| < > |
Weekjournaal
|
|
Weekjournaal |
(Laatste bewerking: zondag 12 februari
2012) De week van 5 februari Zondag dacht ik: “Frederik, doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg.” Ik heb dus normaal de full scan zijn werk laten doen (na de twee afgebroken pogingen van vrijdag werd die van vandaag helemaal voltooid; duur: 3:22:22, de snelste tijd sinds maanden), rijstwafels gegeten, het bed verschoond en een bamisoepje gegeten. Toen ben ik naar AH gegaan, met twee shirts en een overhemd aan en twee paar sokken. Het voelde niet aan als een poolexpeditie. Nu heb ik gelukkig weer brood in huis, groente en vlees, toetjes, koffiemelk, paddo’s, farfalle, tonijn in mayo, scharreleieren, beschuit, Kasteelbiertjes (voor de nieren), Doppeldouche, Doritos en kaaspuntjes. Terug van de boodschappen heb ik Wil gebeld voor haar verjaardag, ze vond het leuk dat ik eraan had gedacht. Daarna wilde ik de Werf bellen dat ik niet op de pasta-avond kan komen, omdat mijn kleinzoon (ik heb er maar een, dus dat is duidelijk genoeg) dan jarig is, maar de telefoon hield ermee op, batterij leeg, terwijl ik dat ding dag en nacht op de oplader heb staan.
Nou was ik écht contactarm, want mijn mobiel doet het dus ook niet meer.
Allebei aan vervanging toe. Ik heb me keurig aangepast aan de
weersomstandigheden, midden op de middag twee beschuiten met kaas en
drie verse boterhammen met vleesbeleg. Elsevier uitgelezen, soep
gegeten. Ondanks de beschermingsfactor die mijn baard mij biedt heb ik
hem ’s avonds gekortwiekt, daarna een heerlijke warme douche om de korte
haartjes weg te spoelen. ’s Maandags ben ik altijd laat (wat heet laat:
om een uur of zes) uit school (en Bult), daarom heb ik vast
kalkoenschnitzels gebakken en in de jus tomaten en een rode paprika
gestoofd. Als de hongersnood bij thuiskomst hoog is kan ik snel eten,
even puree maken en klaar is kees. Goed uitgedokterd allemaal.
Opgerold staat netjes.
Rocket City. Amara mankeerde niets, net zo ongezeglijk als altijd (totdat ze mag kiezen tussen doorgaan of straf). Lekker kind. Ze heeft koffie voor opa gemaakt, voor bij zijn boterhammetjes. Het broodje Duits gehakt smaakte haar niet helemaal zoals ze had gedroomd, ik mocht het zelf verder opeten. Abigail heeft er ook een paar hapjes van genomen, maar ze had gewoon niet veel eetlust. Een beker sap, een keelsnoepje, daar bleef het bij. Ik vertelde dat mijn opa (van moederskant; 6-2-1873—17-4-1960) op 6 februari jarig was. Om half twee ging ik naar school, waar Wim al bezig was met mijn vijfde klas, ten gevolge van het gewijzigde rooster. Toen ik was gearriveerd, heb ik het weer overgenomen, maar Wim deed volop mee. We hadden weer voldoende stof voor uitgebreid sectieoverleg bij Annie. Daar zat bij het raam in het zonnetje een goedgemutste dame thee te drinken. Voordat ze vertrok kwam ze even naar ons toe. “Bent u niet de vader van Neil?” Ik had haar niet zo gauw herkend, Jeanine (van de spelling ben ik niet zeker); ze had een tijd terug, tien jaar of langer geleden, op de Werf gewerkt, en gaat daar nog geregeld langs om de ‘kinderen’ gedag te zeggen. “Frits was het toch?” Ze geeft tegenwoordig les op een basisschool. Op de Werf heeft ze geleerd extra op lichaamstaal te letten, daar heeft ze nu in haar groep 3 veel profijt van. Omdat op haar school de waterleiding bevroren was, was iedereen naar huis gestuurd; je kon ook ergens anders heen, natuurlijk, bijvoorbeeld naar Annie. Dat was leuk, een oude bekende op een onverwachte plek. Binnen in het zonnetje was het lekker, buiten was het inmiddels bijtend koud geworden, zoals we merkten toen we het pand hadden verlaten en op de bus stonden te wachten. Onderweg van mijn uitstaphalte naar huis moest ik noodgedwongen het pissoir bij de taxistandplaats bezoeken, het water stond me tot aan de lippen.
