflook erin en sjalotten, Worcestersaus, Tabasco, ketchup, mayonaise, mascarpone met gorgonzola, alles lekker gefruit en geroerd en daardoorheen een bakje pasta uit voorraad, voilà mijn diner van vandaag. Het smaakte goed, de resterende pasta (nog een volle bak) heb ik in de vriezer gezet, want er was dus al soep voor het weekeinde.
Zaterdag. Rijstwafels met vleesbeleg en een beschuitje met kaas (want mijn brood was op); een paar uur later rijstwafels met tonijn in light mayo; koffie met Smarties en pure chocoladeblaadjes (met hulst, van Kerstmis overgebleven; de Wildemannetjes houden niet van puur) en een kandijklont. Hoe overleef ik de kou met een verkouden lijf en geen lust om boodschappen te doen? Twee of drie lagen kleding, twee paar sokken aan, en nog krijg ik het niet warm. Toch zag het er vandaag vriendelijk uit, mooi wit met een stralende zon. Afijn, ik heb ook nog een heleboel puree in huis en pakjes bamisoep, aardappels die ik kan bakken, sardines in olijfolie, een blikje knakworstjes, rijst, als ik aan de soep niet genoeg heb. Ik had voldoende lectuur (kranten, weekbladen, verraders) om het een paar dagen als kluizenaar naar mijn zin te hebben.

 


Start | Info over mezelf | Interesses | Favorieten | Weekjournaal | Fotomap