Gelukkig kon ik me thuis verkwikken met een kalkoenlapje en wat er bij
zat. En voor de lekkere gezondheid volle kwark met kersen toe.
Mijn mobiel had ik meegenomen naar het Wildehonk, die gaf daar ineens
weer beeld. Maar toen ik thuis een hernieuwde poging deed het beestje op
te laden, was het weer van hetzelfde trillen een pak, ofwel: bekijk het
maar. Nou heb ik onderhand wel héél sterk de neiging een nieuwe te
kopen, ik kan niet eens meer elektronisch betalen, want ter bevestiging
van de betaalopdracht moet ik een tan-code invullen, en die ontvang ik
op mijn mobiel. Dat wordt binnenkort een electronicawinkeldag: nieuwe
mobiel, nieuwe huistelefoon (heeft ook te veel kuren), misschien iets
laptop-achtigs (de computer is soms nog trager dan het baasje). Ma sœur
Frédérique artistique was vandaag jarig, ik dacht kom, een telefoontje
is wel leuk, gezellig even bijpraten. Ze was lekker drumsticks en
vleugeltjes aan het bakken, daar houden de kleine meisjes ook van (maar
Huib niet). Later op de dag, na weer een paar keer mijn mobieltje te
hebben geprobeerd, bedacht ik dat ik ook altijd nog gebruik kan maken
van acceptgiro’s en overschrijvingskaarten, giro-enveloppen heb ik in
voorraad. Gek hoe gauw je vergeet hoe het vroeger ging. En daar ging ze
dan, de laatste portie kalkoenschnitzel met rijst en paprika. Ik moet
maar eens wat restanten opmaken; om te beginnen heb ik de gigli uit de
vriezer gehaald, als ik me goed herinner was dat best te eten. En
zaterdag is er soep, al dan niet opgevuld met een restje pasta (als de
gigli niet opraken).
Nieuwe geluiden. Het telefoonboek van het mobieltje staat op de simkaart, maar voor de huistelefoon moet ik opnieuw beginnen. Er kunnen meer nummers in dan in de oude, nou hoef ik helemáál niets meer te onthouden (deed ik toch al niet, opzoeken kan ook als het nummer niet is opgeslagen). Er was nog zo veel pasta over dat de soep in de wacht staat. Misschien maar goed ook, ik geloof nooit dat die nog genoeg was voor twee dagen (dat zien we morgen dan wel weer). Ik kon nu ook weer girobankieren, van de papieren versie was het nog niet gekomen.
Op een bruisend 2012. Zo
netjes hebben we het niet ieder jaar, de eerste dag van de week, de
maand en het jaar op een en dezelfde dag. Om half twee of zo was
iedereen moe, ik zei “ga maar lekker slapen”. Wanneer ik thuis kom ga ik
nooit meteen naar bed, ik heb nog tot half vier zitten lezen (het kan
ook vier uur zijn geweest). De paling die ik had meegebracht ging erin
als koek, maar de surimi viel niet in de smaak; die heb ik in mijn
eentje zitten oppeuzelen en de rest kreeg ik mee terug naar huis. Toen
ik om tien uur opstond heb ik even de e-post gecheckt en toen de full
scan aangezet. Geroosterde boterhammen met surimi, daar een sausje
overheen van mayonaise met ketchup, en nog een paar sticks met saus
zonder brood. Lekker, voor wie ervan houdt. De afwas van vorig jaar
stond er nog, eerst maar de borden en het bestek, de kopjes en
schoteltjes, de pannen, niet meteen overdrijven, ook wat laten staan. Na
vijf uur en vijf minuten was de scan klaar, toen kon ik het journaal van
afgelopen week voltooien. Verder heb ik me niet al te druk gemaakt, die
afwas was al mooi genoeg. Beetje Elsevier, bamisoepje om vier uur. Voor
het eerste avondmaal van 2012 had ik de laatste slavink met witlof en
aardappels uit de vriezer gehaald. ’s Avonds heb ik mijn jarige
schoonzusje gebeld. Ook heb ik Wim gebeld, dat ik de nachtelijke
boodschap—dat de reis bevestigd en betaald was—had beluisterd. Ik ben
ook vast aan de kranten begonnen, daar is zaterdag natuurlijk niets van
gekomen. ’s Nachts heb ik tomaten met uien en knoflook gestoofd en er
een klein blikje linzen doorheen gemengd; de tomaten moesten spoedig
worden gebruikt op straffe van verrotting. Ik had het al helemaal
uitgestippeld: Catalaanse braadworstjes met puree en stoofpot.
Geheel onverwacht was het woensdagochtend uitgesproken boodschappenweer, en dat kwam goed uit. Drie broden, van € 2,97 voor € 2 (‘volumebrood’), daar moet ik weer een paar dagen mee vooruit kunnen; achterham en jong belegen kaas, daar heb ik meteen tosti’s mee gemaakt; een rookworst voor bij de geplande stamppot spruitjes (niet de hele worst in één keer hoor; en ook nog niet vandaag: eerst is de quiche met spinazie en blauwschimmelkaas aan de beurt); een netje sjalotten, die zijn multi-inzetbaar; een paar bekers roomyoghurt—dat gaat zo hard dat ik er maar meteen twee heb genomen; twee Kasteeltjes, natuurlijk tripel, dat zet snel zoden aan de dijk. ’s Middags kreeg ik de aanvechting een ‘dagelijkse’ was te draaien, in het bijzonder overhemden en shirts, en de op Silvesterdag bepoedersuikerde pantalon. Het is dan wel geen tornado, maar het is wel tornen geblazen, tegen de wind op. Het maakt niet uit welke kant je op gaat, de wind draait wel mee. Om wat contanten op zak te hebben ben ik donderdagmorgen naar AH gelaveerd. Abazyn kwam schoonmaken, Saffier is onbereikbaar. Met mijn nieuwe bezem is het balkon aangeveegd, wanneer het mooi weer is gaan we het grondiger doen, met een emmer sop erbij. Terwijl Abazyn bezig was ben ik weer aan de drukproeven gaan werken, die moeten nou maar eens af. Daarna ben ik met de Wildemeisjes gaan winkelen, naar de Big Bazar voor bamisoep, het vaste bezoek aan H&M, bij C1000 voedzame zaken zoals (op mijn bon) vlamtosti’s, kaaspuntjes, kaasvlinders en (nieuw!) Asian Crisps (luchtige cassavecrackers), om te proberen eerst maar eens Thai en Teriyaki. Toen hadden we geen zin meer en zijn we naar huis gegaan. Door de wind gedreven ging Abigail op de terugweg Sinterklaas- en Kerstliedjes zingen. Ik was in een serieuze bui en ben thuis stamppot spruitjes met spekkies en rookworst gaan maken. Voor mijn doen zat ik vroeg te eten, na slechts een half aperitiefje. Omdat de kwaliteit van kunstlicht niet goed genoeg is voor drukproeven heb ik me weer vermaakt met het boek waar ik al een tijd in zit te lezen. Vrijdag was het ineens rustig en zonnig weer (niet continu, maar ja). Toen ik het gisteren over Driekoningen had, begon Abigail spontaan over de rommelmarkt. Eerst begrepen we niet waar dat zomaar ineens vandaan kwam, maar toen ging Shahbanou een lichtje op. Driekoningen dus, en ook nog de verjaardag van Manoula, oma auto en Kariem. Zaterdag liet de zon zich ook weer even zien. Na twee tosti’s ham-kaas ben ik gaan afwassen, daarna heb ik boodschappen gedaan, om niet ineens te worden verrast door padloosheid of een nijpend gebrek aan koffiemelk. En de quiches waren in de aanbieding, tweede gratis, dus heb ik mijn assortiment uitgebreid. Drukproeven gelezen zolang als het licht voldoende helder was. VN had ik al uit, ik kon me bij het invallen van de schemering met volle overtuiging op de kranten storten. Lekker aperitiefje erbij, ik had nou echt zin in Father Christmas Vanilla Cream Liquor en Asian Crisps (Thai, om te beginnen). Wat er onderhand allemaal in de linzensoep zat weet ik niet meer, ik heb het laatste kliekje stamppot spruitjes erbij gedaan en plakjes rookworst, het kon net allemaal in de pan. Na drie kommen van die fantasiesoep had ik geen behoefte meer aan een toetje, al kon ik dat met mijn bmi wel lijden (ik bedoel, ik ben nog niet te zwaar). De week van 8 januari
Ook zondag kwam de zon even gedag zeggen. Meteen maar de full scan laten
draaien, die deed er deze keer zes uur over (+ 30 seconden, om precies
te zijn). Ik wacht dan maar geduldig tot alles gecontroleerd is,
reageren op wat ik wil doet de computer in die tijd toch niet of
nauwelijks. Ruimte genoeg voor Elsevier, vlamtosti’s, drukproeven, bed
verschonen, een paar sjalotjes in de soep snipperen. Een goed gevulde
dag dus.
Dinsdagmorgen was het opnieuw zonnig, meester Fred L. zat ervan te juichen in de docentenkamer. Er was niet veel meer over van Sharina’s pensum Herodotus, we hebben het binnen een lesuur uitgelezen. De rest van de tijd heb ik haar een proef-proefvertaling laten maken. Omdat het volgende week toetsweek is en er geen lessen zijn, heb ik dan alwéér vakantie. Op weg naar huis ben ik bij C1000 langs gegaan voor beleg en koekjes. Om vijf uur, nadat ik aan het keukenraam een poosje met Emran en zijn vriendje had staan praten, belde buurvrouw Farida aan om me twee dubbelgeslagen met prei gevulde pannenkoeken te geven. Ik wilde ze warm opeten en zat daardoor op een voor mij ongewone tijd te tafelen (moet ruim worden opgevat, ik had het bord op schoot, want de tafel valt niet meer te dekken door alle stapels die ik nergens anders kwijt kan). Het was te veel voor een keer, ik hield nog een halve pannenkoek over. Woensdagmorgen heb ik, met niet al te helder daglicht, weer drukproeven gelezen. Voor een was had ik geen daglicht nodig, ik moest nodig de voorraad schone sokken aanvullen en overhemden en shirts. Ik ben nou helemaal aan de tosti, vandaag weer twee. Abazyn probeerde al tijden Saffier te bereiken, die weer bij mij zou komen schoonmaken. Als het gelukt was om haar te pakken te krijgen, zou Abazyn vandaag langs komen om haar opgespaarde verdiensten op te halen, anders zou ze volgende week weer zelf komen schoonmaken. Ze belde dat ze contact had gehad met ‘het meisje’ en dat ik haar (Abazyn) dus kon verwachten. Ze had een kilo geitenschenkel in stukken voor me meegenomen, cadeautje. ’s Middags heb ik nog een was gedraaid, ik liep achter. Voor het avondeten heb ik stukjes geit gebraden en een paar ervan bij de preipannenkoek gedaan. Er stond in de koelkast een quiche te lorrainen, maar die komt heus nog wel aan de beurt. Ik kan niet alles tegelijk. Donderdag ging ik weer eens lunchen op het Wildehonk. Amara wilde Dora kijken terwijl Shahbanou Abigail van school haalde. Een verhaal van Dora dat ik nog niet kende, de Sneeuwprinses. Het bleek dat Abigail dat verhaal niet zo leuk vond en het altijd oversloeg (de verhalen erna kwamen me wél bekend voor), terwijl de Sneeuwprinses op het ogenblik juist Amara’s favoriet is. Zo kwam het dus dat ik het indertijd gemist heb. Toen Abigail weer om drie uur weer van school gehaald moest worden, ben ik naar huis gegaan om nog wat aan de drukproeven te doen. Toen het licht te slecht werd waren de kranten er inmiddels, en VN was ook bezorgd. Vandaag wéér geen quiche. ’s Nachts had ik het vlees van de geitenstukjes gesneden en verder laten stoven met sjalotten, een laurierblad en groene pepers uit een pot. Daar heb ik een scheut ketchup bij gedaan en het gegeten met puree. Vrijdag had ik om half een een afspraak met de tandarts, voor een bespreking van de voorgenomen ingrepen en de medicatie. Er werd nog niets gedaan verder, ik kon zonder stijve mond naar het etentje van Irene ter gelegenheid van de verschijning van haar commentaar op boek 22 van de Ilias. We waren uitgenodigd om half zeven bij Hemelse Modder, Marietje, Bas, Rutger en ik. Irene had nog pas één exemplaar, dus kon ze nog niets uitdelen. Nadat de voorgeschiedenis van het boek uitgebreid was verteld, kozen we houtduif vooraf en als hoofdgerecht wild zwijn; bij het nagerecht liepen we meer uiteen. In 1997 heb ik bij Hemelse Modder (op grond van een eerdere hemelse ervaring) een etentje voor collega’s gegeven n.a.v. mijn 25jarig ambtsjubileum, daarna was ik er niet meer geweest. Zaterdag is het me gelukt de drukproeven klaar te krijgen. Ik heb deze week trouwens al weer een nieuwe stapel ontvangen. Spontaan heb ik ’s middags de héle afwas gedaan, maar er bleef nog genoeg tijd over voor de kranten. Intussen kon er mooi wat pruttelen; na lange tijd kan ik wel weer zeggen ‘voor de verandering’: kippen-groentesoep. De week van 15 januari Zondagmorgen begon de full scan tien minuten nadat ik de computer had aangezet (dat heb ik zo ingesteld, ’s zondags om 9 uur [of later], tien minuten nadat de computer is opgestart). Tijdens het scannen kan ik niet veel e-doen, maar ik had de gebruikelijke alternatieven om me niet te vervelen: VN uitlezen en de puzzel maken, brood roosteren (en opeten), eindelijk eens het wasgoed opbergen. Na VN kwam Elsevier aan de beurt (volgorde van binnenkomst). Na 5 uur, 20 minuten en 55 seconden was de scan voltooid, geen dreigingen gevonden. Daar moet ik dus echt een vrije dag voor hebben, want ik ga nooit de deur uit terwijl de computer aan staat (of de wasmachine), of wanneer er een pan op het vuur staat. Na de scan had ik geen zin meer om alsnog de deur uit te gaan, de boodschappen konden wel wachten tot maandag, dus ik heb ze de wacht aangezegd.Maandagmorgen rustig begonnen, gedoucht, tasje ingepakt, naar het Wildehonk voor de lunch. Onderweg heb ik een volle vuilniszak in de container gedumpt, ik doe toch niks meer met die ouwe troep. Toen ik boven was merkte ik dat de meisjes nog niet thuis waren; vanaf de galerij zag ik de dames aan komen lopen, naar de lift, en ze zagen mij ook. Ik ging ze boven staan opwachten. “Opa!” (bis). Abigail wilde een tosti chorizo-kaas, mijn boterhammen werden ook getostificeerd, Amara had liever (aanvankelijk liever niet) een boterham met K3-hagelslag (‘hartjes’). Toen Shahbanou vroeg of zíj die boterham moest klaarmaken of opa (die vroeger altijd Abigails broodjes klaarmaakte wanneer mama naar fysio was), was de uitkomst dat opa het moest doen. Voor wat hoort wat, Amara had opa’s koffie gemaakt. Dus toen Abigail naar school werd gebracht ging opa een broodje hartjes voor Amara klaarmaken (en die opa strooit er veel meer op dan mama). Die kleine kleuter is razend goed in Mini Loco, ik weet niet voor welke leeftijd de puzzels zijn die ze nu maakt, maar ze is nog niet eens drie jaar. Toen ze Abigail weer van school gingen halen, ben ik boodschappen gaan doen, suiker en koffiemelk, groente en vlees, zakdoekjes, koekjes, knakworstjes (2e blik gratis), boerenyoghurt met bosvruchten en een zak Doritos (cool American, al heb ik het niet zo op Amerika). Vandaag heb ik de tweede portie geitenschenkelstukken gebraden, met een tomaat, een sjalot, kruiden, olijven en groene pepers uit een potje. Stukjes vlees uit de pan, wilde spinazie in de jus, pannetje rijst erbij, alles bij elkaar weer goed voor twee dagen. Zoals afgesproken kwam Saffier dinsdagmiddag weer schoonmaken. Bij vlagen lees ik verder in een boek waarmee ik (soms al een hele tijd) bezig ben. De nieuwe stapel drukproeven mag nog even blijven liggen, ik ben nauwelijks bekomen van de vorige stapel. Ik kon vandaag zowaar een uitgelezen boek wegzetten en aan een nieuw boek beginnen, De verraders van Baldacci (gewonnen bij de BankGiroLoterij). Voor het diner had ik nog geit met tomaat, sjalot, groene pepers, olijven, wilde spinazie en rijst én van vorige week geit met sjalot, groene pepers, ketchup en puree. Die konden best bij elkaar, maar machtig was het wel. Zo hield ik weer een maaltje over voor barre tijden. Na een paar tosti’s ben ik woensdagmorgen naar de apotheek gegaan met het recept van de tandenkliniek, voor een preventieve antibioticakuur (ze gaan snijden en boren), pijnstillers als er pijn gestild moet worden, en mondspoeling (voor eigen rekening); de herhaalservice werkt nog niet, daarom moest ik alsnog de huisarts bellen voor nieuwe diskussen. Na de medicijnen heb ik bij AH mijn OV-product opgehaald, zoals dat heet, en heb ik bij die andere apotheek een verjaardagscadeautje voor broeder Odlaniger gekocht. Thuis ben ik de afwas gaan doen, het was niet veel, zodat hij gauw af was. Pánta rheî, ik heb ook nog een was gedraaid, beddengoed. In de tussenliggende vrije tijd heb ik in De verraders zitten lezen, ik houd nog steeds van spannende boeken. Van de geit heb ik nóg weer wat overgehouden, dat moet dan maar een keer soep worden. Nu eerst karbonade, voordat ik begin te mekkeren. Donderdag ben ik op herhaling geweest bij Amara, jeugdsentiment uit de studio’s van Walt Disney: Alice in Wonderland, Bambi, nog een keer Alice in Wonderland. Amara was hoesterig en raakte vermoeid. Op een gegeven moment lag niet alleen Alice te slapen, maar ook Amara; of Amara ook zo’n wonderlijke droom had als Alice, weet ik niet. Toen iedereen weer netjes thuis was tegen half vier, ben ik naar mijn paddenstoeltje gegaan, via de apotheek (voor de diskussen). Toen het etenstijd werd heb ik de karbonades gebakken en daarna in de jus champignons en een tomaat (er had ook nog een sjalot bij gekund, maar daar had ik niet aan gedacht). Met puree (smaak: kaas). Tegen elf uur ’s avonds stak er een storm op en barstte een onweer los—dat wil zeggen, een flits en een knal. Het kan ook een stuk ruimtepuin zijn geweest, dat met veel geraas en een flits en een knal neerdaalde. Maar het wild geraas keerde na een betrekkelijke stilte terug, dus ik houd wel een slag om de arm wat dat puin betreft. De hoofdstukken van De verraders zijn kort; als het (mijn) bedtijd is, denk ik: “Nog één hoofdstuk.” (En ook nog maar even iets inschenken.) Wanneer het hoofdstuk uit is ga ik verder met het volgende hoofdstuk, want mijn glas is nog niet leeg. En zo verder. Zoals gezegd, ik vind het een spannend boek. Dat neemt niet weg dat ik ook bezig ben geweest met de toets voor aanstaande maandag; eerst de teksten uitzoeken, dan komen de vragen en opdrachten. ’s Nachts ben ik bovendien nog aan de slag gegaan in de keuken, extra bijlagen voor de tweede karbonade bakken: de andere helft van de bak champignons en dan toch nog een sjalot. Vrijdagmorgen liet de zon zich bewonderen (zolang als het duurde, een uur misschien). Nadat ik een paar geschikte passages had gevonden, ben ik verder gegaan met de toets; tussendoor ben ik aan de nieuwe VN begonnen. Tussen de middag een smakelijke uitsmijter kaas-ontbijtspek, eerst de kaas in de pan, dan het spek en als laatste de eieren, geen boter nodig op deze manier. Het balkon ging steeds meer op een duivenmestvaalt lijken, daarom heb ik het een beetje schoongemaakt, maar de duiven kwamen al snel weer terug om mijn inspanningen teniet te doen. De trommel van de wasmachine was voldoende gevuld met ‘dagelijkse’ was om er een draai aan te geven. Zo werd mijn leven voor even weer wat schoner. Nog meer VN, toets en verraders, en voor het diner karbonade met champignons en sjalot en puree (zo’n zakje is voor twee personen, daar kan ik in principe dus twee keer mee doen, al lukt dat niet altijd). Als er nog wat was overgebleven, zou het een ingrediënt voor de toekomstige kliekjessoep zijn geweest, samen met de schamele resten van de geit; maar ik heb mijn bord helemaal leeg gegeten. Geen nood, voor zaterdag had ik nog een emmertje kippen-groentesoep in de vriezer. De vrijdagavond voltooide toets heb ik zaterdag nog even gecontroleerd en op een paar puntjes gewijzigd, daarna in drievoud afgedrukt (een exemplaar voor Sharina, een voor Wim en een voor mijzelf). Het leek me goed dat vast klaar te hebben, want met het verjaardagsfeest van mijn broer in het zondagse verschiet was het niet zeker of het later nog goed zou komen (ik dacht daarbij aan problemen met de computer of de printer, die zich soms op de meest ongelegen momenten kunnen voordoen). Zo kon ik ook rustig VN en de kranten te lijf gaan. Met de sudoku’s wilde het niet erg vlotten, nou, dan niet. De week van 22 januari
Zondag ging ik met de trein van 12:27 naar Apeldoorn, op
verjaardagsvisite bij mijn broer (“Ave frater Odlaniger”, wanneer ik hem
mail). Lilo’s moeder was er als eerste (ze hadden haar net opgehaald),
toen kwam ik als tweede, klokslag twee uur (niet dat ik iets hoorde
slaan; wel aanslaan: Bobby himself, maar dat geblaf imponeert me niet,
we zijn toch altijd de beste maatjes). Frédérique, Huib en Bul kwamen
daarna, en Larissa met Janwouter en de drie kindertjes, Sitia alleen; de
inwonenden waren er al, dus die hoefden niet meer te komen. Ik had maar
weer eens mijn cryptogrammenboekje meegenomen voor onderweg, en laat
Reggy nou hetzelfde nummer van Cryptotaal krijgen! (Nog veel meer, maar
dat ga ik niet allemaal opnoemen.) Het was gezellig de familie (niet
compleet, maar toch) weer eens bij elkaar te zien. Natuurlijk ging ik
als laatste weg, dat weet onderhand iedereen. Haastige spoed is slecht
voor de gezondheid.
Lang leve EBS.
Donderdag had ik een paar boterhammen belegd met een uitsmijter met
ontbijtspek. Toen ik bij de Wildemeisjes ging lunchen, vroeg Shahbanou
aan de kleintjes of ze een uitsmijter (Abigail noemt het een “plat ei”)
op brood wilden. Toen haalde ik mijn lunchzakje te voorschijn. Óók
uitsmijter! Zulke dingen gebeuren wel vaker. Abigail was niet naar
school, ze was niet helemaal lekker. Na de boterham hebben we naar
Assepoester gekeken (opa’s favoriete Disney-film, zei Shahbanou).
Dibberdie dabberdie doe. Dat doet me aan een jaar of zestig geleden
denken. Toen ik naar huis ging was het over vieren, ik had geen zin meer
in boodschappen doen. Sjalotjes bakken voor wéér een mediterrane
maaltijd? Nee, ik had nog een quiche met spinazie en blauwschimmelkaas.
De twee resterende Toscaanse worstjes heb ik in de vriezer geworpen, die
komen volgende week aan de beurt, wanneer ik ook weer groente en
aardappels in huis heb. Van vrijdag tot en met zondag ben ik al onder de
pannen, vrijdag Hellenistendag met diner, zaterdag en zondag in
Apeldoorn voor Tietjes verjaardag. Ik noem mijn jongste zusje al een
tijd zo, maar die naam ben ik ook een keer in de krant tegengekomen. En
dat sloeg niet op haar (het was een rouwadvertentie).
De
kosten voor koffie, lunch en thee vielen mee, € 20 i.p.v. € 25. De
organisatoren hadden het niet op een akkoordje weten te gooien met
Koetjes en Kalfjes, daarom gingen we dineren in het restaurant van de
VU. Bij de halte bij de VU dacht ik, toen ik huiswaarts ging, in de
metro (lijn 51) te stappen, daarom heb ik op het perron ingecheckt; maar
toen ik vreemde haltes hoorde omroepen, besefte ik dat ik in de tram
(lijn 5) was gestapt. De rit duurt iets langer, maar ik hoefde niet te
wachten. Bij het uitchecken zag ik ‘goede reis’, alsof ik instapte, dus
nog een keer scannen (ritprijs 55 cent), en de aansluitende bus gaf
‘overstap’ aan. Nou maar hopen dat ik bij de afrekening niet weer te
zien krijg dat ik duur uit geweest ben. Deze keer is het dan wel door
mijn eigen onoplettendheid, als ik er € 4 bij ingeschoten ben (dat
scheelt een plaatje met sarcastisch onderschrift). Maar het was een
genoeglijke dag, dus geen gezeur. De week van 29 januari
Zondag was ik nog bij Lidy en Jan. Lidy had voor het ontbijt brood in de
oven gedaan, zodat het een lekker knapperige korst kreeg, en daar een
uitsmijter bij gebakken. Jan ontdekte een paar eksters, die druk in de
weer waren met nestbouw, takje hier, takje daar, in een hoge boom. Zelf
ontdekte ik ook iets, namelijk dat mijn mobiel het niet meer deed. Na
het avondeten, groentesoep met broodjes, begon ik over de terugreis na
te denken. Trein van half tien, dan was ik om elf uur thuis. Kwart voor
negen naar de bushalte, twintig minuten door en door verkleumd raken op
het station, Amersfoort overstappen (korte kleum), in Amsterdam nog even
genieten van de pittige kou totdat de bus kwam, en toen was ik inderdaad
om elf uur thuis. Wim had al een paar dagen verwoede pogingen gedaan om
me te bellen, maar ’s avonds na elf uur wil ik niet meer terugbellen,
niet iedereen heeft een boodschap aan mijn achterlijke bedtijden.
|